Jaarrekening
2024
2024
| Bedragen x € 1.000 | Ref. | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | € | € | € | € | ||
| Vaste Activa | ||||||
| Immateriele vaste activa | 5.1 | 0 | 0 | |||
| Materiële vaste activa | 5.2 | 98.693 | 90.933 | |||
| Totaal vaste activa | 98.693 | 90.933 | ||||
| Vlottende activa | ||||||
| Vorderingen | 6 | 6.449 | 7.014 | |||
| Liquide middelen | 7 | 93.843 | 100.474 | |||
| Totaal vlottende activa | 100.292 | 107.488 | ||||
| Totaal activa | 198.985 | 198.421 | ||||
| Bedragen x € 1.000 | Ref. | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| PASSIVA | € | € | € | € | ||
| Groepsvermogen | 8 | 136.424 | 129.703 | |||
| Voorzieningen | 9 | 11.726 | 10.515 | |||
| Langlopende schulden | 10 | 22.410 | 23.864 | |||
| Kortlopende schulden en overlopende passiva | 11 | 28.425 | 34.339 | |||
| Totaal passiva | 198.985 | 198.421 | ||||
| Bedragen x € 1.000 | Ref. | 2024 | Begroting 2024 | 2023 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | € | |||||
| Baten | |||||||||
| Rijksbijdragen OCW | 14.1 | 187.070 | 179.357 | 192.424 | |||||
| Overige overheidsbijdragen en - subsidies | 14.2 | 3.767 | 3.066 | 2.839 | |||||
| Cursus- en examengelden | 14.3 | 3.438 | 3.966 | 3.405 | |||||
| Werk in opdracht van derden | 14.4 | 2.687 | 3.390 | 2.396 | |||||
| Overige baten | 14.5 | 5.405 | 2.216 | 5.249 | |||||
| Totaal Baten | 202.367 | 191.995 | 206.313 | ||||||
| Lasten | |||||||||
| Personele lasten | 14.6 | 152.917 | 147.499 | 145.967 | |||||
| Afschrijvingen | 14.7 | 10.198 | 10.719 | 9.345 | |||||
| Huisvestingslasten | 14.8 | 12.903 | 13.386 | 13.497 | |||||
| Overige instellingslasten | 14.9 | 23.054 | 23.035 | 22.623 | |||||
| Totaal Lasten | 199.072 | 194.639 | 191.432 | ||||||
| Saldo baten en lasten | 3.295 | -2.644 | 14.881 | ||||||
| Saldo financiële baten en lasten | 14.10 | 3.426 | 2.644 | 2.701 | |||||
| Resultaat | 6.721 | 0 | 17.582 | ||||||
| Bedragen x € 1.000 | Ref. | 2024 | 2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | |||
| Kasstroom uit operationele activiteiten | ||||||
| Resultaat (saldo baten en lasten excl. verkoop) | 3.295 | 14.881 | ||||
| Verkoop resultaat | 0 | 0 | ||||
| Aanpassingen voor: | ||||||
| Afschrijvingen | 5.1 en 5.2 | 10.198 | 9.345 | |||
| Mutaties voorzieningen | 9 | 1.211 | 475 | |||
| 11.409 | 9.820 | |||||
| Verandering in vlottende middelen: | ||||||
| Vorderingen | 6 | 565 | -455 | |||
| Schulden | 11 | -5.914 | 1.545 | |||
| -5.349 | 1.090 | |||||
| Kasstroom uit bedrijfsoperaties | 9.355 | 25.791 | ||||
| Financiële baten | 14.10 | 3.758 | 3.113 | |||
| Financiële lasten | 14.10 | 332 | 412 | |||
| 3.426 | 2.701 | |||||
| Totaal kasstroom uit operationele activiteiten | 12.781 | 28.492 | ||||
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | ||||||
| Investeringen materiële vaste activa | 5.2 | -18.014 | -12.858 | |||
| Desinvesteringen materiële vaste activa | 5.2 | 55 | 3 | |||
| Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten | -17.959 | -12.855 | ||||
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | 10 | |||||
| Overige langlopende schulden | -203 | 192 | ||||
| Aflossing langlopende schulden | -1.250 | -2.250 | ||||
| Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten | -1.453 | -2.058 | ||||
| Totale kasstroom | -6.631 | 13.579 | ||||
| Bedragen x € 1.000 | 2024 | 2023 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | |||||
| Stand per 1 januari | 7 | 100.474 | 86.895 | |||
| Mutatie boekjaar | 7 | -6.631 | 13.579 | |||
| Stand per 31 december | 93.843 | 100.474 |
De activiteiten van Stichting ROC Midden Nederland, statutair gevestigd te Utrecht, en haar groepsmaatschappijen bestaan voornamelijk uit dienstverlening op het gebied van Beroepsonderwijs (MBO) en volwassenenonderwijs. Voor gegevens over de rechtspersoon verwijzen wij naar paragraaf jaarrekening nr. 20. Gegevens over de rechtspersoon
De jaarrekening is opgesteld in duizenden euro's (x € 1.000), tenzij uitdrukkelijk anders vermeld.
In de geconsolideerde jaarrekening van Stichting ROC Midden Nederland zijn de financiële gegevens verwerkt van de tot de groep behorende maatschappijen en andere rechtspersonen waarop een overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend of waarover de centrale leiding wordt gevoerd. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld met toepassing van de grondslagen voor de waardering en de resultaatbepaling van Stichting ROC Midden Nederland.
De financiële gegevens van de groepsmaatschappijen en de andere in de consolidatie betrokken rechtspersonen en vennootschappen zijn volledig in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen onder eliminatie van de onderlinge verhoudingen en transacties. Belangen van derden in het vermogen en in het resultaat van groepsmaatschappijen zijn afzonderlijk in de geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking gebracht. De in de consolidatie begrepen groepsmaatschappijen zijn:
Alle groepsmaatschappijen, zoals opgenomen in paragraaf consolidatie, worden aangemerkt als verbonden partij.
