Gang van zaken gedurende het verslagjaar
Het resultaat van ROC Midden Nederland over verslagjaar 2025 bedraagt € 4,3 miljoen positief. Dit staat tegenover een begroot resultaat van € 3,0 miljoen negatief. Het gerealiseerde resultaat valt daarmee € 7,3 miljoen gunstiger uit dan geraamd. Het werkelijke (genormaliseerde) resultaat is nagenoeg gelijk aan het begrote resultaat.
De positieve afwijking van € 7,3 miljoen werd gerealiseerd door vooral tijdelijke oorzaken. Dit heeft grotendeels te maken met incidentele posten, anders dan de reguliere bedrijfsvoering.
De oorzaak van de positieve afwijking is vooral toe te schrijven aan aanvullende OCW- bekostiging (o.a. N2), de ontvangen extra middelen voor loon- en prijsbijstelling (OCW) en overige OCW budgetten.
Daarnaast hebben we een lagere benutting van vrije ruimte binnen de colleges en uitgestelde/latere investeringen waaronder effect op lagere afschrijvingslasten. Bovendien hebben we lagere rentebaten ontvangen en extra dotatie voorziening geboekt. Het positieve effect bij het VAVO Lyceum is voornamelijk te wijten aan de OCW bekostiging en het nieuwe tarief voor vo-studenten, evenals het OV-reisproduct voor het schooljaar 2025.
Onze financiële kengetallen zijn gezond en stabiel. We voldoen aan de gestelde ratio’s en blijven hieraan voldoen binnen de kaders van de meerjarenbegroting. De geplande investeringsbewegingen resulteren in afnemende ratio’s welke nog steeds zeer robuust zijn en geven uiting aan het investerings- en innovatievermogen dat ROC Midden Nederland van plan is in te zetten.
De bovenmatige eigen vermogensratio bedraagt in 2025 ongeveer -9% (91% van de eigen vermogen), waarmee deze onder de normatieve waarde ligt. Vanaf 2026 zal de ratio verder opbouwen, van -13% naar -18% in 2030 (zie paragraaf Ratio's).
Genormaliseerd resultaat 2025
Het genormaliseerde operationeel jaarresultaat over 2025, dus exclusief incidentele posten, bedraagt € -3,0 miljoen en laat zich als volgt toelichten:
| Genormaliseerd resultaat 2025 | X 1.000 |
|---|---|
| Exploitatieresultaat 2025 volgens staat van baten en lasten in de jaarrekening | 4.310 |
| Incidenteel | |
| Meevallers/Tegenvallers | |
| De landelijke bijstelling van de lumpsumbekostiging en OCW budgetten | -3.010 |
| Effect niet volledig benutten budgeten bij de colleges | -2.700 |
| VAVO: reisproduct en OCW bekostiging | -1.200 |
| MvP resultaat (prijseffect) | -1.000 |
| Projecten opbrengsten | -1.400 |
| Effect lagere afschrijvingskosten | -500 |
| Effect voorzieningen | 1.800 |
| Rente mutatie | 700 |
| Genormaliseerd resultaat excl. incidentele posten | -3.000 |
| Begroot 2025 | -3.000 |
| Surplus | -0 |
| Bedragen x € 1.000 | Totaal ROC MN realisatie 2024 | Totaal ROC MN begroting 2025 (RvT) | Totaal ROC MN realisatie 2025 | Mbo incl. diensten | Vavo Lyceum | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| BATEN | ||||||
| Rijksbijdragen OCW | 187.070 | 186.236 | 197.021 | 189.169 | 7.852 | |
| Overige overheidsbijdragen en - subsidies | 3.767 | 3.654 | 3.692 | 373 | 3.319 | |
| Cursus- en examengelden | 3.438 | 4.148 | 3.630 | 3.630 | 0 | |
| Werk in opdracht van derden | 2.687 | 3.115 | 3.066 | 3.066 | 0 | |
| Overige baten | 5.405 | 2.414 | 5.975 | 5.749 | 226 | |
| Totaal baten | 202.367 | 199.567 | 213.384 | 201.987 | 11.397 | |
| LASTEN | ||||||
| Personele lasten | 152.917 | 154.967 | 163.420 | 157.159 | 6.261 | |
| Afschrijvingen | 10.198 | 11.021 | 10.537 | 10.157 | 380 | |
| Huisvestingslasten | 12.903 | 12.984 | 12.366 | 11.667 | 699 | |
| Overige instellingslasten | 23.054 | 26.273 | 24.719 | 23.632 | 1.087 | |
| Corporate kosten | 0 | 0 | 0 | -1.750 | 1.750 | |
| Totaal lasten | 199.072 | 205.245 | 211.042 | 200.865 | 10.177 | |
| Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering | 3.296 | -5.678 | 2.342 | 1.122 | 1.220 | |
| Saldo financiële bedrijfsvoering | 3.426 | 2.678 | 1.968 | 1.968 | 0 | |
| Saldo buitengewone baten en lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Exploitatieresultaat | 6.722 | -3.000 | 4.310 | 3.089 | 1.220 | |
Het mbo (incl. diensten) laat een resultaat zien van € 3,1 miljoen positief. Het onderdeel Vavo realiseert een positief resultaat van € 1,2 miljoen. In volgend overzicht wordt gespecificeerd welke middelen worden aangewend per activiteit (mbo en Vavo).
