Student centraal
Pijler 1
Pijler 1
De eerste pijler van de strategie 'De makers van de samenleving' is 'student centraal'. Deze pijler is uitgewerkt in drie ambities. In dit hoofdstuk laten we zien op welke manier we aan de ambities hebben gewerkt. Wij gaan voor het succes van elke student die zich bij ons wil ontwikkelen. Ook voor een nieuwe generatie makers van de samenleving die tijdens hun loopbaan willen werken aan nieuwe kennis en vaardigheden. Passend onderwijzen is onze norm.

Ambitie 1: Iedereen welkom
Ambitie 2: Iedere student succesvol
Ambitie 3: Leven lang ontwikkelen
Bij ons is iedereen welkom. Met een breed aanbod bieden we elke student een passende opleiding of leerroute. Studenten kunnen op meerdere momenten instromen en we zorgen voor een warm welkom op onze opleidingen. Door goede loopbaanoriëntatie en -begeleiding en persoonlijke aandacht op belangrijke keuzemomenten, zorgen we ervoor dat elke student op de juiste plek zit. Op al onze locaties zorgen we voor een positief leerklimaat. Ook is er bij ons ruimte voor verschillen tussen mensen en is ieders bijdrage waardevol. We zijn een inclusieve school.
Voor ons staat voorop dat iedereen welkom is en dat iedere student de vrijheid moet hebben om de opleiding te kiezen die bij zijn of haar talenten past. Wij zijn er om dat talent met de student te ontdekken en verder te ontwikkelen. Daarom bieden we een breed en divers opleidingsaanbod. Tegelijkertijd constateren we in verschillende sectoren toenemende personeelstekorten en zien we dat dit een rol speelt in het maatschappelijke debat. Ook vernieuwen we onze opleidingen op het gebied van internationalisering, duurzaamheid en digitalisering en AI. Met jaarlijkse portfoliogesprekken bepalen we gezamenlijk de ontwikkelrichting en samenhang binnen het opleidingsaanbod. Daarbij staan het studiekeuzegedrag van studenten en de actuele en toekomstige behoeften van de arbeidsmarkt centraal.
We organiseren verschillende voorlichtingsactiviteiten zodat leerlingen uit het voortgezet onderwijs(vo) kennis kunnen maken met het mbo. Hiervoor hebben we naast open dagen ook oriëntatieworkshops, rondleidingen, meeloopdagen en studiekeuzegesprekken. De eerste kennismaking met het mbo vindt vaak plaats tijdens een voorlichting op vo-scholen.
Ook blijven we werken aan onze voorlichting. Zo blijven we onze vernieuwde website verder verbeteren. En in 2025 hebben we onze studiekeuzegids opnieuw vormgegeven. Op basis van onderzoek onder jongeren is in beeld gebracht wat de behoefte van jonge studiekiezers is en daardoor hebben we onder meer de indeling en teksten aangepast.
Bijzonder dit jaar was de fototentoonstelling ‘komt een mens bij de dokter’. De tentoonstelling met elf verhalen laat zien dat zorg niet vanzelfsprekend is en benadrukt het belang van gendersensitieve zorg. Het is een campagne die aandacht vraagt voor diversiteit in sekse, gender en seksuele oriëntatie in de zorg. De tentoonstelling werd ook veel bezocht door vmbo-leerlingen.
In 2025 draaide voor het derde jaar op rij 'het mbo-talentprogramma voor havisten'. Dit programma helpt deelnemers om perspectief te krijgen op hun volgende loopbaanstap. Persoonlijke ontwikkeling en oriëntatie op het mbo staan centraal.
Daarnaast is het programma 'Ontdek het mbo' gestart. Dit programma biedt gediplomeerde vmbo’ers extra tijd om een bewuste en passende mbo-opleiding te kiezen. De studenten volgen op verschillende colleges een project om zo te ontdekken wat bij hen past.