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling.
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld conform de richtlijnen van de 'Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs' en overeenkomstig de verslaggevingsvoorschriften en bepalingen zoals weergegeven in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Tevens is Richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving gevolgd. In deze richtlijn zijn voor de sector presentatie-, waarderings- en verslaggevingsvoorschriften opgenomen.
De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende grondslag voor de specifieke balanspost anders wordt vermeld, worden de activa en passiva gewaardeerd volgens het kostprijsmodel.
Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
In de balans, de staat van baten en lasten, en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting.
De belangrijkste financiële risico’s waaraan ROC Midden Nederland onderhevig is, zijn het renterisico, het liquiditeitsrisico en het kredietrisico. ROC Midden Nederland is werkzaam in Nederland en loopt derhalve geen valutarisico.
Per 1 januari 2024 is de renteswap beëindigd. Alle bijbehorende verplichtingen zijn volledig afgewikkeld en meegenomen in de controlewerkzaamheden over boekjaar 2023.
ROC Midden Nederland loopt renterisico over de rentedragende langlopende schulden. Ter beperking van dit risico is voor bepaalde variabele rente een renteswap afgesloten. Deze renteswap is per 1 januari 2024 beëindigd.
Het gaat hierbij om het risico dat over onvoldoende middelen wordt beschikt om aan de directe verplichtingen te kunnen voldoen. Periodiek worden liquiditeitsbegrotingen opgesteld. Door tussentijdse monitoring en eventuele bijsturing worden liquiditeitsrisico’s beheerst. In de liquiditeitsbegrotingen wordt rekening gehouden met beperkte beschikbaarheid van liquide middelen waaronder bankgaranties.
De instelling heeft een beperkt kredietrisico doordat het overgrote deel van de financiering afkomstig is van OCW en overige overheidsinstellingen als gemeenten en dergelijke. Er wordt wel kredietrisico gelopen op de inning van het wettelijk verplicht cursusgeld. Dit betreft echter een zeer gering deel van de baten. Op balansdatum waren er geen significante concentraties van kredietrisico.
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd op het bedrag van de bestede kosten, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De jaarlijkse afschrijvingen bedragen een vast percentage van de bestede kosten, zoals nader in de toelichting op de balans is gespecificeerd. De verwachte gebruiksduur en de afschrijvingsmethode worden aan het einde van elk boekjaar opnieuw beoordeeld. Voor de kosten van ontwikkeling wordt een wettelijke reserve gevormd ter hoogte van het geactiveerde bedrag.
De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de verwachte toekomstige gebruiksduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Op terreinen wordt niet afgeschreven.
De kosten van groot onderhoud worden volgens de componentenmethode geactiveerd.
Op iedere balansdatum wordt beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld.
Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.
Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. In 2024 is geen sprake van bijzondere waardeverminderingen.
| Gebouwen | 15, 20, 30 en 40 jaar |
| Verbouwingen | 5, 10, 15, 25, 30 en 40 jaar |
| Terreinen | geen afschrijving |
| MVA in uitvoering | geen afschrijving (pas vanaf ingebruikname) |
| Apparatuur | 5 jaar |
| Inventaris | 5, 10 en 20 jaar |
De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.
Liquide middelen bestaan uit kasmiddelen, direct opeisbare banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Het eigen vermogen bestaat uit algemene reserves en/of bestemmingsreserves. Er zijn geen bestemmingsreserves aangemerkt. Mutaties op het eigen vermogen vinden plaats via resultaatbestemming tenzij zich stelselwijzigingen voordoen.
Met de invoering van BW/RJ 660 in 2008 is het aan de mbo-instelling de keuze te maken voor handhaving van het vermogen als volledig publiek dan wel te splitsen in een deel publiek en een deel privaat vermogen. Als er geen keuze wordt gemaakt, is het gehele vermogen publiek. Hiertoe zijn de activiteiten geïnventariseerd en conform de MBO-Guidelines gerubriceerd in de volgende drie categorieën:
Conclusie van dit onderzoek is dat alle activiteiten die ROC Midden Nederland verricht, vallen onder publieke activiteiten, danwel onder private activiteiten die in het verlengde liggen van de publieke taak.
Tegenover de geactiveerde ontwikkelkosten van het deelnemersvolgsysteem dient volgens RJ 240.229 en artikel 365.2 Titel 9 BW 2 een wettelijke reserve gevormd te worden voor de boekwaarde van het immaterieel vast actief ultimo boekjaar.
Voorzieningen zijn gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is in te schatten. De voorzieningen zijn gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen wachtgelden, duurzame inzetbaarheid en jubileumverplichtingen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen. De contante waardebepaling heeft plaatsgevonden tegen discontering van 2%. De periodieke mutatie die samenhangt met de contante waardebepaling is onderdeel van de dotatie aan de voorziening.
Schulden met een resterende looptijd van meer dan één jaar worden aangeduid als langlopend. De langlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde van de schuld.
Het aflossingsbedrag voor het komende jaar is verantwoord onder de kortlopende schulden.
Dit betreffen schulden met en verwachte resterende looptijd op balansdatum van ten hoogste één jaar. Kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde van de schulden.
De overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen die aan opvolgende perioden worden toegerekend en nog te betalen bedragen, voor zover ze niet onder de andere kortlopende schulden zijn te plaatsen.
De onderwijsinstelling stelt de balans, de staat van baten en lasten, het kasstroomoverzicht en de toelichting op overeenkomstig de modellen in de bijlage bij RJ 660. De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden.
De ontvangen normatieve rijksbijdrage wordt in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten.
