Midden in de samenleving
Pijler 2
Pijler 2
In de tweede pijler van de strategie 'De makers van de samenleving' werken we aan onze positie 'midden in de samenleving'. De pijler is uitgewerkt in twee ambities. In dit hoofdstuk laten we zien op welke manier we aan de ambities hebben gewerkt.
Om de maatschappelijke uitdagingen van vandaag en morgen aan te pakken zijn goedopgeleide vakmensen hard nodig. Onze studenten zijn al tijdens hun studie van waarde voor de samenleving door een bijdrage te leveren aan hun omgeving. We werken in ons beroepsonderwijs nauw samen met bedrijven, instellingen en overheden om levensecht leren en creëren te stimuleren en leven lang ontwikkelen mogelijk te maken. We staan midden in de samenleving en dragen bij aan de transitie naar een gezonde en duurzame samenleving.

Ambitie 4: Van waarde voor onze omgeving
Ambitie 5: Werken aan de uitdagingen van morgen
Met ons onderwijs staan we dicht bij de praktijk. Het liefst staan we er middenin. Als opleider van de makers van de samenleving leren we onze studenten nog iets anders dan enkel een vak of een beroep. Namelijk dat ze onderdeel uitmaken van een buurt, een wijk, een dorp, stad of regio. Daarom werken we intensief samen met het werkveld, maatschappelijke partners en andere onderwijsinstellingen. Samen geven we vorm aan een veranderende arbeidsmarkt en maatschappij. We noemen onze studenten en professionals niet voor niets de makers van de samenleving.
Steeds meer colleges bieden 'levensecht leren' aan. Kern is dat studenten niet alleen in de schoolbanken onderwijs krijgen, maar steeds meer impact maken in hun eigen wijk. Studenten ervaren op deze manier dat zij van betekenis voor een ander kunnen zijn. Zelfs aan het begin van hun studie. Opleidingen kiezen zelf hoe zij levensecht onderwijs invullen. Zo heeft de opleiding Maatschappelijke Zorg en Sociaal Werk projectenonderwijs voor de eerstejaars studenten. Studenten maken in deze projecten kennis met allerlei doelgroepen en leren ook werknemersvaardigheden. Studenten gaan onder begeleiding van hun eigen docent naar zorgcentrum Careyn of naar het AZC in Overvecht om activiteiten te organiseren met en voor bewoners. Het gaat hierbij niet om eenmalige activiteiten, maar om duurzame inbedding in het onderwijs.
Bij het Sport College en het Beauty College hebben ze voor een andere vorm gekozen, namelijk een prestatiebureau. Hier ondersteunen studenten bij activiteiten in de stad. Op deze manier komen de studenten op veel verschillende locaties en ontmoeten ze verschillende doelgroepen. Bij het B&A College wordt gewerkt met Loket 1, Box 1, winkel 'Makers' en de dummiewinkel van de Hema.
De afgelopen jaren hebben we hard gewerkt aan het opzetten van hybride en interprofessionele leeromgevingen, de zogenaamde 'wijkplaatsen' in de stad. In Overvecht, Kanaleneiland en Leidsche Rijn werken studenten van de verschillende onderwijsinstellingen (ROC MN/HU/UU) samen met de gemeente aan een maatschappelijke opgave.

