Spring naar inhoud

Jaarrekening

2025

Geconsolideerde balans per 31 december 2025 (na resultaatsbestemming)

Bedragen x € 1.000 Ref. 31/12/2025   31/12/2024
ACTIVA    
Vaste Activa            
Immateriele vaste activa 5.1 0     0  
Materiële vaste activa 5.2 108.751     98.693  
Totaal vaste activa     108.751     98.693
             
Vlottende activa            
Vorderingen 6 6.311     6.449  
Liquide middelen 7 88.906     93.843  
Totaal vlottende activa     95.217     100.292
Totaal activa     203.968     198.985
Bedragen x € 1.000 Ref. 31/12/2025   31/12/2024
PASSIVA    
Groepsvermogen 8 140.734     136.424  
Voorzieningen 9 11.965     11.726  
Langlopende schulden 10 21.206     22.410  
Kortlopende schulden en overlopende passiva 11 30.063     28.425  
             
Totaal passiva     203.968     198.985

Geconsolideerde staat van baten en lasten over 2025

Bedragen x € 1.000 Ref. 2025   Begroting 2025   2024
         
Baten                  
Rijksbijdragen OCW 14.1 197.021     186.236     187.070  
Overige overheidsbijdragen en - subsidies 14.2 3.692     3.654     3.767  
Cursus- en examengelden 14.3 3.630     4.148     3.438  
Werk in opdracht van derden 14.4 3.066     3.115     2.687  
Overige baten 14.5 5.975     2.414     5.405  
Totaal Baten     213.384     199.567     202.367
                   
Lasten                  
Personele lasten 14.6 163.420     154.967     152.917  
Afschrijvingen 14.7 10.537     11.021     10.198  
Huisvestingslasten 14.8 12.366     12.984     12.903  
Overige instellingslasten 14.9 24.719     26.273     23.054  
Totaal Lasten     211.042     205.245     199.072
Saldo baten en lasten     2.342     -5.678     3.295
Saldo financiële baten en lasten 14.10   1.968     2.678     3.426
Resultaat     4.310     -3.000     6.721

Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2025

Bedragen x € 1.000 Ref. 2025   2024
     
Kasstroom uit operationele activiteiten            
Resultaat (saldo baten en lasten excl. verkoop)     2.342     3.295
Verkoop resultaat     0     0
Aanpassingen voor:            
Afschrijvingen 5.1 en 5.2 10.537     10.198  
Mutaties voorzieningen 9 240     1.211  
      10.777     11.409
Verandering in vlottende middelen:            
Vorderingen 6 138     565  
Schulden 11 1.638     -5.914  
      1.776     -5.349
Kasstroom uit bedrijfsoperaties     14.895     9.355
             
Financiële baten 14.10 2.285     3.758  
Financiële lasten 14.10 317     332  
      1.968     3.426
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten     16.863     12.781
Kasstroom uit investeringsactiviteiten            
Investeringen materiële vaste activa 5.2 -20.655     -18.014  
Desinvesteringen materiële vaste activa 5.2 60     55  
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten     -20.595     -17.959
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 10          
Overige langlopende schulden   45     -203  
Aflossing langlopende schulden   -1.250     -1.250  
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten     -1.205     -1.453
Totale kasstroom     -4.936     -6.631

Het verloop van de geldmiddelen is als volgt:

Bedragen x € 1.000     2025     2024
         
Stand per 1 januari 7   93.843     100.474
Mutatie boekjaar 7   -4.936     -6.631
             
Stand per 31 december     88.907     93.843

1. Toelichting op de geconsolideerde balans en staat van baten en lasten (algemene toelichting)

1.1 Activiteiten

De activiteiten van Stichting ROC Midden Nederland, statutair gevestigd te Utrecht, en haar groepsmaatschappijen bestaan voornamelijk uit dienstverlening op het gebied van beroepsonderwijs (mbo) en volwassenenonderwijs (VAVO). Voor gegevens over de rechtspersoon verwijzen wij naar paragraaf jaarrekening nr. 20. Gegevens over de rechtspersoon

1.2 Rapporteringsvaluta

De jaarrekening is opgesteld in duizenden euro's (x € 1.000), tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. 

1.3 Consolidatie

In de geconsolideerde jaarrekening van Stichting ROC Midden Nederland zijn de financiële gegevens verwerkt van de tot de groep behorende maatschappijen en andere rechtspersonen waarop een overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend of waarover de centrale leiding wordt gevoerd. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld met toepassing van de grondslagen voor de waardering en de resultaatbepaling van Stichting ROC Midden Nederland.

De financiële gegevens van de groepsmaatschappijen en de andere in de consolidatie betrokken rechtspersonen en vennootschappen zijn volledig in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen onder eliminatie van de onderlinge verhoudingen en transacties. Belangen van derden in het vermogen en in het resultaat van groepsmaatschappijen zijn afzonderlijk in de geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking gebracht. De in de consolidatie begrepen groepsmaatschappijen zijn:

  • Stichting ROC Midden Nederland, Utrecht (100%);
  • Stichting Van Beuningenfonds, Utrecht (100%).

1.4 Verbonden partijen

Alle groepsmaatschappijen, zoals opgenomen in paragraaf consolidatie, worden aangemerkt als verbonden partij.

1.5 Continuïteit

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling.

1.6 Algemene grondslagen voor opstelling van de (geconsolideerde) jaarrekening

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld conform de richtlijnen van de 'Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs' en overeenkomstig de verslaggevingsvoorschriften en bepalingen zoals weergegeven in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Tevens is Richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving gevolgd. In deze richtlijn zijn voor de sector presentatie-, waarderings- en verslaggevingsvoorschriften opgenomen. 

De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende grondslag voor de specifieke balanspost anders wordt vermeld, worden de activa en passiva gewaardeerd volgens het kostprijsmodel.                                        

Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
In de balans, de staat van baten en lasten, en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting.

1.7 Financiële instrumenten en risico's

De belangrijkste financiële risico’s waaraan ROC Midden Nederland onderhevig is, zijn het renterisico, het liquiditeitsrisico en het kredietrisico. ROC Midden Nederland is werkzaam in Nederland en loopt derhalve geen valutarisico.

Renterisico

In 2025 liep ROC Midden Nederland geen renterisico. Het renterisico over de langlopende rentedragende schulden werd in het verleden beperkt door een renteswap die betrekking had op variabele rente. Deze renteswap is 2024 beëindigd. Sindsdien bestaan er geen derivatenposities meer en zijn alle leningen tegen vaste rentevoorwaarden afgesloten, waardoor het renterisico volledig is afgedekt.

Liquiditeitsrisico en kasstroomrisico

Het gaat hierbij om het risico dat over onvoldoende middelen wordt beschikt om aan de directe verplichtingen te kunnen voldoen. Periodiek worden liquiditeitsbegrotingen opgesteld. Door tussentijdse monitoring en eventuele bijsturing worden liquiditeitsrisico’s beheerst. In de liquiditeitsbegrotingen wordt rekening gehouden met beperkte beschikbaarheid van liquide middelen waaronder bankgaranties.

Kredietrisico

De instelling heeft een beperkt kredietrisico doordat het overgrote deel van de financiering afkomstig is van OCW en overige overheidsinstellingen als gemeenten en dergelijke. Er wordt wel kredietrisico gelopen op de inning van het wettelijk verplicht cursusgeld. Dit betreft echter een zeer gering deel van de baten. Op balansdatum waren er geen significante concentraties van kredietrisico.

2. Grondslagen voor waardering van activa en passiva

2.1 Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd op het bedrag van de bestede kosten, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De jaarlijkse afschrijvingen bedragen een vast percentage van de bestede kosten, zoals nader in de toelichting op de balans is gespecificeerd. De verwachte gebruiksduur en de afschrijvingsmethode worden aan het einde van elk boekjaar opnieuw beoordeeld. Voor de kosten van ontwikkeling wordt een wettelijke reserve gevormd ter hoogte van het geactiveerde bedrag.

2.2 Materiële vaste activa

De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de verwachte toekomstige gebruiksduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Op terreinen wordt niet afgeschreven. 

De kosten van groot onderhoud worden volgens de componentenmethode geactiveerd.

2.3 Bijzondere waardevermindering

Op iedere balansdatum wordt beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld.

Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. In 2025 is geen sprake van bijzondere waardeverminderingen. 

2.4 Afschrijvingstermijnen

Gebouwen 15, 20, 30 en 40 jaar
Verbouwingen 5, 10, 15, 20, 25, 30 en 40 jaar
Terreinen geen afschrijving
MVA in uitvoering geen afschrijving (pas vanaf ingebruikname)
ICT & Apparatuur 5 jaar
Inventaris 5, 10 en 20 jaar
   

2.5 Vorderingen

De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.

2.6 Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kasmiddelen, direct opeisbare banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

2.7 Groepsvermogen

Het eigen vermogen bestaat uit algemene reserves en/of bestemmingsreserves. Er zijn geen bestemmingsreserves aangemerkt. Mutaties op het eigen vermogen vinden plaats via resultaatbestemming tenzij zich stelselwijzigingen voordoen.

Eigen Vermogen segmentatie

Met de invoering van BW/RJ 660 in 2008 is het aan de mbo-instelling de keuze te maken voor handhaving van het vermogen als volledig publiek dan wel te splitsen in een deel publiek en een deel privaat vermogen. Als er geen keuze wordt gemaakt, is het gehele vermogen publiek. Hiertoe zijn de activiteiten geïnventariseerd en conform de MBO-Guidelines gerubriceerd in de volgende drie categorieën:

  1. Publieke activiteiten (publieke taak, gericht op de publieke doelen zoals in de WEB omschreven);
  2. Investeringen private activiteiten in het verlengde van de publieke taak (bijvoorbeeld inburgering, re-integratie en contractactiviteiten in het verlengde van de publieke taak);
  3. Overige private activiteiten (bijvoorbeeld contractactiviteiten niet in het verlengde van de publieke taak).

Conclusie van dit onderzoek is dat alle activiteiten die ROC Midden Nederland verricht, vallen onder publieke activiteiten, danwel onder private activiteiten die in het verlengde liggen van de publieke taak.

2.8 Wettelijke reserve

Tegenover de geactiveerde ontwikkelkosten van het deelnemersvolgsysteem dient volgens RJ 240.229 en artikel 365.2 Titel 9 BW 2 een wettelijke reserve gevormd te worden voor de boekwaarde van het immaterieel vast actief ultimo boekjaar.

2.9 Voorzieningen

Voorzieningen zijn gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is in te schatten. De voorzieningen zijn gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen wachtgelden, duurzame inzetbaarheid en jubileumverplichtingen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen. De contante waardebepaling heeft plaatsgevonden tegen discontering van 2%. De periodieke mutatie die samenhangt met de contante waardebepaling is onderdeel van de dotatie aan de voorziening.

2.10 Langlopende schulden

Schulden met een resterende looptijd van meer dan één jaar worden aangeduid als langlopend. De langlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde van de schuld.

Het aflossingsbedrag voor het komende jaar is verantwoord onder de kortlopende schulden.

2.11 Kortlopende schulden en overlopende passiva

Dit betreffen schulden met en verwachte resterende looptijd op balansdatum van ten hoogste één jaar. Kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde van de schulden.

De overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen die aan opvolgende perioden worden toegerekend en nog te betalen bedragen, voor zover ze niet onder de andere kortlopende schulden zijn te plaatsen.

3. Grondslagen voor bepaling van het resultaat

3.1 Algemeen

De onderwijsinstelling stelt de balans, de staat van baten en lasten, het kasstroomoverzicht en de toelichting op overeenkomstig de modellen in de bijlage bij RJ 660. De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden.

3.2 Opbrengstverantwoording

Rijksbijdragen

De ontvangen normatieve rijksbijdrage wordt in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten.

De niet-geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden eveneens volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten in het (school)jaar waarop de toekenningen betrekking hebben, tenzij het een niet-geoormerkte OCW-subsidie met een grote omvang betreft waarvoor een herzien bestedingsplan beschikbaar is. In dat geval wordt de subsidie als bate in de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de activiteiten.

Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waar nog geen activiteiten voor zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de overlopende passiva.

Geoormerkte OCW-subsidies (doelsubsidies met verrekeningsclausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde lasten komen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen op balansdatum.

Verlenen van diensten

Baten uit het verlenen van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

Projectopbrengsten en projectkosten

Voor onderhanden projecten, waarvan het resultaat op betrouwbare wijze kan worden bepaald, worden de projectopbrengsten en de projectkosten verwerkt als netto-omzet en kosten in de staat van baten en lasten naar rato van de verrichte prestaties per balansdatum.

Overige overheidsbijdragen en -subsidies

Exploitatiesubsidies worden als baten verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer een gesubsidieerd exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De baten worden verantwoord als het waarschijnlijk is dat deze worden ontvangen en de instelling de condities voor ontvangst kan aantonen.

Subsidies met betrekking tot investeringen in materiële vaste activa worden in mindering gebracht op het desbetreffende actief en als onderdeel van de afschrijvingen verwerkt in de staat van baten en lasten.

3.3 Personeelsbeloningen

Periodiek betaalbare beloningen:

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.

Pensioenen

De instelling heeft een pensioenregeling bij 'Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP'. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte of contractuele basis premies betaald door de instelling. ABP hanteert het middelloon als pensioengevende salarisgrondslag. ABP probeert ieder jaar de pensioenen te verhogen met de gemiddelde stijging van de lonen in de sectoren overheid en onderwijs. Wanneer de dekkingsgraad lager is dan 110% vindt er geen indexatie plaats. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

Het vernieuwde pensioenstelsel

ABP bereidt de overgang voor naar het vernieuwde pensioenstelsel en heeft besloten per 1 januari 2027 over te gaan naar de nieuwe pensioenregeling. Dit besluit volgt op een positief advies van het Verantwoordingsorgaan en wordt definitief na goedkeuring door De Nederlandsche Bank.

In het nieuwe stelsel blijft de gezamenlijke premieinleg bestaan, maar wordt pensioen voortaan opgebouwd in persoonlijke pensioenvermogens. Daarnaast wijzigen bepaalde onderdelen van het nabestaandenpensioen. Deelnemers ontvangen in 2026 een voorlopig overzicht van hun verwachte pensioen in het huidige en nieuwe stelsel.

Ter voorbereiding op de stelselwijziging indexeert ABP de pensioenen per 1 januari 2026 met 2,84%, conform de inflatie.

Beleidsdekkingsgraad

Pensioenfondsen zijn wettelijk verplicht om financiële buffers te hebben: extra geld voor tijden dat het financieel slechter gaat. De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de laatste 12 actuele dekkingsgraden. Doordat het een gemiddelde is, stijgt en daalt deze dekkingsgraad niet zo snel van maand tot maand als de actuele dekkingsgraad. Deze dekkingsgraad geeft daardoor een stabieler beeld van onze financiële situatie. De beleidsdekkingsgraad wordt daarom gebruikt bij besluiten over onder meer waardeoverdracht en het verhogen van de pensioenen (indexatie). 

De dekkingsgraad moet op het moment van overgang naar het vernieuwde pensioenstelsel, op 1 januari 2027, minimaal 110% bedragen. Als uit de berekeningen blijkt dat deze grens op het moment van overgang niet wordt gehaald, zal ABP de pensioenen moeten verlagen. Deze dekkingsgraad wordt jaarlijks berekend, maar de uitkomst daarvan heeft geen voorspellende waarde.

De actuele dekkingsgraad laat zien of ABP genoeg geld heeft om de pensioenen nu en in de toekomst te kunnen betalen.

De actuele dekkingsgraad van ABP op 31 december 2025 ligt ruim boven de ondergrens, te weten 123,5%.

3.4 Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa

Immateriële vaste activa en materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Over terreinen wordt niet afgeschreven.

Boekverliezen bij verkoop van (im)materiële vaste activa zijn begrepen onder de overige lasten. Boekwinsten worden opgenomen onder overige baten.

3.5 Financiële baten en lasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op eventueel ontvangen leningen.

3.6 Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de staat van baten en lasten, rekening houdend met beschikbare, fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

3.7 Buitengewone bedrijfsvoering

Bijzondere posten zijn baten of lasten die voortvloeien uit gebeurtenissen of transacties die behoren tot het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening, maar die omwille van de vergelijkbaarheid apart toegelicht worden op grond van de aard, omvang of het incidentele karakter van de post.

4. Grondslagen voor opstelling van het geconsolideerd kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen.

5. Toelichting op de geconsolideerde balans

5.1 Immateriële vaste activa

Vanaf boekjaar 2020 is geen investering in Immateriële vaste activa gedaan.

5.2 Materiële vaste activa

Bedragen x € 1.000 Gebouwen Terreinen Inventaris en apparatuur Totaal
 
Stand per 1 januari 2025        
Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen 173.324 8.251 56.458 238.033
Cumulatieve waarde­verminderingen en afschrijvingen -95.099 0 -44.241 -139.340
Boekwaarden 78.225 8.251 12.217 98.693
         
Mutaties        
Investeringen 13.912 3.594 3.149 20.655
Herwaarderingen 0 0 0 0
Desinvesteringen -1 0 -72 -73
Afschrijvingen -7.686 0 -2.851 -10.537
Afschrijvingen desinvesteringen 0 0 13 13
Saldo 6.225 3.594 239 10.058
         
Stand per 31 december 2025        
Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen 187.235 11.845 59.535 258.615
Cumulatieve waarde­verminderingen en afschrijvingen -102.785 0 -47.079 -149.864
Boekwaarde 31 december 2025 84.450 11.845 12.456 108.751

Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA) subsidie

In 2025 zijn subsidies ontvangen op grond van de subsidieregeling Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA). Deze subsidies hebben betrekking op investeringen in de verduurzaming van het vastgoed.

De ontvangen DUMAVA-subsidies zijn in de administratie verwerkt als een vermindering op de gerealiseerde investeringen en zijn daarmee in mindering gebracht op de boekwaarde van de materiële vaste activa. Deze verwerkingswijze geeft inzicht in de invloed van de ontvangen subsidies op zowel de omvang van de investeringen als de waardering van de materiële vaste activa en is in overeenstemming met de bepalingen van RJ 274.


5.2.1 WOZ en verzekerde waarde gebouwen en terreinen

  Bedrag Peildatum
WOZ waarde gebouwen en terreinen € 102,7 mln. 2025
Verzekerde waarde gebouwen en terreinen € 270,9 mln. 2025

6. Vlottende activa

Bedragen x € 1.000 31/12/2025   31/12/2024
Vorderingen en overlopende activa  
Deze post is als volgt te specificeren:          
Debiteuren  2.206       3.105   
Deelnemers/cursisten  408       341   
Overige vorderingen  806       587   
Overlopende activa  2.891       2.373   
Vorderingen OC&W 0     43  
Totaal vorderingen en overlopende activa    6.311       6.449 
           
Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar.    

6.1 Debiteuren

Bedragen x € 1.000 31/12/2025   31/12/2024
   
Debiteuren zakelijk  2.206       3.105   
Debiteuren gemeenten 0     0  
Totaal debiteuren    2.206       3.105 

6.2 Deelnemers/cursisten

Bedragen x € 1.000 31/12/2025   31/12/2024
   
Deelnemers/cursisten  408       341   
Totaal deelnemers/cursisten    408       341 

6.3 Overige vorderingen

Bedragen x € 1.000 31/12/2025   31/12/2024
     
Gemeenten 130     80  
Overige vorderingen  676       507   
Totaal overige vorderingen    806       587 

De vergelijkende cijfers zijn aangepast voor presentatiewijzigingen, waarbij vorderingen op gemeenten afzonderlijk zijn gepresenteerd onder de overige vorderingen. Deze wijziging heeft geen effect op het resultaat en het vermogen.

6.4 Overlopende activa

Bedragen x € 1.000 31/12/2025   31/12/2024
   
Vooruitbetaalde kosten  2.403       1.554   
Diverse overlopende activa  488       819   
Totaal overlopende activa    2.891       2.373 

6.5 Vorderingen

Bedragen x € 1.000 31/12/2025   31/12/2024
   
Vorderingen OC&W 0     43  
Totaal vorderingen OC&W   0     43

In de post debiteuren zakelijk en deelnemers  is de voorziening dubieuze debiteuren gesaldeerd conform onderstaand overzicht per 31 december.

Voorziening voor oninbaarheid

De voorziening voor oninbaarheid wordt bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:

Bedragen x € 1.000   2025     2024
Stand per 1 januari   82     126
Onttrekking/vrijval   -82     -126
Dotatie   142     82
Stand per 31 december   142     82

7. Liquide middelen

Bedragen x € 1.000 31/12/2025   31/12/2024
   
Banken (incl. betalingen onderweg) -495     875  
Ministerie van Financiën 89.048     92.615  
Kasmiddelen 0     0  
Spaarrekeningen/deposito's 353     353  
Totaal liquide middelen   88.906     93.843

De liquiditeiten staan na aftrek van de verstrekte bankgaranties ten behoeve van derden ad € 350.297,- vrij ter beschikking van Stichting ROC Midden Nederland.

Per 31 december 2025 bedraagt de rekening courantverhouding Ministerie van Financiën € 89,0 miljoen positief.

8. Groepsvermogen

Bedragen x € 1.000 Boekwaarde 31-12-2024 Mutaties +/- Boekwaarde 31-12-2025
 
Algemene reserve      
Algemene reserve en resultaatbestemming 135.884 4.303 140.187
Reserve Stichting Van Beuningenfonds 540 7 547
Totaal Algemene reserve 136.424 4.310 140.734
Wettelijke reserve      
Wettelijke reserve immateriële vaste activa 0 0 0
Totaal Wettelijke reserve 0 0 0
Totaal eigen vermogen 136.424 4.310 140.734

Verschillen in het eigen vermogen en het resultaat tussen de enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekening

Aan het einde van 2025 bestaat er een verschil tussen het geconsolideerde eigen vermogen (€ 140,7 miljoen) en het enkelvoudige eigen vermogen (€ 140,2 miljoen) van € 547K. Dit verschil wordt veroorzaakt door het betrekken van Stichting Van Beuningenfonds in de consolidatie.

