Student centraal
Pijler 1
Pijler 1
In de eerste pijler van de strategie 'De makers van de Samenleving' staat de student centraal. De pijler is uitgewerkt in drie ambities. In dit hoofdstuk laten we zien op welke manier we aan de ambities hebben gewerkt. Wij gaan voor het succes van elke student die zich bij ons wil ontwikkelen. Voor een nieuwe generatie makers van de samenleving en voor professionals die tijdens hun loopbaan willen werken aan nieuwe kennis en vaardigheden. Passend onderwijzen is onze norm.

Ambitie 1: Iedereen welkom
Ambitie 2: Iedere student succesvol
Ambitie 3: Leven lang ontwikkelen
Bij ons is iedereen welkom. Met een breed aanbod bieden we elke student een passende opleiding of leerroute. Studenten kunnen op meerdere momenten instromen en we zorgen voor een warm welkom op onze opleidingen. Door goede loopbaanoriëntatie en -begeleiding en persoonlijke aandacht op belangrijke keuzemomenten, zien we erop toe dat elke student op de juiste plek zit. Op al onze locaties is een positief leerklimaat daarbij de norm. Ook is er bij ons ruimte voor verschillen tussen mensen en is ieders bijdrage waardevol. We zijn een inclusieve school.
Wij vinden dat iedere (aankomende) student de vrijheid moet hebben om een opleiding te kiezen die bij zijn of haar talenten past. Daarom hebben we een breed opleidingsaanbod. Aan de andere kant zien we in veel sectoren grote tekorten, zowel in sectoren gericht op maatschappelijke opgaven als in andere sectoren. Als onderwijsinstelling willen we onze makelaarsfunctie -de brug tussen de studiekiezer met dromen en de arbeidsmarkt met acute vragen- goed kunnen vervullen. Het invoeren van portfoliomanagement helpt ons om beter, sneller en wendbaarder te acteren op die ontwikkelingen. Via een multidisciplinaire aanpak, waarbij onderwijs samenwerkt met ondersteunende diensten, zijn er in 2024 op vrijwel alle colleges kwalitatieve gesprekken gevoerd op basis van analyse om samen de ontwikkelingsrichting en samenhang van opleidingen te bepalen. Daarbij staat het studiekeuzegedrag van studenten centraal en wordt de link gelegd naar actuele en toekomstige arbeidsmarktbehoeften en -kansen. In de gesprekken zijn afspraken gemaakt over het innoveren van opleidingen via: kansrijke opleidingsvarianten (specialisaties), mhbo, aanbod voor havisten, doorlopende leerlijnen met het hbo en 'BOL-on-the-jobvarianten' in samenwerking met het werkveld en tweetalig aanbod.
We organiseren diverse voorlichtingsactiviteiten waardoor leerlingen kunnen kennismaken met het mbo. We vinden het belangrijk dat vo-leerlingen (met name uit de bovenbouw) op verschillende momenten en manieren kunnen kennismaken met ROC Midden Nederland. Het studiekeuzeproces vraagt de nodige tijd en aandacht. Zo worden er naast de open dagen ook oriëntatie workshops , rondleidingen, meeloopdagen en studiekeuzegesprekken aangeboden. Daarnaast vindt de eerste kennismaking vaak met het mbo plaats tijdens een voorlichtingsavond op de vo-scholen. Op de Tech Campus hebben een aantal docenten ook de rol van voortgezet onderwijsambassadeur. De ambassadeurs geven voorlichtingen op scholen en zorgen voor de organisatie en uitvoering de activiteiten.
Nieuw in 2024 is voorlichting over het mbo aan havo-3 leerlingen en hun ouders. Dit is op verzoek van havo-decanen. Wat opvalt is dat ouders verbaasd zijn over het aanbod van mbo-opleidingen en de mogelijkheden zoals bol en bbl. Voor ouders van studiekiezers zijn ook verschillende webinars gegeven over het mbo. Onderwerpen die werden behandeld, zijn: de rol die je als ouder speelt in het studiekeuzeproces van je kind en de overstap van havo naar mbo. De ouders/verzorgers zijn de belangrijkste personen voor de begeleiding van hun kind in dit studiekeuzeproces.
Op de Tech Campus zijn de oriëntatie-activiteiten vernieuwd in 2024. Deze zijn gericht op kennismaken met techniek op verschillende niveaus en aansluiting bij LOB (Loopbaanoriëntatie en begeleiding) in het voortgezet onderwijs. Leerlingen zijn welkom bij de Tech Campus Expeditie, de Tech Campus college tour voor leerjaar 3 en de Tech Campus Deep Dive. De activiteiten zijn enthousiast ontvangen en krijgen volgend jaar zeker een vervolg.