In 2025 hebben we ons, bij het werken aan een inclusieve stagemarkt, vooral gericht op het aanpassen van de meldstructuur en de professionalisering van de stagebegeleiders.
Meldstructuur
In de Utrechtse werkgroep ‘Aanpak Stagediscriminatie’ zijn de interne meldprocessen van de verschillende mbo-scholen vergeleken en is onderzocht hoe we tot een regionale werkwijze kunnen komen. Voor ons betekende dit dat we de meldstructuur hebben herzien en aangepast, in samenspraak met onze interne vertrouwenspersonen. In dit traject zijn ook studentenraden en stagebegeleiders betrokken.
Professionalisering
Via het leernetwerk worden stagebegeleiders regelmatig geïnformeerd en betrokken bij de ontwikkelingen en is er ruimte voor uitwisseling. Er is een lessenpakket beschikbaar gesteld waarmee docenten stagediscriminatie bespreekbaar kunnen maken, zowel in de reguliere lessen als in de voorbereiding op de stage.
In oktober 2025 is, in samenwerking met de gemeente Utrecht en de regionale mbo-scholen, een congres georganiseerd voor de stagebegeleiders. Doel hiervan was inspireren, ervaringen delen en gezamenlijk werken aan een inclusieve stagemarkt.
Binnen de 'MBO Uitvoeringsagenda 2023–2026' werken we samen met de Utrechtse mbo-instellingen en de gemeente Utrecht aan twee gezamenlijke ambities:
1. Mbo’ers nemen volwaardig deel aan de Utrechtse samenleving;
2. Jongeren, onderwijs, arbeidsmarkt en gemeente zijn duurzaam met elkaar verbonden.
Een belangrijk resultaat is de position paper ‘Van selectie- naar talentenmaatschappij’, waarin wij – samen met de gemeente Utrecht – pleiten voor de waardering van álle vormen van talent: cognitief, praktisch, sociaal en creatief.
Samen met de mbo-instellingen en de gemeenten Utrecht en Amersfoort zetten wij ons al jaren in voor een gelijkwaardige positie van mbo-studenten. Waar Utrecht eerder al de Utrechtse Introductie Tijd opende voor mbo’ers, volgde Amersfoort in 2025. Tijdens de nieuwe KEI-dag (Kennismaking en Introductie) kregen ruim duizend eerstejaarsstudenten een krachtige start van hun studietijd.
Op 1 oktober openden wij een bijzonder initiatief in de Utrechtse binnenstad: 'Makers'. Deze combinatie van winkel, podium en doorlopende open dag maakt het mbo zichtbaar en tastbaar voor een breed publiek. Studenten laten er zélf zien wat zij maken, kunnen en betekenen. Makers is daarmee een podium voor alle soorten talent en een krachtige uiting van de waarde en trots van het mbo voor onderwijs en samenleving.

Wat betreft de uitdagingen van morgen, zetten wij in op belangrijke thema's. Zo willen we bijdragen aan de transitie naar een duurzame en gezonde samenleving. We zetten ons in voor een bredere kijk op (positieve) gezondheid: preventie, het stimuleren van vitaliteit en de integratie van vakgebieden. Ook willen we bijdragen aan de digitale vaardigheid van burgers. Digitalisering is overal en heeft impact op het werk van mbo-ers, op de manier waarop wij ons onderwijs vormgeven en op onze organisatie.
In 2025 hebben we binnen het programma 'Gezond Stedelijk Leven' verder gewerkt om positieve gezondheid en een gezonde leefstijl zichtbaar te verankeren in zowel het onderwijs als de organisatie. Studenten en medewerkers zijn ondersteund in het ontdekken hoe zij regie kunnen nemen over hun eigen gezondheid en veerkrachtig om kunnen gaan met uitdagingen. Dit deden we onder andere via trainingen, onderwijsprogramma’s en het vernieuwde ontwerpkader dat inzichtelijk maakt hoe positieve gezondheid duurzaam kan worden verankerd in het onderwijs.
De integrale 'Gezonde Schoolaanpak' kreeg verder vorm door pilots en evaluaties op het thema vitaliteit en positieve gezondheid, gekoppeld aan de materialen van 'Welbevinden op School'. Hiermee verbonden we onze inzet op vitaliteit en positieve gezondheid expliciet aan een bewezen, procesmatige veranderaanpak.
Het team rondom Educatieve Technologie ondersteunt het onderwijs bij het omgaan met snel opvolgende ontwikkelingen in dit domein. In 2025 zijn er diverse pilots rondom AI en VR gerealiseerd en is er AI-beleid ontwikkeld. Hierbij is er nadrukkelijk aangesloten bij het Npuls programma.
Onze digitaliseringsagenda en de uitvoering hiervan laat zien dat wij stevig op weg zijn om digitalisering blijvend te verankeren in onderwijs en bedrijfsvoering. Op basis van de Npuls‑gereedheidsscan bevinden wij ons op vrijwel alle thema’s in de experimenteerfase of hoger, wat duidt op een duidelijke ontwikkelvoorsprong ten opzichte van landelijke ambities.
Binnen het 'project Digitale Vaardigheden' professionaliseerden honderden medewerkers zich in AI, blended onderwijs en digitale geletterdheid, ondersteund door een vernieuwd aanbod van de ROC Academie. Er is een start gemaakt met het opbouwen van een competentiematrix voor medewerkers. In het 'AI‑project' is een eerste ROC‑breed AI‑beleid opgesteld, zijn tientallen workshops georganiseerd en heeft de professionele leergemeenschap het 'AI‑lab' waardevolle praktijkervaring en onderzoek opgeleverd. In steeds meer teams ontstaat planmatige aandacht voor digitalisering en AI, al blijft borging in curricula en processen een belangrijke volgende stap. Vanuit de verkenning van een 'Centre for Teaching & Learning' blijkt dat de organisatie behoefte heeft aan een verbindend ecosysteem voor innovatie en professionalisering.