Spring naar inhoud

Bijlagen

Trends in personele cijfers

De volgende cijfers geven inzicht in de realisatie van de formatie en het personeelsbeleid. Daarbij wordt, waar relevant, aangegeven hoe deze realisatie zich verhoudt tot de streefcijfers uit het meerjarenformatiebeleid. Dit beleid is verbonden aan ons meerjarig financieel kader, de meerjarenbegroting en onze strategische koers, en bevat de uitgangspunten voor de inzet en samenstelling van de formatie.

Inzet Strategische personeelsplanning

Strategische personeelsplanning wordt jaarlijks ingezet om de samenstelling en inzet van de formatie te monitoren, analyseren en plannen. Hiermee verbinden we externe ontwikkelingen en interne ambities met de kwalitatieve en kwantitatieve formatie die in de toekomst nodig is. Strategische personeelsplanning draagt bij aan een evenwichtige teamsamenstelling, een passende functiemix en onderwijsinnovatie. Ook kunnen we hiermee tijdig anticiperen op ontwikkelingen in de branche en fluctuaties in studentenaantallen.

De acties die hieruit voortkomen zijn gericht op het aantrekken, ontwikkelen, benutten, professionaliseren en behouden van medewerkers.

Formatie LB LC LD verhouding

  2022   2023   2024   2025  
Functie FTE % FTE % FTE % FTE %
LB 369,4 44,2 327,9 41,9 321 40,8 358,8 43,8
LC 403 48,2 392 50,1 405,9 51,6 399,6 48,8
LD 63,8 7,6 62,9 8 60 7,6 61 7,4
Totaal 836,2 100 782,8 100 786,9 100 819,4 100

In het meerjarenformatiebeleid streven we naar een organisatiebrede functiemix van 40% docent LB en 60% docent LC/LD. Het loopbaanpad van docenten heeft hierbij specifieke aandacht binnen de strategische personeelsplanning van de colleges.

Ondanks deze inzet is het aandeel LC/LD in de afgelopen jaren afgenomen ten opzichte van het totaal aantal docenten. Dit wordt vooral veroorzaakt door de grote instroom van nieuwe docenten in LB (37,8 fte) en een beperktere uitstroom van LC‑docenten (6,3 fte), voornamelijk door natuurlijk verloop. Hierdoor verschuift de verhouding, ondanks de focus op loopbaanontwikkeling en doorgroei naar LC.

Formatie omvang

  2022 2023 2024 2025
Aantal medewerkers 1817 1755 1778 1824
FTE 1483 1398 1415 1448

Net als in 2024 is het totaal aantal medewerkers — zowel onderwijzend personeel (OP) als ondersteunend personeel (OBP) — in 2025 verder gestegen. Deze groei komt deels door de inzet van de dakpanconstructie, waarmee teams nieuwe medewerkers vroegtijdig kunnen aantrekken wanneer collega’s met (pré)pensioen gaan. Dit versterkt de overdracht, borgt de continuïteit en draagt bij aan de kwaliteit van het onderwijs. Daarnaast groeit de formatie door de toename van studentenaantallen.

Formatie: verhouding vast-tijdelijk dienstverband

  2022   2023   2024   2025  
  Aantal % Aantal % Aantal % Aantal %
Vast 1389 76,4 1376 78,4 1391 78,2 1410 77,3
Tijdelijk 428 23,6 379 21,6 387 21,8 414 22,7
Totaal 1817 100 1755 100 1778 100 1824 100

Na de lichte groei van de formatie in 2024 zien we in 2025 opnieuw een toename in het aantal contracten. Zowel het aantal tijdelijke als vaste arbeidsovereenkomsten stijgt. Binnen deze groei neemt het aandeel tijdelijke contracten proportioneel iets toe, vooral door de grotere instroom van nieuwe medewerkers.

Formatie: verhouding voltijd-deeltijd

  2022   2023   2024   2025  
  Aantal % Aantal % Aantal % Aantal %
Voltijd 544 29,9 526 30,0 510 28,7 511 28,0
Deeltijd 1273 70,1 1229 70,0 1268 71,3 1313 72,0
Totaal 1817 100 1755 100 1778 100 1778 100

De verhouding tussen voltijd- en deeltijd­aanstellingen blijft in 2025 stabiel ten opzichte van 2023 en 2024. De lichte stijging van het aantal deeltijdcontracten volgt de algemene toename van de formatie.

Samenstelling functiemix onderwijsteams

  2022   2023   2024   2025  
Functie FTE % FTE % FTE % FTE %
Instructeurs 54,3 6,1 47,9 5,8 49,7 5,9 41,8 4,6
LB 369,4 41,5 327,9 39,5 321 38,4 358,8 39,7
LC 403 45,3 392 47,2 405,9 48,5 399,6 44,2
LD 63,8 7,2 62,9 7,6 60 7,2 61 6,8
Totaal 890,5 100 830,7 100 836,6 100 861,2 100

Binnen de groep instructeurs en docenten zien we in 2025 een toename van de totale formatie. Deze groei wordt bijna volledig veroorzaakt door de stijging van het aantal LB‑docenten, terwijl het aantal instructeurs en LC‑docenten afneemt. De LD‑formatie blijft stabiel.

Functiedifferentiatie instructeurs

  2022   2023   2024   2025  
Functie FTE % FTE % FTE % FTE %
Instructeur 3 (schaal 7) 54 100 21 45,0 25 51,0 17,4 41,7
Instructeur 2 (schaal 8) - - 22 47,0 20 41,0 18,2 43,6
Instructeur 1 (schaal 9) - - 4 8,0 4 8,0 6,2 14,7
Totaal 54 100 48 100 50 100 42 100

Het aantal instructeurs is in 2025 afgenomen na een lichte stijging in 2024. De daling komt vooral door een vermindering van het aantal Instructeur A‑functies, mede omdat meerdere instructeurs zijn doorgegroeid naar docent LB.

De afname binnen de functie Instructeur B hangt samen met doorstroom naar Instructeur C, waar het aantal fte juist toeneemt.

Percentage vrouwen - mannen

  2022   2023   2024   2025  
  Aantal % Aantal % Aantal % Aantal %
Mannen 694 38,2 673 38,3 692 38,9 699 38,9
Vrouwen 1123 61,8 1082 61,7 1086 61,1 1125 61,1
Totaal 1817 100 1755 100 1778 100 1824 100

De verdeling tussen mannen en vrouwen blijft in 2025 stabiel, in lijn met de trend van voorgaande jaren. De organisatie heeft een consistente verhouding van ongeveer 38% mannen en 62% vrouwen.

Aandeel vrouwen en mannen in leidinggevende functies

  2022 2023 2024 2025
  Man Vrouw Man Vrouw Man Vrouw Man Vrouw
aantal 46 50 44 48 43 50 43 59
% (aantal) 47,1 52,9 47,8 52,2 46,7 54,3 42,2 57,8
FTE 45,4 46,1 41,7 44,6 40,8 46 41,8 53,5
% (FTE) 49,6 51,4 48,3 51,7 47,3 53,3 43,9 56,1

Net als in voorgaande jaren zijn er meer vrouwelijke dan mannelijke leidinggevenden. In 2025 neemt het totaal aantal leidinggevenden verder toe, waarbij vooral het aantal vrouwelijke leidinggevenden stijgt. Dit beeld is zowel zichtbaar in aantallen als in omvang gemeten in WTF.

Leeftijdsopbouw

 Leeftijd 2022 2022 2023 2023 2024 2024 2025 2025
  Aantal % Aantal % Aantal % Aantal %
<=24 28 1,5 23 1,3 19 1,1 21 1,2
25-29 149 8,2 125 7,1 118 6,6 101 5,5
30-34 217 11,9 195 11,1 220 12,4 241 13,2
35-39 206 11,3 211 12,0 212 11,9 225 12,3
40-44 164 9,0 179 10,2 196 11,0 228 12,5
45-49 180 9,9 181 10,3 194 10,9 194 10,6
50-54 229 12,6 211 12,0 200 11,2 206 11,3
55-59 259 14,3 233 13,3 230 12,9 233 12,8
60-64 312 17,2 305 17,4 285 16,0 263 14,4
65-67 73 4,0 92 5,2 95 5,3 107 5,9
68> 0 0 0 0 9 0,5 5 0,3

De leeftijdsopbouw is vergelijkbaar met voorgaande jaren, met een duidelijke toename in de categorie 30–44.

Lengte dienstverband

Jaren 2022 2022 2023 2023 2024 2024 2025 2025
  Aantal % Aantal % Aantal % Aantal %
0-5 888 48,9 765 43,6 742 41,7 811 44,8
5-10 259 14,3 356 20,3 416 23,4 398 21,8
10-15 103 5,7 77 4,4 107 6,0 161 8,8
15-20 107 5,9 84 4,8 80 4,5 73 4,0
20-25 201 11,1 218 12,4 174 9,8 123 6,7
25-30 90 5,0 92 5,2 96 5,4 119 6,5
30-35 98 5,4 81 4,6 76 4,3 70 3,8
35-40 51 2,8 61 3,5 64 3,6 54 3,0
40 en meer 20 1,1 21 1,2 23 1,3 15 0,8
totaal 1817 100 1755 100 1778 100 1824 100

Na een eerdere daling neemt in 2025 het aantal medewerkers met een dienstverband van 0–5 jaar weer toe. Deze stijging hangt samen met de algemene groei van het totaal aantal dienstverbanden, waaronder instroom via de dakpanconstructie en de groei van studentenaantallen. De overige categorieën blijven relatief stabiel, met lichte verschuivingen die passen bij natuurlijk verloop en doorstroom.

Nevenfuncties College van Bestuur en Raad van Toezicht

Nevenfuncties College van Bestuur

Naam Functie Overige (neven)functies
Dhr. Drs. H.J. Spronk Voorzitter CvB Lid Raad van Toezicht Talent Primair
Lid Raad van Toezicht Stichting Onderwijsgeschillen
    Lid bestuur MBOe (MBO Excellentie)
    Lid Economic Board Utrecht (EBU)
    Lid Sectorkamer Techniek en Gebouwde Omgeving SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven)
    Lid Raad van Advies van het Kenniscentrum Sociale Innovatie Hogeschool Utrecht
    Lid Bestuur FC Utrecht Foundation
     
     
Dhr. M.A. Labij Lid CvB Lid Raad van Toezicht Stichting Meerkring
  Lid sectorkamer Zakelijke Dienstverlening en Veiligheid SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven)
    Lid Utrecht Talent Alliantie (UTA)
    Lid Regionaal Beraad Amersfoort
    Lid Regionaal Beraad Midden Utrecht
    Voorzitter stuurgroep Maak je Stap

Nevenfuncties Raad van Toezicht

       
Naam Functie binnen RvT Overige (neven)functies Zittingstermijn
Dhr. dr. S.P.M. de Waal Voorzitter RvT, voorzitter werkgeverscommissie Voorzitter Public SPACE Foundation Aftredend per 1-1-2028 (niet herbenoembaar)
    Nevenfuncties:  
    Vz Mediaraad RTV Utrecht  
    Vz Programmaraad Ella Vogelaar Academie voor Gemeenschapskracht  
    Kernlid Utrecht Development Board  
    Oprichter en voorzitter RvT van Stichting Constitutie voor de Commons  
Mevr. S. Ayranci Vice voorzitter RvT, lid werkgeverscommissie Chief Procurement Officer ABN AMRO Bank Aftredend per 1-1-2028 (niet herbenoembaar)
    Nevenfuncties:  
    Lid RvT Midwaste  
    Vz RvT Zorggroep Tellus  
Mevr. dr. L.J.F. Guérin Lid RvT, lid Commissie O&K Dean School of Education and Society en Professor Citizenship bij Academica Aftredend per 1-4-2030 (niet herbenoembaar)
    Nevenfuncties:  
    Bestuurslid Rathenau Instituut  
Dhr. drs. M.T. Otto Lid RvT, voorzitter Commissie Financiën Vz College van Bestuur NHL Stenden Hogeschool Aftredend per 1-4-2030 (niet herbenoembaar)
    Nevenfuncties:  
    Lid RvT Stichting IT HUB (tot 1 dec 2025)  
    Lid RvT Stichting Bison (tot 1 dec 2025)  
    Lid Raad van Toezicht Greenwise Campus  
    Lid RvT Wetsus (vanaf 1 jan 2025)  
Dhr. drs. A. El-Khetabi Lid RvT, voorzitter Commissie O&K Statutair directeur Stichting Giving Back Aftredend per 1-9-2027 (herbenoembaar)
    Nevenfuncties:  
    Toezichthouder Financiën en Huisvesting bij Dr. Prof. Leo Kanner Onderwijsgroep  
    Lid RvA Kunstmuseum Den Haag  
    Lid RvA NxtGenPlus  
    Lid RvC Waterweg Wonen Vlaardingen  
Dhr. F.E. van Kommer Lid RvT, lid Commissie Financiën (bestuurs-) Adviseur publieke sector Aftredend per 1-9-2027 (herbenoembaar)
    Nevenfuncties:  
    Lid RvT ZZG zorggroep  
    Lid RvT Vitalis WoonZorg Groep  
    Lid RvT Vitalis Residentiële Woonvormen  
    Vz Stichting Natuurlijk Otterlo  
    Lid NVTZ Commissie Werkgeverschap  
    Lid RvT Alliade  
    Lid RvT Ouderen Psychiatrie Friesland (tot 31 dec 2025)  

MBO studentenfonds

Om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van hoeveel geld in het eerste jaar na inwerkingtreding van het mbo-studentenfonds is uitgegeven is Tabel uitkeringen mbo-studentenfonds hieronder toegevoegd.

ROC Midden Nederland jaar 2025

Omschrijving Aantallen studenten Totaal van de toekenningen Gemiddelde hoogte van de toekenningen
MBO-studenten die lid zijn van een studentenraad als bedoeld in artikel 8a.1.2, van een andere door het bevoegd gezag ingestelde medezeggenschapsstructuur of van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid Aanvragen
118
€ 35.688  € 302 
  Toekenningen    
  118 € 35.688  € 302 
MBO-studenten die activiteiten verrichten op bestuurlijk of maatschappelijk gebied die naar het oordeel van het bevoegd gezag mede in het belang zijn van de instelling of van het onderwijs dat de student volgt Aanvragen
0
  Toekenningen    
  0 0 0
MBO-studenten, of diens wettelijk vertegenwoordiger, die aantoonbaar onvoldoende financiële middelen hebben voor de aanschaf van onderwijsbenodigdheden waarover de student geacht wordt zelf te beschikken Aanvragen
831
€ 533.326  € 682 
  Toekenningen    
  782 € 533.326  € 682 
MBO-studenten die in verband met de aanwezigheid van een bijzondere omstandigheid studievertraging hebben opgelopen Aanvragen
0
€ 0  € 0 

Verantwoording kwaliteitsagenda

Toelichting financiële verantwoording

Middelen voor kwaliteitsverbetering in het kalenderjaar 2025

De doelstellingen van de kwaliteitsagenda zijn gekoppeld aan de pijlers en ambities in onze strategie. Daarmee zorgen we voor sterke inhoudelijke en financiële verbindingen. Dit betekent tegelijk dat de beschikbaar gestelde financiële middelen uit de regeling zijn toegevoegd aan het instellingsbudget waarmee we ons zowel richten op de ambities in onze strategie als de doelstellingen van de kwaliteitsagenda.

Financieringsstromen voor uitvoering werkagenda

Op landelijk niveau hebben vertegenwoordigers van onderwijs, werkgevers, gemeenten, studenten en docenten afspraken gemaakt in de werkagenda. Op basis van de onderhavige regeling is het de taak van de individuele instelling om de doelstellingen in de landelijke werkagenda uit te werken in een kwaliteitsagenda op het niveau van het werkgebied van de instelling en binnen dat werkgebied een effectieve samenwerking te realiseren.

Er is een meerjarenbegroting opgesteld voor de kwaliteitsafspraken zoals deze zijn opgenomen in de begroting 2023-2027. 