We zorgen voor een warm welkom op onze opleidingen. Onze professionals geven tijdens de kennismakingsactiviteiten een helder beeld van de opleiding en bij de start nemen de studenten deel aan diverse introductie-activiteiten. Vorig jaar hebben we onze processen opnieuw ingericht om de ondersteuningsbehoefte van de student tijdig te bespreken en hierover afspraken te maken. Dit was in het kader van de uitvoering van de wet verbetering rechtspositie mbo-student. Er is een nieuwe gespreksleidraad opgesteld om bij de intakegesprekken goed te kunnen kijken welke begeleiding en ondersteuning een student nodig heeft. In het systeem zijn ook aanpassingen gedaan, zodat de vraag naar begeleiding snel bij de juiste collega’s terecht komt.
Sinds enkele jaren heeft het grootste deel van onze opleidingen ook de mogelijkheid om in februari te starten met de opleiding. We zien dat de groep studenten die start in februari groeit en we zijn trots op onze onderwijsteams die dit mogelijk maken.
We vinden het belangrijk dat onze studenten succesvol zijn in het onderwijs en na diplomering hun weg op de arbeidsmarkt en in de samenleving vinden. Ook na diplomeren kunnen studenten bij ons terecht met vragen over een volgende stap. Dit gebeurt in het kader van de nieuwe wet ‘van school naar duurzaam werk’, die op 1 januari 2026 ingaat. We hebben er bewust voor gekozen om dit aanvullende aanbod Loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) aan al onze studenten te doen, als uitbreiding op de wet die dit voor een beperktere groep voorschrijft.
In voorbereiding hierop hebben we beleid voor aanvullende loopbaanbegeleiding opgesteld en daaropvolgend zijn de bijbehorende administratieve processen aangepast.
Daarnaast hebben we samen met regionale partners samenwerkingsafspraken ontwikkeld, inclusief bijbehorende overgangsdocumenten, om de overdracht van school naar gemeentelijke uitvoerders van Werk en Inkomen mogelijk te maken.
Tot slot is ook aanbod voor de begeleiding van gediplomeerde studenten vastgesteld en ingericht, waarvan een deel al is uitgevoerd door medewerkers van onze afdeling Centrum voor Studentontwikkeling.
Met ons onderwijs en de inzet van extra loopbaanbegeleiding hebben we in 2025 bijgedragen aan het vergroten van kansen voor mbo-gediplomeerden op de arbeidsmarkt. Uit het tweejaarlijkse alumni-onderzoek en andere peilingen blijkt dat onze gediplomeerden vaak aan het werk zijn in het werkveld waarvoor zij zijn opgeleid. In 2025 hebben we de bestaande basis voor de ondersteuning van gediplomeerden verder verstevigd. Met de extra middelen die beschikbaar zijn voor niveau 2 werken we binnen die opleidingen met kleinere klassen en extra begeleiding. Zo maken we passend onderwijzen voor deze doelgroep mogelijk.

Het creëren van een veilige leer- en werkomgeving is voor ons van groot belang. De fysieke en sociale veiligheid vormen hierin de basis en hangen met elkaar samen. Medewerkers en studenten moeten zich gezien en gehoord voelen. Veiligheid staat daarmee in het hart van de pedagogische opdracht van het mbo.
Duidelijke normen voor omgang en gedrag, die door iedereen worden gedragen, zijn belangrijk voor een veilig leer- en werkklimaat. Een goede basis wordt hiervoor gelegd in de 'Gouden Weken', waarbij aanwezigheid essentieel is. De 'Gouden Weken' zijn de cruciale eerste zes weken van het schooljaar waarin de basis wordt gelegd voor een positieve groepsdynamiek, een fijn pedagogisch klimaat en de groepsregels. In 2025 hebben we onze focus veranderd van aandacht op verzuim naar aandacht voor bevorderen aanwezigheid.