Het verschil in de begroting 2025 (goedgekeurd door RvT) is te verklaren door de wijze waarop de detachering van personeel is geboekt. In de begroting 2025 is deze post opgenomen als tegenboeking bij de personeelslasten. Echter, in jaarrekening 2025 is deze post verantwoord onder overige baten, wat de discrepantie tussen de cijfers verklaart.
Het resultaat over het boekjaar bedraagt € 4,3 miljoen tegenover een resultaat van €- 3,0 miljoen. Hierna worden de belangrijkste verschillen per post toegelicht:
Baten
De geconstateerde afwijking wordt voornamelijk veroorzaakt door de toegepaste loon-en prijscompensatie met een totaal effect van € 7,7 miljoen. Daarnaast zijn de beschikbare middelen uit de overige OCW‑budgetten toegenomen, wat een aanvullend effect heeft van circa € 3,1 miljoen. De stijging van de overige baten € 3,5 miljoen is voornamelijk het gevolg van extern gefinancierde projectactiviteiten. In de loop van het jaar werden de middelen deels ingezet en geboekt tegen personeelslasten (incl. inhuur derden) en overige lasten.
De rentebaten vallen € 0,7 lager uit dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door de lage rentestand bij het Ministerie van Financiën.
| (Bedrag x € mln) | Realisatie | Begroot | Afwijking |
|---|---|---|---|
| Rijksbijdragen OCW | 197,0 | 186,2 | 10,8 |
| Overige overheidsbijdragen en - subsidies | 3,7 | 3,7 | 0,0 |
| College-, cursus-, les- en examengelden | 3,6 | 4,1 | -0,5 |
| Baten werk in opdracht van derden | 3,1 | 3,1 | 0,0 |
| Overige baten | 6,0 | 2,5 | 3,5 |
| Totaal | 213,4 | 199,6 | 13,8 |
Lasten
| (Bedrag x € mln) | Realisatie | Begroot | Afwijking |
|---|---|---|---|
| Personele lasten | 163,4 | 154,9 | 8,5 |
| Afschrijvingen | 10,5 | 11,0 | -0,5 |
| Huisvestingslasten | 12,4 | 13,0 | -0,6 |
| Overige instellingslasten | 24,7 | 26,3 | -1,6 |
| Totaal | 211,0 | 205,2 | 5,8 |
Lasten:
- Een negatief effect op de personele lasten van € 8,5 miljoen wordt voor het grootste deel veroorzaakt door het prijseffect personeelslasten € 3,2 miljoen en meerkosten voor inhuur derden van € 4,6 miljoen. De daadwerkelijke inhuur is sterk afhankelijk van inzet van incidentele middelen, maar ook van factoren zoals ziekteverzuim en de doorlooptijd van vacaturevervulling. De aanhoudende arbeidsmarktkrapte heeft hierbij een negatief effect.
Daarnaast vallen de representatie- en overige personeelslasten gezamenlijk € 0,9 miljoen hoger uit dan verwacht. Dit wordt onder meer verklaard door uitgaven voor de smartbag (persoonlijke ondersteuning), een hogere werkkostenheffing en de vakantiedagen. Dotatie voorzieningen zijn € 1,8 hoger dan begroot. Tegenover deze extra kosten staat een aanvullende uitkering van circa € 2,0 miljoen.
Lagere afschrijvingskosten (€ 0,5 miljoen) worden vooral veroorzaakt doordat een deel van de strategische huisvestingsinvesteringen later starten dan de oorspronkelijke globale inschatting.
In de begroting voor 2025 zijn extra huisvestingskosten opgenomen als gevolg van de stijgende energieprijzen. Doordat de definitieve energieprijzen voor 2025 lager liggen dan de prijzen waarmee voor de begroting is gerekend, vallen de energielasten en de servicekosten (van huurpanden) naar verwachting lager uit dan begroot.
De afwijking van de overige instellingslasten van € 1,6 miljoen wordt veroorzaakt door een lagere externe inzet/kosten op mvp projecten.
Personele lasten
In totaal zijn de personele lasten, zoals verantwoord in de exploitatie, € 8,5 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door de volgende factoren:
| Salariskosten incl. werkgeverslasten | 144,1 | 140,9 | 3,2 |
|---|---|---|---|
| Inhuur derden | 13,6 | 9,0 | 4,6 |
| Overige personele lasten | 4,4 | 3,5 | 0,9 |
| Uitkeringen | -2,0 | 0,0 | -2,0 |
| Totaal regulier | 160,1 | 153,4 | 6,7 |
| Dotatie/vrijval voorziening | 3,3 | 1,5 | 1,8 |
| Totaal personele lasten | 163,4 | 154,9 | 8,5 |