De succesvolle pilot van het 'mbo-talentprogramma voor havisten' in 2023 heeft in 2024 een vervolg gekregen. Het doel is om de deelnemers weer perspectief te geven op hun volgende loopbaanstap. Persoonlijke ontwikkeling en oriëntatie op het mbo staan centraal. Er zijn drie groepen gestart (één in Amersfoort en twee in Nieuwegein) met in totaal 32 havisten. Er zijn 25 vo-scholen betrokken als partner bij dit oriëntatieprogramma. 96% van de deelnemers aan dit programma volgt een mbo-opleiding en zij zitten allemaal na de eerste 100 dagen nog op de juiste plek.
Het halfjarige oriëntatieprogramma 'Ontdek het mbo' is niet gestart vanwege te weinig aanmeldingen. Er wordt een verbeterslag gemaakt in de werving en het programma wordt doorontwikkeld om te starten in 2025.

We zorgen voor een warm welkom op onze opleidingen. Onze professionals geven in de kennismakingsactiviteiten een helder beeld van de opleiding en bij de start nemen de studenten deel aan diverse introductie-activiteiten. In de eerste maanden, de zogenaamde 'Gouden Weken', hebben we extra aandacht voor onder andere de groepsbinding. Voor de uitvoering van de 'wet verbetering rechtspositie mbo-student' hebben we nieuwe processen ingericht zodat we de ondersteuningsbehoefte van de student op tijd bespreken en hier afspraken over maken. In 2024 hebben we hiervoor diverse bijeenkomsten georganiseerd zodat alle betrokkenen goed op de hoogte zijn.
Vanaf 2024 hebben we actief ingezet op het mogelijk maken van meerdere instroommomenten, en dan met name instroom in februari. Veel van onze opleidingen hebben studenten in februari welkom geheten. We zien dat dit een aantrekkelijke keuze is voor studenten die een bbl-opleiding willen volgen. In 2024 hebben we ook extra aandacht gegeven aan de thema’s doorstroom en switch. Studenten die toch niet de juiste keuze hebben gemaakt, kunnen deelnemen aan het heroriëntatie-traject en instromen bij een nieuwe opleiding die beter past. Ook willen we studenten die na entree of niveau 2 verder willen studeren zo goed mogelijk ondersteunen. We onderzoeken wat eventuele drempels kunnen zijn en ondernemen actie om deze te verlagen of weg te nemen. Zo hebben we in 2024 gekeken welke invloed taalbeheersing heeft op het maken van de overstap en gezorgd voor extra taalondersteuning.
Door goede loopbaanoriëntatie en -begeleiding en persoonlijke aandacht op belangrijke keuzemomenten zorgen we ervoor dat elke student op de juiste plek zit. In 2024 hebben we gewerkt aan het formuleren van een herijkte versie en uitgangspunten van ons beleid voor Loopbaan Ontwikkeling en -Begeleiding (LOB). Bij ons draait LOB om studenten die hun talenten ontdekken. Met ervaringen, inspirerende begeleiding en ruimte voor zelfontplooiing bereiden we ze voor op hun toekomst. Onze visie, inclusief uitgangspunten en beschrijving van LOB-leeromgeving, is uitgewerkt met docenten en betrokkenen. Ook onze CSR (Centrale Studentenraad) heeft meegedacht bij de ontwikkeling van deze visie.
Met de extra middelen die beschikbaar zijn voor niveau 2 werken we binnen de niveau 2-opleidingen met kleinere klassen en extra begeleiding. Zo maken we passend onderwijzen voor deze doelgroep mogelijk.
Uit de JOB-monitor blijkt dat ons gemiddelde cijfer op de vraag 'Na de opleiding moet je kiezen: verder leren of gaan werken. Hoe helpt je school je bij deze keuze?' is gestegen. In 2024 is de uitkomst 3,1. Bij de vorige metingen was dit 3,0. Hieruit blijkt een stijgende lijn over de tevredenheid van studenten op dit onderwerp en zijn wij tevreden over de mooie voldoende die we hierop gemiddeld scoren.
We vinden het belangrijk dat onze studenten succesvol zijn in het onderwijs en na diplomering hun weg op de arbeidsmarkt en in de samenleving vinden. Met ons onderwijs en onze manier van organiseren helpen we onze studenten verder in hun loopbaan en persoonlijke leven. We stimuleren studenten om na te denken over de ontwikkeling van hun onderwijs- en arbeidsmarktloopbaan en ondersteunen hun (loopbaan)ontwikkeling. Dat doen we op groepsniveau waar het kan, op individueel niveau waar het moet. Deze ondersteuning houdt niet op zodra studenten hun diploma halen. Ook na diplomeren kunnen zij bij ROC Midden Nederland terecht met vragen over een volgende stap. Dit gebeurt in het kader van de nieuwe wet ‘van school naar duurzaam werk’ die naar verwachting op 1 januari 2026 ingaat.
In 2024 hebben we via de 'subsidieregeling nazorg mbo 2022-2024' aanvullende loopbaanbegeleiding georganiseerd voor 599 gediplomeerden tot 27 jaar. We hebben gediplomeerden vlak voor en na diplomering actief benaderd en -waar nodig- geholpen om een volgende stap in hun loopbaan te zetten. Dat hebben we gedaan door middel van coaching- en loopbaangesprekken, workshops, het regionale MBO carrièrefestival en door gediplomeerden warm over te dragen naar het doorstroompunt, de gemeente en/of hulpverlening. Vooral het Centrum voor Studentontwikkeling heeft hier een belangrijke rol in gespeeld.