Veiligheid in het curriculum richt zich op de kwalificerende functie van het onderwijs. In het onderwijs wordt aandacht besteed aan sociale en maatschappelijke aspecten als diversiteit en respect, evenals aan fysieke veiligheidsaspecten die van belang zijn voor het beroep. Ter versterking van de sociale veiligheid zijn facilitaire medewerkers getraind op thema’s als sociale veiligheid, grensoverschrijdend gedrag en het omgaan met cultuurverschillen. De kwaliteit en volledigheid van de incidentenregistratie is verder verbeterd.
Op het gebied van crisisbeheersing en cyberveiligheid is actief ingezet op voorbereiding en oefening. Zo is deelgenomen aan de landelijke sectorbrede cybercrisisoefening OZON. Ook is deelgenomen aan een crisismanagementoefening van de gemeente Utrecht, in samenwerking met politie, andere Utrechtse onderwijsinstellingen en diverse relevante netwerkpartners.
Bij ons blijven diversiteit en inclusie onlosmakelijk verbonden met wie wij zijn en waar wij voor staan. In onze visie hebben we daarover het volgende opgenomen: “diversiteit als bron van kracht en innovatie, een inclusieve organisatie waar iedereen zich veilig en welkom voelt en waar ontmoeting, communicatie en zelfreflectie centraal staan”. Dit vormt steeds nadrukkelijker het uitgangspunt voor onze keuzes en activiteiten. Vanuit deze basis bouwen we voort op wat goed gaat en versterken we wat nodig is.
In 2025 hebben we ingezet op het behouden en onderhouden van bestaande initiatieven die bijdragen aan bewustwording, inclusieve interactie en een veilige leer- en werkomgeving. Samen met het ambassadeursnetwerk Diversiteit & Inclusie is gewerkt aan het zichtbaar houden van thema’s als inclusieve taal, representatie en ontmoeting.

Passend Onderwijzen en Passend Ondersteunen is voor ons de norm voor goed onderwijs. Onderwijsteams werken samen met supportteams vanuit deze basishouding. Met flexibel onderwijs bieden we studenten steeds meer keuzemogelijkheden in wat ze willen leren, hoe ze willen leren en in welk tempo. Het resultaat kan een certificaat of diploma zijn. Voor het succes van onze studenten in een vervolgopleiding, baan en plek in de samenleving is een stevige basis nodig in taal, rekenen en wereldburgerschap. We vinden het belangrijk dat studenten hun talent ontdekken en ontwikkelen in relatie tot de wereld om hen heen. Daarom bieden we studenten ook de kans om hun horizon verder te verbreden met excellentietrajecten en internationale stages en -projecten.
In 2025 heeft een dialoog over passend onderwijzen plaatsgevonden, uitgevoerd door een dialoogteam van 'stichting Kwaliteitsnetwerk mbo' met als onderzoeksvraag: Wat hebben docenten nodig zodat zij hun onderwijs kunnen afstemmen op de onderwijsbehoeftes van alle studenten? In diverse feedforwardsessies met directeuren, managers en docenten zijn de resultaten van de instellingsdialoog met elkaar gedeeld en is het gesprek met elkaar gevoerd welke aandachtspunten verder uitgewerkt moeten worden. Deze aandachtspunten zullen samen met de resultaten uit de evaluatie van de supportteams een plan van aanpak vormen voor 2026.
In de leernetwerken en via interne communicatiebronnen is in 2025 veel kennis met elkaar gedeeld over de 'Gouden Weken', resultaten van diverse Professionele leergemeenschappen (PLG) over onderwijsactiviteiten t.b.v. passend onderwijzen passend ondersteunen, schoolaanwezigheid en VSA-BSA begeleiding.
Het welzijn van onze studenten is voor ons enorm belangrijk. Het gedachtegoed van 'Positieve Gezondheid' vormt hierin voor ons een inhoudelijk fundament waarop we kunnen bouwen. In de 'Week van de Mentale Gezondheid' in juni hebben we extra aandacht gegeven aan het welzijn van onze studenten met de campagne ‘het is oké’, met verschillende filmpjes en games. De Centrale Studentenraad (CSR) heeft armbandjes uitgedeeld om het onderwerp extra onder de aandacht te brengen.