Aangezien op de enkelvoudige balans van het groepshoofd geen kapitaalbelang in een stichting tot uitdrukking kan worden gebracht, is eliminatie van een zodanig kapitaalbelang tegenover het eigen vermogen van de stichting niet mogelijk.

Bedragen x € 1.000     31/12/2025
Eigen vermogen geconsolideerd      140.734 
Verschil (Stichting Van Beuningenfonds)      -547 
Eigen vermogen enkelvoudig      140.187 
       
Resultaat geconsolideerd      4.310 
Verschil (Stichting Van Beuningenfonds)      -6 
Resultaat enkelvoudig      4.304 

9. Voorzieningen

Bedragen x € 1.000 Mutaties 2025 Onderverdeling saldo
  Saldo 31-12-2024 Dotaties Onttrekkingen Vrijval Saldo 31-12-2025 Kortlopend deel < 1 jaar Langlopend deel > 1 en >5 jaar
 
Voorziening Jubileumverplichtingen 1.226 122 204 0 1.144 112 1.032
Totaal voorziening uitgestelde personele beloningen 1.226 122 204 0 1.144 112 1.032
               
Wachtgelden 2.834 950 1.213 0 2.571 1.185 1.386
Totaal voorziening wachtgelden 2.834 950 1.213 0 2.571 1.185 1.386
               
Voorziening reorganisatie/beeindiging activiteiten 225 50 130 0 145 130 15
Totaal voorziening reorganisatie/beeindiging activiteiten 225 50 130 0 145 130 15
               
Voorziening langdurig zieken 223 0 0 5 218 218 0
Totaal voorziening langdurig zieken 223 0 0 5 218 218 0
               
Voorziening regeling seniorenverlof 6.070 2.032 1.211 0 6.891 1.366 5.525
Totaal voorziening regeling seniorenverlof 6.070 2.032 1.211 0 6.891 1.366 5.525
               
Voorziening transitievergoeding tijdelijke aanstelling 823 143 85 0 881 877 4
Totaal voorziening transitievergoeding tijdelijke aanstelling 823 143 85 0 881 877 4
               
Voorzieningen personeel overig 25 0 10 0 15 13 2
Voorziening projecten 300 0 0 200 100 0 100
Totaal overige voorzieningen 325 0 10 200 115 13 102
               
Totaal voorzieningen 11.726 3.297 2.853 205 11.965 3.901 8.064

Een voorziening van circa € 3,9 miljoen, waarvan de afwikkeling naar verwachting binnen een jaar zal plaatsvinden, wordt als kortlopend beschouwd. Het resterende bedrag van circa € 8,1 miljoen zal naar verwachting pas na meer dan vijf jaar worden afgewikkeld.

Onder afwikkeling wordt mede verstaan omzetting in een op korte termijn opeisbare schuld.  

9.1 Voorziening Jubileumrechten

Conform CAO BVE heeft het personeel van ROC Midden Nederland bij 25- en/of 40-jarig ambtelijk dienstverband recht op een jubileumgratificatie. Deze gratificatie is bij 25-jarige diensttijd 50% en bij 40-jarig jubileum 100% van de bezoldiging (per maand inclusief vakantiegeld). De toekomstige gratificatie is aan te merken als een uitgestelde beloning waarvoor conform RJ 271 een voorziening is gevormd.

De gemiddelde (ambtelijke) diensttijd is -gelet op de leeftijdsopbouw- dusdanig dat ROC Midden Nederland de komende periode in toenemende mate met jubileumrechten zal worden geconfronteerd. Bij de berekening is rekening gehouden met de individuele situatie van de personeelsleden en de contante waarde van deze verplichting. Bij de berekening van de contante waarde is gebruik gemaakt van een disconteringsvoet van 2%.

9.2 Voorziening wachtgeld

Met ingang van 1 juli 2005 is de instelling door gewijzigde regelgeving volledig risicodrager voor het wachtgeldrisico. Hiervoor is een voorziening getroffen. De wachtgeldvoorziening is gevormd voor de per balansdatum bestaande (bovenwettelijke) wachtgeldverplichtingen. De totale toekomstige lasten worden voorzien voor de volledige termijn waarop de gerechtigde recht heeft. Deze verplichting is contant gemaakt tegen een disconteringsvoet van 2%.

9.3 Voorziening reorganisatie

In 2012 heeft een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden die leiden tot een herijking van de voorziening reorganisatie. Deze ontwikkelingen betreffen de impact op het inpassen van het personeel Participatieopleidingen in het MBO onderwijs en de invoering van maatregelen in het kader van Focus op Vakmanschap.

9.4 Voorziening langdurig zieken

De 'voorziening voor langdurig zieken' is getroffen voor personeelsleden die geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn werkzaamheden te verrichten. De ziekte of arbeidsongeschiktheid zal naar verwachting gedurende het resterende dienstverband niet worden opgeheven. ROC Midden Nederland heeft een verplichting van doorbetalen aan betreffende personeelsleden tot einde diensttijd.

9.5 Voorziening regeling seniorenverlof

De 'regeling duurzame inzetbaarheid' of 'regeling seniorenverlof' is bedoeld om werknemers in de gelegenheid te stellen afspraken te maken die hen helpen om ook op langere termijn het werk goed, gezond en met plezier te blijven doen en om werk en privé goed te combineren. Eigen verantwoordelijkheid en keuze van de werknemer staan daarbij voorop. In het onderhandelaarsakkoord CAO MBO 2022-2023 is opgenomen dat per 1 juli 2022 een aanvullende keuzemogelijkheid in werking is getreden voor werknemers vanaf 62 jaar, die geen gebruik maken van de bestaande seniorenregeling. De regeling seniorenverlof biedt medewerkers van 62 jaar en ouder de mogelijkheid om verlof te sparen. In de 'regeling jaarverslag onderwijs' is aangegeven dat voor deze gespaarde uren ouderenverlof een voorziening op de balans moet worden ingericht.

In de berekening van de voorziening is daarom een schatting gemaakt van de toekomstige deelname van potentiële deelnemers die (in de komende vijf jaren) voldoen aan de voorwaarden. De berekeningswijze is vergelijkbaar met de reeds bestaande seniorenregeling voor medewerkers vanaf 57 jaar (waarbij opbouw vanaf 52 jaar plaatsvindt).

Bij het bepalen van de voorziening seniorenverlof wordt expliciet rekening gehouden met schattingselementen die van invloed zijn op de verwachte opname of uitbetaling van gespaarde uren. Deze voorziening betreft immers toekomstige verplichtingen waarvan het moment van opname, de duur en het uiteindelijke gebruik onzeker kunnen zijn. Niet alle gespaarde uren leiden namelijk tot een daadwerkelijke opname of uitbetaling, bijvoorbeeld door personeelsverloop, verval van rechten of keuzes van medewerkers.

In 2025 zijn enkele uitgangspunten en schattingselementen opgenomen die relevant zijn voor de berekeningsmodellen.
Uitgangspunten:

  • Pensioenleeftijd;
  • Percentage sociale lasten, werkgeversbijdragen en pensioenen;
  • Opbouw voorziening seniorenverlof.

Deze factoren worden vertaald in een inschatting van de waarschijnlijkheid dat gespaarde uren tot een verplichting leiden. De voorziening wordt hierop aangepast om tot een reële en onderbouwde waardering te komen. Deze methodiek wordt periodiek geëvalueerd en bijgesteld op basis van actuele gegevens, beleid en regelgeving.

Schattingselementen
De basis voor het vaststellen van de hoogte van deze voorziening is het aantal uur dat medewerkers van 62 jaar en ouder op basis van een plan hebben gespaard. Deze verplichting is contant gemaakt tegen een disconteringvoet van 2,0%.

9.6 Voorziening transitievergoeding bij tijdelijk dienstverband

Sinds juli 2015 geldt er een nieuwe (wettelijke) regeling voor werkgevers bij het niet verlengen van een dienstverband. De vergoeding wordt volgens nieuwe regels vastgesteld, de zogenaamde transitievergoeding. Als een werknemer 1 jaar of langer een tijdelijk dienstverband heeft dan is de transitievergoeding verschuldigd. De vergoeding bedraagt 1/3 maandsalaris per dienstjaar. De vergoeding lijkt redelijk voorzienbaar en kan bedrijfseconomisch aan het jaar worden toegerekend (mits in dat jaar de werknemer in dienstbetrekking was). Op 1 januari 2020 trad de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking. Deze wet brengt wijzigingen in het ontslagrecht aan, waaronder de transitievergoeding. Voor de transitievergoeding heeft ROC Midden Nederland de volgende wijzigingen geaddeerd:

  • Werknemer heeft vanaf de eerste werkdag recht op transitievergoeding;
  • Verhoging opbouw transitievergoeding vervalt;
  • Vervangende voorziening in cao alleen nog bij ontslag vanwege bedrijfseconomische reden;
  • De berekening voor de transitievergoeding verandert.

9.7 Voorziening personeel overig

De 'voorziening personeel overig' bestaat uit een verplichting die voortvoeit uit specifieke afspraken maar waarvan de omvang nog onzeker is.

9.8 Voorziening Projecten

Het saldo betreft voorziening binnen RIF-projecten. Aangezien de prognose van de te maken kosten door ROC Midden Nederland (en haar projectpartners) voor de afronding van het project hoger uitvalt dan de cofinanciering, draagt ROC Midden Nederland (incl. partners) het restante risico van € 100K.

10. Langlopende schulden

Kredietinstellingen Stand per 01-01-2025 Nieuwe financiering Aflossingen 2025 Stand per 31-12-2025 Resterende looptijd Rente %
Bedragen x € 1.000         >1 <5 jaar >5 jaar  
Ministerie van Financiën (schatkistbankieren) 5.670 0 333 5.337 1.332 4.005 2,25%
Ministerie van Financiën (schatkistbankieren) 6.003 0 333 5.670 1.332 4.338 2,47%
Ministerie van Financiën (schatkistbankieren) 2.241 0 251 1.990 1.004 986 0,87%
Ministerie van Financiën (schatkistbankieren) 8.336 0 333 8.003 1.332 6.671 0,10%
Totaal kredietinstellingen 22.250 0 1.250 21.000 5.000 16.000  

De mutatie 2025 betreft de aflossingsverplichting voor 2026. Dit betreft derhalve de overboeking van het kortlopende deel van de lening naar de kortlopende schulden.

Ministerie van Financiën (rekening-courant)

Bij de Rabobank lopen vanaf 2009 geen financieringsfaciliteiten meer. Sinds die tijd neemt ROC Midden Nederland deel aan geïntegreerd middelenbeheer (zgn. Schatkistbankieren) en heeft het de beschikking over een kredietfaciliteit bij het Ministerie van Financiën ter grootte van 10% van de publieke jaaromzet, waarbij jaarlijks de grootte opnieuw berekend zal worden. Thans bedraagt de faciliteit € 11 miljoen.

Deze faciliteit is gekoppeld aan de rekening-courant die ROC Midden Nederland aanhoudt bij het Ministerie van Financiën. Het renteniveau is Eonia-fixing. De renteconventie is de dagtelling op basis van actual/360. Voor het aanhouden van de rekening-courant worden geen kosten in rekening gebracht. Er zijn geen zekerheden gesteld.