De niet-geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden eveneens volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten in het (school)jaar waarop de toekenningen betrekking hebben, tenzij het een niet-geoormerkte OCW-subsidie met een grote omvang betreft waarvoor een herzien bestedingsplan beschikbaar is. In dat geval wordt de subsidie als bate in de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de activiteiten.
Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waar nog geen activiteiten voor zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de overlopende passiva.
Geoormerkte OCW-subsidies (doelsubsidies met verrekeningsclausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde lasten komen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen op balansdatum.
Baten uit het verlenen van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.
Voor onderhanden projecten, waarvan het resultaat op betrouwbare wijze kan worden bepaald, worden de projectopbrengsten en de projectkosten verwerkt als netto-omzet en kosten in de staat van baten en lasten naar rato van de verrichte prestaties per balansdatum.
Exploitatiesubsidies worden als bate verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer een gesubsidieerd exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De baten worden verantwoord als het waarschijnlijk is dat deze worden ontvangen en de instelling de condities voor ontvangst kan aantonen.
Subsidies met betrekking tot investeringen in materiële vaste activa worden in mindering gebracht op het desbetreffende actief en als onderdeel van de afschrijvingen verwerkt in de staat van baten en lasten.
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.
De instelling heeft een pensioenregeling bij Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte of contractuele basis premies betaald door de instelling. ABP hanteert het middelloon als pensioengevende salarisgrondslag. ABP probeert ieder jaar de pensioenen te verhogen met de gemiddelde stijging van de lonen in de sectoren overheid en onderwijs. Wanneer de dekkingsgraad lager is dan 110% vindt er geen indexatie plaats. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.
Het vernieuwde pensioenstelsel
Vanaf 2024 dient ABP elk jaar tot de overgang naar het vernieuwde pensioenstelsel een overbruggingsplan in bij De Nederlandsche Bank (DNB). Daarin staat hoe ABP ervoor zorgt dat we voldoende vermogen hebben als we overstappen op het vernieuwde pensioenstelsel in 2027. In het overbruggingsplan berekent en beschrijft ABP de financiële situatie van het pensioenfonds gedurende de periode tot 2027, wanneer we overgaan naar het vernieuwde pensioenstelsel.
In de komende jaren worden de regels voor pensioen gemoderniseerd. Werkgevers zullen samen met werknemers en pensioenuitvoerders moeten komen tot nieuwe pensioenregelingen. Het is de bedoeling dat alle pensioenfondsen uiterlijk 2027 overgaan naar het vernieuwde stelsel. Maar ABP is van plan op 1 januari 2026 volgens de vernieuwde regels te gaan werken. In het vernieuwde pensioenstelsel beweegt pensioen namelijk meer mee met de economie. Het pensioen kan meer verhoogd worden, maar het kan ook meer omlaag gaan.
Beleidsdekkingsgraad
Pensioenfondsen zijn wettelijk verplicht om financiële buffers te hebben: extra geld voor tijden dat het financieel slechter gaat. De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de laatste 12 actuele dekkingsgraden. Doordat het een gemiddelde is, stijgt en daalt deze dekkingsgraad niet zo snel van maand tot maand als de actuele dekkingsgraad. Deze dekkingsgraad geeft daardoor een stabieler beeld van onze financiële situatie. De beleidsdekkingsgraad wordt daarom gebruikt bij besluiten over onder meer waardeoverdracht en het verhogen van de pensioenen (indexatie).
De dekkingsgraad moet op het moment van overgang naar het vernieuwde pensioenstelsel, op 1 januari 2027, minimaal 101,5% bedragen (de zogenaamde invaardekkingsgraad). Als uit de berekeningen blijkt dat deze grens op het moment van overgang niet wordt gehaald, zal ABP de pensioenen moeten verlagen. Deze dekkingsgraad wordt jaarlijks berekend, maar de uitkomst daarvan heeft geen voorspellende waarde.
De uitkomst van de berekening van de ontwikkeling van de invaardekkingsgraad laat zien dat ABP de dekkingsgraad van minimaal 101,5% ruimschoots bereikt op 1 januari 2027 en hiervoor de pensioenen nu niet hoeft te verlagen.
De actuele dekkingsgraad van ABP op 31 december 2024 ligt ruim boven de ondergrens, te weten 111,9%.
Immateriële vaste activa en materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Over terreinen wordt niet afgeschreven.
Boekverliezen bij verkoop van (im)materiële vaste activa zijn begrepen onder de overige lasten. Boekwinsten worden opgenomen onder overige baten.
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op eventueel ontvangen leningen.
De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de staat van baten en lasten, rekening houdend met beschikbare, fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.
Bijzondere posten zijn baten of lasten die voortvloeien uit gebeurtenissen of transacties die behoren tot het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening, maar die omwille van de vergelijkbaarheid apart toegelicht worden op grond van de aard, omvang of het incidentele karakter van de post.
Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen.
Vanaf boekjaar 2020 is geen investering in Immateriële vaste activa gedaan.