Uitgaven 2024-2027 uitvoering kwaliteitsplan Begroting kwaliteitsmiddelen 2025 Gerealiseerd -Inzet vanuit de kwaliteitsmiddelen   Inzet vanuit subsidies Inzet vanuit lumpsum Totaal vanuit subsidies en lumpsum 2025*
Doelstelling            
x 1.000            
1.1 Gelijkwaardige behandeling studenten  1.825   1.825         - 
1.2 Studentenwelzijn & veiligheid  6.957   7.108       348   348 
1.3 Begeleiding, verminderen VSV  285   285     249   6.734   6.983 
En daarbinnen voor extra ondersteuning voor studenten niveau 2 (alleen 2024)            - 
1.4 Beroepskolom & in- en doorstroom            - 
1.5 Laaggeletterdheid  100   100         - 
             - 
2.1 LOB        1.126   520   1.646 
2.2 Passende bpv, stagediscriminatie en stagevergoeding  979   979         - 
2.3 Leven lang ontwikkelen  1.378   1.378         - 
             - 
3.1 Kwaliteit Nederlands en rekenonderwijs en kwaliteit betrokken docenten  841   841       394   394 
3.2 Kwaliteit burgerschapsonderwijs            - 
             - 
3.3 Aantrekkelijkheid werken in het mbo  5.963   5.963       1.123   1.123 
En daarbinnen voor carrièreperspectief onderwijspersoneel            - 
3.4 Mbo een volwaardige onderzoekspartner, incl. practoraten  1.494   1.494         - 
             - 
Totaal  19.822   19.973     1.376   9.119   10.494 
* Indien u geen onderscheidt maakt in uw begroting tussen financiering vanuit lumpsum en subsidies dan volstaat u hier met het totaalbedrag vanuit lumpsum en subsidies.            
De realisatie of inzet van de kwaliteitsmiddelen sluit aan bij de beschikking van OCW voor 2025.            

We ontvangen via verschillende financieringsstromen middelen voor het uitvoeren van de maatregelen uit de werkagenda. Verreweg de grootste financieringsstroom daarvan betreft de kwaliteitsmiddelen op grond van onderhavige regeling. De kwaliteitsmiddelen zijn op hun beurt samengesteld uit verschillende posten. Naast de kwaliteitsmiddelen ontvangen we ook andere middelen die kunnen worden ingezet voor (bepaalde doelstellingen uit) de werkagenda, via de lumpsum, subsidieregelingen of andere aanvullende bekostigingsregelingen.

Bij de onderstaande doelstellingen worden de volgende middelen uit de subsidie en de lumpsum ingezet: 

  • 1.2: schoolkosten 18-;
  • 1.3: nazorg, extra niveau 2 middelen, extra begeleiding;
  • 2.1: subsidie lob en orientatieprogramma's;
  • 3.1: basisvaardigheden;
  • 3.3: professionaliseringsruimte mbo-docenten.

Voor de kwaliteitsagenda werken we met een begroting op basis van de prioriteiten en doelstellingen uit de werkagenda. In het financieel overzicht hebben we de laatste inzichten verwerkt.

Inhoudelijke verantwoording

Dit deel is opgebouwd op basis van de prioriteiten en doelstellingen uit de kwaliteitsagenda. We herhalen hierin onze ambities, zoals we die hebben beschreven in ons kwaliteitsplan uit 2023 en de bijbehorende maatregelen (ook zoals genoemd in de kwaliteitsagenda). In de toelichting laten we zien hoe we hieraan gewerkt hebben in 2025. Waar dat kan, nemen we de indicatoren op die inzicht geven voor de doelstelling. Niet alle indicatoren zijn per 1 maart 2026 al bekend.

De prioriteiten uit de kwaliteitsagenda:

  1. bevorderen kansengelijkheid;
  2. versterking van de aansluiting onderwijs - arbeidsmarkt;
  3. onderwijs voor de toekomst: kwaliteit, onderzoek en innovatie.

Prioriteit 1 Bevorderen kansengelijkheid

Doelstelling 1.1 Gelijkwaardige behandeling van alle studenten in Nederland

Ambitie ROC Midden Nederland:
We dragen bij aan het creëren van een gelijkwaardige positie van mbo-studenten en een positief beeld van het mbo.

SMART ambities in het kwaliteitsplan

  • In 2025 zijn er ook in Amersfoort introductiedagen voor studenten;
  • In 2025 is er een samenwerking met de HU/UU om de regeling Bestuurlijk Actief ook beschikbaar te maken voor mbo-studenten;
  • In 2027 zijn studentenverenigingen toegankelijk voor mbo-studenten;
  • In 2027 nemen mbo-studenten zonder drempels deel aan het nachtleven;
  • In 2027 is publieke studentenhuisvesting ook beschikbaar voor mbo-studenten;
  • Er is –nu al– een fysieke studentenkaart voor alle studenten van ROC Midden Nederland.

Onze maatregelen in het kwaliteitsplan

  • Publiekscampagne waaruit trots en veelzijdigheid mbo blijkt;
  • Uitvoering van het mbo-plan ‘Integrale aanpak mbo-studentenleven' i.s.m. de partners;
  • Voor het realiseren van de doelstellingen zijn ook andere partijen nodig. We gaan o.a. in gesprek met de stakeholders in de eigen arbeidsmarktregio’s, MBO raad en de G4-gemeenten;
  • We rapporteren jaarlijks aan de gemeenteraad over de voortgang van het mbo-uitvoeringsplan in de gemeente Utrecht;
  • We continueren de ondersteuning van mbo-SR030 (mbo-studentenraad);
  • We werken samen met de gemeente Amersfoort, de ondernemingsvereniging in deze regio, vo-scholen, de HU en MBO Amersfoort om vakmanschap beter op de kaart te krijgen en introductiedagen voor studenten te organiseren;
  • We behouden de fysieke studentenkaart (de 'ROC Midden Nederland pas') voor studenten.

Toelichting uitvoering in 2025

Binnen de 'MBO Uitvoeringsagenda 2023–2026' werkt ROC Midden Nederland samen met de Utrechtse mbo-instellingen en de gemeente Utrecht aan twee gezamenlijke ambities: mbo’ers nemen volwaardig deel aan de Utrechtse samenleving; en jongeren, onderwijs, arbeidsmarkt en gemeente zijn duurzaam met elkaar verbonden.
Een belangrijk resultaat is de position paper ‘Van selectie- naar talentenmaatschappij’, waarin wij – samen met de gemeente Utrecht – pleiten voor de waardering van álle vormen van talent: cognitief, praktisch, sociaal en creatief.
Het gedachtegoed van de Talentenmaatschappij kreeg in 2025 landelijke erkenning. Op 25 maart 2025 werd de petitie 'Van selectie- naar talentenmaatschappij' aangeboden aan de Tweede Kamer door de gemeente Utrecht, onderwijsinstellingen, sectorraden, de andere G4-gemeenten, werkgeversorganisaties en jongerenorganisaties. In september kreeg het initiatief een podium tijdens de 'Manifestatie Kansengelijkheid' van de Vereniging van  Nederlandse Gemeenten (VNG), en sindsdien is een landelijke lobby gestart.

Samen met de mbo-instellingen en de gemeenten Utrecht en Amersfoort zetten wij ons al jaren in voor een gelijkwaardige positie van mbo-studenten. Waar Utrecht eerder al de 'Utrechtse Introductie Tijd' opende voor mbo’ers, volgde Amersfoort in 2025. Tijdens de nieuwe 'KEI-dag' (Kennismaking en Introductie) kregen 1.075 eerstejaarsstudenten een krachtige start van hun studietijd: zij maakten kennis met de stad, ontdekten stage- en bijbaanmogelijkheden en ontmoetten elkaar tijdens diverse activiteiten.

Daarnaast zijn in 2025 diverse stappen gezet om de gelijkwaardige positie van mbo-studenten verder te versterken:

  • Convenant Studentensport: in mei ondertekend door ROC Midden Nederland, MBO Utrecht, Grafisch Lyceum Utrecht, Nimeto, Universiteit Utrecht, Hogeschool Utrecht, de gemeente Utrecht en vijf andere partners. Hierdoor krijgen ook mbo-studenten toegang tot een gevarieerd, toekomstbestendig sportaanbod tegen gereduceerd tarief;
  • Bestuurlijk Actief: nieuwe afspraken over deelname van mbo-studenten aan het beleids- en toetsingskader;
  • Toegang studentenverenigingen: gesprekken met Universiteit Utrecht en Hogeschool Utrecht om verenigingen toegankelijker te maken voor mbo-studenten;
  • Convenant Studentenhuisvesting: op 27 november vernieuwd door gemeente Utrecht, SSH, studentenorganisaties en vertegenwoordigers van mbo-, hbo- en wo-instellingen. Hiermee onderstrepen we het belang van gelijke kansen op studentenhuisvesting;
  • Studentenkaart: we blijven ervoor zorgen dat iedere student een fysieke studentenkaart heeft.

Reflectie

In 2025 hebben we de ambities die we wilden behalen ook gerealiseerd. En daarnaast hebben we ons weer volop ingezet om de gelijkwaardige positie van mbo-studenten verder te versterken. We zijn trots op deze resultaten en blijven met onze partners hierop investeren. 

Doelstelling 1.2 Verbeteren studentenwelzijn, versterken integrale veiligheid op instellingen en leerbedrijven

Ambities ROC Midden Nederland:
• Ons integraal veiligheidsplan draagt bij aan een veilige leer- en werkomgeving;
• De mentale gezondheid van onze studenten verbetert; 
• Passend Onderwijzen en Passend Ondersteunen is de norm voor goed onderwijs.

SMART ambities in het kwaliteitsplan

Veilige leer- en werkomgeving

  • Het huidige percentage studenten van 80,2% dat zich veilig voelt op school is al mooi, we willen dit verder verbeteren naar 83% in 2025 en 85% in 2027;
  • We hebben een integraal en actueel veiligheidsplan (PDCA);
  • We hebben contact met wijkagenten en buurtteams. We zijn zichtbaar in wijken.

Mentale gezondheid van onze studenten

  • Het aandeel studenten met een (zeer) slechte mentale gezondheid is in 2025 gedaald naar 15%;
  • Het aandeel studenten met een (zeer) slechte mentale gezondheid is in 2027 verder gedaald naar 13%;
  • Studenten nemen deel aan het ambassadeursnetwerk diversiteit en inclusie;
  • Er zijn activiteiten van, voor en door studenten in het kader van studentenwelzijn;
  • Binnen het 'Centrum voor Studentontwikkeling' (CvS) zijn er sleutelfiguren met kennis van en actief in een netwerk voor depressieve- of suïcidale gedachten.

Passend Onderwijzen en Passend Ondersteunen

  • In 2025 is 50% en in 2027 is 60% van de studenten tevreden over de begeleiding tijdens de opleiding;
  • In 2024 werken alle teams op basis van het vernieuwde instroombeleid en verkennen de eventuele ondersteuningsbehoefte van de student in een gesprek en maken afspraken over de gewenste begeleiding;
  • In 2027 hebben alle opleidingen de acties van de checklijst uit het borgingsplan gerealiseerd en daarmee Passend Onderwijzen en Passend Ondersteunen geborgd. Onderdeel hiervan is dat studentcoaches getraind zijn in oplossingsgericht handelen en er gebruik wordt gemaakt van het 'dashboard PO' voor het monitoren.

Onze maatregelen in het kwaliteitsplan

Veilige leer- en werkomgeving

  • We hebben een integraal veiligheidsplan;
  • We nemen actief deel aan het veiligheidsnetwerk van de MBO Raad;
  • We zorgen voor adequate en actuele maatregelen voor de digitale infrastructuur;
  • We zorgen voor uitvoering en monitoring van ons integraal veiligheidsplan.

Mentale gezondheid van onze studenten

  • De mentale gezondheid van studenten is een continu gespreksonderwerp met CSR en SDR, het staat meerdere keren per jaar op de agenda. Onderwijsteams maken dit bespreekbaar en laten studenten activiteiten organiseren voor het vergroten van de autonomie – verbondenheid - competentie;
  • We gaan door met onze sterke punten op het gebied van studentbegeleiding en studentenwelzijn en verbeteren Passend Onderwijzen en Passend Ondersteunen (heldere uitgangspunten voor onderwijs en begeleiding in de klas. Voor meer ondersteuning kunnen docenten en studenten terecht bij het supportteam en het Centrum voor Student Ontwikkeling (CvS);
  • We continueren onze aanpak om studenten en medewerkers een ‘welkom’ gevoel te geven, waarbij iedereen mag zijn wie hij/zij/hen is.
  • We borgen onze werkwijze met de experts in het supportteam en de inzet van onze 'professionals Leren & Gedrag' van het Centrum voor Studentontwikkeling. Daar is aandacht, kennis en kunde voor studenten met dreigende depressieve of suïcidale gedachten en voor vroegtijdig schoolverlaters;
  • We werken samen met buurtteams en 'School Maatschappelijk Werk';
  • We verbeteren de ontwikkelde onderwijsprogramma’s rondom vitaliteit en positieve gezondheid;
  • We zorgen voor deskundigheidsbevordering aan docenten, supportteams en praktijkbegeleiders;
  • We zorgen voor sport-, beweeg- en vitaliteitsprogramma’s. In onze opleidingsprogramma’s  is 5% opleidingstijd voor sport opgenomen en hiervoor is een infrastructuur van sportbureaus beschikbaar.

Passend Onderwijzen en Passend Ondersteunen

  • Onderwijsteams werken vanuit de zeven uitgangspunten van passend onderwijzen: ik ken mijn studenten; ik volg hoe mijn studenten zich ontwikkelen; ik onderzoek wat mijn studenten nodig hebben; ik houd rekening met de verschillen tussen mijn studenten; ik ga uit van de onderwijsbehoeften van mijn studenten; ik heb de randvoorwaarden op orde; ik zorg ervoor dat mijn studenten kunnen leren in een positief leerklimaat;
  • Supportteams hebben een sterke verbinding met docententeams en bieden ondersteuning;
  • Het instroombeleid wordt vernieuwd en uitgevoerd;
  • Studenten die naast het onderwijs nog extra begeleiding nodig hebben, krijgen individueel of op groepsniveau extra ondersteuning. Hierbij worden ouders betrokken.

Toelichting uitvoering in 2025

Positief leerklimaat 

Het creëren van een veilige leer- en werkomgeving is voor ons van groot belang. De fysieke en sociale veiligheid vormen hierin de basis en hangen met elkaar samen. Medewerkers en studenten moeten zich gezien en gehoord voelen. Veiligheid staat daarmee in het hart van de pedagogische opdracht van het mbo. Naast de wettelijke basis werkt het mbo met vier pijlers: veilig leer- en werkklimaat, veiligheid in het curriculum, veiligheid bij incidenten en veilige infrastructuur.

Duidelijke normen voor omgang en gedrag, die door iedereen worden gedragen, zijn belangrijk voor een veilig leer- en werkklimaat. Een goede basis wordt hiervoor gelegd in de 'Gouden Weken', waarbij aanwezigheid essentieel is. In 2025 hebben we onze focus veranderd van aandacht op verzuim naar aandacht voor bevorderen aanwezigheid. We kijken daarbij welke stappen nodig zijn om dit te bereiken.

In 2025 hebben we ingezet op het behouden en onderhouden van bestaande initiatieven die bijdragen aan bewustwording, inclusieve interactie en een veilige leer- en werkomgeving. Samen met het 'ambassadeursnetwerk Diversiteit & Inclusie' is gewerkt aan het zichtbaar houden van thema’s als inclusieve taal, representatie en ontmoeting. Ook is er een werkgroep neurodiversiteit gevormd. Daarnaast is er ook regelmatig contact geweest met de CSR. Terugkerende momenten en activiteiten blijven een belangrijke rol spelen in het verankeren van deze waarden in onze organisatiecultuur.


 
Passend Onderwijzen en Passend Ondersteunen 

In 2025 heeft een dialoog over passend onderwijzen plaatsgevonden, uitgevoerd door een team van de 'stichting Kwaliteitsnetwerk mbo' met als onderzoeksvraag: Wat hebben docenten vanuit persoonlijk/professioneel perspectief en organisatie perspectief nodig, zodat zij hun onderwijs kunnen afstemmen op de onderwijsbehoeftes van alle studenten (passend onderwijzen)?

In diverse feedforwardsessies met directeuren, managers en docenten zijn de resultaten van de instellingsdialoog met elkaar gedeeld en is het gesprek met elkaar gevoerd welke aandachtspunten verder uitgewerkt moeten worden. Ook ons nieuw opgerichte 'practoraat Passend Onderwijzen' was hierbij betrokken.

Deze resultaten zullen samen met de resultaten uit de evaluatie van de supportteams een plan van aanpak vormen voor 2026. Door de gesprekken over de resultaten van de onderzoeken, zijn de checklists voor de borging van Passend Onderwijzen Passend Ondersteunen weer goed onder de aandacht van de onderwijsteams gebracht.

In de leernetwerken en via interne communicatiebronnen is in 2025 veel kennis met elkaar gedeeld over de 'Gouden Weken', resultaten van diverse Professionele leergemeenschappen (PLG) over onderwijsactiviteiten t.b.v. Passend Onderwijzen Passend Ondersteunen, schoolaanwezigheid en VSA-BSA begeleiding.