Ministerie van Financiën (lening)

In 2012 is er een nieuwe lening afgesloten met het Ministerie van Financiën ad € 10 miljoen (leningnummer 2084). Deze lening loopt lineair af in 30 jaar. Het rentepercentage is vast en bedraagt jaarlijks 2,25%. Verder is in 2013 een derde lening afgesloten met het Ministerie van Financiën ad € 10 miljoen (leningnummer 2211). Deze lening loopt ook lineair af in 30 jaar en de rentekosten bedragen jaarlijks vast 2,47%. Verder is in 2014 een vierde lening afgesloten met het Ministerie van Financiën ad € 5 miljoen (leningnummer 2212). Deze lening loopt lineair af in 20 jaar en de rentekosten bedragen vast 0,87%. In 2020 is er een nieuwe lening afgesloten met het Ministerie van Financiën ad € 10 miljoen (leningnummer 3441). Deze lening loopt lineair af in 30 jaar. Het rentepercentage is vast en bedraagt jaarlijks 0,10%. De gestelde zekerheden bij het Ministerie van Financiën op bovenstaande leningen bestaan uit het registergoed of de registergoederen, zowel tezamen als ieder afzonderlijk, waarop ten behoeve van de Staat hypotheek is verleend, en de goederen die bij de hypotheekakte aan de Staat zijn verpand, voor wat betreft de locaties:

  • Disketteweg 10, te Amersfoort;
  • Marco Pololaan 2, te Utrecht;
  • Vondellaan 174-176, te Utrecht.

Bij de hierboven genoemde locaties is rekening gehouden met een maximale financiering van 95%.

De totale lening in 2025 bedraagt € 22,3 miljoen, waarvan € 1,3 miljoen kortlopend is. Deze wordt verantwoord bij de kortlopende schulden (kredietinstellingen).

10.1 Overige langlopende schulden

Overige langlopende schulden betreffen het langlopend deel van de medewerkers met een afvloeiingsregeling. Het kortlopend deel staat onder kortlopende schulden.

Bedragen x € 1.000 Stand per
01-01-2025
Aflossingen 2025 Mutatie 2025 Stand per
31-12-2025
Resterende looptijd
  >1 jaar >5 jaar
Totaal overige langlopende schulden 161 148 193 206 206 0

10.2 Totaal Langlopende schulden

Bedragen x € 1.000 31/12/2025   31/12/2024
   
Schulden Ministerie van Financiën 21.000     22.249  
Overige langlopende schulden 206     161  
Totaal langlopende schulden   21.206     22.410

11. Kortlopende schulden en overlopende passiva

Bedragen x € 1.000   31/12/2025     31/12/2024
     
Deze post is als volgt te specificeren:            
Kredietinstellingen 11.1 1.250     1.250  
Ministerie van OCW (schuld) 11.2 494     287  
Crediteuren 11.3 3.427     1.654  
Belastingen en premies sociale verzekeringen 11.4 6.939     6.207  
Schulden ter zake pensioenen 11.5 3     2  
Overige kortlopende schulden 11.6 35     4  
Overlopende passiva 11.7 17.915     19.021  
Totaal kortlopende schulden en overlopende passiva     30.063     28.425

De kortlopende schulden hebben allen een resterende looptijd van korter dan een jaar. De reële waarde van de kortlopende schulden benadert de boekwaarde vanwege het kortlopende karakter ervan.

11.1 Kredietinstellingen

De mutatie 2025 betreft de aflossingsverplichting van de leningen voor 2026. Dit betreft derhalve de overboeking van het kortlopende deel van de lening naar de kortlopende schulden (zie paragraaf 10).

11.2 Kortlopende schulden (OCW)

Dit betreft de aan het Ministerie van OCW terug te betalen subsidies voor RIF MBO 2019-2022,VSV 2020-2024, Flexibel beroepsonderswijs derde leerweg (G2), Zij instroom 2019 en Lerarenbeurs 2024/2025.

Lerarenbeurs en Zijinstroom zoals opgenomen in de verantwoording subsidies OCW zonder verrekeningsclausule G1.

Bedragen X € 1 Kenmerk        
Flexibel beroepsonderswijs derde leerweg (G2) (2021-2023) en 2025 FLEX20021         17.712  
Zij instroom 2019 962619-1 (ref. 828939940         11.896  
RIF MBO 2019-2022 RIF20019 Entree leert op de werkplek RIF20019         452.924  
VSV 2020-2024/2025 AANV REGIO 16(verl.progr.contactscholen) POR/202503/000020         134  
Lerarenbeurs 2024/2025 1414723-1 (kenmerk 146856)         11.146  
Totaal schuld aan Ministerie van OCW             493.812

11.3 Crediteuren

Bedragen x € 1.000 31/12/2025       31/12/2024
       
Crediteuren 3.414         1.630  
Crediteuren personeel 13         24  
Totaal Crediteuren   3.427         1.654

11.4 Belastingen en premies sociale verzekeringen

Bedragen x € 1.000 31/12/2025       31/12/2024
       
Loonheffing/Premies sociale verzekeringen 6.934         6.226  
BTW 57         33  
Overige -52         -53  
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen   6.939         6.207

11.5 Schulden ter zake pensioenen

Bedragen x € 1.000 31/12/2025       31/12/2024
         
Totaal Schulden ter zake pensioenen   3         2

11.6 Overige kortlopende schulden

Bedragen x € 1.000 31/12/2025       31/12/2024
       
Overige 35         4  
Totaal overige kortlopende schulden   35         4

11.7 Overlopende passiva

Bedragen x € 1.000 31/12/2025       31/12/2024
       
Reservering vakantietoeslag 4.871         4.661  
Vakantiedagen 1.356         1.251  
Ministerie van OCW geoormerkte bijdragen (G1 en G2B) (11.7.1) 3.841         4.590  
Vooruitontvangen leerling gelden 715         975  
Vooruitontvangen bedragen 3.033         3.534  
Overige overlopende passiva (11.7.2) 4.099         4.010  
Totaal overlopende passiva   17.915         19.021

11.7.1 Overlopende passiva Ministerie van OCW

Omschrijving Toewijzing De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond  
 
 
G1 Verantwoording van subsidies zonder verrekeningsclausule Kenmerk Datum Status  
         
Zij instroom 2021 1122910-1 & 1158945-1& 1160498-1&1164663-1& 1189550-01 19-11-2021 Onderhanden  
Zij instroom 2022 100000110-1 & 100000117-1 & 100000163-1& 100000226-1&100000605-1&100026524-1&100027248-1 26-1-2022&7-3-2022 & 3-5-2022 & 27-6-2022&22-11-2022& 22-4-2025&20-5-2025 Ja  
Zij instroom 2023 100004203-1 & 100004254-1 & 100005012-1&100006988-1&10007049-1 & 100008166-1 & 100008881-1 &100011237-1&100026524-1 6-2-2023&20-2-2023&20-4-2023&22-5-2023&20-7-2023 & 20-10-2023 & 21-11-2023 & 19-12-2023& 22-4-2025 Onderhanden  
Zij instroom 2024 100012637-1&100016777-1&100018112-1&100021671-1&100026524-1&100029149-1 20-2-2024& 21-5-2024&20-11-2024&19-12-2024& 22-4-2025&20-11-2025 Onderhanden  
Zij instroom 2025 100025650-1 & 100026524-1&100027248-1&100029149-1&100033463-1 20-3-2025& 22-4-2025&20-5-2025& 20-11-2025&19-12-2025 Onderhanden  
Lerarenbeurs 2024/2025 144723-1&1445307-1 20-8-2024 & 20-11-024 Ja  
Lerarenbeurs 2025/2026 1475468-1&1479763-1&1480868-1&1482814-1&1483839-1&1496658-1 20-6-2025&22-7-2025&20-8-2025&22-9-2025&21-10-2025&20-11-2025 Onderhanden  
Versterking aansluiting beroepsonderwijskolom VABOK25R20021 26-11-2025 Onderhanden  
Nazorg mbo 2022 2024 NMBO23036 28-02-2023 Ja  

G2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule

G2-A Aflopend per ultimo verslagjaar

Omschrijving Toewijzing Bedrag van de toewijzing Ontvangen t/m vorig boekjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslagjaar Ontvangen in verslagjaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Te verrekenen per 31 december verslagjaar
Bedragen X € 1 Kenmerk Datum
G2-A Aflopend per ultimo verslagjaar                  
RIF MBO 2019-2022 Geodesie en Geo-ICT RIF22005 08-06-2022  328.063   246.048  0 246.048  -246.048  0 0
RIF mbo 2019-2022 RIF20019 Entree leert op de werkplek RIF20019 14-10-2020  1.506.900   1.506.899  764.267 742.632 0 289.708  452.924 
RIF mbo 2019-2022 RIF 20038 Duurzame mobiliteit RIF20038 09-12-2020  758.686   758.687  594.756 163.931 0 163.931  0 
RIF MBO 2019-2022 Make Centre RIF21007 15-06-2021  795.774   721.171  721.170 0  31.884  31.884  0 
VSV 2020-2024 (verl.progr.contactscholen) OND/ODB=2020/3627 M & POR/202410/000039 1-10-2020&14-11-2024  3.538.485   3.538.485  2.679.437 859.047 0 859.047  0 
VSV 2020-2024 AANV REGIO 16(verl.progr.contactscholen) verlengd 31-12-2025 POR/202503/000020 29-04-2025  293.445  0 0 0  293.445  293.311  134 
VSV 2020-2024 AANV REGIO 19(verl.progr.contactscholen) verlengd 31-12-2025 POR/202503/000020 29-04-2025  401.882  0 0 0  401.882  401.882 0
Totaal G2-A :     7.623.235 6.771.290 4.759.631 2.011.657 481.163 2.039.762 453.058

G2-B Doorlopend tot in een volgend verslagjaar. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar

Omschrijving Toewijzing   Bedrag van de toewijzing Ontvangen t/m vorig verslagjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslagjaar Ontvangen in verslagjaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Saldo per 31 december verslagjaar
Bedragen X € 1 Kenmerk Datum
G2-B Doorlopend tot in een volgend verslagjaar                  
RIF MBO 2019-2022 Gezond Stedelijk Leven RIF22009 08-06-2022  722.544   541.908  356.738  185.169   144.509   243.089   86.589 
RIF Expertisecentrum ICT RIF23021 19-10-2023  383.907   172.758  107.787  64.970   76.781   86.943   54.808 
RIF RIF Pedagogische basis 2024-2027 RIF25008 20-10-2025  1.051.660  0 0 0  262.915  0  262.915 
LLO-professionalisering opleiders 2023-2026 (Bouwsteen 3) LLOP-G240009 28-08-2024  1.981.914   877.705  45.054  832.651   736.139   446.326   1.122.464 
LLO-professionalisering oplossingen energie- en grondstoffen (Bouwsteen 2) LLOP-G240001 28-08-2024  1.981.542   779.407  47.970  731.437   343.467   146.041   928.863 
Totaal G2-B      6.121.567   2.371.778   557.549   1.814.227   1.563.812   922.399   2.455.640 

Bij de subsidieregelingen 'Sp. uitkering contactscholen' (Regionaal aanpak VSV) 2020-2024/verlengd 2025 wordt een subsidieproject uitgevoerd door een samenwerkingsverband van verschillende organisaties. De organisaties die samenwerken noemen we partner. De penvoerder (ROC Midden Nederland) en de subsidieontvanger (partner) komen eerst overeen dat ROC Midden Nederland de subsidie zal ontvangen en doorbetalen, doorgaans in de samenwerkingsovereenkomst. De subsidieverstrekker betaalt de subsidie daarna op de rekening van Stichting ROC Midden Nederland.