We vinden het belangrijk dat zoveel mogelijk studenten hun opleiding succesvol afronden. Daarom werken we vanuit onze strategische koers actief aan het vergroten van het succes van iedere student. Aanvullend op onze inzet op school werken we in de regio Utrecht en Eem nauw samen met scholen, samenwerkingsverbanden, het doorstroompunt en gemeenten aan het verminderen van voortijdig schoolverlaten (vsv). We zijn partner van het regionale vsv- programma 'SchoolWerkt' en het regionale vsv-programma 'Eemland'. Sinds 2025 voeren we in beide regio’s samen met de contactgemeente de programmaregie. Daarmee kunnen we onze eigen inzet versterken, vernieuwen en zorgen dat de ondersteuning op school goed is afgestemd op de begeleiding van andere instanties (bijv. leerplicht, doorstroompunt, gemeenten, hulpverlening).
In 2025 hebben we ons binnen deze regionale programma’s ingezet voor:
1. de organisatie en uitvoering van aanvullende ondersteuning voor jongeren die voortijdig het onderwijs dreigen te verlaten;
2. het continueren en versterken van de samenwerking met regionale partners rondom het voorkomen van voortijdig schoolverlaten;
3. het voorbereiden en inhoudelijk vormgeven van de nieuwe regionale programma’s voor 2026–2029.

| 2022-2023 | 2023-2024 | 2024-2025 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ROC MN | landelijk | ROC MN | landelijk | ROC MN | landelijk | ||||
| vsv | % | % | vsv | % | % | vsv | % | % | |
| niv. 1 | 58 | 27,0% | 25,9% | 54 | 20,4% | 22,6% | 80 | 24,8% | 22,4% |
| niv. 2 | 242 | 10,2% | 11,9% | 251 | 10,6% | 10,6% | 262 | 9,7% | 10,0% |
| niv. 3 | 122 | 5,2% | 5,3% | 127 | 5,5% | 5,1% | 108 | 5,0% | 4,7% |
| niv. 4 | 374 | 4,6% | 4,5% | 335 | 4,3% | 4,1% | 331 | 4,2% | 3,9% |
| VAVO | 68 | 13,6% | 11,3% | 80 | 13,2% | 9,7% | 54 | 9,7% | 8,5% |
| ROC MN | 864 | 6,4% | 6,0% | 847 | 6,4% | 5,6% | 835 | 6,1% | 5,4% |
Het aantal nieuwe vsv’ers daalt van 847 (6,4%) in 2023–2024 naar 835 (6,1%) in 2024–2025. Deze daling is zichtbaar in zowel het mbo als bij de VAVO. Daarmee daalt het aandeel vsv’ers voor het derde jaar op rij. Binnen het totale mbo zien we van 2023–2024 naar 2024–2025 een afname van het percentage vsv-ers bij niveau 2, 3 en 4. Bij de entree-opleiding zien we een stijging. Bij de VAVO zien we een duidelijke daling van het aantal voortijdig schoolverlaters, ondanks dat het aandeel vsv’ers in het vmbo toeneemt.
De samenleving en arbeidsmarkt veranderen snel. Technologische innovatie, personeelstekorten en toenemende diversiteit in leerbehoeften vragen om onderwijs dat beter aansluit op studenten, professionals en het werkveld. Ambities, omstandigheden en levensfasen verschillen steeds meer, waardoor uniforme onderwijsroutes niet altijd meer passend zijn voor duurzaam studiesucces en inzetbaarheid.
We hebben de manier waarop we als school inspeelde op deze ontwikkeling aanvankelijk ‘Flexibel Onderwijs’ genoemd. In de praktijk bleek echter dat deze term onvoldoende recht deed aan de kern van de opgave: flexibel onderwijs is een middel. Er is gekozen voor een nieuwe, meer overkoepelende term: Passende Onderwijsarrangementen (POA). Met POA arrangeren wij ons onderwijs zo dat het aansluit op de behoeften van doelgroepen en de arbeidsmarkt. Dit doen wij op verschillende manieren en vanuit een bewezen basis.