Met ons onderwijs en de inzet van extra loopbaanbegeleiding hebben we in 2024 bijgedragen aan het vergroten van de kansen van mbo-gediplomeerden op de arbeidsmarkt. We hebben hen actief benaderd en uitgevraagd. We zien dat de meeste gediplomeerden na afstuderen een (tijdelijke) baan hebben in het werkveld waarvoor zij zijn opgeleid. Ondanks dat we merken dat de vraag naar aanvullende loopbaanbegeleiding vooralsnog beperkt is, blijkt dat gediplomeerden het persoonlijk contact en het aanbod van aanvullende loopbaanbegeleiding waarderen. Zij zijn tevreden met de door ons geboden begeleiding en hebben waardevolle input gegeven om het onderwijs en aanbod van aanvullende loopbaanbegeleiding te verbeteren.
Tegelijkertijd weten we uit onderzoek dat er gediplomeerden zijn die door hun opleiding, achtergrond of ondersteuningsbehoefte moeite kunnen hebben om hun weg op de arbeidsmarkt te vinden. We zullen daarom aandacht blijven houden voor de kwaliteit van loopbaanoriëntatie. Daarbij richten we ons op begeleiding in de klas, de relatie met studenten die (gaan) diplomeren en de inrichting en organisatie van extra loopbaanondersteuning vlak voor en na diplomering. Dat is een forse opgave. We blijven inzetten op de communicatie over de nieuwe wet en mogelijkheden op het gebied van extra loopbaanbegeleiding. Dat doen we binnen en buiten de schoolmuren. Zo blijven we samenwerking met andere mbo-instellingen, doorstroompunten en gemeenten opzoeken.
Onze studenten kunnen na hun opleiding kiezen voor de arbeidsmarkt of een vervolgopleiding. Met Hogeschool Utrecht werken we dan ook nauw samen. Bijvoorbeeld bij de overstap van mbo naar hbo worden soms peercoaches van het hbo ingezet om studenten bij het keuzevak 'Voorbereiding hbo' te ondersteunen bij hun studiekeuze en te onderzoeken wat er op het hbo van hen verwacht wordt. Hiermee maken we de overstap naar het hbo gemakkelijker.

Een belangrijke verantwoordelijkheid van een school is het creëren van een veilige leer- en werkomgeving. De fysieke en sociale veiligheid zijn hierin belangrijk en samenhangend. Medewerkers en studenten moeten zich gezien en gehoord voelen. Veiligheid staat in het hart van de pedagogische opdracht van het mbo. We werken met een integrale aanpak veiligheid en hebben hiervoor een beleidsplan opgesteld. Naast de wettelijke basis werkt het mbo met vier pijlers: veilig leer- en werkklimaat, veiligheid in het curriculum, veiligheid bij incidenten en veilige infrastructuur.
Duidelijke normen voor omgang en gedrag zijn belangrijk voor een veilig leer- en werkklimaat. Hiermee raakt deze pijler dan ook thema’s als loopbaanoriëntatie en -begeleiding, passend onderwijs en kwaliteitszorg. Het is bijvoorbeeld terug te zien in onze aandacht voor de Gouden Weken waarmee we nieuwe studenten een warm welkom bieden op onze school. Maar een positief leerklimaat is niet alleen belangrijk voor studenten, maar ook voor medewerkers. In 2024 zijn we gestart met het project arbeidsomstandighedenbeleid om een integraal arbobeleidsplan op te stellen. Uiteraard is de OR hier nauw bij betrokken. Daarnaast is op al onze locaties een BHV app beschikbaar. Daarmee kunnen we alarmeren, informeren en communiceren bij een calamiteit.
Veiligheid in het curriculum richt zich op de kwalificerende functie van het onderwijs. In het onderwijs wordt aandacht besteed aan sociale en maatschappelijke aspecten als diversiteit en respect, evenals aan fysieke veiligheidsaspecten die van belang zijn voor het beroep. Ook onze Centrale Studentenraad zet zich in voor diversiteit en inclusie. Bijvoorbeeld door gesprekken met het facilitaire team over het realiseren van genderneutrale toiletten. Dit draagt bij aan jezelf kunnen zijn op school.
Een veilige school beschikt over een duidelijke 'crisisketen' waarbij iedereen weet wat hij/zij moet doen in geval van calamiteit of crisis. Dit behoort bij de derde pijler: veiligheid bij incidenten. In 2024 hebben we het bedrijfsnoodplan geactualiseerd en is er een crisismanagementtraining geweest. We zien dat de incidentenregistratie steeds beter gaat en het overzicht wordt met regelmaat besproken met de betrokkenen. De laatste pijler heeft betrekking op de fysieke veiligheid. Fysieke veiligheid is geborgd wanneer de inrichting, veiligheidsmaatregelen, organisatie rond veiligheid en de bewustwording bij studenten en personeel in balans zijn.