ROC Midden Nederland zou de subsidie volgens afspraak en declaraties aan de partners moeten betalen. De kosten worden via getekende urenstaten en declaraties verantwoord bij ROC Midden Nederland. Na controle worden de kosten aan de partner betaald en geboekt als projectkosten. Er is een voorschot van € 1.120.912,- aan de partners betaald.

VSV-contactschool ROC Midden Nederland legt in haar jaarrapportage jaarlijks financieel verantwoording af over de besteding van het budget in het 'VSV-programma Eem en Vallei'. De activiteiten zijn uitgevoerd en de middelen worden conform de Regelgeving (Regionale aanpak voortijdig schoolverlaten) besteed. 

Bij het project 'RIF MBO 2019-2022 RIF20019 Entree leert op de werkplek' is een voorschot van € 634.840,- betaald en bij 'LLO-professionalisering opleiders 2023-2026' is een voorschot van totaal € 344.033,- aan de partners betaald. Voor 'LLO-professionalisering oplossingen energie- en grondstoffen' is een voorschot van € 48.501,- aan de partners betaald.

ROC Midden Nederland legt in haar jaarrapportage jaarlijks financieel verantwoording af over de besteding van het budget. 

11.7.2 Overige overlopende passiva

Bedragen x € 1.000 31/12/2025   31/12/2024
   
Nog te ontvangen facturen/afrekeningen 4.099     4.002  
Bindingstoelagen MBO 0     8  
Totaal overige overlopende passiva   4.099     4.010

De post 'nog te ontvangen facturen/afrekeningen' geeft aan welk bedrag aan facturen zich aan het einde van het verslagjaar nog in de workflow bevond.

12. Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

12.1 Bankgaranties

Einde 2025 zijn door de Stichting ROC Midden Nederland bankgaranties verstrekt aan:

Contractpartij Looptijd Bedragen x € 1.000
De Waal Beheer Beheer O.G. onbepaald 75
Beheer-maatschappij Kraaikamp BV onbepaald 3
Stichting Meander Medisch Centrum onbepaald 84
Stichting VAM onbepaald 45
Ontwikkelingscombinatie De Dreef V.O.F. onbepaald 55
MEMID Galgenwaard BV onbepaald 15
Stichting VAM onbepaald 74
Totaal   351

12.2 (Meerjarige) financiële verplichtingen

De totale verplichtingen aan de contracten binnen een jaar zijn € 7,8 miljoen, daarnaast heeft € 9,9 miljoen betrekking op financiële verplichting op een looptijd van langer dan een jaar en € 3,5 miljoen een looptijd van langer dan vijf jaar. 

       
Bedragen x € 1.000 < 1 jaar > 1 jaar Resterende looptijd >5 jaar
Huur 3.589 7.674 3.501
Collectieve Inkoopcontracten 4.092 4.227 0
Operationele leasing 72 222 0
Erfpacht KPE 64 0 0
Totaal 7.817 12.123 3.501

Huurcontracten

Locatie/adressen   Postcode Plaats BVO m2 Huur contract pj Eigenaar Einddatum
BSW167 Bisschopsweg 3817 BT Amersfoort 1.434 91 NV Sport, Recr. en Onderwijsvoorz. (SRO) onbepaalde tijd *
MMD001 Stichting Volte / Tamarinde 3562CN Utrecht 177 23 St. Volte 30-04-2033
DKW002 Disketteweg 3821 AR Amersfoort 5.548 528 MVGM t/m 31-7-2027
HCP285 Herculesplein 3584 AA Utrecht 3.400 228 Erle BV (voorheen: Galgenwaard BV) t/m 31-8-2027
HCP303 Herculesplein 3584 AA Utrecht 789 355 Galgenwaard BV (MEMID) t/m 31-7-2027
HCP315 Herculesplein 3584 AA Utrecht 1.020 107 Galgenwaard BV (MEMID) tm 31-07-2027
LVP012 Gemeente Nieuwegein 3584 LA Utrecht 120 17 SSH Utrecht onbepaalde tijd *
MTW003 Kapsalon 3813 TZ Amersfoort 2.662 444 Meander Medisch Centrum 23-01-2034
STB006 Ziekenhuis 3430 DV Nieuwegein 1.950 228 Innovam Groep tm 31-08-2028
STB008 Innovam 3430 DV Nieuwegein 2.237 276 Innovam Groep 31-08-2028
STB019 Innovam 3439 MA Nieuwegein 1.102 132 Innovam Groep 31-08-2028
SED027 Innovam 3562 CP Utrecht 2.444 503 Ontw comb De Dreef v.o.f. 31-07-2032

Voorwaardelijke verplichting

In het verslagjaar 2016 is het resultaat verkoop van het pand Noordweg verwerkt. Het totale verkoopbedrag is € 2,3 miljoen. Bij een ontheffing/wijziging van het vigerende bestemmingsplan, als voornoemd binnen een tijdsbestek van zes jaar gerekend vanaf datum van de eigendomsoverdracht, wordt de koperprijs met € 300.000,- (kosten koper) verhoogd. Bij een ontheffing/wijziging van het vigerende bestemmingsplan, als voornoemd na een tijdsbestek van zes jaar doch binnen tien jaar gerekend vanaf datum van de eigendomsoverdracht, wordt de kopersprijs met € 150.000,- (kosten koper) verhoogd.

Stichting Waarborgfonds MBO

Indien instellingen niet langer aan hun financiële verplichting voor de geborgde leningen kunnen voldoen, kan binnen de daartoe geldende regels het Waarborgfonds worden aangesproken. Mede ter afdekking van dit risico houdt de 'Stichting Waarborgfonds' een risicovermogen aan. Dit vermogen is eind 2024 aangegroeid tot € 21,1 miljoen. De informatie over vermogen 2025 is nog niet beschikbaar. Mocht het eigen vermogen de minimale omvang van € 9,9 miljoen van het waarborgdepot onderschrijden dan hebben de aangesloten instellingen zich verbonden om dit vermogen aan te vullen naar evenredigheid van de in dat jaar ontvangen rijksbijdrage. Deze verplichte bijdrage geldt tot een maximum van 2% van de jaarlijkse rijksbijdrage.

Kredietfaciliteiten

ROC Midden Nederland maakt gebruik van rekening-courant 'Schatkistbankieren' bij het Ministerie van Financiën. Eind 2025 is het saldo op deze rekening-courant faciliteit € 89,0 miljoen positief, tegen eind 2024 € 92,6 miljoen. Eind 2025 doet de Stichting dus geen beroep op de kredietfaciliteit die maximaal € 11 miljoen bedraagt.

13. Overzicht verbonden partijen

ROC Midden Nederland kent een ondersteunende stichting, het 'Van Beuningenfonds', gevestigd in Utrecht. Het fonds heeft tot doel aanvullende financiële ondersteuning te bieden voor activiteiten die bijdragen aan de ontwikkeling van studenten en onderwijs. Sinds het schooljaar 2021–2022 wordt er tijdelijk geen gebruik meer gemaakt van het Van Beuningenfonds.

Het bestuur van de 'Stichting van Beuningenfonds' wordt uitgeoefend door het College van Bestuur van Stichting ROC Midden Nederland. De Stichting Van Beuningenfonds heeft als doel de achterstandsdeelnemers van ROC Midden Nederland te ondersteunen. 

Bedragen X € 1   Beslissende zeggenschap
Naam     Stichting Van Beuningenfonds
       
Juridische vorm     Stichting
Code Activiteit     Overig
Eigen vermogen 31 december 2025     539.464
Exploitatiesaldo 2025     6.727
Omzet 2025     0
       
Verklaring art 2:403 BW     Nee
Consolidatie     Ja
Percentage deelneming     0%

14. Toelichting op de geconsolideerde exploitatierekening

14.1 Rijksbijdrage OCW

Bedragen x € 1.000 2025   Begroting 2025   2024  
       
(Normatieve) rijksbijdrage OCW 167.788     150.651       151.695  
Geoormerkte subsidies 2.619     392       2.761  
Niet geoormerkte subsidies 26.614     35.193       32.614  
Totaal OCW 197.021     186.236       187.070  

14.2 Overige Overheidsbijdragen en subsidies

Bedragen x € 1.000 2025   Begroting 2025   2024
     
Regeling VO-VAVO 3.153     3.142     3.248  
Overige gemeentelijke bijdragen 539     512     519  
Totaal overige overheidsbijdragen en -subsidies   3.692     3.654     3.767

14.3 College, Les – en Examengelden

Bedragen x € 1.000 2025   Begroting 2025   2024
           
Totaal college, les- en examengelden   3.630     4.148     3.438

In de cijfers van de college-, cursus- en examengelden 2025 en 2024 wordt de afrekening van het wettelijk verplicht cursusgeld (WVC) verantwoord.

14.4 Baten werk in opdracht van derden

Bedragen x € 1.000 2025   Begroting 2025   2024
     
Contractonderwijs 3.066     3.115     2.687  
Overige 0     0     0  
Totaal baten werk in opdracht van derden   3.066     3.115     2.687

14.5 Overige baten

Bedragen x € 1.000 2025   Begroting 2025   2024
     
Projecten (geen overheidsbijdragen) 4.038     1.697     3.365  
Verhuur onroerend goed 456     315     344  
Detachering personeel 175     197     519  
Restauratieve voorzieningen 0     0     1  
Stage- en schoolactiviteiten 0     0     0  
Overige 493     205     416  
MBO Webshop 813     0     760  
Boekwinst verkoop panden 0     0     0  
Totaal overige baten   5.975     2.414     5.405

Met 'MBO Webshop' (voormalige Studers) is een contract afgesloten voor de aanschaf van leermiddelen MBO voor een geschat bedrag van € 0,8 miljoen (2025). De afrekeningen, inclusief regel betreffende MBO webshop, zijn onder Overige baten opgenomen.