Studentendoelgroepen krijgen hierdoor meer mogelijkheden in wat zij leren, hoe zij leren en in welk tempo, binnen duidelijke en herkenbare kaders. Ambities verschillen, net als omstandigheden en levensfasen. De wijze van arrangeren kan verschillen per onderwijsteam en college, zodat onderwijs past bij de context van het vakgebied en de regio.
Al onze colleges werken aan het ontwikkelen van POA. Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe opleidingsvarianten en de samenhang tussen bbl en mbo voor professionals wordt verder onderzocht en vormgegeven. Ook het deel examineren en de mogelijkheden van passend waarderen worden door verschillende colleges onderzocht.
In het kader van POA zijn ook de keuzedelen belangrijk. In 2025 bestaat het aanbod van keuzedelen uit meer dan 500 unieke keuzedelen. Vooruitlopend op de wetswijziging waarin de verplichte koppeling tussen keuzedeel en kwalificatie wordt losgelaten kunnen opleidingen ook niet-gekoppelde keuzedelen aanbieden. Er waren in 2025 geen onderwijsteams die gebruikmaken van de mogelijkheid om af te wijken van de keuzedeelverplichting.

Ook in 2025 hebben we extra aandacht gegeven aan taal en rekenen. We doen dit op centraal niveau met ons project 'Taal- en Rekensterk onderwijs' en decentraal in onze colleges. We willen dat studenten positieve taal- en rekenresultaten behalen. Voor taal betekent dit dat onderwijsteams en het werkveld een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben om ‘taalsterk’ te werken. Waar dat kan benutten we meertaligheid als bron van leren. Hiervoor werken we samen met de Hogeschool Utrecht. In het programma is een viertal actielijnen opgesteld waarin het gaat om talentontwikkeling, kennisdeling, sturingsinformatie en visie op taal. In 2025 hebben we een rapportagetool in gebruik genomen die alle resultaten van begin tot eindniveau laat zien, zodat er tijdig (bij)gestuurd kan worden.
Een aantal van onze colleges is meer gaan werken met een gedifferentieerde aanpak bij taal en rekenen. Dit betekent bijvoorbeeld dat we gebruik maken van nulmetingen en op basis daarvan studenten begeleiden bij hun niveau, kennis en vaardigheden naar het taal- of rekenexamen. De examinering kunnen we hierbij flexibel inzetten om studenten te examineren als ze er klaar voor zijn. Taalondersteuning wordt op meerdere colleges, naast het vak, ook beroepsmatig georganiseerd. Hierdoor wordt taalontwikkeling niet los gezien van het beroep, maar integraal onderdeel van de beroepscompetenties. Reken- en wiskundevaardigheden die nodig zijn voor het beroep worden integraal binnen de project- en theorielessen aangeboden. Voor rekenen zorgen we ook voor extra ondersteuning in kleinere groepen.
Vanuit de vastgestelde visie op wereldburgerschap is in het afgelopen jaar verder gebouwd aan betekenisvol en levensecht burgerschapsonderwijs. Op verschillende colleges zijn gastlessen en ontmoetingen georganiseerd rond thema’s als seksualiteit, identiteit, vluchtelingenervaringen, waarbij externe experts en ervaringsdeskundigen een belangrijke rol speelden. De dialoog en het leren in een veilige omgeving staan daarbij centraal. In 2025 zijn we gestart met de verkenning van de inrichting van de examinering burgerschap: een ontwikkeling die richtinggevend is voor de verdere vormgeving en versterking van het burgerschapsonderwijs.
Het excellentieprogramma UP biedt studenten die meer willen en kunnen de mogelijkheid om zich naast hun reguliere programma verder te ontwikkelen in de vorm van excellentieprogramma’s gericht op verdieping en verbreding én door middel van deelname aan vakwedstrijden.