| Bedragen x € 1.000 | Gebouwen | Terreinen | Inventaris en apparatuur | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | |
| Stand per 1 januari 2024 | ||||
| Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen | 159.218 | 8.251 | 52.729 | 220.198 |
| Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen | -88.204 | 0 | -41.061 | -129.265 |
| Boekwaarden | 71.014 | 8.251 | 11.668 | 90.933 |
| Mutaties | ||||
| Investeringen | 14.285 | 0 | 3.729 | 18.014 |
| Herwaarderingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Desinvesteringen | -179 | 0 | 0 | -179 |
| Afschrijvingen | -7.018 | 0 | -3.180 | -10.198 |
| Afschrijvingen desinvesteringen | 123 | 0 | 0 | 123 |
| Saldo | 7.212 | 0 | 549 | 7.760 |
| Stand per 31 december 2024 | ||||
| Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen | 173.324 | 8.251 | 56.458 | 238.033 |
| Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen | -95.099 | 0 | -44.241 | -139.340 |
| Boekwaarde 31 december 2024 | 78.225 | 8.251 | 12.217 | 98.693 |
| Bedrag | Peildatum | |
|---|---|---|
| WOZ waarde gebouwen en terreinen | € 85,4 mln. | 01-01-2024 |
| Verzekerde waarde gebouwen en terreinen | € 257,3 mln. | 2024 |
| Bedragen x € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||
| Vorderingen en overlopende activa | |||||
| Deze post is als volgt te specificeren: | |||||
| Debiteuren | 3.105 | 2.516 | |||
| Deelnemers/cursisten | 341 | 487 | |||
| Overige vorderingen | 587 | 510 | |||
| Overlopende activa | 2.373 | 3.434 | |||
| Vorderingen OC&W | 43 | 67 | |||
| Totaal vorderingen en overlopende activa | 6.449 | 7.014 | |||
| Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. | |||||
| Bedragen x € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||
| Debiteuren zakelijk | 3.105 | 2.516 | |||
| Debiteuren gemeenten | 0 | 0 | |||
| Totaal debiteuren | 3.105 | 2.516 | |||
| Bedragen x € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||
| Deelnemers/cursisten | 341 | 487 | |||
| Totaal deelnemers/cursisten | 341 | 487 | |||
| Bedragen x € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||
| Overige vorderingen | 587 | 510 | |||
| Totaal overige vorderingen | 587 | 510 | |||
| Bedragen x € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||
| Vooruitbetaalde kosten | 1.554 | 2.185 | |||
| Diverse overlopende activa | 819 | 1.249 | |||
| Totaal overlopende activa | 2.373 | 3.434 | |||
| 6.5 Vorderingen | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Bedragen x € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
| € | € | € | € | ||
| Vorderingen OC&W | 43 | 67 | |||
| Totaal vorderingen OC&W | 43 | 67 | |||
| Totaal vorderingen | 6.449 | 7.014 | |||
In de post debiteuren zakelijk en deelnemers is de voorziening dubieuze debiteuren gesaldeerd conform onderstaand overzicht per 31 december.
De voorziening voor oninbaarheid wordt bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.
Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:
| Bedragen x € 1.000 | 2024 | 2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 126 | 85 | |||
| Onttrekking/vrijval | -126 | -85 | |||
| Dotatie | 82 | 126 | |||
| Stand per 31 december | 82 | 126 |
| Bedragen x € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||
| Banken | 875 | 729 | |||
| Ministerie van Financiën | 92.615 | 99.392 | |||
| Kasmiddelen | 0 | 1 | |||
| Spaarrekeningen/deposito's | 353 | 352 | |||
| Totaal liquide middelen | 93.843 | 100.474 | |||
De liquiditeiten staan na aftrek van de verstrekte bankgaranties ten behoeve van derden ad € 350.297,- vrij ter beschikking van Stichting ROC Midden Nederland.
Per 31 december 2024 bedraagt de rekening courantverhouding Ministerie van Financiën € 92,6 miljoen positief.
| Bedragen x € 1.000 | Boekwaarde 01-01-2024 | Mutaties +/- | Boekwaarde 31-12-2024 |
|---|---|---|---|
| € | € | € | |
| Algemene reserve | |||
| Algemene reserve en resultaatbestemming | 129.171 | 6.713 | 135.884 |
| Reserve Stichting Van Beuningenfonds | 532 | 8 | 540 |
| Totaal Algemene reserve | 129.703 | 6.721 | 136.424 |
| Wettelijke reserve | |||
| Wettelijke reserve immateriële vaste activa | 0 | 0 | 0 |
| Totaal Wettelijke reserve | 0 | 0 | 0 |
| Totaal eigen vermogen | 129.703 | 6.721 | 136.424 |
Aan het einde van 2024 bestaat er een verschil tussen het geconsolideerde eigen vermogen (€ 136.424 duizend) en het enkelvoudige eigen vermogen (€ 135.884 duizend) van € 540K. Dit verschil wordt veroorzaakt door het betrekken van Stichting Van Beuningenfonds in de consolidatie.
Aangezien op de enkelvoudige balans van het groepshoofd geen kapitaalbelang in een stichting tot uitdrukking kan worden gebracht, is eliminatie van een zodanig kapitaalbelang tegenover het eigen vermogen van de stichting niet mogelijk.