Tot slot hebben we ook veel aandacht voor Safe, waarbij informatiebeveiliging en privacy centraal staan. In 2024 hebben we een vernieuwd informatiebeveiligingsbeleid vastgesteld. In dit document hebben we verwoord op welke manier we zorgen voor adequate informatiebeveiliging. Zo dragen we bij aan een juiste balans tussen functionaliteit, veiligheid en privacy. Ook werken we voortdurend aan het vergroten van het beveiligingsbewustzijn van medewerkers om kennis van risico’s te verhogen en veilig en verantwoord gedrag aan te moedigen.
Bij ROC Midden Nederland blijft bewustwording een centrale rol spelen in ons streven naar diversiteit en inclusie. Het creëren van een omgeving waarin iedereen zich volledig gewaardeerd en welkom voelt, is verankerd in onze strategische koers. Dit blijft ons kompas in een veranderende samenleving en arbeidsmarkt.
Het afgelopen jaar hebben we aanzienlijke stappen gezet. Samen met ons ambassadeursnetwerk hebben we onze visie en missie verder versterkt. En onze acht actiepunten vormen nog steeds een stevig fundament voor onze initiatieven. We zijn trots op de uitvoering van deze punten die variëren van een inclusieve taalgids tot themadagen en het bevorderen van een inclusief aannamebeleid.
Toch blijven we uitdagingen tegenkomen, met name op het gebied van het betrekken van studenten bij ons ambassadeursnetwerk. Het werven van studenten die als ambassadeur willen bijdragen aan dit belangrijke thema vraagt om extra inspanningen. We zijn vastberaden om hierin te blijven investeren zodat ook studenten een actieve rol kunnen spelen in onze inzet voor diversiteit en inclusie.
Om onze inspanningen meetbaar te maken en gericht te blijven verbeteren, hebben we besloten een nulmeting te doen. Hiervoor hebben we in januari 2025 een korte enquête uitgezet waarmee we inzicht krijgen in hoe onze medewerkers de voortgang ervaren. Deze resultaten zullen we gebruiken om te monitoren of de juiste interventies worden ingezet en ons beleid eventueel aan te passen. Wellicht kunnen we dit in de toekomst ook voor studenten uitzetten.
Inclusie en diversiteit zijn voor ons geen einddoelen, maar een integraal onderdeel van onze organisatiecultuur. Alleen door nauwe samenwerking met onze medewerkers, studenten en andere organisaties kunnen we deze waarden echt tot leven brengen. Zie ook de paragraaf over Inclusief aannamebeleid onder pijler 3.

Passend Onderwijzen en Passend Ondersteunen is voor ons de norm voor goed onderwijs. Onderwijsteams werken samen met supportteams vanuit deze basishouding. Met flexibel onderwijs bieden we studenten steeds meer keuzemogelijkheden in wat ze willen leren, hoe ze willen leren en in welk tempo. Het resultaat kan een certificaat of diploma zijn. Voor het succes van onze studenten in een vervolgopleiding, baan en plek in de samenleving is een stevige basis nodig in taal, rekenen en wereldburgerschap. We vinden het belangrijk dat studenten hun talent ontdekken en ontwikkelen in relatie tot de wereld om hen heen. Daarom bieden we studenten ook de kans om hun horizon verder te verbreden met excellentietrajecten en internationale stages en -projecten.
Passend Onderwijzen en Passend Ondersteunen is geborgd in de colleges. Onderwijsteams organiseren onder meer studentevaluaties en lesbezoeken, waarbij ze nauw samenwerken met de supportteams. Management en directie faciliteren de begeleidingsstructuur met bijvoorbeeld uren en mogelijkheden voor professionalisering. In 2024 heeft een evaluatie plaatsgevonden met alle supportteams om te onderzoeken wat er goed gaat en wat er beter kan. Positief is dat er een stevige basis staat met de supportteams en dat de ondersteuning door het onderwijsteam over het geheel gezien als heel prettig wordt ervaren. Aandachtspunten zijn personeelswisselingen in het supportteam waarbij de expertise goed moet worden overgedragen en ondersteuning van het MT.
De rol van 'passend ondersteuner' is in het supportteam belegd bij de expert van het Centrum voor Studentontwikkeling. Door vooral. de korte lijnen verloopt deze samenwerking heel goed. Uit de evaluatie bleek ook dat er met de begeleidingsstructuur meer gekeken wordt naar welke ondersteuning er in de klas geboden kan worden. En dat er minder vanuit de individuele zorgvraag van de student wordt gehandeld. Toch blijft ook de ondersteuning van individuele studenten om meerdere redenen belangrijk.
Daarnaast heeft er een evaluatie op de aanpak verzuim en het VSA-BSA beleid plaatsgevonden. Inhoudelijk zullen beide beleidsstukken weinig aanpassingen nodig hebben; de communicatie naar studenten is aangepast (oplossingsgericht) en de naamgeving 'VSA-overstappen' zal ook mogelijk worden aangepast (op verzoek studenten) in 2025.