14.6 Personele lasten

Bedragen x € 1.000 2025   Begroting 2025   2024
     
Lonen en salarissen 113.222     140.767     106.075  
Sociale lasten 15.773     120     14.712  
Pensioenlasten 15.127     0     14.460  
Totaal lonen en salarissen incl. werkgeverslasten   144.122     140.887     135.247
                 
Mutatie personele voorziening 3.299     1.600     2.160  
Personeel niet in loondienst 13.606     9.000     13.059  
Overige 4.445     3.516     4.285  
Totaal overige personele lasten   21.350     14.116     19.504
                 
Uitkeringen   -2.052     -36     -1.834
Totaal personele lasten   163.420     154.967     152.917

14.7 Afschrijvingen

Bedragen x € 1.000 2025   Begroting 2025   2024
     
Immateriële vaste activa 0     0     0  
Gebouwen 7.686     8.130     7.018  
Inventaris en apparatuur 2.851     2.891     3.180  
Overige materiële vaste activa 0     0     0  
Totaal afschrijvingen   10.537     11.021     10.198

14.8 Huisvestingslasten

Bedragen x € 1.000 2025   Begroting 2025   2024
     
Huur 3.521     3.686     3.448  
Klein onderhoud en exploitatie incl. tuinonderhoud 1.814     1.640     1.850  
Energie en water 2.062     2.560     2.326  
Schoonmaakkosten en vuilafvoer 2.718     2.740     2.756  
Belastingen & heffingen 1.004     835     868  
Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering 105     74     126  
Huisvestingsverzekering 246     250     238  
Beveiligingskosten 98     100     76  
Overige huisvestingslasten 798     1.100     1.215  
Totaal huisvestingslasten   12.366     12.984     12.903

14.9 Overige instellingslasten

Bedragen x € 1.000 2025   Begroting 2025   2024
     
Inkoopkosten werk voor derden 3.006     5.731     3.249  
Administratie en beheer ICT-gerelateerd 5.907     5.636     5.298  
Abonnementen en contributies 1.168     1.062     1.142  
Reprokosten (incl. huur kopieerapparaten) 585     746     583  
Porto- en telefoonkosten 430     598     406  
Advieskosten 1.039     398     927  
Accountantskosten 150     140     120  
Kantoorartikelen 117     102     106  
Administratie en beheer overig 857     925     722  
Totaal administratie en beheer   13.259     15.338     12.553
                 
Leermiddelen en activiteiten                
Leermiddelen en activiteiten 5.784     3.866     4.680  
Leermiddelen ICT-gerelateerd 295     315     238  
Examenkosten en externe legitimering 1.230     1.300     1.119  
Totaal leermiddelen en activiteiten   7.309     5.481     6.037
                 
Dotatie/vrijval overige voorzieningen                
Totaal Dotatie/vrijval overige voorzieningen -140     53     255  
(incl. dotatie voorz. dubieuze debiteuren)                
                 
Overige                
PR & Marketing 2.245     1.375     2.485  
Restauratieve voorzieningen 1.584     1.168     1.517  
Boekverlies verkoop panden 0     0     0  
Overige 462     2.858     207  
Totaal overige   4.291     5.401     4.209
                 
Totaal overige instellingslasten   24.719     26.273     23.054

14.10 Financiële baten en lasten

Bedragen X € 1.000 2025   Begroting 2025   2024
     
Financiële baten 2.285     3.000     3.758  
Financiële lasten 317     322     332  
Saldo financiële baten en lasten   1.968     2.678     3.426

Voor de toelichting op de verschillen tussen de begroting en realisatie verwijzen we naar het bestuursverslag en de betreffende paragrafen in het hoofdstuk 'Besturing en Bedrijfsvoering'.

15. Accountantshonoraria

Deloitte Accountants B.V.

             
2025 Deloitte Accountants B.V. Overig Deloitte Accountants B.V. Totaal Deloitte Accountants B.V.      
Onderzoek van de jaarrekening  149.948  0 149.948      
Andere controle opdrachten 0 9.059 9.059      
Advies diensten fiscaal terrein 0 0 0      
Andere niet-controle diensten 0 0 0      
TOTAAL  149.948  9.059 159.007      

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. en BDO Accountants B.V.

2025 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. BDO Accountants B.V.    
Onderzoek van de jaarrekening 0 0    
Andere controle opdrachten 0 0    
Advies diensten fiscaal terrein 9.322 3.721    
Andere niet-controle diensten 0 24.761    
TOTAAL 9.322 28.482    

Deloitte Accountants B.V.

2024 Deloitte Accountants B.V. Overig Deloitte Accountants B.V. Totaal Deloitte Accountants B.V. PricewaterhouseCoopers Accountants N.V.    
Onderzoek van de jaarrekening  102.850  9.075 111.925 0    
Andere controle opdrachten 0 7.381 7.381 0    
Advies diensten fiscaal terrein 0 0 0 12.721    
Andere niet-controle diensten 0 0 0 0    
TOTAAL  102.850   16.456   119.306  12.721    
Nagekomen kosten/afrekening i.v.m. Jaarafsluiting 26.620 -7.381 19.239 0    
TOTAAL 129.470 9.075 138.545 12.721    

Bovenstaande honoraria betreffen uitsluitend de werkzaamheden die bij de instelling en de in de consolidatie betrokken maatschappijen zijn uitgevoerd door accountantsorganisaties en onafhankelijke accountants, toerekenen aan het boekjaar waar de kosten betrekking op hebben, ongeacht of de werkzaamheden door de accountant in het boekjaar zijn verricht, zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 Wta (Wet toezicht accountant).

16. Gemiddeld aantal werknemers

Het totaal aantal medewerkers bedroeg in 2025 1.824, wat overeenkomt met een gemiddeld aantal van 1.454 fte. In 2024 lag het gemiddeld aantal fte op 1.428. Geen van onze medewerkers was werkzaam buiten Nederland.

17. Model WNT bezoldiging bestuurders en toezichthouders

17.1 Toelichting bij het samenstellen van de WNT verantwoording

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op de ;Stichting ROC Midden Nederland' van toepassing zijnde regelgeving: Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) en de Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren.

Het voor Stichting ROC Midden Nederland toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 246.000; bezoldigingsmaximum voor het onderwijs, klasse G (18-20 punten), complexiteitspunten per criterium:

  • De totale baten uit 2023: 9 punten
  • Het aantal studenten op 1 oktober 2023: 4 punten
  • Gewogen aantal onderwijssoorten of sectoren: 5 punten

Het weergegeven toepasselijke WNT-maximum per persoon of functie is berekend naar rato van de omvang (en voor topfunctionarissen tevens de duur) van het dienstverband, waarbij voor de berekening de omvang van het dienstverband nooit groter kan zijn dan 1,0 FTE. Het individuele WNT-maximum voor de leden van de Raad van Toezicht bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10% van het bezoldigingsmaximum, berekend naar rato van de duur van de benoeming. Er is in 2025 geen ontslagvergoeding uitgekeerd aan de bestuurders. Onder de WNT worden ontslagvergoedingen apart genormeerd en dit bedrag valt dus niet onder de sectorale norm voor het MBO. Overigens voldoet ook de ontslagvergoeding aan de norm.

17.2 Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking

Bedragen X € 1
Bezoldiging topfunctionarissen 2025 H.J. Spronk M.A. Labij
Functiegegevens Voorzitter CvB Lid CvB
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01/01 – 31/12 01/01 – 31/12
Omvang dienstverband (in FTE)  1,000   1,000 
Dienstbetrekking Ja Ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 219.409 219.010
Beloningen betaalbaar op termijn 23.538 23.505
Bezoldiging (subtotaal) 242.947 242.515
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 246.000 246.000
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. ,
Bezoldiging 242.947 242.515
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.
Bedragen X € 1
Gegevens 2024 H.J. Spronk M.A. Labij
Functiegegevens Voorzitter CvB Lid CvB
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 – 31/12 01/01 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) ja ja
Dienstbetrekking?  1,000   1,000 
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 206.480 194.887
Beloningen betaalbaar op termijn 23.789 23.781
Bezoldiging (subtotaal) 230.269 218.668
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 233.000 233.000
Bezoldiging 230.269 218.668

17.3 Toezichthoudende topfunctionarissen

Bedragen X € 1
Gegevens 2025 S.P.M. de Waal S. Ayranci A. El-Khetabi L.J.F. Guérin F.E. van Kommer M.T. Otto
Functiegegevens Voorzitter Raad van Toezicht Lid Raad van Toezicht Lid Raad van Toezicht Lid Raad van Toezicht Lid Raad van Toezicht Lid Raad van Toezicht
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
Bezoldiging            
Bezoldiging 33.210 22.140 22.140 22.140 22.140 22.140
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 36.900 24.600 24.600 24.600 24.600 24.600
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 33.210 22.140 22.140 22.140 22.140 22.140
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bedragen X € 1
Gegevens 2024 S.P.M. de Waal S. Ayranci A. El-Khetabi L.J.F. Guérin F.E. van Kommer M.T. Otto
Functiegegevens Voorzitter Raad van Toezicht Lid Raad van Toezicht Lid Raad van Toezicht Lid Raad van Toezicht Lid Raad van Toezicht Lid Raad van Toezicht
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
Bezoldiging            
Bezoldiging 29.708 19.805 19.805 19.805 19.805 19.805
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 34.950 23.300 23.300 23.300 23.300 23.300
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 29.708 19.805 19.805 19.805 19.805 19.805
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen die in 2025 een bezoldiging boven het toepasselijke WNT-maximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WOPT of de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2025 geen ontslaguitkeringen aan topfunctionarissen betaald die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd. 

18. Resultaatbestemming

Bedragen x € 1.000    
Het College van Bestuur stelt voor het resultaat ad. 4.310   als volgt te bestemmen:
Toevoeging aan reserve van Beuningenfonds 7    
Toevoeging aan de algemene reserve 4.303    
Wettelijke reserve      
Vrijval wettelijke reserve immateriële vaste activa 0    

Dit voorstel is reeds in de jaarrekening verwerkt.

19. Gebeurtenissen na balansdatum

ROC Midden Nederland heeft geen gebeurtenissen die controle-informatie verschaffen over omstandigheden die bestonden op de datum van de financiële overzichten en geen gebeurtenissen die controle-informatie verschaffen over omstandigheden die ontstaan zijn na de datum van de financiële overzichten.

20. Gegevens over de rechtspersoon

     
Naam instelling:   Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Midden Nederland
     
Adres:   Brandenburchdreef 20
     
Postadres:   Postbus 3065
     
Postcode/plaats   3502 GB UTRECHT
     
Telefoon:   030 7546531
     
E-mail:   info@rocmn.nl
Internetsite:   http://www.rocmn.nl
     
Bestuursnummer:   40597
     
Brinnummer:   25 LH
     
KvK-nummer:   41186931
     
Onafhankelijke accountant:   Deloitte Accountants B.V.
     
Contactpersoon:   de heer M. Pater

21. Toelichting op de enkelvoudige balans en staat van baten en lasten 2025

Bedragen x € 1.000 Ref. 31/12/2025   31/12/2024
ACTIVA    
Vaste Activa            
Immateriële vaste activa 5.1 0     0  
Materiële vaste activa 5.2 108.751     98.693  
Financiële vaste activa 21.3 0     0  
Totaal vaste activa     108.751     98.693
             
Vlottende activa            
Vorderingen 22.1 6.308     6.446  
Liquide middelen 22.2 88.361     93.306  
Totaal vlottende activa     94.669     99.752
Totaal activa     203.421     198.445
Bedragen x € 1.000 Ref. 31/12/2025   31/12/2024
PASSIVA    
Eigen Vermogen 22.3  140.187       135.884   
Voorzieningen 22.4  11.965       11.726   
Langlopende schulden 10  21.207       22.410   
Kortlopende schulden 22.5  30.062       28.425   
Totaal passiva      203.421       198.445 

ENKELVOUDIGE STAAT VAN BATEN EN LASTEN OVER 2025

Bedragen x € 1.000 Ref. Resultaat 2025   Resultaat 2024
     
Baten            
Rijksbijdragen OCW 14.1 197.020     187.070  
Overige overheidsbijdragen en - subsidies 14.2 3.692     3.767  
Cursus- en examengelden 14.3 3.630     3.438  
Werk in opdracht van derden 23.1 3.066     2.687  
Overige baten 23.2 5.976     5.405  
      213.384     202.367
Lasten            
Personele lasten 23.3 163.420     152.917  
Afschrijvingen 14.7 10.537     10.197  
Huisvestingslasten 23.4 12.366     12.902  
Overige instellingslasten 23.5 24.719     23.055  
      211.042     199.071
Saldo baten en lasten     2.342     3.296
Saldo financiële baten en lasten 14.10   1.961     3.418
             
Resultaat     4.303     6.714
Resultaat deelnemingen     0     0
Bijzonder resultaat     0     0
Nettoresultaat     4.303     6.714

21.1 Algemeen

De enkelvoudige jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving. Deze bepalingen zijn van toepassing op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs. De jaarrekening is opgesteld in x € 1.000. We lichten die posten toe van de enkelvoudige jaarrekening die afwijken van de geconsolideerde jaarrekening.