| Bedragen x € 1.000 | 31/12/2024 | ||
|---|---|---|---|
| Eigen vermogen geconsolideerd | 136.424 | ||
| Verschil (Stichting Van Beuningenfonds) | -540 | ||
| Eigen vermogen enkelvoudig | 135.884 | ||
| Resultaat geconsolideerd | 6.721 | ||
| Verschil (Stichting Van Beuningenfonds) | -7 | ||
| Resultaat enkelvoudig | 6.714 |
| Bedragen x € 1.000 | Mutaties 2024 | Onderverdeling saldo | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Saldo 31-12-2023 | Dotaties | Onttrekkingen | Vrijval | Saldo 31-12-2024 | Kortlopend deel < 1 jaar | Langlopend deel > 1 en 5 jaar | |
| € | € | € | € | € | € | € | |
| Voorziening Jubileumverplichtingen | 1.227 | 136 | 137 | 0 | 1.226 | 168 | 1.058 |
| Totaal voorziening uitgestelde personele beloningen | 1.227 | 136 | 137 | 0 | 1.226 | 168 | 1.058 |
| Wachtgelden | 2.778 | 1.044 | 988 | 0 | 2.834 | 1.090 | 1.744 |
| Totaal voorziening wachtgelden | 2.778 | 1.044 | 988 | 0 | 2.834 | 1.090 | 1.744 |
| Voorziening reorganisatie/beeindiging activiteiten | 292 | 56 | 123 | 0 | 225 | 126 | 99 |
| Totaal voorziening reorganisatie/beeindiging activiteiten | 292 | 56 | 123 | 0 | 225 | 126 | 99 |
| Voorziening langdurig zieken | 244 | 0 | 0 | 21 | 223 | 223 | 0 |
| Totaal voorziening langdurig zieken | 244 | 0 | 0 | 21 | 223 | 223 | 0 |
| Voorziening regeling seniorenverlof | 5.072 | 998 | 0 | 0 | 6.070 | 1.316 | 4.754 |
| Totaal voorziening regeling seniorenverlof | 5.072 | 998 | 0 | 0 | 6.070 | 1.316 | 4.754 |
| Voorziening transitievergoeding tijdelijke aanstelling | 877 | 0 | 0 | 54 | 823 | 822 | 1 |
| Totaal voorziening transitievergoeding tijdelijke aanstelling | 877 | 0 | 0 | 54 | 823 | 822 | 1 |
| Voorzieningen personeel overig | 25 | 0 | 0 | 0 | 25 | 11 | 14 |
| Voorziening projecten | 0 | 300 | 0 | 0 | 300 | 200 | 100 |
| Totaal overige voorzieningen | 25 | 300 | 0 | 0 | 325 | 211 | 114 |
| Totaal voorzieningen | 10.515 | 2.534 | 1.248 | 75 | 11.726 | 3.956 | 7.770 |
Een voorziening van circa € 3,9 miljoen, waarvan de afwikkeling naar verwachting binnen een jaar zal plaatsvinden, wordt als kortlopend beschouwd. Het resterende bedrag van circa € 7,7 miljoen zal naar verwachting pas na meer dan vijf jaar worden afgewikkeld.
Onder afwikkeling wordt mede verstaan omzetting in een op korte termijn opeisbare schuld.
Conform CAO BVE heeft het personeel van ROC Midden Nederland bij 25- en/of 40-jarig ambtelijk dienstverband recht op een jubileumgratificatie. Deze gratificatie is bij 25-jarige diensttijd 50% en bij 40-jarig jubileum 100% van de bezoldiging (per maand inclusief vakantiegeld). De toekomstige gratificatie is aan te merken als een uitgestelde beloning waarvoor conform RJ 271 een voorziening is gevormd.
De gemiddelde (ambtelijke) diensttijd is -gelet op de leeftijdsopbouw- dusdanig dat ROC Midden Nederland de komende periode in toenemende mate met jubileumrechten zal worden geconfronteerd. Bij de berekening is rekening gehouden met de individuele situatie van de personeelsleden en de contante waarde van deze verplichting. Bij de berekening van de contante waarde is gebruik gemaakt van een disconteringsvoet van 2%.
Met ingang van 1 juli 2005 is de instelling door gewijzigde regelgeving volledig risicodrager voor het wachtgeldrisico. Hiervoor is een voorziening getroffen. De wachtgeldvoorziening is gevormd voor de per balansdatum bestaande (bovenwettelijke) wachtgeldverplichtingen. De totale toekomstige lasten worden voorzien voor de volledige termijn waarop de gerechtigde recht heeft. Deze verplichting is contant gemaakt tegen een disconteringsvoet van 2%.
In 2012 heeft een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden die leiden tot een herijking van de voorziening reorganisatie. Deze ontwikkelingen betreffen de impact op het inpassen van het personeel Participatieopleidingen in het MBO onderwijs en de invoering van maatregelen in het kader van Focus op Vakmanschap.
De 'voorziening voor langdurig zieken' is getroffen voor personeelsleden die geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn werkzaamheden te verrichten. De ziekte of arbeidsongeschiktheid zal naar verwachting gedurende het resterende dienstverband niet worden opgeheven. ROC Midden Nederland heeft een verplichting van doorbetalen aan betreffende personeelsleden tot einde diensttijd.
De 'regeling duurzame inzetbaarheid' of 'regeling seniorenverlof' is bedoeld om werknemers in de gelegenheid te stellen afspraken te maken die hen helpen om ook op langere termijn het werk goed, gezond en met plezier te blijven doen en om werk en privé goed te combineren. Eigen verantwoordelijkheid en keuze van de werknemer staan daarbij voorop. In het onderhandelaarsakkoord CAO MBO 2022-2023 is opgenomen dat per 1 juli 2022 een aanvullende keuzemogelijkheid in werking is getreden voor werknemers vanaf 62 jaar, die geen gebruik maken van de bestaande seniorenregeling. De regeling seniorenverlof biedt medewerkers van 62 jaar en ouder de mogelijkheid om verlof te sparen. In de 'regeling jaarverslag onderwijs' is aangegeven dat voor deze gespaarde uren ouderenverlof een voorziening op de balans moet worden ingericht. De kwantitatieve impact daarvan is circa € 0,4 miljoen.
In de berekening van de voorziening is daarom een schatting gemaakt van de toekomstige deelname van potentiële deelnemers die (in de komende vijf jaren) voldoen aan de voorwaarden. De berekeningswijze is vergelijkbaar met de reeds bestaande seniorenregeling voor medewerkers vanaf 57 jaar (waarbij opbouw vanaf 52 jaar plaatsvindt).
Bij het bepalen van de voorziening seniorenverlof wordt expliciet rekening gehouden met schattingselementen die van invloed zijn op de verwachte opname of uitbetaling van gespaarde uren. Deze voorziening betreft immers toekomstige verplichtingen waarvan het moment van opname, de duur en het uiteindelijke gebruik onzeker kunnen zijn. Niet alle gespaarde uren leiden namelijk tot een daadwerkelijke opname of uitbetaling, bijvoorbeeld door personeelsverloop, verval van rechten of keuzes van medewerkers.