In 2024 is in het kader van studentenwelzijn veel aandacht besteed aan het belang van de Gouden Weken. Naast inhoudelijke artikelen, handreikingen en scholingsaanbod, zijn er gastsprekers geweest binnen het leernetwerk Passend Onderwijzen en Passend Ondersteunen en bij verbindingsdagen in de colleges. Ook zijn er korte videoclips opgenomen rondom dit thema met als doel dit in het team te bespreken.
We nemen actief deel aan de 'Gezonde School-aanpak', bijvoorbeeld door in het curriculum het onderdeel Sport & Bewegen op te nemen. In 2024 hebben we in kaart gebracht hoe we aan studentenwelzijn werken in het licht van van signalering, educatie, beleid en omgeving. Hieruit kwam naar voren dat we voor elk onderdeel meerdere activiteiten of beleidsdocumenten hebben, wat aangeeft dat we een mooie integrale aanpak hebben. Er zijn altijd verbeteringen mogelijk en daarvoor is een tweetal pilots gestart. Ook zetten we ons in voor Positieve Gezondheid, meer hierover is te vinden bij ambitie 5 onder pijler 2.
De Centrale Studentenraad heeft het initiatief genomen voor verschillende activiteiten in de week van de mentale gezondheid. Door een veilige omgeving te creëren waar studenten open kunnen praten over hun problemen, willen we ervoor zorgen dat studenten sterker worden in het omgaan met hun mentale problemen en ze sneller op een vertrouwenspersoon afstappen. Ook worden er regelmatig Empowerment trainingen gegeven. Hierin werken studenten gericht aan hun zelfvertrouwen en zelfsturing waardoor ze leren om beter zelf richting te geven aan hun loopbaan en leven.
We vinden het belangrijk dat zoveel mogelijk studenten het onderwijs met een diploma verlaten en erin slagen om een volgende stap te zetten in hun persoonlijke en professionele ontwikkeling. Daarom werken we hard aan het vergroten van het succes van elke student die zich bij ons wil ontwikkelen.
Aanvullend op onze inzet op school, werken we samen met diverse regionale partners aan het voorkomen en tegengaan van voortijdig schoolverlaten. We zijn partner van het regionale vsv- programma SchoolWerkt in de doorstroompunt-regio Utrecht en voeren samen met de contactgemeente Amersfoort de programmaregie over het regionale vsv-programma Eemland in de doorstroompunt-regio Eem. Daarmee kunnen we onze eigen inzet versterken, vernieuwen en zorgen dat de ondersteuning op school goed is afgestemd op de begeleiding van andere instanties (bijv. leerplicht, doorstroompunt, gemeenten, hulpverlening).
Met deze regionale samenwerking hebben we in 2024 bijgedragen aan het vergroten van de mogelijkheden voor studenten om succesvol te zijn in het mbo en om een diploma te halen. Zo hebben we mogelijkheden gecreëerd voor vastgelopen havisten om zich te oriënteren op een mbo-opleiding en een bewuste keuze in hun loopbaan te maken (Utrecht en Eem). We hebben overstappende vo-leerlingen extra begeleiding geboden bij de overstap van het v(s)o of OPDC naar een mbo-instelling (Utrecht). We ontwikkelden een taalgerichte aanpak om studentsucces te vergroten (Utrecht) en boden extra ondersteuning en begeleiding aan mbo-studenten ter voorkoming van uitval en voortijdig schoolverlaten (Utrecht, Eem). Daarnaast hebben we samen met de regionale partners onderzoek gedaan en kennis gedeeld over de oorzaken en oplossingsrichting voor voortijdig schooluitval. Dit heeft geresulteerd in waardevolle inzichten over de schoolloopbanen van jongeren en biedt aanknopingspunten voor het verbeteren van de begeleiding van studenten en het voorkomen van voortijdige schooluitval binnen en buiten de schoolmuren.
Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten (vsv) is al jaren een belangrijke uitkomst van onze inzet op school en in de regio. Dat is ook logisch: jongeren met een startkwalificatie hebben op de korte én lange termijn een betere positie op de arbeidsmarkt. Het geheel van onze maatregelen op school en in de regio heeft in 2023-2024 tot de volgende resultaten geleid.