21.2 Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening

Voor de grondslagen van de waardering van activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans en staat van baten en lasten, voor zover hierna niet anders wordt vermeld. De grondslagen van waardering en van resultaatbepaling voor de enkelvoudige jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening zijn gelijk.

21.3 Financiële vaste activa

Er is geen financiële vaste activa in 2025.

22. Toelichting op de onderscheiden posten van de enkelvoudige jaarrekening

22.1 Vlottende activa

Bedragen x € 1.000 31/12/2025   31/12/2024
Vorderingen en overlopende activa  
Debiteuren 2.206     3.105  
Ministerie van OCW 0     43  
Deelnemers/cursisten 408     341  
Overige vorderingen 806     587  
Verbonden partijen 0     0  
Overlopende activa 2.888     2.370  
Totaal vorderingen overlopende activa   6.308     6.446
           
Deze post is als volgt te specificeren:          
           
Debiteuren          
Debiteuren zakelijk 2.206     3.105  
Debiteuren gemeenten 0     0  
Totaal debiteuren   2.206     3.105
           
Totaal deelnemers/cursisten   0     43
           
Totaal Ministerie van OCW   408     341
           
Overige vorderingen          
Gemeenten 130     80  
Overige 676     507  
Totaal overige vorderingen   806     587
           
Overlopende activa          
Vooruit betaalde kosten 2.403     1.554  
Diverse overlopende activa 485     817  
Totaal overlopende activa   2.888     2.370

22.2 Liquide middelen

De liquiditeiten staan na aftrek van de verstrekte bankgaranties ten behoeve van derden ad € 350.297,- vrij ter beschikking van Stichting ROC Midden Nederland.

Bedragen x € 1.000 31/12/2025   31/12/2024
       
Banken (incl. betalingen onderweg) -1.040     338  
Ministerie van Financiën 89.048     92.615  
Kasmiddelen 0     0  
Spaarrekeningen/deposito's 353     353  
Totaal liquide middelen 88.361     93.306  

22.3 Eigen vermogen

Bedragen x € 1.000 Boekwaarde 31-12-2024 Mutaties +/- Boekwaarde 31-12-2025
 
Algemene reserve      
Algemene reserve 135.884 4.303 140.187
Totaal Algemene reserve 135.884 4.303 140.187
Wettelijke reserve      
Wettelijke reserve immateriële vaste activa 0 0 0
Totaal Wettelijke reserve 0 0 0
       
Totaal eigen vermogen 135.884 4.303 140.187

Verschillen in het eigen vermogen en het resultaat tussen de enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekening

Eind 2025 bestaat er een verschil tussen het geconsolideerde eigen vermogen (€ 140,7 miljoen) en het enkelvoudige eigen vermogen (€ 140,2 miljoen) van € 547K. Dit verschil wordt veroorzaakt door het betrekken van 'Stichting Van Beuningenfonds' in de consolidatie. Aangezien op de enkelvoudige balans van het groepshoofd geen kapitaalbelang in een stichting tot uitdrukking kan worden gebracht, is eliminatie van een zodanig kapitaalbelang tegenover het eigen vermogen van de stichting niet mogelijk.

22.4 Voorzieningen

Bedragen x € 1.000   Mutaties 2025 Onderverdeling saldo  
  Saldo 31-12-2024 Dotaties Onttrekkingen Vrijval Saldo 31-12-2025 Kortlopend deel < 1 jaar Langlopend deel > 1 en >5 jaar  
   
Voorziening Jubileumverplichtingen  1.226   122   204  0  1.144   112   1.032   
Totaal voorziening uitgestelde personele beloningen  1.226   122   204  0  1.144   112   1.032   
                 
Wachtgelden  2.834   950   1.213  0  2.571   1.185   1.386   
Totaal voorziening wachtgelden  2.834   950   1.213  0  2.571   1.185   1.386   
                 
Voorziening reorganisatie/beeindiging activiteiten  225   50   130  0  145   130   15   
Totaal voorziening reorganisatie/beeindiging activiteiten  225   50   130  0  145   130   15   
                 
Voorziening langdurige zieken  223  0 0  5   218   218  0  
Totaal voorziening langdurige zieken  223  0 0  5   218   218  0  
                 
Voorziening regeling seniorenverlof  6.070   2.032  1211 0  6.891   1.366   5.525   
Totaal voorziening regeling seniorenverlof  6.070   2.032  1211 0  6.891   1.366   5.525   
                 
Voorziening transitievergoeding bij tijdelijk dienstverband  823  143 85 0  881   877   4   
Totaal voorziening transitievergoeding bij tijdelijk dienstverband  823  143 85 0  881   877   4   
                 
Voorzieningen personeel overig  25  0 10 0  15   13   2   
Voorziening projecten 300 0 0 200  100  0  100   
Totaal overige voorzieningen  325  0 10 200  115   13   102   
                 
Totaal voorzieningen passiefzijde balans  11.726   3.297   2.853   205   11.965   3.901   8.064   

22.5 Kortlopende schulden en overlopende passiva

Bedragen x € 1.000 31/12/2025   31/12/2024
   
Kredietinstellingen 1.250     1.250  
Schuld Ministerie van OCW 494     287  
Crediteuren 3.427     1.654  
Belastingen en premies sociale verzekeringen 6.939     6.207  
Schulden terzake pensioenen 3     2  
Overige kortlopende schulden 35     4  
Overlopende passiva 17.915     19.021  
Totaal kortlopende schulden en overlopende passiva   30.062     28.425
           
Deze post is als volgt te specificeren:          
Belastingen en premies sociale verzekeringen          
Loonheffing/Premies sociale verzekeringen 6.934     6.226  
BTW 57     33  
Overige -52     -53  
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen   6.939     6.207
           
Overlopende passiva          
Reservering vakantietoeslag 4.871     4.660  
Vakantiedagen 1.356     1.251  
Ministerie van OCW geoormerkte bijdragen 3.841     4.590  
Vooruitontvangen leerlinggelden 715     975  
Vooruitontvangen/overlopende projecten 3.033     3.534  
Overige overlopende passiva 4.100     4.011  
Totaal Overlopende passiva   17.915     19.021

23. Toelichting op de enkelvoudige exploitatierekening

Mede naar aanleiding van aanbevelingen vanuit een algemeen onderzoek door de Rekenkamer en een brief van de toenmalige staatssecretaris Rutte is besloten om met ingang van 2006 de contractomzet te splitsen naar financieringsbron. Dit betekent dat alle crebo of overwegend crebo gefinancierde opbrengst in de Stichting wordt verantwoord. De directe en indirecte kosten van de contractactiviteiten worden naar rato van de omzet toegedeeld aan de Stichting.

23.1 Baten werk in opdracht van derden

Bedragen x € 1.000       31/12/2025   31/12/2024
             
Totaal opbrengst werk in opdracht van derden          3.066       2.687 

23.2 Overige baten

Bedragen x € 1.000       31/12/2025   31/12/2024    
             
Projecten (geen overheidsbijdragen)       4.038     3.365      
Resultaat deelnemingen       0     0      
Verhuur onroerend goed       456     344      
Detachering personeel       175     519      
Restauratieve voorzieningen       0     1      
Stage- en schoolactiviteiten       0     0      
MBO Webshop       813     760      
Overige       493     416      
Totaal overige baten         5.975     5.405    

Met 'MBO Webshop' (voormalige Studers) is een contract afgesloten voor de aanschaf van leermiddelen MBO voor een geschat bedrag van € 0,8 miljoen (2025). De afrekeningen, inclusief regel betreffende MBO Webshop, zijn onder 'Overige baten' opgenomen.

23.3 Personele lasten

Bedragen x € 1.000 31/12/2025   31/12/2024
   
Lonen en salarissen 113.222     106.075  
Sociale lasten 15.773     14.712  
Pensioenlasten 15.127     14.460  
Totaal lonen en salarissen incl. werkgeverslasten   144.122     135.247
Dotatie/vrijval voorziening 3.299     2.160  
Personeel niet in loondienst 13.606     13.059  
Overige 4.445     4.285  
Totaal overige personele lasten   21.350     19.504
Uitkeringen -/-   -2.052     -1.834
Totaal personele lasten   163.420     152.917

23.4 Huisvestingslasten

Bedragen x € 1.000 31/12/2025   31/12/2024
   
Huur  3.521       3.448   
Klein onderhoud en exploitatie, incl. tuinonderhoud  1.814       1.850   
Energie en water  2.062       2.326   
Schoonmaakkosten en vuilafvoer  2.718       2.756   
Huisvestingsverzekering  246       238   
Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering  104       126   
Belastingen & heffingen  1.004       868   
Beveiligingskosten  98       76   
Overige huisvestingslasten  799       1.215   
Totaal huisvestingslasten    12.366       12.902 

23.5 Overige instellingslasten

Bedragen x € 1.000 31/12/2025   31/12/2024
   
Administratie- en beheerslasten          
Inkoopkosten werk voor derden 3.006     3.249  
Administratie en beheer ICT-gerelateerd 5.907     5.298  
Abonnementen en contributies 1.168     1.142  
Reprokosten (incl. huur kopieerapparaten) 586     583  
Porto- en telefoonkosten 430     406  
Advieskosten 1.039     927  
Accountantskosten 150     120  
Kantoorartikelen 117     106  
Administratie en beheer overig 856     722  
Totaal administratie en beheer   13.259     12.553
           
Leermiddelen en activiteiten          
Leermiddelen en activiteiten 5.784     4.680  
Leermiddelen ICT-gerelateerd 296     238  
Examenkosten en externe legitimering 1.230     1.119  
Totaal leermiddelen en activiteiten   7.310     6.037
           
Dotatie/vrijval overige voorzieningen   -140     255
           
Overige lasten          
PR & Marketing 2.245     2.485  
Restauratieve voorzieningen 1.584     1.517  
Overige (incl.boekverlies verkoop panden) 461     208  
Totaal overige lasten   4.290     4.210
           
Totaal overige instellingslasten   24.719     23.055

Ondertekening van de jaarrekening

OPMAKEN EN VASTSTELLEN VAN DE JAARREKENING

College van Bestuur:

Dhr. drs. H.J. (Johan) Spronk (voorzitter)
Dhr. M.A. (Michel) Labij (lid)

Utrecht, 10-06-2026

GOEDKEUREN VAN DE JAARREKENING

Raad van Toezicht:

Dhr. dr. S.P.M. de Waal
Mevr. S. Ayranci
Dhr. drs. A. El-Khetabi
Dhr. drs. M.T. Otto
Dhr. F.E. van Kommer
Mevr. dr. L. Guérin

Utrecht, 10-06-2026

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan de raad van toezicht en het college van bestuur van Stichting ROC Midden Nederland

​​​A. VERKLARING OVER DE IN HET JAARVERSLAG OPGENOMEN JAARREKENING 2025​

Ons oordeel

Wij hebben de jaarrekening 2025 van Stichting ROC Midden Nederland te Utrecht gecontroleerd.