Voor verdieping en verbreding is het aantal excellentieprogramma’s in het afgelopen jaar licht gegroeid naar 30 programma's. Het merendeel van deze programma's is gerelateerd aan de opleiding zoals UP Culinair met masterclasses voor de studenten in de opleiding Gespecialiseerd Kok of een programma over de Europese Bank voor studenten van Business & Administration College.
Een tweede belangrijke component van het excellentieprogramma UP is de mogelijkheid voor studenten om deel te nemen aan vakwedstrijden met name aan Skills Heroes, met de nationale kampioenschappen in maart 2026 in Amsterdam. De focus voor de vakwedstrijden lag op de groei van het aantal deelnemende opleidingen en op de groei van de kwaliteit van ondersteuning en training. En dat is gelukt!

In 2025 is de strategie Widening Borders geïntroduceerd. Met deze strategie is internationalisering nadrukkelijk gepositioneerd als een structureel onderdeel van onderwijs, professionalisering en organisatieontwikkeling. Uitgangspunt is dat alle studenten internationale competenties ontwikkelen. Een voorbeeld is het prijswinnende project 'MixUp' dat wordt ingezet bij de lessen Wereldburgerschap om studenten te laten discussiëren met studenten uit andere landen over thema’s als mensenrechten, duurzaamheid en discriminatie.
De snel veranderende arbeidsmarkt en maatschappij vragen van professionals dat zij zich blijven ontwikkelen. Tijdens een loopbaan zijn steeds nieuwe kennis en vaardigheden nodig. Wij bieden flexibele leerroutes voor iedereen die zich met gerichte trajecten wil bij- of omscholen. We zijn gesprekspartner voor werkgevers in het kader van hun ontwikkelvraagstukken. Samen ontwerpen we leerroutes die aansluiten bij de ambities en werkervaring van professionals.
Voor iedere levens- en groeifase hebben wij passend aanbod dat aansluit bij de behoefte van verschillende doelgroepen. Iedereen die wil leren of zich wil ontwikkelen kan bij ons terecht. Ons fundament blijft passend onderwijzen. Vanuit deze visie ontwerpen we ons curriculum, zodat het aansluit op de vraag van het individu of de werkgever. Deze passende onderwijsarrangementen leiden tot verschillende waardepapieren.

Vanuit onze visie op leven lang ontwikkelen werken we aan het versterken van de samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Leren, ontwikkelen en werken zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Met nieuwsbrieven en een carrièremarkt hebben we onze positionering als aanbieder van volwassenenonderwijs verder versterkt. Ook intern hebben we gewerkt aan een stevigere basis: het aanmeldsysteem voor mbo voor Professionals is vernieuwd en we hebben nieuwe rapportages samengesteld om beter te kunnen (bij)sturen. Daarnaast zijn ook de processen onder de loep genomen en verbeterd, met name bij het bepalen van de ondersteuningsbehoefte en toelaatbaarheid.
Ons programma 'Energietransitie & Circulariteit' binnen de LLO Katalysator loopt goed. Samen met de Hogeschool Utrecht (HU) en Universiteit Utrecht (UU) en partijen uit het bedrijfsleven werken we samen in een transitie- en professionaliseringslab. In het transitielab Utrecht werken de onderwijsinstellingen UU, HU en ROC MN samen met bedrijven in de regio Utrecht aan de voor bedrijven noodzakelijke LLO-oplossingen. Een vorm van co-creatie waarin onderwijs en bedrijfsleven gelijkwaardig gezamenlijk optrekken. De onderwijsinstellingen helpen de bedrijven met de vraagarticulatie om vervolgens gezamenlijk oplossingen te ontwikkelen. Om tot een goede vraagarticulatie en oplossingen te komen, vraagt ook om professionalisering van de onderwijsprofessionals. Hiertoe is het professionaliseringslab Utrecht opgericht door UU, HU en ROC MN. In het professionaliseringslab vindt leren ook plaats in gezamenlijkheid. Zo zijn er onder andere intervisiesessies, inspiratiesessies en masterclasses om gezamenlijk kennis te verdiepen.