| 2020-2021 | 2021-2022 | 2022-2023 | 2023-2024 | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ROC MN | landelijk | ROC MN | landelijk | ROC MN | landelijk | ROC MN | landelijk | |||||
| vsv | % | % | vsv | % | % | vsv | % | % | vsv | % | % | |
| niv. 1 | 39 | 17,1% | 22,1% | 59 | 25,2% | 24,2% | 58 | 27,0% | 25,9% | 54 | 20,4% | 22,6% |
| niv. 2 | 269 | 10,4% | 9,0% | 283 | 11,6% | 11,0% | 242 | 10,2% | 11,9% | 251 | 10,6% | 10,6% |
| niv. 3 | 111 | 4,6% | 4,2% | 126 | 5,3% | 5,4% | 122 | 5,2% | 5,3% | 127 | 5,5% | 5,1% |
| niv. 4 | 338 | 3,7% | 3,3% | 417 | 4,8% | 4,5% | 374 | 4,6% | 4,5% | 335 | 4,3% | 4,1% |
| VAVO | 32 | 9,3% | 10,1% | 51 | 12,8% | 10,7% | 68 | 13,6% | 11,3% | 80 | 13,2% | 9,7% |
| ROC MN | 789 | 5,4% | 4,7% | 936 | 6,6% | 5,9% | 864 | 6,4% | 6,0% | 847 | 6,4% | 5,6% |
Het aantal voortijdige schoolverlaters (vsv) is bij ons gedaald van 864 vsv’ers in het schooljaar 2022-2023 naar 847 in het schooljaar 2023-2024. Daarmee zetten we de ingezette daling door en houden we het aantal nieuwe vsv’ers in het mbo onder het landelijke gemiddelde.
De ontwikkeling van het aantal nieuwe vsv'ers verschilt per niveau. We zien dat het percentage nieuwe vsv’ers bij de entree- en niveau 4 opleidingen opnieuw is gedaald. Op niveau 2 en niveau 3 zien we echter een lichte stijging van zowel het aantal als percentage nieuwe vsv’ers. Bij het VAVO zien we ondanks de stijging van het aantal nieuwe vsv'ers dat het percentage is gedaald ten opzichte van vorig jaar.
Daarnaast blijkt dat het aantal nieuwe vsv’ers vooral daalt onder bol-studenten. In de bol-leerweg daalt het aantal nieuwe vsv’ers van 542 (5,4%) in 2022-2023 naar 492 (5,1%) in 2023-2024, terwijl het aantal vsv’ers onder bbl-studenten juist stijgt van 237 (8,5%) in 2022-2023 naar 264 (9,1%) in 2023-2024.
In 2024 hebben we een nieuwe impuls gegeven aan het 'programma flexibel onderwijs' door het doel en de deelprojecten te evalueren en bij te sturen. Om student- en arbeidsmarktsucces te vergroten, bieden we onze studenten een passend onderwijsarrangement en passende begeleiding naar een waardepapier. Als het helpt. om ons onderwijs en de wijze van afsluiten hiervoor flexibeler in te richten, doen we dat.
Focus voor het programmateam is het ondersteunen van het vormgeven van passende, inzichtelijke en wendbare onderwijsprogramma’s. Ieder onderwijsteam is zelf aan zet en maakt binnen de gemaakte afspraken keuzes. Het programmateam flexibel onderwijs ondersteunt de teams proactief en vraaggericht. De vier deelprojecten waar binnen het programma aan wordt gewerkt zijn:

In 2024 is het aanbod van keuzedelen verder gegroeid. Het aanbod bestaat uit 515 unieke keuzedelen. De keuzemogelijkheden voor studenten zijn vergroot door ook keuzedelen aan te bieden die niet gekoppeld zijn aan de kwalificatie van de student. Dit doen we vooruitlopend op de wetswijziging waarin de verplichte koppeling tussen keuzedeel en kwalificatie grotendeels wordt losgelaten. Keuzedelen bieden de mogelijkheid om ons onderwijs actueel en relevant te houden. In de snel veranderende arbeidsmarkt kan een kwalificatiedossier snel verouderd raken. Door keuzedelen te ontwikkelen, samen met andere partners, is het mogelijk om op actuele ontwikkelen in te spelen. Ook het aanbieden van losse keuzedelen aan werknemers van instellingen en bedrijven zien we vaker voorkomen. Er waren bij ons in 2024 geen onderwijsteams die gebruikmaakten van de mogelijkheid om af te wijken van de keuzedeelverplichting.
Taal en rekenen zijn in 2024 benoemd als focusthema's en hebben daarmee extra aandacht in onze colleges. Na een analyse van diverse activiteiten om taalontwikkeling en rekenvaardigheid te bevorderen, is een plan van aanpak opgesteld. Hierbij is ook rekening gehouden met activiteiten die roc-breed georganiseerd kunnen worden. Zo is er voor rekenen in 2024 geïnvesteerd in de constructie van domeinexamens. Deze examens zijn vooral ondersteunend voor rekenzwakkere studenten. Ook wordt centraal gefaciliteerd dat alle studenten met Ernstige Rekenproblematiek (ER) ondersteuning kunnen krijgen van een ER-docent. En voor Nederlands kunnen alle opleidingen gebruikmaken van generieke taalexamens, gericht op de eigen branche. Dit maakt het examineren aantrekkelijker.
Voor de rekenexamens wordt gebruik gemaakt van de instellingsexamens van TOA. TOA biedt een doorlopende evaluatielijn aan van 0-metingen tot en met de examens. Alle opleidingen hebben in 2023-2024 gebruik kunnen maken van de 0-metingen van TOA (i.h.k.v. pre-testing). De meeste opleidingen maken inmiddels gebruik van de 0-metingen en voortgangsmetingen in TOA. Deze sluiten goed aan op de examens. Bij Nederlands ligt de verantwoordelijkheid bij de lesgevende docent. Het is niet per opleiding of college inzichtelijk wat het startniveau is van onze studenten. Dit is in het plan van aanpak Taal & Rekenen 2025 opgenomen.