 
Studentenwelzijn 

Het welzijn van onze studenten en medewerkers is voor ons enorm belangrijk. We stimuleren studenten en medewerkers zich te ontwikkelen tot wendbare en vitale mensen zodat ze het vermogen ontwikkelen om zelf regie te nemen en met uitdagingen in het leven om te gaan. Wie zich goed voelt en vitaal is, kan niet alleen beter leren en werken, maar ook meer betekenen als professional en als maker van de samenleving. Het gedachtegoed van positieve gezondheid vormt hierin voor ons een inhoudelijk fundament waarop we kunnen bouwen. We maken ook gebruik van de tool 'testjeleefstijl.nl' om tijdig te kunnen signaleren en te ondersteunen waar nodig. In de 'Week van de Mentale Gezondheid' in juni hebben we extra aandacht gegeven aan het welzijn van onze studenten met de campagne ‘het is oké’, met verschillende filmpjes en games. De Centrale Studentenraad heeft armbandjes uitgedeeld om het onderwerp extra onder de aandacht te brengen.

In 2025 hebben we binnen het 'programma Gezond Stedelijk Leven' studenten en medewerkers ondersteund in het ontdekken hoe zij regie kunnen nemen over hun eigen gezondheid en veerkrachtig om kunnen gaan met uitdagingen. Dit deden we onder andere via trainingen, onderwijsprogramma’s en het vernieuwde ontwerpkader dat inzichtelijk maakt hoe positieve gezondheid duurzaam kan worden verankerd in het onderwijs. Het 'leernetwerk Vitaliteit & Positieve Gezondheid' fungeerde daarbij als centrale plek voor expertise en materialen. Ook namen we deel aan een lerend netwerk van 'Stichting Onderwijsarbeidsmarktfonds MBO' (SOM), waarin nieuwe tools zijn ontwikkeld om positieve gezondheid te integreren in de performancecyclus.

De integrale 'Gezonde Schoolaanpak' kreeg verder vorm door pilots en evaluaties op het thema vitaliteit en positieve gezondheid, gekoppeld aan de materialen van 'Welbevinden op School'. Hiermee verbonden we onze inzet op vitaliteit en positieve gezondheid expliciet aan een bewezen, procesmatige veranderaanpak.

Reflectie

De geformuleerde ambities bij deze doelstelling hebben we grotendeels gerealiseerd. Dat betekent niet dat we al klaar zijn: we houden vast wat we bereikt hebben en werken verder om de begeleiding nog meer te verbeteren.

Doelstelling 1.3 Versterken van de begeleiding in het onderwijs en bij de stap van school naar werk of vervolgopleiding

Ambities ROC Midden Nederland:

  • Voortijdig schoolverlaten (vsv) op alle niveaus terugdringen en voorkomen;
  • We bieden een samenhangende aanpak in de overstap van school naar werk.

SMART ambities in het kwaliteitsplan

  • We willen op elk mbo-niveau en VAVO het aantal en percentage vsv verlagen. In percentages betekent dit:
    Niveau 1: 22% (2025) en 20% (2027); 2025: BBL 24% en BOL 20%; 2027 BBL 22% en BOL 18%;
    Niveau 2: 10% (2025) en 8% (2027); 2025 BBL 11% en BOL 9%; 2027 BBL 9% en BOL 7%;
    Niveau 3: 4% (2025) en 3% (2027); 2025 BBL 3% en BOL 5%; 2027 BBL 3% en BOL 3%;
    Niveau 4: 4% (2025) en 3% (2027); 2025 BBL 5% en BOL 3%; 2027 BBL 3% en BOL 3%;
  • Het onderwijs is zo ingericht dat er mogelijkheden zijn om terug te keren naar school en daar nog meer maatwerk te krijgen. Wij kennen de studenten die zijn uitgevallen;
  • Vanaf 2025 hebben we voor gediplomeerde studenten entree en bol niveau 2 aanbod in begeleiding naar de arbeidsmarkt;
  • In 2027 hebben we dit aanbod uitgebreid voor andere studenten;
  • In 2025 is het aandeel uitstromers met werk voor entree 64% en niveau 2 76%;
  • In 2027 is dit verder gestegen voor entree naar 65% en voor niveau 2 naar 80%;
  • Er is extra inzet van docenten en er zijn kleinere klassen. De onderwijstijd is herzien zodat er extra begeleiding in het onderwijs en de beroepspraktijkvorming (bpv) mogelijk is;
  • In 2025 zijn de eerste stappen gezet om nazorg bij de overstap naar de arbeidsmarkt te vergroten en in 2027 is dit volledig werkend;
  • Vanaf 2025 hebben we voor gediplomeerde studenten entree en bol niveau 2 aanbod in de begeleiding naar de arbeidsmarkt. In 2027 hebben we dit aanbod uitgebreid voor andere studenten.

Onze maatregelen in het kwaliteitsplan

  • We bouwen de samenwerking in de vsv-regio’s uit en sturen bij in activiteiten binnen de programma’s ‘Schoolwerkt’ en ‘Vsv aanpak Eem’;
  • In 2024 werken we met onze partners in de regio Utrecht en regio Eem aan nieuwe regionale plannen waarin ook de Aanpak Jeugdwerkloosheid een plek krijgt. Voor regio Eem is ROC Midden Nederland contactschool;
  • Samen met onze partners (o.a. doorstroompunt) houden we contact met de student en begeleiden de student bij terugkeer naar ROC Midden Nederland;
  • We onderzoeken in G4-verband de factoren die van invloed zijn op vsv. Op basis van het onderzoek scherpen we ons beleid en onze activiteiten aan;
  • We gaan aan de slag met de wetgeving van nazorg aan studenten en ontwikkelen nieuw beleid op de overstap naar de arbeidsmarkt voor studenten die kwetsbaar kunnen zijn. Daarin specifieke aandacht voor entree en bol niveau 2;
  • We zetten extra in op vergroten van vaardigheden als solliciteren, zoeken naar vacatures, jezelf presenteren;
  • We coachen studenten rondom het moment van uitstroom.
  • Er is extra inzet van docenten en er zijn kleinere klassen;
  • We bieden Entree en niveau 2 studenten maximaal beroepsgericht onderwijs met veel stages en praktijkopdrachten om aan te sluiten bij wat ze nodig hebben;
  • We organiseren samen met partners het 'MBO Carrière Festival'.

Toelichting uitvoering in 2025

Voortijdig Schoolverlaten 

We hebben in 2025 actief meegewerkt aan de uitvoering van aanvullende ondersteuning voor jongeren die voortijdig uit (dreigen te) vallen. Zo waren we vanuit verschillende rollen betrokken bij projecten als 'de overstap van v(s)o naar mbo' (Utrecht en Eem), 'het versterken van de ondersteuningsstructuur op het mbo' (Utrecht en Eem), 'Taalsterk aan het werk' (Utrecht en Eem), extra BPV-begeleiding en 'Werkend leren' (Eem) en 'het expertiseteam' (Eem). Daarnaast hebben we actief deelgenomen aan regionale overleggen rondom voortijdig schoolverlaten en vervulden we als contactschool een zichtbare en actieve rol bij de voorbereiding en inhoudelijke uitwerking van de nieuwe regionale programma’s voor 2026–2029.

Uit de regionale analyse van Utrecht blijkt dat jongeren die ondersteuning bij de overstap van v(s)o/OPDC naar het mbo kregen minder vaak uitvallen (36%) dan jongeren zonder deze ondersteuning (42%). Voor jongeren die naast de overstapondersteuning ook extra begeleiding tijdens hun mbo-opleiding ontvingen, is het uitvalpercentage nog lager (31%). Daarnaast heeft de regionale samenwerking, waarin we data, werkwijzen en aanpakken delen en afstemmen, geleid tot tijdige interventies bij knelpunten en een gezamenlijk inzicht in successen en aandachtspunten voor de komende jaren. Onze actieve en zichtbare regie en inhoudelijke bijdragen hebben bovendien een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de nieuwe regionale programma’s voor 2026–2029 in de regio’s Utrecht en Eem. Hiermee is in beide regio’s een stevige basis gelegd voor effectievere samenwerking en het terugdringen van VSV en NEET (Not in Employment, Education, or Training) in de komende jaren.

Uit de voorlopige VSV-cijfers voor 2024-2025 blijkt dat het aantal nieuwe vsv’ers daalt van 847 (6,4%) in 2023–2024 naar 835 (6,1%) in 2024–2025. Deze daling is zichtbaar in zowel het mbo als in het vavo. Daarmee daalt het aandeel vsv’ers voor het derde jaar op rij. Binnen het totale mbo zien we van 2023–2024 naar 2024–2025 een afname van vsv bij niveau 2, 3 en 4. Bij de entree-opleiding zien we een stijging. In het vavo zien we een duidelijke daling van het aantal voortijdig schoolverlaters, ondanks dat het aandeel vsv’ers in het vmbo toeneemt.


School naar duurzaam werk 

We vinden het belangrijk dat onze studenten succesvol zijn in het onderwijs en na diplomering hun weg op de arbeidsmarkt en in de samenleving vinden. Met ons onderwijs en onze manier van organiseren helpen we onze studenten verder in hun loopbaan en persoonlijke leven. Dat doen we op groepsniveau waar het kan, op individueel niveau waar het moet. Ook na diplomeren kunnen zij bij ons terecht met vragen over een volgende stap. Dit gebeurt in het kader van de nieuwe wet ‘van school naar duurzaam werk’ die op 1 januari 2026 in is gegaan. 

In 2025 was het doel om de pilots, die in het kader van de subsidieregeling nazorg mbo 2022-2024  zijn uitgevoerd, te vertalen naar een werkbare structuur, werkwijze, taken en rollen en dienstverlening, zodat afgestudeerde studenten vanaf 1 januari 2026 tijdig en effectief worden ondersteund, zowel vlak voor als na diplomering.

Er is gewerkt aan de voorbereiding van nieuwe taken en dienstverlening voor gediplomeerde studenten. En we hebben beleid voor aanvullende loopbaanbegeleiding opgesteld en gewerkt aan de voorbereiding van de implementatie en de bijbehorende administratieve processen. Daarnaast is er met regionale partners gewerkt aan het ontwikkelen van (tijdelijke)samenwerkingsafspraken, inclusief bijbehorende overgangsdocumenten, om de overdracht van school naar gemeentelijke uitvoerders van Werk en Inkomen mogelijk te maken. Ook is aanbod voor de begeleiding van gediplomeerden studenten vastgesteld en ingericht, waarvan een deel al is uitgevoerd door medewerkers van het Centrum voor Studentontwikkeling.


Reflectie

We zien dat de begeleiding in ons onderwijs en extra ondersteuning waar dat nodig is, werkt. En met onze inzet in de regionale programma’s hebben we ook mooie resultaten behaald. We zijn niet alleen een betrouwbare en verbindende partner in de regio, maar creëren via de VSV-projecten ook concrete en succesvolle ondersteuningsmogelijkheden voor jongeren die een risico lopen op voortijdig schoolverlaten. Ook in de voorlopige VSV-cijfers zien we het effect van onze inspanningen. Voor alle niveaus, behalve de entree-opleidingen, is het percentage VSV-ers gedaald. 

Doelstelling 1.4 Versterken van de beroepsgerichte route door naadloze aansluiting bij verwante doorstroom en door stimuleren in- en doorstroom in de beroepskolom

Ambitie ROC Midden Nederland:
We zorgen voor een soepele overgang tussen andere onderwijsinstellingen en ROC Midden Nederland.

SMART ambities in het kwaliteitsplan

• We vinden het mooi dat 81% van onze studenten nu al succesvol is in het eerste jaar van het hbo. We willen dit percentage verder verbeteren naar 83% in 2025 en 85% in 2027;
• We hebben samen met onze vo- en ho-partner een analyse van het opleidingsaanbod. We hebben de aansluitingen verbeterd;
• We organiseren met het vo meerdere momenten dat leerlingen kunnen kennismaken met het beroepsonderwijs. Hiervoor hebben wij een menukaart en doe-dagen;
• Er zijn geïntegreerde leerroutes tussen vo – mbo en tussen mbo – hbo. In 2025 zijn er met vijf scholen afspraken en in 2027 met 10 scholen.

Onze maatregelen in het kwaliteitsplan

  • We maken een opleidingsanalyse voor de subsidieaanvraag doorstroom vo-mbo-hbo voor de tweede tranche in 2024 en richten ons op de sectoren welzijn en techniek;
  • We ontwikkelen nieuwe activiteiten voor het geven van goede voorlichting en kennismaking met het beroepsonderwijs;
  • Er is een keuzedeel hbo om de aansluiting met het hbo te verkleinen;
  • Er zijn uitwisselingen met het vo om de aansluitingen voor leerlingen uit het vo naar het mbo te verbeteren;
  • Er zijn uitwisselingen met het hoger onderwijs om de aansluiting van studenten mbo naar hbo te verbeteren;
  • We versterken de samenwerking met Hogeschool Utrecht en de Universiteit Utrecht, o.a. in de 'Utrecht Challenge Alliantie';
  • We stimuleren de ontwikkeling van nieuwe AD-trajecten. We zetten de samenwerking tussen de opleidingen die er al zijn, voort;
  • We intensiveren de mogelijkheden voor vo-leerlingen om zich bij ons op school te oriënteren op opleidingen met specifieke aandacht voor de opleidingen in de tekortsectoren.

Toelichting uitvoering in 2025

We organiseren verschillende voorlichtingsactiviteiten zodat leerlingen uit het vo kennis kunnen maken met het mbo. Hiervoor hebben we naast open dagen ook oriëntatieworkshops, rondleidingen, meeloopdagen en studiekeuzegesprekken. De eerste kennismaking met het mbo vindt vaak plaats tijdens een voorlichting op vo-scholen. Voor ouders en verzorgers van studiekiezers organiseerden we verschillende webinars, zoals Alles over het mbo, De rol van ouders bij studiekeuze en De overstap van havo naar mbo. 

Ook blijven we werken aan onze voorlichting. Zo blijven we onze vernieuwde website verder verbeteren. En in 2025 hebben we onze studiekeuzegids opnieuw vormgegeven. Op basis van onderzoek onder jongeren is in beeld gebracht wat de behoefte van jonge studiekiezers is en daardoor hebben we onder meer de indeling en teksten aangepast.  

Op ons Gezondheidszorg College hebben we – naast de reguliere oriëntatieactiviteiten – de samenwerking met vo-scholen verder geïntensiveerd. Onze docenten geven bijvoorbeeld een onderdeel van een vmbo-keuzevak of organiseren workshops op onze locatie. Bijzonder dit jaar was de fototentoonstelling ‘Komt een mens bij de dokter’. De tentoonstelling met elf verhalen laat zien dat zorg niet vanzelfsprekend is en benadrukt het belang van gendersensitieve zorg. Het is een campagne die aandacht vraagt voor diversiteit in sekse, gender en seksuele oriëntatie in de zorg. De tentoonstelling werd bezocht door vmbo-leerlingen.

Reflectie

Op veel verschillende manieren geven we leerlingen en hun ouders de kans om kennis te maken met het beroepsonderwijs en om lessen of workshops te volgen. Zo zorgen we ervoor dat leerlingen een goed beeld hebben van de mogelijkheden en een opleiding kiezen die bij hen past.

Doelstelling 1.5 Verminderen laaggeletterdheid via scholingsprogramma's

Ambitie ROC Midden Nederland:
We bieden elke student een passende opleiding of leerroute.

SMART ambities in het kwaliteitsplan

  • Voor alle studenten en laaggeletterden is er passend onderwijsaanbod en passend taalonderwijs. Hiervoor is extra begeleiding beschikbaar;
  • In 2025 hebben we minimaal vier opleidingen die wij specifiek voor anderstaligen en laaggeletterden kunnen aanbieden. In 2027 zijn dat er zes;
  • We werken samen met bibliotheken. Ook op onze locaties richten we faciliteiten in voor het verstrekken van boeken en we participeren met 'Heel MBO Leest';
  • Er zijn taalmaatjes en taalcoaches om je te helpen met taal, ook buiten je rooster.

Onze maatregelen in het kwaliteitsplan

  • We zorgen dat studenten in alle domeinen opleidingen voor anderstaligen en laaggeletterdheid kunnen volgen. Minimaal twee opleidingen kunnen dit vanwege de schaalgrootte exclusief aanbieden;
  • We gaan ons aanbod verder uitbreiden, passend bij de sectoren in onze regio;
  • We volgen de ontwikkelingen bij de pilotregio’s Twente en Zuidoost-Brabant en incorporeren dit in ons onderwijs;
  • We sluiten aan bij het LLO Collectief;
  • We zorgen voor Passend Taalonderwijs (zie ook doelstelling 3.1);
  • We sluiten aan bij het stedelijk leesoffensief.