In 2024 zijn enkele uitgangspunten en schattingselementen opgenomen die relevant zijn voor de berekeningsmodellen.
Uitgangspunten
Deze factoren worden vertaald in een inschatting van de waarschijnlijkheid dat gespaarde uren tot een verplichting leiden. De voorziening wordt hierop aangepast om tot een reële en onderbouwde waardering te komen. Deze methodiek wordt periodiek geëvalueerd en bijgesteld op basis van actuele gegevens, beleid en regelgeving.
Schattingselementen
De basis voor het vaststellen van de hoogte van deze voorziening is het aantal uur dat medewerkers van 62 jaar en ouder op basis van een plan hebben gespaard. Deze verplichting is contant gemaakt tegen een disconteringvoet van 2,0%.
Sinds juli 2015 geldt er een nieuwe (wettelijke) regeling voor werkgevers bij het niet verlengen van een dienstverband. De vergoeding wordt volgens nieuwe regels vastgesteld, de zogenaamde transitievergoeding. Als een werknemer 1 jaar of langer een tijdelijk dienstverband heeft dan is de transitievergoeding verschuldigd. De vergoeding bedraagt 1/3 maandsalaris per dienstjaar. De vergoeding lijkt redelijk voorzienbaar en kan bedrijfseconomisch aan het jaar worden toegerekend (mits in dat jaar de werknemer in dienstbetrekking was). Op 1 januari 2020 trad de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking. Deze wet brengt wijzigingen in het ontslagrecht aan, waaronder de transitievergoeding. Voor de transitievergoeding heeft ROC Midden Nederland de volgende wijzigingen geaddeerd:
De 'voorziening personeel overig' bestaat uit een verplichting die voortvoeit uit specifieke afspraken maar waarvan de omvang nog onzeker is.
Het saldo betreft voorziening binnen RIF-projecten. Aangezien de prognose van de te maken kosten door ROC Midden Nederland (en haar projectpartners) voor de afronding van het project hoger uitvalt dan de cofinanciering, draagt ROC Midden Nederland (incl. partners) het risico van € 300K.
| Bedragen x € 1.000 | Stand per 01-01-2024 | Nieuwe financiering | Aflossingen 2024 | Stand per 31-12-2024 | Resterende looptijd | Rente % | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kredietinstellingen | >1 <5 jaar | >5 jaar | |||||
| Ministerie van Financiën (schatkistbankieren) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 6,05% |
| Ministerie van Financiën (schatkistbankieren) | 6.003 | 0 | 333 | 5.670 | 1.332 | 4.338 | 2,25% |
| Ministerie van Financiën (schatkistbankieren) | 6.336 | 0 | 333 | 6.003 | 1.332 | 4.671 | 2,47% |
| Ministerie van Financiën (schatkistbankieren) | 2.492 | 0 | 251 | 2.241 | 1.004 | 1.237 | 0,87% |
| Ministerie van Financiën (schatkistbankieren) | 8.668 | 0 | 333 | 8.335 | 1.332 | 7.003 | 0,10% |
| Totaal kredietinstellingen | 23.499 | 0 | 1.250 | 22.249 | 5.000 | 17.249 | |
De mutatie 2024 betreft de aflossingsverplichting voor 2025. Dit betreft derhalve de overboeking van het kortlopende deel van de lening naar het kortlopende schulden.
Bij de Rabobank lopen vanaf 2009 geen financieringsfaciliteiten meer. Sinds die tijd neemt ROC Midden Nederland deel aan geïntegreerd middelenbeheer (zgn. Schatkistbankieren) en heeft het de beschikking over een kredietfaciliteit bij het Ministerie van Financiën ter grootte van 10% van de publieke jaaromzet, waarbij jaarlijks de grootte opnieuw berekend zal worden. Thans bedraagt de faciliteit € 11 miljoen.
Deze faciliteit is gekoppeld aan de rekening-courant die ROC Midden Nederland aanhoudt bij het Ministerie van Financiën. Het renteniveau is Eonia-fixing. De renteconventie is de dagtelling op basis van actual/360. Voor het aanhouden van de rekening-courant worden geen kosten in rekening gebracht. Er zijn geen zekerheden gesteld.
Bij het Ministerie van Financiën loopt vanaf 1-10-2009 een lening (1485) ad. € 15 miljoen tegen 3-maands euribor + 0,1%. Deze lening is per 2-01-2024 afgelopen. Voor afdekking van het renterisico wordt verwezen naar de paragraaf 1.7.
In 2012 is er een nieuwe lening afgesloten met het Ministerie van Financiën ad € 10 miljoen (leningnummer 2084). Deze lening loopt lineair af in 30 jaar. Het rentepercentage is vast en bedraagt jaarlijks 2,25%. Verder is in 2013 een derde lening afgesloten met het Ministerie van Financiën ad € 10 miljoen (leningnummer 2211). Deze lening loopt ook lineair af in 30 jaar en de rentekosten bedragen jaarlijks vast 2,47%. Verder is in 2014 een vierde lening afgesloten met het Ministerie van Financiën ad € 5 miljoen (leningnummer 2212). Deze lening loopt lineair af in 20 jaar en de rentekosten bedragen vast 0,87%. In 2020 is er een nieuwe lening afgesloten met het Ministerie van Financiën ad € 10 miljoen (leningnummer 3441). Deze lening loopt lineair af in 30 jaar. Het rentepercentage is vast en bedraagt jaarlijks 0,10%. De gestelde zekerheden bij het Ministerie van Financiën op bovenstaande leningen bestaan uit het registergoed of de registergoederen, zowel tezamen als ieder afzonderlijk, waarop ten behoeve van de Staat hypotheek is verleend, en de goederen die bij de hypotheekakte aan de Staat zijn verpand, voor wat betreft de locaties:
Bij de hierboven genoemde locaties is rekening gehouden met een maximale financiering van 95%.