Er zijn diverse taalcoachkoppels getraind door ITTA. Deze zijn met name actief bij het Sport College, Welzijn College, Gezondheidszorg College en de Tech Campus. In 2024 zijn ook vervolgtrainingen gegeven voor taalcoachkoppels. Hierdoor zijn er nu ook koppels aan de slag bij het Veiligheid & Defensie College, Beauty College en Horeca & Toerisme College. Daarnaast is bij het Gezondheidszorg College een proeftuin gestart waarbij docenten ondersteuning krijgen in het taalrijk maken van de vaklessen. Deze proeftuin wordt begeleid door het lectoraat Meertaligheid van de HU.
Eind 2024 zijn we gestart met een pilot 'Taalmaatjes' i.s.m. 'Taal doet meer'. Studenten die een taalachterstand hebben kunnen, onder bepaalde voorwaarden, een taalmaatje toegewezen krijgen. Met een taalmaatje werken zij één keer per week, gedurende een half jaar, aan hun taalvaardigheid (i.o.m. de docent Nederlands). Het Sport College, B&A College, Welzijn College en Horeca & Toerisme College zijn hiermee gestart.
We zijn aangesloten bij 'Heel Utrecht Leest' en stimuleren medewerkers om bijeenkomsten hiervan bij te wonen. In het 'plan van aanpak Taal & Rekenen' is extra budget beschikbaar gesteld ter bevordering van aanpak leesvaardigheid en de samenwerking met de bibliotheken. De colleges organiseren zelf de samenwerking met de (lokale) bibliotheken. Een goed voorbeeld hiervan is de Campus Amersfoort. Door een goede samenwerking met de bibliotheek kan deze een actueel en aantrekkelijk aanbod van boeken bieden aan studenten. De vakgroep Nederlands is daarnaast actief bezig met leesbevordering (oefeningen, verplicht lezen) en heeft ruimtes ingericht waar lezen aantrekkelijk wordt gemaakt. Ook het Business & Administration College heeft een samenwerking met de bibliotheek waarbij de entree-studenten wekelijks welkom worden geheten om samen te lezen. Bij het Veiligheid & Defensie College wordt gewerkt met een zogenaamde 'leeskrat' die door de bibliotheek ter beschikking is gesteld.
De waardering van studenten over de lessen Nederlands en rekenen wordt gemeten in de JOB-monitor. We kijken naar het aandeel studenten dat positief is over de lessen. Studenten zijn iets positiever over Nederlands: nu 48% en dit was 47,6%. Voor rekenen is het iets gedaald: nu 44% en dit was 45,1%. Het aandeel is redelijk stabiel, we willen het wel graag verbeteren. Daarom hebben we hier een plan van aanpak voor gemaakt.
Vanuit onze visie op wereldburgerschap hebben we in 2024 verder gewerkt aan de ontwikkeling van ons burgerschapsonderwijs. Hierin hebben we bijvoorbeeld aandacht voor vitaliteit en financiële educatie. Daarnaast is er budget beschikbaar gesteld voor culturele activiteiten, waarmee onder andere studenten naar het Rijksmuseum en Corpus in Leiden zijn gegaan. De Centrale Studentenraad heeft het initiatief genomen om een debattoernooi te organiseren. Ook de docenten burgerschap en Nederlands deden hier enthousiast aan mee met meerdere klassen. In het leernetwerk met docenten van verschillende colleges wordt kennis uitgewisseld en ideeën voor (gast)lessen met elkaar gedeeld.
Veel van onze studenten willen zich verder ontwikkelen binnen en naast hun opleiding om zo persoonlijk, maatschappelijk en beroepsmatig sterker te staan. Het excellentieprogramma UP, de vele mogelijkheden van internationalisering in de klas en ons regionale en internationale netwerk geeft deze studenten de mogelijkheid voor internationale oriëntatie op maatschappij en beroep. Daarnaast zorgt het voor het ontwikkelen van een interculturele houding, kennis en vaardigheden. Het UP programma bestaat uit 28 excellentieprogramma’s die gericht zijn op vakverdieping, vakverbreding, internationalisering en vakwedstrijden. Het aantal UP programma’s is stabiel gebleven in 2024 waarbij er wel sprake is van vernieuwing met de start van vier nieuwe programma’s die gestopte programma’s vervangen. Het aantal studenten in 2024 is weer op pre-covid niveau met ongeveer 250 uitgereikte getuigschriften in juni 2024 (200 in 2023). Een belangrijk apart component van vakwedstrijden is Skills Heroes. In 2024 is ingezet op het vergroten van het aantal deelnemende opleidingen en op het versterken van de kwaliteit van begeleiding en training. Dit heeft geresulteerd in 25 opleidingen die deelgenomen hebben aan Skills Heroes editie 2023/2024, waarvan er 18 deelnemers (inclusief Entree opleidingen) aan de nationale kampioenschappen meededen, met 10 medailles als resultaat. Voor de editie 2024/2025 is het aantal deelnemende opleidingen gegroeid naar 34. Met dit aantal komen we dichtbij het maximaal aantal beschikbare opleidingen waarvoor Skills Heroes competities organiseert.