Toelichting uitvoering in 2025

In een aantal van onze opleidingen geven we ondersteuningslessen NT2 die zijn bedoeld voor studenten die zonder extra taalondersteuning risico lopen in hun opleiding. Het gaat dus niet om een serie vrijblijvende ondersteuningsmomenten, maar om een verplicht traject voor studenten die door hun docent Nederlands worden aangemeld. De ondersteuningslessen zijn geen examentraining, maar gericht op het versterken van de taalbasis. Uiteraard werken wij ook aan de examens, maar we richten ons daarnaast ook op woordenschat, leesstrategieën, taalverzorging en taalstructuren.
Studenten oefenen hiermee al in de reguliere lessen, maar in de ondersteuningslessen is meer ruimte om het tempo te verlagen en extra aandacht te besteden aan onderliggende taalproblemen.  De lessen zijn laagdrempelig en op maat. Er is ruimte voor individuele ondersteuningsvragen, ook als dit gaat om bijvoorbeeld vaktaal of taalvaardigheid bij burgerschap. Omdat de groepen kleiner zijn, is er meer ruimte voor persoonlijke begeleiding en aandacht.  

We hebben leescoördinatoren aangesteld, die de spil vormen tussen de vakgroep Nederlands en consulent van de bibliotheek. Daarnaast zijn de boekencollecties op onze colleges aangevuld en vernieuwd.

Reflectie

Al een aantal jaren zetten we ons extra in voor goede taal- en rekenresultaten van onze studenten. Er zijn meerdere factoren die van invloed zijn op deze resultaten. Concluderend zien we dat onze maatregelen en activiteiten zinvol zijn.

Prioriteit 2 Versterking van de aansluiting Onderwijs - arbeidsmarkt

Doelstelling 2.1 Studenten maken een weloverwogen keuze voor een kansrijk beroep passend bij hun interesses, talenten en capaciteiten

Ambitie ROC Midden Nederland:
We versterken Loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB).

SMART ambities in het kwaliteitsplan

  • Het aandeel studenten dat positief is over de hulp van school bij de keuze over verder leren of werken is gestegen: in 2025 naar 40% en in 2027 naar 50%;
  • Studenten worden zowel via klassenvertegenwoordigers als in de Centrale Studentenraad betrokken bij de PDCA op het uitvoeren van loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB);
  • In 2025 hebben we twee startmomenten van het 'mbo-talentprogramma voor havisten' (20 deelnemers) en bieden we een oriëntatieprogramma aan (20 deelnemers);
  • In 2027 hebben we ook twee startmomenten van het 'mbo-talentprogramma voor havisten' (met meer deelnemers dan in 2025) en bieden we een oriëntatieprogramma aan (met meer deelnemers dan in 2025);
  • We hebben afspraken gemaakt met onze partners in de regio over kansrijk opleiden.

Onze maatregelen in het kwaliteitsplan

  • We vernieuwen onze visie en ons beleid op LOB;
  • We zorgen voor 10 fte inzet op loopbaanoriëntatie in de klas;
  • We breiden het aantal begeleidingsuren voor studenten uit;
  • We vergroten de deelname aan de 'leerlijn Studentcoach' van onze ROC academie;
  • We breiden onze inzet uit in de projecten binnen 'Sterk Techniek Onderwijs', zowel in de intensivering van de activiteiten in scholen als in samenwerking met (nieuwe) bedrijven;
  • We zetten onze inzet en samenwerkingen met het vo en bedrijfsleven in de zorg voort onder meer door voorlichting aan vo-docenten op locatie, de organisatie van stagefestivals en door meer bedrijven aan ons te verbinden;
  • We organiseren kennismakingen voor vo-leerlingen op o.a. ons Gezondheidszorg College om ze actief mee te laten maken welke zorgtechnologie beschikbaar is;
  • We bieden goede voorlichting: van open dagen tot oriëntatieworkshops;
  • We zorgen voor meerdere instroommomenten bij onze opleidingen;
  • In de voorlichting voor opleidingen in de sector zorg en techniek werken we samen met het werkveld;
  • In onderwijsteams hebben studenten op diverse wijze een rol in evalueren en bijstellen van activiteiten op het gebied van LOB;
  • Via ambassadeurs in de centrale studentenraad worden studenten ook betrokken bij vernieuwing van het beleid;
  • In de vsv-programma’s 'Schoolwerkt' en 'vsv-aanpak Eem' is er expliciet aandacht voor LOB, onder meer door netwerkbijeenkomsten over dit thema die mede door ROC Midden Nederland georganiseerd worden;
  • We zorgen dat er een ‘warme overdracht’ is;
  • We gaan nieuwe geïntegreerde leerroutes met het vo ontwikkelen;
  • We breiden de pilot van het 'mbo-talentprogramma voor havisten' uit;
  • Vanaf 2024/2025 voeren we een oriëntatieprogramma uit.

Toelichting uitvoering in 2025

Loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) 

Met ons onderwijs en de inzet van extra loopbaanbegeleiding hebben we in 2025 bijgedragen aan het vergroten van de kansen van mbo-gediplomeerden op de arbeidsmarkt. Uit het tweejaarlijkse alumnionderzoek en andere peilingen blijkt dat onze gediplomeerden vaak aan het werk zijn in het werkveld waarvoor zij zijn opgeleid. In 2025 hebben we de bestaande basis voor de ondersteuning van gediplomeerden verder verstevigd. Het beleid voor aanvullende loopbaanbegeleiding is opgesteld en geïntegreerd in het LOB-beleid, en er is een werkbare structuur en werkwijze ontwikkeld voor het aanbieden en uitvoeren van deze begeleiding. Ook zijn de voorbereidingen voor implementatie getroffen en afspraken gemaakt met gemeenten, zodat de dienstverlening vanaf 1 januari 2026 soepel kan starten. Met de extra middelen die beschikbaar zijn voor niveau 2 werken we binnen de niveau 2-opleidingen met kleinere klassen en extra begeleiding. Zo maken we passend onderwijzen voor deze doelgroep mogelijk.

Oriëntatie  

We organiseren diverse voorlichtingsactiviteiten waardoor leerlingen kunnen kennismaken met het mbo. We vinden het belangrijk dat vo-leerlingen (met name uit de bovenbouw) op verschillende momenten en manieren kunnen kennismaken met ROC Midden Nederland. Het studiekeuzeproces vraagt de nodige tijd en aandacht. Zo worden er naast de open dagen ook oriëntatieworkshops aangeboden, rondleidingen, meeloopdagen en studiekeuzegesprekken. Daarnaast vindt de eerste kennismaking vaak met het mbo plaats tijdens een voorlichtingsavond op de vo-scholen. 
De 'Week van de Techniek' is een initiatief van 'T is for Tech', in samenwerking met ROC Midden Nederland en diverse bedrijven en onderwijsinstellingen uit de regio Amersfoort. Samen laten wij jongeren ervaren hoe veelzijdig en toekomstgericht techniek is. In deze week ontdekken bijna 2300 leerlingen uit het basis- en voortgezet onderwijs in verschillende workshops hoe leuk techniek is.

In 2025 draaide voor het derde jaar op rij het 'mbo-talentprogramma voor havisten'. Dit programma helpt deelnemers om weer perspectief te krijgen op hun volgende loopbaanstap. Persoonlijke ontwikkeling en oriëntatie op het mbo staan centraal. Er zijn twee groepen gestart, één in Amersfoort en één in Nieuwegein, met in totaal 20 havisten. In totaal waren 25 havo-scholen betrokken als partner. Van de deelnemers volgt 85% inmiddels een mbo-opleiding. Alle deelnemers zitten na de eerste 100 dagen nog op een passende plek.

Daarnaast is het programma 'Ontdek het mbo' gestart met 17 studenten. Dit programma biedt gediplomeerde vmbo’ers (kader, gl en tl) extra tijd om een bewuste en passende mbo-opleiding te kiezen. De studenten volgen op verschillende colleges een project om zo te ontdekken wat bij hen past. 

Instroom 
We zorgen voor een warm welkom op onze opleidingen. Onze professionals geven in de kennismakingsactiviteiten een helder beeld van de opleiding en bij de start nemen de studenten deel aan diverse introductie-activiteiten. Vorig jaar hebben we onze processen opnieuw ingericht om de ondersteuningsbehoefte van de student tijdig te bespreken en hierover afspraken te maken. In 2025 hebben we de uitvoering geëvalueerd en waar nodig aanpassingen gedaan. We hebben onderzoek gedaan naar switch: wat zijn redenen voor studenten om een andere opleiding te kiezen en welke verbeteringen kunnen we uitvoeren om de overstap voor studenten zo soepel mogelijk te maken? In 2026 gaan we met de geformuleerde actielijnen aan de slag.

Sinds enkele jaren heeft het grootste deel van onze opleidingen ook de mogelijkheid om in februari te starten met de opleiding. We zien dat de groep studenten die start in februari groeit en we zijn trots op onze onderwijsteams die dit mogelijk maken.

Reflectie

Ook bij deze doelstelling zien we dat we een groot deel van de ambities hebben gerealiseerd. We blijven investeren op LOB en zorgen voor doorontwikkeling van onze oriëntatieprogramma’s.

Doelstelling 2.2 Studenten krijgen een kwalitatief goede stageplek of leerbaan die aansluit bij de opleiding en ontwikkelbehoefte

Ambitie ROC Midden Nederland:
Studenten krijgen een goede en passende begeleiding naar en op hun Beroepspraktijkvorming (BPV) of leerwerkplaats.

SMART ambities in het kwaliteitsplan

  • We verbeteren het percentage studenten dat tevreden is over de begeleiding vanuit de instelling en vanuit het leerbedrijf tijdens de stage of leerbaan;
  • In 2025 is het aandeel tevreden studenten: 67% BOL (leerbedrijf); 40% BOL (school); 73% BBL (leerbedrijf);
  • In 2027 is het aandeel tevreden studenten: 70% BOL (leerbedrijf; 50% BOL (school); 75% BBL (leerbedrijf);
  • 100% van de meldingen over stagediscriminatie wordt serieus genomen en leidt tot opvolging;
  • We zorgen ervoor dat iedere student een stageplek heeft, dit geldt zowel in 2025 als 2027;
  • Er is een regionale werkwijze voor het opvolgen van meldingen en aanpakken stagediscriminatie waarmee 100% van de meldingen goed wordt opgevolgd.

Onze maatregelen in het kwaliteitsplan

  • In loopbaanoriëntatie en -begeleiding besteden we aandacht aan stages en de plek op de arbeidsmarkt;
  • In het 'leernetwerk Praktijkleren' wisselen we ervaringen uit;
  • Leerwerkbedrijven zijn onderdeel van een inclusieve mbo-coalitie (inclusief Amersfoort) waar kennis en ervaringen rondom inclusief stagebeleid worden uitgewisseld;
  • We ontwikkelen een stappenplan voor studenten die stagediscriminatie ervaren (ze weten de juiste weg te vinden);
  • We vergroten de bekendheid van de onafhankelijke vertrouwenspersoon;
  • We richten een laagdrempelig, veilig en goed functionerend meldingsproces in, waarbij een melding of klacht altijd serieus wordt genomen en tot opvolging leidt;
  • We spannen ons maximaal in om te zorgen dat iedere student een stageplek heeft. Stagematching is hierbij één van de instrumenten;
  • We gaan samen met Utrechtse mbo-partners en de gemeente wijkstagepunten realiseren;
  • Per stage zijn er minimaal drie contactmomenten tussen school, student en leerbedrijf;
  • We inventariseren hoe het contact nu plaatsvindt en waar contactmomenten uitgebreid moeten worden;
  • We onderzoeken hoe warme overdracht tussen student en leerbedrijf bij studenten met extra hulpbehoefte plaatsvindt;
  • In samenwerking met CNV Jongeren en de ROC Academie ontwikkelen we een training voor stage-coördinatoren, -begeleiders en studentcoaches;
  • In de gesprekken met de studentenraad zetten we stagediscriminatie periodiek op de agenda;
  • We zorgen voor goede voorlichting voor studenten over de regels en afspraken rondom BPV en over hoe meldingen van oneigenlijk gebruik van stagiairs en stagediscriminatie kunnen worden gemeld.

Toelichting uitvoering in 2025

In 2025 hebben we, met betrekking tot het werken aan een inclusieve stagemarkt, ons vooral gericht op het aanpassen van de meldstructuur en de professionalisering van de stagebegeleiders.

In de Utrechtse 'werkgroep Aanpak Stagediscriminatie' zijn de interne meldprocessen van de verschillende mbo-scholen met elkaar vergeleken en is onderzocht hoe we tot een regionale werkwijze  kunnen komen. Hieruit bleek dat elke school intern over een eigen werkwijze beschikt, en dat de scholen niet hun autonomie willen verliezen. Voor ROC Midden Nederland betekende dit de meldstructuur is herzien en aangepast, in samenspraak met de interne vertrouwenspersonen. In dit traject zijn studentenraden en stagebegeleiders betrokken. Voor de  stagebegeleiders en studentcoaches is een stappenplan ontwikkeld dat ondersteuning biedt in het begeleiden van studenten die stagediscriminatie hebben ervaren. Voor studenten is een flyer ontwikkeld. Externe partijen zoals 'SBB' en 'Discriminatie.nl' zijn betrokken voor afstemming en aansluiting op de processen binnen de eigen organisatie.

Via het leernetwerk worden stagebegeleiders met regelmaat geïnformeerd en betrokken bij de ontwikkelingen en is er ruimte voor uitwisseling. Er is een lessenpakket beschikbaar gesteld dat docenten kunnen gebruiken om stagediscriminatie in de lessen bespreekbaar te maken en dat gebruikt kan worden in voorbereidende lessen op de stage. In oktober is samen met de gemeente Utrecht en de regionale mbo-scholen een congres georganiseerd voor de stagebegeleiders om inspiratie op te doen, uit te wisselen en samen te werken aan een inclusieve stagemarkt. In navolging van dit congres zal daar waar nodig het aanbod van de ROC Academie worden uitgebreid.

Reflectie

We blijven met onze partners werken aan de onderdelen van het stagepact. Het aanpakken van stagediscriminatie en verhogen meldingsbereidheid vraagt om blijvende inzet en aandacht voor de lange termijn. Iedere keer zetten we weer volgende stappen in de onderdelen waar we als mbo-instelling invloed op hebben.

Doelstelling 2.3 Sterk aanbod om- en bijscholing in de regio, op maat, modulair en via de bbl, met specifieke aandacht voor de maatschappelijke opgaven en voor mogelijkheden voor scholing voor mensen die niet duurzaam aan het werk zijn

Ambitie ROC Midden Nederland:
ROC Midden Nederland is de mbo-ontwikkelpartner in de regio.

SMART ambities in het kwaliteitsplan

  • In 2025 hebben we 400 cursussen, trajecten en opleidingen die beschikbaar zijn binnen ‘mbo voor professionals’. In 2027 is dit aantal 450;
  • In 2025 is het platform ‘Maak je stap’ verder doorontwikkeld met onze partners waardoor er meer aanbod beschikbaar is;
  • In 2025 bieden we 35 trajecten met een mbo-certificaat en in 2027 bieden we 50 trajecten met een mbo-certificaat.