Naar ons oordeel:

• Geeft de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting ROC Midden Nederland op 31 december 2025 en van het resultaat over 2025 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

• Zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2025 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.3.1 Referentiekader van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025.

De jaarrekening bestaat uit:

1. De geconsolideerde en enkelvoudige balans per 31 december 2025.

2. De geconsolideerde en enkelvoudige staat van baten en lasten over 2025.

3. De toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij zijn onafhankelijk van Stichting ROC Midden Nederland zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

B. INFORMATIE TER ONDERSTEUNING VAN ONS OORDEEL

Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.

Controleaanpak frauderisico’s

Wij hebben risico’s geïdentificeerd en ingeschat op een afwijking van materieel belang op de jaarrekening die het gevolg is van fraude. Wij hebben tijdens onze controle inzicht verkregen in Stichting ROC Midden Nederland en haar omgeving, de componenten van het interne beheersingssysteem, waaronder het risico-inschattingsproces en de wijze waarop het college van bestuur inspeelt op frauderisico’s en het interne beheersingssysteem monitort en de wijze waarop de raad van toezicht, toezicht uitoefent, alsmede de uitkomsten daarvan.

Wij hebben de opzet en de relevante aspecten van het interne beheersingssysteem en in het bijzonder de frauderisicoanalyse geëvalueerd alsook bijvoorbeeld de gedragscode en de klokkenluidersregeling. Wij hebben de opzet en het bestaan geëvalueerd van interne beheersmaatregelen gericht op het mitigeren van frauderisico’s. Als onderdeel van ons proces voor het identificeren van risico’s op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg is van fraude, hebben wij frauderisicofactoren overwogen met betrekking tot frauduleuze financiële verslaggeving, oneigenlijke toe-eigening van activa en omkoping en corruptie. Wij hebben geëvalueerd of deze factoren een indicatie vormden voor de aanwezigheid van het risico op afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude.

Het door ons geïdentificeerde frauderisico en de uitgevoerde specifieke werkzaamheden luiden als volgt:

• Op basis van onze werkzaamheden en het in de controlestandaarden veronderstelde risico, hebben wij het veronderstelde frauderisico geïdentificeerd met betrekking tot het doorbreken van interne beheersingsmaatregelen door het financieel management, waaronder de leden van het college van bestuur.

• Onze controlewerkzaamheden ten aanzien van het frauderisico zijn gericht op een evaluatie van de opzet en de implementatie van de relevante interne beheersingsmaatregelen om het risico te beperken.

• Daarnaast hebben wij aanvullende gegevensgerichte werkzaamheden uitgevoerd, waaronder het toetsen van journaalboekingen, het identificeren van mogelijke significante transacties buiten de normale bedrijfsvoering, het beoordelen van schattingen op tendenties (inclusief een retrospectieve beoordeling van significante schattingen uit het vorige boekjaar en de onderbouwing van de tijdens het opstellen van de jaarrekening aangebrachte aanpassingen).

• In onze controle bouwen wij een element in van onvoorspelbaarheid. Ook hebben wij de uitkomst van andere controlewerkzaamheden beoordeeld en overwogen of er bevindingen zijn die een aanwijzing geven voor fraude of het niet-naleven van wet- en regelgeving.

• Wij hebben kennisgenomen van de beschikbare informatie en om inlichtingen gevraagd bij leden van het college van bestuur en de raad van toezicht.

Hieruit volgden geen signalen van fraude die kunnen leiden tot een afwijking van materieel belang

Controleaanpak naleving van wet- en regelgeving

Wij hebben een algemeen inzicht verworven in het wet- en regelgevingskader dat van toepassing is op door inlichtingen in te winnen bij het financieel management, het college van bestuur en de raad van toezicht en het lezen van notulen.

Voor zover materieel voor de gerelateerde financiële overzichten, hebben wij op basis van onze risicoanalyse, en rekening houdende met dat het effect van niet-naleving van wet- en regelgeving aanzienlijk varieert, de volgende wet- en regelgeving overwogen:

• De verslaggevingscriteria zoals opgenomen in hoofdstuk 2.2.1 van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025 (waaronder de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs).

• Het referentiekader rechtmatigheid zoals opgenomen in hoofdstuk 2.3.1 van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025.

• De vereisten van de Wet Normering Topinkomens.

Wij hebben voldoende en geschikte controle-informatie verkregen omtrent het naleven van de bepalingen van die wet- en regelgeving die gewoonlijk wordt geacht van directe invloed te zijn op de financiële overzichten. Daarbij hebben wij mede betrokken de vereisten op basis van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025 en de Regeling Controleprotocol Wet Normering Topinkomens (WNT) 2025. Uit onze werkzaamheden volgden geen signalen van niet-naleving van wet- en regelgeving die kunnen leiden tot een afwijking van materieel belang.

Daarnaast is Stichting ROC Midden Nederland onderworpen aan overige wet- en regelgeving waarvan de gevolgen van niet-naleving een van materieel belang zijnde invloed kunnen hebben op de financiële overzichten, bijvoorbeeld ten gevolge van boetes of rechtszaken.

Ten aanzien van deze wet- en regelgeving die geen direct effect hebben op de vaststelling van de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening, zijn onze werkzaamheden beperkter. Naleving van wet- en regelgeving kan van fundamenteel belang zijn voor de operationele aspecten van Stichting ROC Midden Nederland, voor de mogelijkheid van Stichting ROC Midden Nederland om haar activiteiten voort te zetten, dan wel voor het voorkomen van sancties van materieel belang; niet-naleving van dergelijke wet- en regelgeving kan daarom van materieel belang zijnde invloed hebben op de financiële overzichten. Onze verantwoordelijkheid is beperkt tot het uitvoeren van gespecificeerde controlewerkzaamheden ter bevordering van het identificeren van niet-naleving van wet- en regelgeving die een invloed van materieel belang kan hebben op de financiële overzichten. Onze werkzaamheden ter bevordering van het identificeren van gevallen van niet-naleving van overige wet- en regelgeving die een invloed van materieel belang kunnen hebben op de financiële overzichten, zijn beperkt tot (i) het management en, in voorkomend geval, de met governance belaste personen vragen of Stichting ROC Midden Nederland dergelijke wet- en regelgeving naleeft; (ii) de eventuele correspondentie met de desbetreffende vergunningverlenende of regelgevende of toezichthoudende instanties inspecteren.

Uiteraard zijn wij gedurende de controle alert op indicaties van (vermoedens) van niet-naleving van wet- en regelgeving.

Ten slotte hebben wij een schriftelijke bevestiging verkregen dat alle bekende gevallen van niet-naleving of vermoede niet-naleving van wet- en regelgeving, ons ter kennis zijn gebracht.

Controleaanpak continuïteit

Onze verantwoordelijkheden, evenals de verantwoordelijkheden van het college van bestuur en de raad van toezicht, met betrekking tot de continuïteitsveronderstelling wordt beschreven in het hoofdstuk "Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening”.

Het college van bestuur heeft de jaarrekening opgesteld onder de veronderstelling dat de continuïteit van de onderwijsinstelling gehandhaafd blijft en dat zij haar activiteiten in de komende 12 maanden na vaststelling van de jaarrekening 2025 zal voortzetten. Wij hebben de beoordeling door het college van bestuur met betrekking tot de mogelijkheid van de onderwijsinstelling om haar continuïteit te handhaven, geëvalueerd. Hiertoe hebben wij de volgende werkzaamheden verricht:

• Wij hebben risico-inschattingswerkzaamheden verricht, waarbij wij hebben overwogen of er sprake is van gebeurtenissen of omstandigheden die gerede twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de onderwijsinstelling om haar continuïteit te handhaven.

• Wij hebben om inlichtingen verzocht bij de Directeur Finance, Planning & Control, de leden van het college van bestuur en de raad van toezicht of zij gebeurtenissen of omstandigheden hebben geïdentificeerd, die afzonderlijk of collectief, gerede twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de onderwijsinstelling om haar continuïteit te handhaven.

• Wij hebben geëvalueerd of de beoordeling door het college van bestuur alle relevante informatie bevat, waarvan wij naar aanleiding van de controle kennis hebben verkregen.

• Wij hebben op basis van de jaarrekening 2025 en de meerjarenprognose 2026 tot en met 2030 zoals opgenomen in de continuïteitsparagraaf in het jaarverslag 2025 de ontwikkeling van de kengetallen over 2026 tot en met 2030 beoordeeld in relatie tot de continuïteitsveronderstelling. Daarbij hebben wij de signaleringswaarden die de Inspectie van het Onderwijs hanteert in het kader van haar financieel continuïteitstoezicht in acht genomen.

Op basis van deze procedures hebben wij geen rapporteerbare bevindingen met betrekking tot het vermogen van Stichting ROC Midden Nederland om haar continuïteit te handhaven.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd

In overeenstemming met de Regeling Controleprotocol WNT 2025 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1 sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

C. VERKLARING OVER DE IN HET JAARVERSLAG OPGENOMEN ANDERE INFORMATIE

Het jaarverslag omvat andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij. De andere informatie bestaat uit:

• Het bestuursverslag.

• De overige gegevens.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

• Met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat.

• Alle informatie bevat die op grond van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en op grond van de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf ‘2.2.2. Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025 is vereist.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, paragraaf ‘2.2.2. Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het college van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en de met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf ‘2.2.2. Bestuurverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025.

D. BESCHRIJVING VAN VERANTWOORDELIJKHEDEN MET BETREKKING TOT DE JAARREKENING

Verantwoordelijkheden van het college van bestuur en de raad van toezicht voor de jaarrekening

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening, in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. Het bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf ‘2.3.1. Referentiekader’ van het Onderwijsaccountantsprotocol 2025.

In dit kader is college van bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die college van bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet college van bestuur afwegen of de onderwijsinstelling in staat is om haar activiteiten in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet college van bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij college van bestuur het voornemen heeft om de onderwijsinstelling te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is.

Het college van bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderwijsinstelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

De raad van toezicht is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de onderwijsinstelling.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

• Het identificeren en inschatten van de risico’s:

    -dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten;

    -van het niet rechtmatig tot stand komen van baten en lasten alsmede de balansmutaties, die van materieel belang zijn.

• Het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.

• Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de onderwijsinstelling.

• Het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door college van bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan.

• Het vaststellen dat de door college van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderwijsinstelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een instelling haar continuïteit niet langer kan handhaven.

• Het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen.

• Het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Wij communiceren met de raad van toezicht onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.


Amsterdam, 11 juni 2026

Deloitte Accountants B.V. 

Was getekend: drs. V.E.M. Vos-Dekker RA