Het aantal studenten dat kiest voor een leerervaring in het buitenland als onderdeel van de opleiding groeit gestaag. In 2024 is het aantal gestegen naar 8% waarbij het gaat om individuele trajecten in de vorm stages, groepsuitwisselingen en excursies. Het verder uitrollen van het keuzedeel Internationaal II -dat een verplicht verblijf in het buitenland omvat- heeft hieraan een belangrijke bijdrage geleverd, net als de mobiliteit van docenten die ongeveer 10% bedraagt. Docenten zijn belangrijke ambassadeurs van internationale mobiliteit van studenten door het verwerken van hun internationale ervaringen in het onderwijs. Een andere belangrijke factor is het uitbreiden en verstevigen van het netwerk van internationale partners. Zij zijn een belangrijke stabiele factor in de opvang en begeleiding van onze studenten. Zo is in 2024 het Stedelijk Onderwijs Antwerpen toegetreden tot het NAVE2 netwerk, dat op ons initiatief is opgericht om internationale uitwisseling te bestendigen.
De focus van internationalisering ligt niet alleen bij het stimuleren van internationale mobiliteit. Voor alle studenten zijn internationale competenties relevant en waardevol. In lijn met de visie op Wereldburgerschap en met UNESCO worden deze competenties in het onderwijs geïntegreerd zodat al onze studenten zijn voorbereid op de uitdagingen van morgen. Een voorbeeld van deze vorm van internationaliseren is het programma MixUp waar studenten viermaal per jaar online in gesprek gaan met studenten van scholen uit andere landen over relevante onderwerpen. In totaal hebben 350 studenten van verschillende opleidingen en verschillende niveaus in 2024 aan deze sessies deelgenomen samen met studenten uit Italië, Spanje en Portugal.
De snel veranderende arbeidsmarkt en maatschappij vragen van professionals dat zij zich blijven ontwikkelen. Tijdens een loopbaan zijn steeds nieuwe kennis en vaardigheden nodig. Wij bieden flexibele leerroutes voor iedereen die zich met gerichte trajecten wil bij- of omscholen. We zijn gesprekspartner voor werkgevers in het kader van hun ontwikkelvraagstukken. Samen ontwerpen we leerroutes die aansluiten bij de ambities en werkervaring van professionals.
Voor iedere levens- en groeifase hebben wij passend aanbod dat aansluit bij de behoefte van verschillende doelgroepen. Iedereen die wil leren of zich wil ontwikkelen kan bij ons terecht. Ons fundament blijft passend onderwijzen. Vanuit deze visie ontwerpen we ons curriculum, zodat het aansluit op de vraag van het individu of de werkgever. Deze passende onderwijsarrangementen leiden tot verschillende waardepapieren.

In 2024 hebben we op basis van onze uitgangspunten voor strategisch ontwikkelpartnerschap volgende stappen gezet in de samenwerking met een aantal partners. Ook hebben we uitgebreid onderzoek gedaan naar kansen die we zien met Leven Lang Ontwikkelen, met name omdat de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zorgen voor grote veranderingen. Dit heeft geresulteerd in een plan waarin ons strategisch ontwikkelpartnerschap een plek heeft en waarin we met onze organisatie zorgen dat professionals, net als jongeren, een passende leerroute krijgen. De nieuwe koers richt zich dan ook op: één klantreis voor zowel de jongere student als voor de professional met veel werkervaring die zich wil laten bij- of omscholen.
We zijn trots dat we in 2024 echt van start konden met de LLO-Katalysator. Deze aanvraag voor het Nationaal Groeifonds, waarvan we penvoerder zijn, werd definitief goedgekeurd. Het consortium gaat de transitie in de regio Utrecht versnellen op een manier die uniek is in Nederland. Voor het eerst werken bedrijven en mbo, hbo- en wo-onderwijsinstellingen samen om een leven lang ontwikkelen duurzaam vorm te geven. In de regio Utrecht is samenwerking, delen van kennis en experimenteerruimte nodig om de energie- en grondstoffentransitie goed vorm te kunnen geven. De doelstelling van de provincie Utrecht is om in 2050 klimaatneutraal te zijn. In de sectoren bouw, installatie en infratechniek zijn er diverse uitdagingen. Zij hebben grote behoefte aan medewerkers met de juiste vakkennis en transitievaardigheden. De vraagstukken van de deelnemende bedrijven Stedin, Van Dorp en Bloemendal Bouw gaan over Sustainable Engineering, een professionele leergemeenschap creëren en zij-instromers in de techniek.
Software voor digital-first corporate reporting
Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.