Onze maatregelen in het kwaliteitsplan

  • We vergroten onze naamsbekendheid via onze merkcampagne. Tegelijkertijd vergroten we de zichtbaarheid bij werkgevers met ons kortdurend aanbod;
  • We versterken de band met werkgevers in de regio door persoonlijk contact via o.a. onze accountmanagers;
  • We versterken de samenwerking tussen de colleges en tussen ‘mbo voor professionals’ en bijvoorbeeld bpv-bureaus;
  • We vernieuwen en vergroten ons aanbod van bbl-opleidingen in de sectoren Zorg, Welzijn, Bouw en Techniek. Wij breiden ons aanbod bijvoorbeeld uit in het kader van duurzaamheid op het terrein van afvalverwerking en op het terrein van grondstoffen- en energietransitie. Bij Welzijn breiden we ons aanbod uit voor kinderopvang, pedagogisch medewerker en onderwijsassistenten. En voor Zorg gaan we bij de afdeling Assistenten in de Gezondheidszorg bbl-opleidingen op maat aanbieden (samen met werkgevers/koepelorganisaties) voor de opleidingen Tandartsassistent, Doktersassistent en Apothekersassistent;
  • We zorgen voor een goede aansluiting op wat zij-instromers al kennen en kunnen, o.a. door gesprekken in het instroomproces;
  • We verbeteren het werken met EVC-trajecten, praktijkverklaringen en dialogisch valideren;
  • We vergroten het aanbod met certificaten en praktijkverklaringen;
  • We onderzoeken de mogelijkheden voor (kort) cyclisch opleiden: hoe kunnen we onderwijs flexibiliseren waardoor het mogelijk is om korte trajecten te doen met civiele waarde, die eventueel stapelbaar zijn naar een diploma;
  • We zijn penvoerder van de aanvraag voor de LLO Katalysator bij het Nationaal Groeifonds. Hierin zorgen we voor ontschotting tussen mbo, hbo en wo op het gebied van energie- en grondstoffentransitie;
  • Samen met o.a. private partners werken we samen in RIF-projecten gericht op duurzame mobiliteit, energietransitie en gezond stedelijk leven;
  • We blijven samenwerken in ICT Career Center Utrecht;
  • We continueren onze activiteiten in het Make Center;
  • We versterken de samenwerking met bedrijfsscholen en creëren nieuwe verbindingen;
  • We verbeteren de organisatie van ons onderwijs door een bepaalde mate van standaardisering aan te houden in systemen en processen;
  • We hebben een actieve bijdrage in netwerken en overleggen met het doorstroompunt en andere regionale mbo-instellingen.

Toelichting uitvoering in 2025

Vanuit onze visie op leven lang ontwikkelen werken we aan het versterken van de samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Leren, ontwikkelen en werken zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Met nieuwsbrieven en een carrièremarkt hebben we onze positionering als aanbieder van volwassenenonderwijs verder versterkt. Ook intern hebben we gewerkt aan een stevigere basis: het aanmeldsysteem voor mbo voor Professionals is vernieuwd en we hebben nieuwe rapportages samengesteld om beter te kunnen (bij)sturen. Daarnaast zijn ook de processen onder de loep genomen en verbeterd, met name bij het bepalen van de ondersteuningsbehoefte en toelaatbaarheid.

Ons 'programma Energietransitie & Circulariteit[ binnen de LLO Katalysator loopt goed. Samen met de HU en de UU en partijen uit het bedrijfsleven werken we samen in een transitie- en professionaliseringslab. De onderwijsinstellingen ondersteunen de bedrijven in het transitielab bij LLO-vraagstukken en het uitvoeren van oplossingen hiervoor. Daarbij is er in het professionaliseringslab een intensieve samenwerking en zijn er onder meer masterclasses om gezamenlijk kennis te verdiepen.

Reflectie

In 2024 hebben we, samen met onze partners, al een doorontwikkeling gerealiseerd van het platform ‘Maak je stap’. In 2025 hebben we ons gericht op de ontwikkeling van passende onderwijsarrangementen. Daarmee sluiten we aan bij de vraag van initiële studenten, professionals en bedrijven.

Prioriteit 3 Onderwijs voor de toekomst: kwaliteit, onderzoek en innovatie

Doelstelling 3.1 De beheersing van Nederlands en rekenen onder studenten wordt beter. De kwaliteit van docenten die Nederlands en rekenen geven wordt versterkt

Ambitie ROC Midden Nederland:
ROC Midden Nederland biedt passend taal- en rekenonderwijs.

SMART ambities in het kwaliteitsplan

  • In 2025 is minimaal 50% van de studenten positief over de lessen Nederlands en rekenen. De opleiding maakt een plan van aanpak als studenten minder positief zijn dan de nulmeting om de tevredenheid te verhogen. In 2027 is minimaal 60% van onze studenten positief over zowel de lessen Nederlands als rekenen;
  • Alle studenten hebben een nulmeting voor taal en rekenen bij de start van de opleiding. Studenten met een taal- of rekenachterstand hebben extra ondersteuningslessen gekregen om het gewenste niveau te halen;
  • Voor Nederlands houden we het aandeel gediplomeerden dat het getoetste examenniveau heeft gehaald voor het IE in 2025 en 2027 minimaal vast. Voor niveau 1 verhogen we stapsgewijs het aandeel naar 90% in 2025 en 95% in 2027;
  • Het aandeel gediplomeerden dat het getoetst examenniveau Nederlands CE heeft gehaald, verhogen we op alle niveaus, behalve niveau 3 2f (dit resultaat houden we vast). Voor niveau 1, 2, 3 (behalve 2f) en 4 hebben we in 2025 een aandeel van 80% en in 2027 van 90%;
  • Het aandeel gediplomeerden dat het getoetste examenniveau rekenen heeft gehaald, verhogen we:
    voor niveau 1 naar 40% in 2025 en 60% in 2027;
    voor niveau 2 naar 50% in 2025 en 60% in 2027 (zowel 2f als 3f);
    voor niveau 3 naar 70% in 2025 en 80% in 2027 (2f);
    voor niveau 3 naar 60% in 2025 en 70% in 2027 (3f);
    voor niveau 4 naar 50% in 2025 en 60% in 2027.

Onze maatregelen in het kwaliteitsplan

  • We bieden aanvullende doelgerichte groepstaallessen;
  • We zorgen voor extra capaciteit om meer tijd te besteden aan intensieve individuele taal- en/of rekenondersteuning aan studenten die dat nodig hebben;
  • Onderwijsteams zorgen voor (door)ontwikkeling van het taal- en rekenonderwijs, passend bij de leef- en beroepscontext op basis van ons taalbeleid en koers voor rekenen;
  • Met passend onderwijzen zorgen we voor differentiatie in taal- en rekenonderwijs;
  • We doen onderzoek naar werkzame bestanddelen in het verbeteren van het taalonderwijs en stemmen vervolgactiviteiten hierop af;
  • We hebben een professionaliseringsaanbod voor taal- en rekendocenten;
  • We faciliteren de inzet van taalcoaches die collega’s coachen in taalgericht vakonderwijs;
  • We betrekken studenten bij de evaluatie van het onderwijs, waaronder ook de keuzedelen.

Toelichting uitvoering in 2025

Ook in 2025 hebben we extra aandacht gegeven aan taal en rekenen. We doen dit op centraal niveau met ons 'project Taal- en Rekensterk onderwijs' en decentraal in onze colleges. We willen dat studenten positieve taal- en rekenresultaten behalen. Voor taal betekent dit dat onderwijsteams en het werkveld een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben om ‘taalsterk’ te werken. We benutten hierbij meertaligheid als bron van leren. In het programma zijn een viertal actielijnen opgesteld waarin het gaat om talentontwikkeling, kennisdeling, sturingsinformatie en visie op taal. We hebben daarin aandacht voor professionalisering en werving van docenten, inzetten van effectieve interventies en inzet van meertaligheid. In 2025 hebben we een rapportagetool in gebruik genomen die alle resultaten van begin- tot eindniveau laat zien, zodat er tijdig (bij)gestuurd kan worden.

Een aantal van onze colleges is meer gaan werken met een gedifferentieerde aanpak. Dit betekent bijvoorbeeld dat we gebruikmaken van nulmetingen en op basis daarvan studenten begeleiden aansluitend bij hun niveau, kennis en vaardigheden naar het taal- of rekenexamen. De examinering kunnen we hierbij flexibel inzetten om studenten te examineren als ze er klaar voor zijn. Taalondersteuning wordt op meerdere colleges, naast het vak, ook beroepsmatig georganiseerd. In de beroepsgerichte vakken geven docenten Nederlands dan directe feedback op verslaglegging en documentatie. Hierdoor wordt taalontwikkeling niet los gezien van het beroep, maar integraal onderdeel van de beroepscompetenties. Ook bij rekenen zorgen we voor gerichte ondersteuning op de onderdelen die de studenten nodig hebben, wat we inzichtelijk maken via nulmetingen. En reken- en wiskundevaardigheden die nodig zijn voor het beroep worden integraal binnen de project- en theorielessen aangeboden. Voor rekenen zorgen we ook voor extra ondersteuning in kleinere groepen. Bijna alle colleges investeren extra in NT2-docenten die studenten in kleine groepjes ondersteuning kunnen geven, of die in reguliere lessen aansluiten. Soms zijn de ondersteuningslessen NT2 ook verplichte trajecten omdat er dan meer ruimte is om het tempo te verlagen en extra aandacht te besteden aan onderliggende taalproblemen. Docenten hebben extra NT2-scholing gevolgd. We zetten ook nog steeds in op taalcoaches, die zorgen voor extra taalondersteuning, begeleiding van collega’s en aanpassingen aan het curriculum. Samen met Hogeschool Utrecht is er gewerkt aan ‘taalsterk en meertalig aan het werk’, om meertaligheid op een goede manier in te zetten in het onderwijs. Tot slot is er fors geïnvesteerd in leesbevorderende activiteiten: er zijn leescoördinatoren ingesteld en de collectie leesboeken is overal uitgebreid. Bij een aantal opleidingen wordt het eerste kwartier besteed aan lezen en bij andere maken studenten een podcast waarin ze hun leeservaringen delen.

Reflectie

Voor ons staat de ambitie dat studenten positieve taal- en rekenresultaten halen al een hele tijd centraal bij de inzet voor taal en rekenen. Met nulmetingen, een gedifferentieerde aanpak en extra lessen voor studenten die dat nodig hebben, zorgen we hiervoor. We blijven hierop investeren.

Doelstelling 3.2 De kwaliteit van het burgerschapsonderwijs wordt beter

Ambitie ROC Midden Nederland:
ROC Midden Nederland is een mini-samenleving waarin we zorgen voor samenhang tussen beroepsvorming, persoonlijkheidsvorming en burgerschapsvorming.

SMART ambities in het kwaliteitsplan

  • In 2025 voldoen alle docenten burgerschap aan het bekwaamheidsprofiel;
  • In 2027 is het burgerschapsonderwijs aangepast aan de huidige of dan geldende kwalificatie-eisen.

Onze maatregelen in het kwaliteitsplan

  • We implementeren onze visie op Wereldburgerschap;
  • We houden een nulmeting over de tevredenheid op burgerschapsonderwijs met de nieuwe indicator die door het ministerie van OCW wordt ontwikkeld;
  • We evalueren de kwaliteit van ons wereldburgerschapsonderwijs;
  • We inventariseren of docenten wereldburgerschap voldoen aan het bekwaamheidsprofiel;
  • We inventariseren de benodigde professionalisering om te voldoen aan het bekwaamheidsprofiel;
  • Er is aanbod voor professionalisering voor docenten wereldburgerschap dat aansluit bij het bekwaamheidsprofiel. In het leernetwerk is ruimte voor uitwisseling van kennis en ervaringen.

Toelichting uitvoering in 2025

Vanuit de vastgestelde visie op wereldburgerschap is in het afgelopen jaar verder gebouwd aan betekenisvol en levensecht burgerschapsonderwijs. Op verschillende colleges zijn gastlessen en ontmoetingen georganiseerd rond thema’s als seksualiteit, identiteit, vluchtelingenervaringen, waarbij externe experts en ervaringsdeskundigen een belangrijke rol speelden. De dialoog en het leren in een veilige omgeving staan daarbij centraal.

Op Campus Amersfoort is gestart met een 'kernteam Burgerschap' dat actuele lessen ontwikkelt en werkt aan een campusbreed portfolioformat. Daarnaast is samen met studenten gewerkt aan participatie en democratische betrokkenheid, onder meer via debatten en de voorbereiding van het evenement 'Let’s Go Vote' in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Daarnaast hebben we ook in 2025 weer een succesvol debattoernooi georganiseerd rondom verschillende stellingen. En voor de verkiezingen in oktober kwamen kandidaat-kamerleden naar onze locatie op de Vondellaan om in gesprek te gaan met 200 studenten.

In 2025 zijn we gestart met de verkenning van de inrichting van de examinering burgerschap, een ontwikkeling die richtinggevend is voor de verdere vormgeving en versterking van het burgerschapsonderwijs.

Reflectie

Er zijn veel ontwikkelingen op het gebied van burgerschap. We blijven werken vanuit onze visie op wereldburgerschap en ondersteunen de docenten in de voorbereiding op de nieuwe kwalificatie-eisen. We zien dat dit een gezamenlijke inspanning is, waar kennis met elkaar gedeeld wordt om het burgerschapsonderwijs te verbeteren.

Doelstelling 3.3 Werken in het mbo is en blijft aantrekkelijk. Er is aandacht voor de werkdruk en het carrièreperspectief van onderwijspersoneel. De uitval van startend onderwijspersoneel wordt minder. Alle medewerkers in het mbo hebben voldoende mogelijk

Ambities ROC Midden Nederland:

  • ROC Midden Nederland zorgt voor een aansprekend carrièreperspectief; 
  • ROC Midden Nederland biedt alle medewerkers de mogelijkheid om zich te kunnen blijven ontwikkelen;
  • ROC Midden Nederland stimuleert de betrokkenheid van medewerkers bij de organisatie en draagt bij aan het werkplezier. 

SMART ambities in het kwaliteitsplan

  • Onderwijspersoneel heeft de mogelijkheid (op basis van kwaliteitscriteria) om zich te kunnen ontwikkelingen van LB naar LC en LD. En ook naar onderwijsmanager of directeur;
  • De verdeling inschaling docenten is in 2025 40% LB en 60% LC/LD. Dit is conform de afspraken met vakbonden en ook vastgelegd in de CAO. Deze verdeling handhaven we in 2027, ondanks verwachtte uitstroom;
  • Vanaf 2023 zijn instructeursfuncties in schaal 8 en 9 beschikbaar (was alleen 7);
  • We hebben ons functiehuis herzien om het carrièreperspectief te vergroten;
  • Er is instemming van de OR op het meerjarig formatieplan en werkdrukplan;
  • Medewerkers geven in het volgende MO 'tevredenheid over de ontwikkelmogelijkheden' minimaal een 7,5;
  • Iedere medewerker die daar behoefte aan heeft, heeft eind 2024 een loopbaanoriëntatiegesprek met een externe partner gevoerd. In 2025 en 2027 handhaven we dit;
  • ROC Midden Nederland heeft een werkend stelsel van strategische personeelsplanning, die verbonden is met de performancecyclus. In die cyclus is met 100% van de medewerkers afspraken gemaakt over professionalisering;
  • Medewerkers benutten in 2025 en 2027 hun professionaliseringsuren;
  • 100% nieuwe docenten met <2 jaar bevoegdheid volgt Startbaantraject;
  • Het uitstroompercentage van docenten <2 jaar in dienst is in 2025 18% en in 2027 15%;
  • In 2025 kunnen we onderscheid maken in de vertrekredenen van startende docenten en hebben we passende interventies om ongewenste uitstroom te voorkomen;
  • In 2025 ervaart maximaal 37,5% van de medewerkers de werkhoeveelheid als te hoog of veel te hoog. Dit geldt zowel voor het onderwijzend personeel (OP) als voor het ondersteunend personeel (OBP). In 2027 is dit gedaald naar 35%;
  • In 2025 ervaart meer dan 60% van de medewerkers de werkhoeveelheid als goed. Dit geldt zowel voor het onderwijzend personeel (OP) als voor het ondersteunend personeel (OBP). In 2027 is dit percentage gestegen naar 65%;
  • In 2025 hebben we 90 zij-instromers en in 2027 100 zij-instromers in dienst;
  • In 2025 hebben we 26 Startbaners in dienst en in 2027 is dit aantal gestegen naar 30 Startbaners;
  • Alle zij-instromers die niet direct na aanvang van de arbeidsovereenkomst starten met het PDG-traject, volgen wel het intern georganiseerde voortraject PDGl;
  • We streven in 2025 naar een deelnamepercentage van 100% aan voornoemd traject (van de zij-instromers die niet direct starten met het PDG) en handhaven dit richting 2027.