De totale lening in 2024 bedraagt € 23,5 miljoen, waarvan € 1,3 miljoen kortlopend is. Deze wordt verantwoord bij de kortlopende schulden (kredietinstellingen).
Overige langlopende schulden betreffen het langlopend deel van de medewerkers met een afvloeiingsregeling. Het kortlopend deel staat onder kortlopende schulden.
| Bedragen x € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||
| Schulden Ministerie van Financiën | 22.249 | 23.499 | |||
| Overige langlopende schulden | 161 | 364 | |||
| Totaal langlopende schulden | 22.410 | 23.863 | |||
| Overige langlopende schulden | Stand per 01-01-2024 |
Aflossingen 2024 | Mutatie 2024 | Stand per 31-12-2024 |
Resterende looptijd | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| >1 jaar | >5 jaar | |||||
| Overige langlopende schulden | 364 | 240 | 37 | 161 | 0 | 161 |
| Bedragen x € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kortlopende schulden en overlopende passiva | € | € | € | € | ||
| Deze post is als volgt te specificeren: | ||||||
| Kredietinstellingen | 11.1 | 1.250 | 2.250 | |||
| Ministerie van OCW (schuld) | 11.2 | 287 | 18 | |||
| Crediteuren | 11.3 | 1.654 | 5.050 | |||
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 11.4 | 6.207 | 5.714 | |||
| Schulden ter zake pensioenen | 11.5 | 2 | 4 | |||
| Overige kortlopende schulden | 11.6 | 4 | 170 | |||
| Overlopende passiva | 11.7 | 19.021 | 21.133 | |||
| Totaal kortlopende schulden en overlopende passiva | 28.425 | 34.339 | ||||
De kortlopende schulden hebben allen een resterende looptijd van korter dan een jaar. De reële waarde van de kortlopende schulden benadert de boekwaarde vanwege het kortlopende karakter ervan.
Dit betreft de aan het Ministerie van OCW terug te betalen subsidies voor RIF MBO 2019-2022 Geodesie en Geo ICT ( G2), Flexibel beroepsonderswijs derde leerweg (G2), Zij instroom 2019 en Lerarenbeurs 2024/2025.
Lerarenbeurs en Zijinstroom zoals opgenomen in de verantwoording subsidies OCW zonder verrekeningsclausule G1.
| Bedragen X € 1 | 31/12/2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 11.2 Schuld aan Ministerie van OC&W | Kenmerk | € | € | ||||
| Flexibel beroepsonderswijs derde leerweg (G2) (2021-2023) | FLEX20021 | 17.712 | |||||
| Zij instroom 2019 | 962619-1 (ref. 828939940 | 11.895 | |||||
| RIF MBO 2019-2022 Geodesie en Geo ICT | RIF22005 | 246.048 | |||||
| Lerarenbeurs 2024/2025 | 1414723-1 (kenmerk 146856) | 11.146 | |||||
| Totaal schuld aan Ministerie van OC&W | 286.801 |
| Bedragen x € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||||
| 11.4 Belastingen en premies sociale verzekeringen | |||||||
| Loonheffing/Premies sociale verzekeringen | 6.226 | 5.693 | |||||
| BTW | 33 | 56 | |||||
| Overige | -53 | -35 | |||||
| Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen | 6.207 | 5.714 | |||||
| 11.6 Overige kortlopende schulden | |||||||
| Overige | 4 | 170 | |||||
| Totaal overige kortlopende schulden | 4 | 170 | |||||
| 11.7 Overlopende passiva | |||||||
| Reservering vakantietoeslag | 4.661 | 4.332 | |||||
| Vakantiedagen | 1.251 | 1.335 | |||||
| Ministerie van OCW geoormerkte bijdragen (G1 en G2B) (11.7.1) | 4.590 | 4.365 | |||||
| Vooruitontvangen leerling gelden | 975 | 612 | |||||
| Vooruitontvangen bedragen | 3.534 | 3.446 | |||||
| Overige overlopende passiva (11.7.2) | 4.010 | 7.043 | |||||
| Totaal overlopende passiva | 19.021 | 21.133 | |||||
| Omschrijving | Toewijzing | De prestatie is ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking | ||
|---|---|---|---|---|
| G1 Verantwoording van subsidies zonder verrekeningsclausule | Kenmerk | Datum | Geheel uitgevoerd en afgerond | Nog niet geheel uitgevoerd |
| Geheel uitgevoerd en afgerond | Nog niet geheel uitgevoerd | |||
| Zij instroom 2019 | 962619-1 & 966867-1 & 1001809-1 & 1013525-1 | 23-10-19 | x | 0 |
| Zij instroom 2020 | 1039043-1 & 1046682-1 & 1078733-1&1085575-1&1102715-1 | 30-11-20 | x | 0 |
| Zij instroom 2021 | 1122910-1 & 1158945-1& 1160498-1&1164663-1& 1189550-01 | 19-11-21 | 0 | x |
| Zij instroom 2022 | 100000110-1 & 100000117-1 & 100000163-1& 100000226-1&100000605-1 | 26-1-2022&7-3-2022 & 3-5-2022 & 27-6-2022&22-11-2022 | 0 | x |
| Zij instroom 2023 | 100004203-1 & 100004254-1 & 100005012-1&100006988-1&10007049-1 & 100008166-1 & 100008881-1 &100011237-1 | 6-2-2023&20-2-2023&20-4-2023&22-5-2023&20-7-2023 & 20-10-2023 & 21-11-2023 & 19-12-2023 | 0 | x |
| Zij instroom 2024 | 100012637-1&100016777-1&100018112-1&100021671-1 | 20-2-2024& 21-5-2024&20-11-2024&19-12-2024 | 0 | x |