Onze maatregelen in het kwaliteitsplan

  • We hebben gericht loopbaanbeleid;
  • We maken een vernieuwde versie van het meerjarenformatieplan en werkdrukplan waarop de OR instemming heeft;
  • We verhogen de inschaling van het onderwijspersoneel door middel van afgesproken kwaliteitscriteria;
  • We vergroten deelname aan maatwerktraject LB-LC-LD, het behalen van een master of tweede bevoegdheid en het excellente docentschap. We koppelen hier ook de aanpak van het practoraat aan;
  • We bieden docenten mogelijkheden om te groeien tot opleidingsmanager of directeur;
  • Indien aan gestelde kwaliteitseisen wordt voldaan stellen we nieuwe docenten direct aan in LC of LD;
  • We gaan een aantal functies op meerdere niveaus beschrijven en waarderen, net als we hebben gedaan met de functie van instructeur;
  • We faciliteren docenten in hun ontwikkeling om aan de functie-eisen van de LC- en LD-docentschap te kunnen voldoen.
  • We maken een verbeterplan om deelname aan professionaliseringsaanbod te verhogen;
  • ROC Midden Nederland stelt 166 uur per medewerker en minimaal 2% van de loonsom beschikbaar voor professionalisering van alle medewerkers;
  • Vanaf 2023 biedt ROC Midden Nederland een loopbaanoriëntatiegesprek aan met een externe partner.
  • We zetten ons introductieprogramma Startbaan voort;
  • Docenten krijgen de eerste periode een dagdeel vrijstelling van werk om zich te ontwikkelen;
  • ROC Midden Nederland biedt alle nieuwe docenten een beeldcoachtraject aan;
  • We verbeteren de begeleiding aan zij-instromers in samenwerking met Hogeschool Utrecht in de Opleidingsschool;
  • We stellen indicatoren op om beïnvloedbare / ongewenste uitstroom van startende docenten in kaart te brengen en hebben passende interventies;
  • Er is een nieuw werkdrukplan geformuleerd;
  • Er komt een Healthcheck voor medewerkers;
  • ROC Midden Nederland gaat via pulse-metingen en (eventueel) teamgesprekken opnieuw ophalen waar behoeften en/of prioriteiten liggen bij medewerkers, om positieve ervaringen in het beïnvloeden van werkdruk te delen;
  • We zetten specifieke doelgroepacties vanuit de centrale afdeling recruitment voort die gericht zijn op potentiële zij-instromers voor o.a. docenten techniek en zorg;
  • We leiden zij-instromers op middels het Pedagogisch Didactisch Getuigschrift (PDG) om hun bevoegdheid te behalen;
  • Elke zij-instromer heeft een coach die wekelijks één uur tijd heeft voor o.a. een lesbezoek of coachgesprek en krijgt een beeldcoachtraject aangeboden (naast de reguliere, wekelijkse begeleiding);
  • Alle zij-instromers die niet direct starten met het PDG-traject volgen een intern georganiseerd voortraject PDG;
  • In september 2020 is gestart met de opleiding voor de hybride docenten. Inmiddels hebben vrijwel alle deelnemers de opleiding succesvol afgerond en een aantal is doorgegaan voor het volledige PDG-traject. We zetten dit traject voort.

Toelichting uitvoering in 2025

Opleidingsschool en zij-instroom

Onze opleidingsschool is een samenwerking tussen alle ROC‑locaties, het Instituut Archimedes (HU) en sinds 2024–2025 ook Nimeto. Binnen dit 'partnerschap Samen Opleiden' zijn de partners gezamenlijk verantwoordelijk voor het opleiden en begeleiden van (toekomstige)docenten.

In schooljaar 2024–2025 boden 8 instituutsopleiders (HU) en 8 schoolopleiders (ROC) leerwerkplekken aan 114 docenten in opleiding, 72 zij‑instromers en 20 startende docenten.

Alle studenten namen deel aan leernetwerken op school (LOS) in Utrecht, Amersfoort en Nieuwegein. Deze netwerken vormen een authentieke leeromgeving waarin onderwijsinhoud, didactiek en pedagogiek direct worden verbonden met de praktijk.

Wekelijkse bijeenkomsten boden ruimte voor intervisie, themasessies en voortgangsgesprekken. Daarnaast kreeg elke student begeleiding van een werkplekbegeleider. Het jaar werd gezamenlijk afgesloten met een interactieve bijeenkomst voor studenten, begeleiders en management.

Voor zij‑instromers is het 'voortraject PDG' verder ingericht. 23 deelnemers volgden dit traject als voorbereiding op het PDG‑programma met ROC‑brede bijeenkomsten over de zes rollen van de leraar. Aansluitend stromen zij door naar het PDG‑traject van de HU of een andere hogeschool, met begeleiding door een PDG‑coach op de eigen afdeling.

Twintig startende docenten namen deel aan het tweejarige inductieprogramma 'Startbaan'. Dit programma ondersteunt verdere professionalisering, taakuitbreiding en netwerkvorming. Startende docenten krijgen hiervoor structureel tijd en nemen deel aan ROC‑brede studiemiddagen en locatiegebonden leergroepen onder begeleiding van schoolopleiders. 

Professionalisering van begeleiding:

  • 25 deelnemers maakten gebruik van begeleiding via beeldcoaching;
  • 16 nieuwe werkplekbegeleiders zijn opgeleid via trainingen in Utrecht en Amersfoort;
  • Samen met HU en Mbo Amersfoort zijn aanvullende online sessies en professionaliseringsbijeenkomsten georganiseerd voor werkplekbegeleiders.

Professionalisering

In 2025 hebben we verder gewerkt aan het vergroten van het bereik en de zichtbaarheid van ons ontwikkelaanbod. Dit draagt bij aan ons doel om in het medewerkersonderzoek 2026 een score van 7,5 te behalen. De ROC Academie ontwikkelt en organiseert corporate programma’s voor leren en ontwikkelen, gericht op de implementatie van onze strategie en op de verdere groei van medewerkers.

Het jaar begon met de tweede editie van het 'Bruist festival' in het Beatrix Theater: een goed bezochte dag vol ontmoeting en inspiratie. Hoewel dit geen ontwikkelprogramma is, vormt het evenement een waardevolle opstap naar het trainingsaanbod dat later in het jaar volgt.

In 2025 is de online ROC Academie vernieuwd en opnieuw geïmplementeerd met als doel het aanbod laagdrempeliger te maken. De eerste resultaten zijn positief: er zijn circa 40% meer gestarte trainingen, al is dit mede beïnvloed door de augustusinstroom van nieuwe collega’s en hun deelname aan de onboarding‑leerlijn.

De Learning & Development‑adviseurs participeerden actief in organisatiebrede programma’s, zoals 'Passende Onderwijsarrangementen', 'Leven Lang Ontwikkelen' en 'Digitalisering' en adviseerden colleges bij het opstellen van professionaliseringsplannen. Daarnaast organiseerde de ROC Academie trainingen binnen onderwijsteams, gericht op coachende en didactische vaardigheden. Diverse leertrajecten ondersteunden collega’s in hun persoonlijk leiderschap en verandermanagement.

Ter ondersteuning van de strategie‑executie zijn met tijdelijke middelen extra trainingen in teams gefaciliteerd. Ook zijn er meerdere leernetwerken georganiseerd die gekoppeld zijn aan de strategische pijlers. In 2025 is geëxperimenteerd met een nieuwe opzet van het 'leernetwerk Onderwijsontwikkeling', wat resulteerde in een goed bezochte ontwikkeldag in samenwerking met het 'programmateam Passende Onderwijsarrangementen'.

De online ROC Academie bood medewerkers de mogelijkheid om tijd‑ en plaatsonafhankelijk te leren. Veelgebruikte e‑learnings waren onder andere trainingen over gegevensbescherming, de Gedragscode en AI. AI was de meest gebruikte zoekterm in 2025. De online academie bevatte bovendien kwalificaties rondom AVG‑awareness, cybercrime en de Gedragscode, waarmee managers de ontwikkeling op deze belangrijke (niet vrijblijvende) thema’s eenvoudig kunnen volgen.

Sterk in je werk blijven

We zetten ons sterk in voor duurzame ontwikkeling en werkplezier. Met gerichte activiteiten en faciliteiten verminderen we werkdruk en versterken we de vitaliteit van medewerkers. De Healthcheck, het Medewerkersonderzoek en vier pulse‑metingen leverden waardevolle inzichten op die zijn verwerkt in het werkdrukplan. Zelfregulatie blijft daarbij een belangrijk speerpunt vanwege de bewezen bijdrage aan stressreductie en werkplezier.

Onze activiteiten zijn georganiseerd rond de thema’s vitaliteit & gezondheid, loopbaan & mobiliteit, leren & ontwikkelen en werk & organisatie. Deze vormen de basis van het 'programma Sterk in je Werk' en onze communicatie richting medewerkers. We actualiseren deze ambities en activiteiten jaarlijks. Er is nieuw instrumentarium toegevoegd aan de toolbox voor de Performance Cyclus en we verkennen de inzet van een digitale ideeënbus en chatbox om medewerkers laagdrempelig te ondersteunen.

In november organiseerden we de 'Sterk in je Werk-week' met online en fysieke activiteiten, nieuwsbrieven en informatie op de interne omgeving. Daarnaast werken we aan een communicatieplan om het ontwikkel‑ en ondersteuningsaanbod nog beter zichtbaar en toegankelijk te maken.


Reflectie

De geformuleerde ambities voor 2025 hebben we over het algemeen in ruime mate behaald. We zien dat onze inzet op duurzame ontwikkeling en werkplezier werkt. We bieden kansen aan onze medewerkers om zich verder te ontwikkelen, bieden ruimte om goed om te gaan met de werkhoeveelheid en laten zien aan zij-instromers hoe mooi het mbo-onderwijs is.

Doelstelling 3.4 Het mbo wordt op het gebied van onderzoek en innovatie een volwaardige en gelijkwaardige partner in de onderzoeks- en kennisnetwerken

Ambities ROC Midden Nederland:

  • We versterken ons onderzoekend vermogen; 
  • Studenten ontdekken en ontwikkelen hun talent in relatie tot de wereld om hen heen. 

SMART ambities in het kwaliteitsplan

  • In 2025 is er een practoraat ‘Passend Onderwijzen in het mbo’ dat onder andere zorgt voor het vergroten van het onderzoekend vermogen en waarvan een professionele leergemeenschap deel uit maakt;
  • In 2027 maken tenminste 50 docenten onderdeel uit van de professionele leergemeenschap binnen het practoraat;
  • In 2025 is het aandeel studenten met internationale ervaring 7,5%, in 2027 is dit gestegen naar 10%. Dit geldt voor al onze studenten en al onze opleidingsdomeinen;
  • In 2025 nemen 250 studenten deel aan een project binnen het 'UP-programma' en in 2027 zijn dit 300 studenten;
  • In 2025 is het aantal onderdelen waarin deelgenomen kan worden aan 'Internationalisation at home' bij ‘in de klas’ en ‘in Nederland’ uitgebreid.

Onze maatregelen in het kwaliteitsplan

  • ROC Midden Nederland richt het nieuwe practoraat op: 'Passend Onderwijzen in het mbo';
  • We verbinden bestaande onderzoeksinitiatieven en ondersteunen deze vanuit het nieuwe practoraat;
  • We stimuleren deelname docenten aan onderzoeksactiviteiten;
  • We continueren onze samenwerking op onderzoeksgebied met Hogeschool Utrecht en Universiteit Utrecht;
  • Bij het vergroten van onderzoek en innovatie worden ook bedrijven betrokken;
  • We stimuleren de deelname aan internationale mobiliteit;
  • We bouwen ‘Internationalisation at home’ verder uit;
  • We vergroten het aantal internationale projecten en stages en vergroten de deelname van niveau 1 en niveau 2 studenten;
  • We intensiveren mogelijkheden voor excursies en studiereizen naar het buitenland in het kader van mobiliteit;
  • We breiden het 'project MixUp' uit naar meer opleidingen;
  • We ontwikkelen nieuwe internationale trajecten voor niveau 2-studenten;
  • Onze studenten nemen deel aan 'Skills Heroes';
  • In het 'UP programma' voeren we projecten uit binnen de lijnen R&D en Vakverdieping;
  • We zorgen dat docenten hun internationale competenties (verder) kunnen ontwikkelen;
  • We breiden ons regionale en internationale netwerk van internationaal georiënteerde partners verder uit.

Toelichting uitvoering in 2025

Onderzoekend vermogen 

We versterken ons onderzoekend vermogen via uitvoering van de startnotitie ‘PROOFTUIN’. Begin 2025 is het practoraatsplan opgesteld en goedgekeurd. In 2025 hebben we het practoraat ‘Passend Onderwijzen in het MBO’ verder gepositioneerd binnen ROC Midden Nederland. Het practoraat heeft een belangrijke functie in het versterken van het onderzoekend vermogen als plek waardoor praktijkgericht onderzoek ‘evidence-informed’ kennisontwikkeling plaatsvindt ter ondersteuning van onderwijsinnovatie.

Door het actief betrekken van docenten (docent-onderzoekers, PLG-deelnemers en master-docenten) vergroten we het onderzoekend vermogen. Kennisontsluiting en kennisoverdracht zorgen ervoor dat theoretische- en praktijkkennis wordt benut. Sinds zomer 2025 wordt gewerkt aan een vervolgnotitie. De practor is in 2025 betrokken geweest bij vier meerjarige onderzoeksprojecten gesubsidieerd door NKO (voorheen NRO) en NWA. Een van deze onderzoeksprojecten is voorjaar 2025 toegekend en gestart.Onderdeel van het NWA is een promotiebegeleiding in samenwerking met Radboud Universiteit en Maastricht Universiteit.

In 2025 waren drie direct aan het practoraat verbonden PLG’s (Professionele Leergemeenschappen) actief geweest met 18 docenten. Daarnaast draaiden twee PLG’s rondom meertaligheid, ‘taalsterk in je werk’ binnen het Gezondheidszorg College. Hierin werken 20 docenten vanuit drie onderwijsteams: Lab, AG en VPVZ. Naast de PLG’s is een kennislab op het onderwerp AI in werking waarin 9 docenten van verschillende colleges zijn betrokken om kruisbestuiving van kennis te stimuleren.

Internationalisering 

In 2025 is de 'strategie Widening Borders' geïntroduceerd. Met deze strategie is internationalisering nadrukkelijk gepositioneerd als een structureel onderdeel van onderwijs, professionalisering en organisatieontwikkeling. Uitgangspunt is dat alle studenten internationale competenties ontwikkelen. Een voorbeeld is het prijswinnende 'project MixUp' dat wordt ingezet bij de lessen Wereldburgerschap om studenten te laten discussiëren met studenten uit andere landen over thema’s als mensenrechten, duurzaamheid en discriminatie. In 2025 is de mobiliteit voor niveau 1 en 2 sterk gegroeid waardoor nu vrijwel alle opleidingen participeren. In 2025 is daarnaast geïnvesteerd in het versterken en verduurzamen van internationale samenwerkingsverbanden. 

Excellentie 

Het 'excellentieprogramma UP' biedt studenten die meer willen en kunnen de mogelijkheid om zich naast hun reguliere programma verder te ontwikkelen in de vorm van excellentieprogramma’s gericht op verdieping en verbreding en door middel van deelname aan vakwedstrijden. Het aantal excellentieprogramma’s is het afgelopen jaar licht gegroeid van 28 naar 30 programma’s waarvan het merendeel gerelateerd is aan de opleiding. In juni 2025 hebben 316 studenten een getuigschrift van UP ontvangen. Een tweede belangrijke component van het excellentieprogramma UP is de mogelijkheid voor studenten om deel te nemen aan vakwedstrijden met name aan 'Skills Heroes' met de nationale kampioenschappen afgelopen maart in Amsterdam. De focus voor de vakwedstrijden lag op de groei van het aantal deelnemende opleidingen en op de groei van de kwaliteit van ondersteuning en training. Op beide vlakken is veel bereikt. Zo is het aantal deelnemende opleidingen gegroeid naar 40  in schooljaar 25/26. Verder zijn docenten getraind als begeleiders en is er gewerkt aan het creëren van een “Team ROC MN”. Bij de Skills finales in Amsterdam bestond Team ROC MN uit 19 studenten die aan 15 finalewedstrijden deelnamen met 8 medailles als resultaat.

Reflectie

We hebben twee practoraten, waarvan er één een samenwerking is en de ander ons eigen practoraat “Passend Onderwijzen in het mbo’. Met onze ambitie om in 2027 tenminste 50 docenten onderdeel uit te laten maken van de professionele leergemeenschap liggen we op koers. En voor internationale mobiliteit hebben we de ambitie omhoog bijgesteld naar 12%, met daarbij veel aandacht voor doelgroepen die niet of slechts weinig participeren in internationale mobiliteit. Ook aan het excellentieprogramma doen al meer studenten mee dan we hoopten te bereiken.

Verantwoording Passend Onderwijs

Passend onderwijs: Passend Onderwijzen en Passend Ondersteunen

In onze begeleidingsstructuur gaan we uit van een sterke basis waarin alle studenten onderwijs krijgen dat bij hen past en begeleid worden in hun persoonlijke en professionele ontwikkeling. Als onze studenten behoefte hebben aan extra begeleiding dan bekijken we samen hoe we dat kunnen organiseren.

Het budget Passend Onderwijs is net als voorgaande jaren als volgt ingezet: de helft van het budget wordt besteed aan individuele begeleiding van studenten met een complexe ondersteuningsbehoefte. Deze begeleiding wordt uitgevoerd door medewerkers van het Centrum voor Studentontwikkeling. De andere helft van het budget wordt door de onderwijsteams besteed aan de inzet van docenten in het supportteam.

Informatie en advies

Decanen, studenten en ouders kunnen informatie vinden over Passend Onderwijs op onze website. In een persoonlijk gesprek, als onderdeel van de instroomprocedure of de studentbegeleiding, verkennen we de specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van een student en de wijze waarop we daaraan tegemoet kunnen komen. Onze medewerkers kunnen hierbij de expertise van het 'Steunpunt Passend Onderwijs' inschakelen. Het steunpunt is onderdeel van het Centrum voor Studentontwikkeling.

Samenhang andere middelen voor extra ondersteuning

Wij ontvangen -naast de middelen voor Passend Onderwijs- ook andere middelen om studenten extra te ondersteunen. We noemen hier de regionale vsv-middelen ter versterking van de ondersteuningsstructuur in het mbo (regio Utrecht) en de 'plus mbo-middelen' voor de begeleiding van overbelaste studenten (regio Eem). Vanuit deze vsv-middelen organiseert het Centrum voor Studentontwikkeling uiteenlopende coachingstrajecten aan (overbelaste) studenten die jonger zijn dan 23 jaar en nog geen startkwalificatie hebben.

Afwijken onderwijstijd

Onderwijsafdelingen kunnen een gefundeerd verzoek indienen bij het College van Bestuur (CvB) om te mogen afwijken van de wettelijke onderwijstijd of opleidingsduur. Dit wordt actief getoetst en voorgelegd aan het CvB alvorens het wordt doorgevoerd. In 2024-2025 hadden de volgende opleidingen toestemming om af te wijken van de norm voor programmering onderwijs: 

Crebo's die toestemming hebben om af te wijken van de onderwijstijd

   
Dienstverlening Helpende Zorg & Welzijn 25498
Dienstverlening Sport & Recreatie 25500
Dienstverlening Facilitair Medewerker 25499
Coördinator buurt, onderwijs en sport 25411
Coördinator sport- en bewegingsagogie 25412
Coördinator sport, bewegen en gezondheid 25413
Coördinator sportinstructie, training en coaching 25414
Pedagogisch Werk 23183
Gespecialiseerd pedagogisch medewerker 25484
Onderwijsassistent 25485
Pedagogisch medewerker kinderopvang 25486
Kapper niveau 2 (BOL-opleiding). 25400
Medewerker Human Resource Management 25146
Juridisch Administratief Medewerker 25145
Servicemedewerker (BOL) niveau 2 26007
Verzorgende IG en Maatschappelijke Zorg niveau 3 25656 / 23181
Maatschappelijke Zorg niveau 4 23181
Sport en bewegingsleider niveau 3 25415
Mechanisch operator A 25335
Mechanisch operator B 25336
Procesoperator A 25337
Procesoperator B 25338
Sport en bewegingsleider, niveau 3 en 4 – Amersfoort 23366
Middenkader Engineering technicus, Niveau 4 – Amersfoort 25297
Handhaver Toezicht & Veiligheid – Nieuwegein 23322
Leidinggevende team/afdeling/project in de veiligheidsbranche – Nieuwegein (crebo 25160
Flex-opleidingen – Amersfoort crebo 25960
  25999
  25961
  25960
  25894

Investeren van publieke middelen in private activiteiten

De beleidsregel "Investeren met publieke middelen in private activiteiten" (beleidsregel) vervangt een eerdere richtlijn en verduidelijkt de voorwaarden waaronder mbo-instellingen publieke middelen mogen inzetten voor private activiteiten. Dit document biedt een strategisch kader waarin wij de beleidsregel toepassen binnen onze onderwijsstrategie en risicobeheersing.

De beleidsregel heeft als doel:

  • het voorkomen van weglekken van publieke middelen naar private activiteiten;
  • het vermijden van marktverstoring.

Voor ROC Midden Nederland is het naleven van deze regel cruciaal om compliant te blijven.

Relevante activiteiten onder de beleidsregel zijn onder andere:

  • Leven Lang Ontwikkelen (LLO);
  • publiek-private samenwerkingen zoals het Make Center;
  • geïntegreerde trajecten en leerwerkbedrijven.

Belangrijke beleidswijzigingen zijn:

  • marktconforme prijsbepaling als alternatief voor integrale kostprijs. Dit biedt meer flexibiliteit bij tariefstelling;
  • versoepeling van nacalculatieverplichtingen, beperkt tot verlieslatende projecten;
  • structurele overcapaciteit (extra docenten of faciliteiten) wordt toegestaan, mits proportioneel;
  • stimuleringsactiviteiten en leerwerkbedrijven. Er wordt onderscheidt gemaakt tussen stimuleringsactiviteiten (worden gerekend tot de wettelijke taak, buiten scope beleidsregel) en erkende leerwerkbedrijven. Stimuleringsactiviteiten bij ROC Midden Nederland zijn:
    • BSP (binnenschoolse praktijk) bestaande uit restaurant, vergaderfaciliteiten, coffeebar en broodbar bij Horeca & Toerisme college; 
    • Kapsalon Beauty college;
    • Box 1 pop-up store Business & Administration college;
    • Loket 1 Business & Administration college;
    • Brand store Business & Administration college.


ROC Midden Nederland zet in op compliant handelen binnen de kaders van de beleidsregel en benut de mogelijkheden die de recente wijzigingen bieden. Door een zorgvuldig risicobeheersingssysteem en een flexibele onderwijsstrategie is ROC Midden Nederland goed gepositioneerd om zowel bekostigd als privaatonderwijs succesvol te combineren.

Risicobeleid

De inrichting van de administratieve organisatie is adequaat om aan de gevraagde verantwoordingsvereisten te kunnen voldoen; wij zetten daarvoor de volgende instrumenten in:

  • private activiteiten worden vastgelegd in een separate applicatie (verplichtingenregister) waarin offertes inclusief voorcalculaties worden aangemaakt, getoetst aan de richtlijnen en na goedkeuring door verantwoordelijke functionaris worden vastgelegd;
  • het verplichtingenregister is basis voor vergelijking voorcalculatie met nacalculatie;
  • de bevoegdheden van de verantwoordelijk functionaris zijn geregeld in het procuratieregister;
  • de voorcalculatie wordt opgesteld met behulp van vastgestelde rekentarieven die integrale kostprijs borgen inclusief een rendementsopslag;
  • per activiteit wordt de nacalculatie vastgelegd op basis van werkelijke kosten in de projectadministratie als onderdeel van de financiële administratie;
  • de studenten worden herkenbaar vastgelegd in de studentenadministratie;
  • periodiek worden voor- en nacalculatie vergeleken;
  • de ontwikkeling van baten en lasten per activiteit zijn onderdeel van de periodieke interne verantwoording;
  • specifiek voor activiteiten waar ook bekostigd onderwijs deel van uitmaakt zijn aanvullende clausules opgenomen in contracten gericht op verhindering van marktverstoring.

Juridische en organisatorische inbedding

ROC Midden Nederland heeft geen aparte juridische entiteit voor de private activiteiten. Voor de activiteiten gericht op werkgevers zijn afdelingen toegevoegd aan de colleges onder de naam mbo voor professionals (mvp).

Rubricering activiteiten
Voor de leesbaarheid wordt onderstaande rubricering voor activiteiten gehanteerd:

  • A) private activiteiten: alle activiteiten die mede onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van een bekostigde onderwijsinstelling worden uitgevoerd, voor zover deze activiteiten op meer zijn gericht dan alleen de uitvoering van de bekostigde wettelijke taak;
  • B) niet-bekostigd onderwijs verzorgd door een bekostigde onderwijsinstelling is een private activiteit, met uitzondering van het onderwijs waarvoor op grond van artikel 7.46 van de WHW het instellingscollegegeld wordt berekend en het overdragen van kennis ten behoeve van de maatschappij. Ook wanneer een deelnemer aan bekostigd onderwijs daarnaast (extra) niet-bekostigd onderwijs afneemt, bijvoorbeeld op verzoek van een werkgever, is er voor wat betreft dat extra niet-bekostigde onderwijs sprake van een private activiteit;
  • C) het ontwikkelen van activiteiten en voorzieningen ten behoeve van beroepspraktijkvorming (BPV), moet worden aangemerkt als private activiteiten, wanneer uit die activiteiten ook economische voordelen voor derden kunnen voortvloeien;
  • D) private activiteiten hoeven niet altijd direct op het onderwijs betrekking te hebben. Ook onderzoeken in opdracht of op verzoek van derden kunnen worden aangemerkt als private activiteiten;
  • E) voorzieningen voor medewerkers en onderwijsdeelnemers;
  • F) dienstverlening aan derden door de bekostigde instelling, zoals detachering, verhuur, laboratoriumdiensten, financiële diensten, ICT-diensten, reisbureau, HRM-diensten;
  • G) arbeidsbemiddeling, ondersteuning van startups (o.a. middels zogenoemde incubators), kennis-exploitatie, valorisatie, niet als onderdeel van de bekostigde wettelijke taken, maar in het verlengde daarvan, bijvoorbeeld voor oud-studenten die hun bekostigde opleiding al hebben afgerond en/of oud-medewerkers, en waarbij veelal de betreffende oud-student of oud-medewerker dan wel een andere specifieke derde een economisch voordeel verkrijgt.

In onderstaande tabel staan de bestaande activiteiten naar aard en omvang die onder de beleidsregel vallen.

Realisatie volgens beleidsregel Publiek-Privaat

Rubriek Definitie volgens beleidsregel Publiek-Privaat Toelichting      
A Private activiteiten: alle activiteiten die mede onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van een bekostigde onderwijsinstelling worden uitgevoerd, voor zover deze activiteiten op meer zijn gericht dan alleen de uitvoering van de bekostigde wettelijke taak. Omzet 25 Kosten 25 Resultaat 25
  A1 MBO voor professionals (bekostigd BBL) Bekostigd BBL als zodanig niet, wel de afspraken over aanvullende diensten/afwijkende afspraken over startdata, groepsgrootte en -samenstelling i.v.m. ongewenste weglek effecten bekostiging  1.168   895   272 
  A2 GT trajecten Aanvullend op BOL opleiding in opdracht van sociale diensten gericht op taal en begeleiding anderstaligen. Instroom vaak via ISK  539   578   -39 
  A3 Make center Samenwerking met Metaalbranche in de vorm van detachering personeel en gezamelijke werving BBL studenten  319   319   - 
           
  Definitie volgens beleidsregel Publiek-Privaat Toelichting      
B Niet-bekostigd onderwijs verzorgd door een bekostigde onderwijsinstelling is een private activiteit, met uitzondering van het onderwijs waarvoor op grond van artikel 7.46 van de WHW het instellingscollegegeld wordt berekend en het overdragen van kennis ten behoeve van de maatschappij. Ook wanneer een deelnemer aan bekostigd onderwijs daarnaast (extra) niet-bekostigd onderwijs afneemt, bijvoorbeeld op verzoek van een werkgever, is er voor wat betreft dat extra niet-bekostigde onderwijs sprake van een private activiteit.      
  B1 Branche diploma's N.v.t. 0 0 0
  B2 LLO Verkoop van certicerend aanbod (op basis van ontwikkelde keuzedelen voor bekostigd onderwijs)  630   486   143 
  B3 Onbekostigd niet crebo certificerend aanbod Cursorisch aanbod  1.258   1.048   210 
           
  Definitie volgens beleidsregel Publiek-Privaat Toelichting      
F Dienstverlening aan derden door de bekostigde instelling, zoals detachering, verhuur, laboratoriumdiensten, financiële diensten, ICT-diensten, reisbureau, HRM-diensten;      
  F1 Verhuur ruimtes    456   456   - 
  F2 Detachering personeel    175   175   - 
           
Totaal      4.544   3.958   586 

Toelichting bij de rubrieken

(Rubrieken C, D, E en G niet van toepassing)

A) Private activiteiten

A1 Mbo voor professionals (bekostigd BBL)

Het onder bekostigd BBL verantwoord bedrag is gefactureerd aan bedrijven die via mbo voor professionals deelnemen aan bekostigde trajecten en heeft betrekking op o.a. intake/examens/leermiddelen/aanvullende cursussen en vergoedingen voor ondertalligheid. Genoemd bedrag is exclusief Wettelijk Verplicht Cursusgeld. 

Meerwaarde
Bedrijven wordt de mogelijkheid geboden een opleidingsaanbod te doen aan eigen medewerkers, dit past binnen de doelstellingen van Leven Lang Ontwikkelen en de maatschappelijke doelstelling van ROC Midden Nederland.

A2 GT-trajecten

Het project Geïntegreerde Trajecten (GT) voorziet in inschrijving BOL-studenten (bekostigd) die via de gemeentelijke sociale diensten en/of re-integratie bedrijven worden aangemeld. De gemeenten betalen een aanvullende vergoeding voor extra begeleiding voor deze studenten.

Meerwaarde
De extra begeleiding biedt anderstaligen de kans om binnen het reguliere BOL-programma succesvol een startkwalificatie te halen. Dit past volledig in onze maatschappelijke doelstelling.

A3 Make center

Betreft een combinatie van bekostigd BBL via ROC Midden Nederland met aanvullend een praktijklesdag betaald door de werkgever van de student. De geldstroom voor de praktijklesdag verloopt via het 'Opleidingsbedrijf voor de Metaal' (OBM). Voor zover OBM gebruikmaakt van docenten en instructeurs van ROC Midden Nederland worden deze doorbelast volgens vastgestelde docenttarieven (CAO MBO).

Meerwaarde 
De extra begeleiding voor studenten wordt ingekocht door werkgevers bij OBM. De samenwerking geeft invulling aan onze doelstelling om samenwerking met regionale branches vorm te geven.

B) Leven Lang Ontwikkelen (LLO en niet-crebo certificerend)

Voor het bekostigd onderwijs wordt ingezet op flexibilisering van het onderwijs. Onderdeel van dit programma is het modulair maken van opleidingen. Deze modules worden ook via onbekostigde open inschrijving aangeboden aan bedrijven en individuele studenten. Bedrijven zien dit als relevante toevoeging om eigen medewerkers gericht op de specifieke behoefte te kunnen opleiden. Individuele studenten schrijven zich hiervoor in, al dan niet met gebruikmaking van een persoonlijk opleidingsbudget van de werkgever.

Meerwaarde
LLO-programma is een flexibel aanbod beroepsopleidingen gericht op stimuleren en onderhouden professionele competenties.

F) Dienstverlening aan derden

F1 Verhuur ruimtes

Meerwaarde
Deze verhuuropbrengsten zijn nevenopbrengsten gericht op optimalisatie van het vierkante metergebruik en een beperking van kosten voor onderwijs.

F2 Detachering personeel

Het betreft detacheringen van medewerkers gericht op onderwijsactiviteiten en invulling van samenwerkingen gericht op arbeidsmarkt (UWV) tegen kostprijs.

Meerwaarde
Deze detacheringen passen binnen het beleid om bekostigd onderwijs te bevorderen.

Verantwoording externe subsidies

Financiële verantwoording programmamiddelen Gemeente Utrecht 2025

Regionale programma VSV Utrecht

In de doorstroompuntregio 19 Utrecht werken scholen, gemeenten en andere ketenpartners via het regionaal programma 'SchoolWerkt' samen aan het verminderen van voortijdig schoolverlaten (vsv). 

In het kader van dit programma heeft ROC Midden Nederland, namens de partners in de regio, van de gemeente Utrecht subsidie ontvangen voor de uitvoering van twee vsv-maatregelen:

1.     'De Overstap' - de Overstap van het vo naar mbo met een goede basis infrastructuur en het begeleiden van zachte overstap;
2.    'Taalsterk aan het werk' - het ontwikkelen van een taalgerichte-aanpak waarmee studenten hun leerproces kunnen vervolgen binnen de zorgsector.

De eindverantwoording van deze subsidie vindt, conform subsidievoorwaarden uit de afgegeven beschikking, plaats vóór 1 juli 2026.

De overstap

De overstap van vmbo naar mbo kan voor jongeren een grote stap zijn. Goede begeleiding en monitoring van hun loopbaanontwikkeling is dan ook essentieel om uitval vóór, tijdens en na deze overstap te voorkomen. Met de programmalijn 'De Overstap' werken we daarom aan een goede, voorwaardelijke samenwerking tussen vo/vso, mbo en leerplicht om deze uitval zoveel mogelijk te voorkomen. Binnen deze programmalijn zetten we regionale 'Overstaptafels' en een gezamenlijk digitaal informatiesysteem in om ervoor te zorgen dat alle overstappende leerlingen in beeld zijn en dat we tijdig kunnen interveniëren waar nodig. Daarnaast worden diverse kennis- en oriëntatieactiviteiten georganiseerd voor decanen en mentoren van het vo, zodat zij leerlingen goed kunnen voorbereiden op de overstap naar het mbo. 

In 2025 zijn de Overstaptafels, de digitale infrastructuur en de kennis- en oriëntatieactiviteiten uitgevoerd conform planning. Vanuit De Overstap wordt tevens extra begeleiding geboden aan vo-leerlingen met een verhoogd uitvalrisico bij de overstap naar het mbo. Hiervoor worden zogeheten 'Overstapcoaches' ingezet. Deze Overstapcoaches begeleiden leerlingen op en buiten school en zijn ook beschikbaar tijdens vakanties. In 2025 zijn deze coachingstrajecten uitgevoerd conform planning. Daarnaast is er een extra, intensievere begeleidingsmogelijkheid beschikbaar voor overstappende leerlingen uit het vso en OPDC(Orthopedagogisch Didactisch Centrum). Deze intensievere coachingstrajecten zijn in 2025 gecontinueerd en conform planning uitgevoerd.

Taalsterk aan het werk

Taal is een cruciaal middel om succesvol te zijn in het onderwijs, het werkveld en de maatschappij. Met het project ‘Taalsterk aan het werk’ ontwikkelt ROC Midden Nederland een taalgerichte evidence informed aanpak om het leerproces en het diplomasucces van studenten in de zorgsector te vergroten. In dit project werken taal- en vakdocenten van het Gezondheidszorg College Utrecht nauw samen met de Hogeschool Utrecht. Door gezamenlijk taalgerichte interventies te ontwerpen, toe te passen en te evalueren in de dagelijkse onderwijspraktijk, ondersteunen we de taalontwikkeling van studenten en dragen we bij aan de kennisontwikkeling en -deling op dit gebied. In 2025 is het project 'Taalsterk aan het werk’ uitgevoerd conform planning.

Financiële verantwoording Programmamiddelen VSV

De tabel volgt hierna. Ten aanzien van De Overstap (incl. pilot extra inzet vso/OPDC) zijn meer kosten gemaakt dan begroot. Deze overrealisatie wordt veroorzaakt doordat de facturatie van de digitale systeemkosten van De Overstap niet synchroon loopt met het kalenderjaar en doordat tussentijdse wijzigingen in de personele inzet hebben geleid tot hogere uitgaven. De geconstateerde overrealisatie wordt naar verwachting gecompenseerd vanuit regionale middelen.

De kosten van Taalsterk aan het werk zijn in lijn met de verwachte kosten 

x €1

Beschikking Programmamiddelen VSV Utrecht 2024-2025
dossiernummer 12754103 (2024/2844)
Financiële verantwoording Programmamiddelen VSV 2024-2025 Gemeente Utrecht
Programma-activiteiten toegekend 2024 toegekend 2025 Totaal toegekend kostenrealisatie 2024 kostenrealisatie 2025 Totaal kostenrealisatie Begroting -/- Realisatie
Maatregelen VSV              
De Overstap van het VO naar MBO met een goede basis infrastructuur en het begeleiden van zachte Overstap 0 € 445.517 € 445.517 0 € 479.875 € 479.875 € -34.358
Het ontwikkelen van een taalgerichte-aanpak waarmee studenten hun leerproces kunnen vervolgen binnen de zorgsector € 9.790 € 28.210 € 38.000 € 10.793 € 27.482 € 38.275 € -275
vervolgen binnen de zorgsector € 9.790 € 473.727 € 483.517 € 10.793 € 507.357 € 518.150 € -34.633

MBO Uitvoeringsagenda 2023-2026

Rapportage MBO Uitvoeringsagenda 2025

Hieronder volgt een korte toelichting op de inzet van uren en de activiteiten die in 2025 in het kader van de 'MBO Uitvoeringsagenda 2023 – 2026' zijn gerealiseerd.

Ambitie 1 (gelijkwaardige positie) 

1.1 De samenleving waardeert vakmanschap en heeft een positief beeld van het mbo.

In 2025 hebben de Utrechtse mbo-instellingen en de gemeente Utrecht verder gewerkt aan een gelijkwaardige positie voor alle studenten. Na de lancering van de publiekscampagne 'Van selectie- naar talentenmaatschappij' in oktober 2024, verscheen in maart de gelijknamige position paper. Daarin staan drie belangrijke oproepen:

  • Geef in het funderend onderwijs meer aandacht aan een toekomst die past bij ieders talent en aan de route naar vakmanschap;
  • Vergroot kennis, waardering en zichtbaarheid van het mbo bij leerkrachten in het primair en voortgezet onderwijs;
  • Zorg voor soepele overgangen tussen voortgezet onderwijs en mbo.

De position paper kreeg ook landelijk aandacht. Op 25 maart boden de gemeente Utrecht, G4, Beroepsonderwijs Utrecht, werkgevers en jongerenorganisaties de 'petitie Van selectie- naar talentenmaatschappij' aan de Tweede Kamer aan. Zij vroegen om meer waardering voor alle talenten: niet alleen cognitieve, maar ook praktische, sociale en creatieve talenten van jongeren in het (v)mbo.

In aanloop naar de landelijke verkiezingen op 29 oktober is een lobbydocument opgesteld en zijn gesprekken gevoerd met Kamerleden.

1.2 Mbo-, hbo- en wo-studenten hebben een gelijkwaardige positie in het Utrechtse studentenleven

De afgelopen jaren is hard gewerkt binnen de MBO Uitvoeringsagenda aan een gelijkwaardige positie van mbo-studenten in het Utrechtse studentenleven. In 2025 zijn onder andere de volgende stappen gezet:

  • 'Convenant Studentensport': in mei ondertekend door ROC Midden Nederland, MBO Utrecht, Grafisch Lyceum Utrecht, Nimeto, Universiteit Utrecht, Hogeschool Utrecht, de gemeente Utrecht en vijf andere partners. Hierdoor krijgen ook mbo-studenten toegang tot een gevarieerd, toekomstbestendig sportaanbod tegen gereduceerd tarief;
  • Gesprekken met Universiteit Utrecht en Hogeschool Utrecht om studentenverenigingen toegankelijker te maken voor mbo-studenten;
  • 'Convenant Studentenhuisvesting': op 27 november vernieuwd door gemeente Utrecht, SSH, studentenorganisaties en vertegenwoordigers van mbo-, hbo- en wo-instellingen. Hiermee onderstrepen we het belang van gelijke kansen op studentenhuisvesting.

Ambitie 2 (verbinding van jongeren, onderwijs, arbeidsmarkt en gemeente)

2.1 Er is waardering en interesse bij leerlingen, ouders en docenten voor vakopleidingen en -beroepen

Naast de taak van vo- en mbo-instellingen om loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) te verzorgen, geeft de gemeente via een subsidie scholen extra steun om LOB-aanbod uit te voeren. Om LOB te versterken liet de gemeente in 2025 een stagiair met een mbo-achtergrond onderzoek doen naar manieren om het gemeentelijke LOB-beleid te verbeteren.

2.2 Elke mbo-student heeft een waardevolle stageplek 

In 2025 organiseerden de Utrechtse mbo-instellingen samen met de gemeente het eerste gezamenlijke BPV-congres. Doel: professionalisering van BPV-begeleiders en het versterken van het netwerk.

De BPV-begeleiders wisselden ervaringen uit en volgden workshops over onder meer stagediscriminatie, gesprekken met studenten en bedrijven, culturele dialoog, microagressies en de weerbaarheid van studenten. SBB gaf een sessie over signalen en klachten, terwijl discriminatie.nl de juridische kant van stagediscriminatie belichtte.

Het congres zorgde voor meer kennisdeling, betere samenwerking en het versterken van de begeleiding van studenten tijdens hun stage. Daarnaast hebben alle scholen hard gewerkt aan de meldingsprocedure van stagediscriminatie in samenwerking met de gemeente.

2.3 Er is nauwe samenwerking in de driehoek van het onderwijs, de gemeente en de arbeidsmarkt 

Op 25 april verzamelden 60 studenten van de vier Utrechtse mbo’s en de Hogeschool Utrecht zich om een dag aan de slag te gaan met verschillende challenges. Challenges van echte opdrachten van echte opdrachtgevers zoals UMC Utrecht en Vodafone. In gemixte teams werkten studenten samen aan het vinden van een oplossing.

Met deze challenges hebben de mbo’ers een mooi podium om te laten zien wat ze kunnen. De bedrijven waren positief verrast door de oplossingen die de studenten hadden bedacht. Voor de studenten zelf was het een leerzame ervaring om in een onbekend team een oplossing te bedenken voor een echte praktijkopdracht in een kort tijdbestek.

Begroting MBO Uitvoeringsagenda 2023-2026

MBO Uitvoeringsagenda 2023-2026 Dossiernummer 11278181 (2023/1562) X € 1 BEGROTING
Ambitie Activiteit Mbo subsidie inzet ROC Midden Nederland inzet MBO Utrecht inzet Nimeto inzet GLU out of pocket
      uren bedrag uren bedrag uren bedrag uren bedrag  
1. Mbo’ers maken gelijkwaardig deel uit van de Utrechtse samenleving Imago en campagnes € 150.000 200 € 16.000 50 € 4.000 50 € 4.000 50 € 4.000 € 122.000
Integrale aanpak studentenleven € 100.000 200 € 16.000 150 € 12.000 250 € 20.000 150 € 12.000 € 40.000
2. Jongeren, onderwijs, de arbeidsmarkt en de gemeente zijn goed met elkaar verbonden. Ontwerpen, afstemmen en organiseren gezamenlijke LOB-initiatieven LOB 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Inclusieve stagemarkt 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
aanpak voldoende en uitdagende stageplekken voor alle mbo studenten € 100.000 250 € 20.000 250 € 20.000 250 € 20.000 250 € 20.000 € 20.000
Totaal   € 350.000   € 52.000   € 36.000   € 44.000   € 36.000 € 182.000

Realisatie MBO Uitvoeringsagenda 2023-2026

MBO Uitvoeringsagenda 2023-2026 Dossiernummer 11278181 (2023/1562) X € 1 REALISATIE tm 2025
Ambitie Activiteit TOTAAL REALISATIE inzet ROC Midden Nederland inzet MBO Utrecht inzet Nimeto inzet GLU out of pocket
      uren bedrag uren bedrag uren bedrag uren bedrag  
1. Mbo’ers maken gelijkwaardig deel uit van de Utrechtse samenleving Imago en campagnes € 152.137 155 € 12.400 61,5 € 4.920 54 € 4.320 58 € 4.640 € 125.857
Integrale aanpak studentenleven € 38.805 8 € 640 6 480 318 € 25.440 69 € 5.520 € 6.725
2. Jongeren, onderwijs, de arbeidsmarkt en de gemeente zijn goed met elkaar verbonden. Ontwerpen, afstemmen en organiseren gezamenlijke LOB-initiatieven LOB 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Inclusieve stagemarkt € 97.422 180 € 14.400 226 € 18.080 178 € 14.240 122 € 9.760 € 40.942
aanpak voldoende en uitdagende stageplekken voor alle mbo studenten
Totaal   € 288.364   € 27.440   € 23.480   € 44.000   € 19.920 € 173.524

Utrecht Leert 2024-2025

De subsidie genaamd ‘Utrecht Leert’ is toegekend voor een voortzetting van de activiteiten rond meer goede leraren en toekomstbestendig onderwijs. Conform afspraak is de uitbreiding van de rol van schoolopleider gecontinueerd en zijn er diverse activiteiten georganiseerd, uitgebreid en verbeterd. Deze activiteiten zijn met name gericht op de zij-instromers en de startende docenten. Zo hebben ook dit jaar weer veel startende collega’s en zij-instromers een (introductie) beeldcoachingstraject gevolgd. We hebben het voortraject voor de zij-instromer geoptimaliseerd en dit traject aansluitend twee keer aangeboden. 23 collega’s hebben hier gebruik van gemaakt. Daarnaast hebben we een aantal succesvolle wervingsactiviteiten uit kunnen zetten, gericht op tekortvakken. Al met al is de toegekende subsidie wederom volledig en nuttig besteed."

Utrecht Leert 2024-2025 Dossiernummer: 12807900 (2024/3419)    
Begroting Realisatie
Activiteit Prijs x Aantal Totaal bedrag Totaal bedrag
Kosten plan ROCMN      
Uitbreiding rol projectleider voor uitvoering/begeleiding van dit plan 7 uur per week €75x7x52 € 27.300 € 18.600
1. Ondersteuning startende docenten
Meer maatwerk bieden op locatie (3 locaties, 5 bijeenkomsten, 5 uur per bijeenkomst)
€75x60 uur € 4.500 € 8.500
Diversiteit binnen inductie voor eigen ontwikkelpad, meer keuze binnen thema’s/ workshops € 4.710 € 4.710 € 7.179
2. Trainingen/workshops zij-instromers voor het PDG-traject
A 1x 5 dagen a 3 uur (plus hetzelfde aantal uur voor evaluaties, voor- en nabereiding)
€75 x 30 uur € 2.250 € 3.000
Extra begeleiding naast de reguliere begeleiding voor zij-instromers die dat nodig hebben (o.a. inzet coach Ellen Koning) €75 x 52 uur € 3.900 € 2.025
3. Vergroten passende begeleidingsactiviteiten €75 x 25 uur € 3.750 € 8.500
Uitbreiding aanbod trainingen werkbeleiders (i.s.m. € 5.500 € 5.500  
Nimeto, uitgevoerd door HU)      
Versterken professionaliseringsaanbod werkbegeleiders (in samenwerking met de andere
mbo’s, 2x per jaar)
€4000 x 2 € 8.000  
4. Inductieprogramma voor zij-instromers
- Maatwerk, ontwikkeling, uitvoering, lesbezoeken,
evaluatie, deelname beeldcoachingstrajecten
€75x2x52 € 7.800 € 8.500
- Beeldcoaching (starterspakket, uitgaande van
45 deelnemers)
€75x4 uur x 45 € 13.500 € 10.994
5. Verbreding en ontwikkeling rol 7 huidige schoolopleiders, matching werkbegeleiders, uitbreiding groep werkbegeleiders, nieuwe rol begeleiding starters/pdg’ers/hybride docenten monitoren, inwerkprogramma’s (verder) ontwikkelen, lesbezoeken, bijdrage aan nieuwe
activiteiten etc. 2 uur per week
€75x 7x2x52 € 54.600 € 41.400
6. Wervingsactiviteiten dio’s, zij-instromers en hybride docenten (vooral gericht op tekortvakken) € 15.000 € 15.000 € 47.878
Activiteiten boeien en binden zij-instromers en hybride docenten, netwerk jong ROCMN erbij betrekken (beter/aantrekkelijker vormgeven), pool breed inzetbaar dio-talent. € 4.000 € 4.000 € 7.693
Hybride traject in samenwerking met
HU (uitgaande van minimaal 6 deelnemers)
Deelnemerskosten
€130 (p. uur HU) x 63 uur =
€ 8.190  
(Alle MBO’s in omgeving Utrecht mogen hierbij aansluiten)      
       
Totale kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd:   € 163.000 € 164.269
       
De eigen investering van ROCMN betreft een deel van de uren voor projectleider en schoolopleiders,
Organisatie, ontwikkeling van activiteiten, uitvoering van activiteiten etc.
 
Deel uren voorbereiding/uitwerking gezamenlijke
activiteiten projectleider 4 uur
€75x4 x52 € 15.600 € 44.000
Deel uren verbreden rol schoolopleiders 1 uur per week €75x1x 7x52 € 27.300 € 45.777
1 training voor de zij-instromer voor het PDG-traject €75x30 uur € 2.250 € 6.000
Maatwerk en diversiteit bieden op diverse locaties en
opstart en professionalisering leernetwerken
€ 35.000 € 35.000 € 90.667
Activiteiten zij-instromers, dio’s, startende docenten € 5.000 € 5.000 € 19.335
Beeldcoachingstrajecten pdg’ers, starters en nieuwe
docenten en professionalisering beeldcoaches
€ 10.000 € 10.000  
Wervingsactiviteiten € 5.000 € 5.000 € 5.659
Eigen investering ROCMN   € 100.150 € 211.437
Gevraagd subsidiebedrag   € 163.000 € 164.269
Totale kosten:   € 263.150 € 375.706