| Lerarenbeurs 2023/2024 | 1350288-1 | 22-08-23 | x | 0 |
| Lerarenbeurs 2024/2025 | 144723-1&1445307-1 | 20-8-2024 & 20-11-2024 | 0 | x |
| Instructeursbeurs 2023/2024 | 100007767-1 | 22-08-23 | x | 0 |
| Tegemoetk.kosten opleidingsscholen 2023 | 1352074-1 | 20-09-23 | x | 0 |
| Nazorg mbo 2022 2023 (verlengd met een jaar, zie mail OC&W 23-9-2022) | NMBO22041 | 28-02-22 | x | 0 |
| Nazorg mbo 2022 2024 | NMBO23036 | 28-02-23 | 0 | x |
| Omschrijving | Toewijzing | Bedrag toewijzing | Ontvangen t/m vorig boekjaar | Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar | Saldo per 1 januari verslagjaar | Ontvangst in verslagjaar | Subsidiabele kosten in verslagjaar | Te verrekenen per 31 december verslagjaar | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| G2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule | Kenmerk | Datum | € | € | € | € | € | € | € |
| G2-A Aflopend per ultimo verslagjaar | |||||||||
| RIF MBO 2019-2022 RIF20013 Smart Technician | RIF20013 | 14-10-2020 | 442.100 | 394.732 | 394.733 | -0 | 47.368 | 47.368 | -0 |
| RIF MBO 2019-2022 RIF 20030 Duurzame energie | RIF20030 | 09-12-2020 | 482.958 | 392.404 | 322.862 | 69.542 | 90.555 | 160.097 | 0 |
| RIF MBO 2019-2022 Geodesie en Geo ICT | RIF22005 | 08-06-2022 | 328.063 | 180.435 | 0 | 180.435 | 65.613 | 0 | 246.048 |
| Totaal G2-A : | 1.253.121 | 967.571 | 717.595 | 249.977 | 203.535 | 207.465 | 246.047 | ||
| Bedragen X € 1 | |||||||||
| Omschrijving | Toewijzing | Bedrag toewijzing | Ontvangen t/m vorig verslagjaar | Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar | Saldo per 1 januari verslagjaar | Ontvangst in verslagjaar | Subsidiabele kosten in verslagjaar | Saldo per 31 december verslagjaar | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| G2-B Doorlopend tot in een volgend verslagjaar | Kenmerk | Datum | € | € | € | € | € | € | € |
| RIF mbo 2019-2022 RIF20019 Entree leert op de werkplek | RIF20019 | 14-10-2020 | 1.506.900 | 1.345.446 | 494.445 | 851.001 | 161.453 | 269.822 | 742.632 |
| RIF mbo 2019-2022 RIF 20038 Duurzame mobiliteit | RIF20038 | 09-12-2020 | 758.686 | 616.433 | 406.346 | 210.087 | 142.254 | 188.409 | 163.931 |
| RIF MBO 2019-2022 Make Centre | RIF21007 | 15-06-2021 | 795.774 | 571.963 | 571.962 | -0 | 149.208 | 149.208 | -0 |
| RIF MBO 2019-2022 Gezond Stedelijk Leven | RIF22009 | 08-06-2022 | 722.544 | 397.399 | 133.349 | 264.051 | 144.509 | 223.389 | 185.171 |
| RIF Expertisecentrum ICT | RIF23021 | 19-10-2023 | 383.907 | 95.977 | 0 | 95.977 | 76.781 | 107.787 | 64.972 |
| VSV 2020-2024 (verl.progr.contactscholen) | OND/ODB=2020/3627 M & POR/202410/000039 | 1-10-2020&14-11-2024 | 3.538.485 | 2.830.788 | 1.819.692 | 1.011.096 | 707.697 | 859.745 | 859.047 |
| LLO-professionalisering opleiders 2023-2026 (Bouwsteen 3) | LLOP-G240009 | 28-08-2024 | 1.981.914 | 0 | 0 | 0 | 877.705 | 45.054 | 832.651 |
| LLO-professionalisering oplossingen energie- en grondstoffen (Bouwsteen 2) | LLOP-G240001 | 28-08-2024 | 1.981.542 | 0 | 0 | 0 | 779.407 | 47.970 | 731.437 |
| Totaal G2-B | 11.669.752 | 5.858.006 | 3.425.795 | 2.432.211 | 3.039.013 | 1.891.384 | 3.579.840 |
Bij de subsidieregelingen 'Sp. uitkering contactscholen' (Regionaal aanpak VSV) 2020-2024/verlengd 2025 wordt een subsidieproject uitgevoerd door een samenwerkingsverband van verschillende organisaties. De organisaties die samenwerken noemen we partner. De penvoerder (ROC Midden Nederland) en de subsidieontvanger (partner) komen eerst overeen dat ROC Midden Nederland de subsidie zal ontvangen en doorbetalen, doorgaans in de samenwerkingsovereenkomst. De subsidieverstrekker betaalt de subsidie daarna op de rekening van Stichting ROC Midden Nederland.
ROC Midden Nederland zou de subsidie volgens afspraak en declaraties aan de partners moeten betalen. De kosten worden via getekende urenstaten en declaraties verantwoord bij ROC Midden Nederland. Na controle worden de kosten aan de partner betaald en geboekt als projectkosten. Er is een voorschot aan ROC A12 betaald € 635.063,-. Partnerbetaling € 635.063,- is daardoor nu als "Subsidiabele kosten in verslagjaar” opgevoerd in model G2B bij VSV 2020-2024.
VSV contactschool ROC Midden Nederland legt in haar jaarrapportage jaarlijks financieel verantwoording af over de besteding van het budget in het VSV programma Eem en Vallei. De activiteiten zijn uitgevoerd en de middelen worden conform de Regelgeving (Regionale aanpak voortijdig schoolverlaten) besteed.
Bij het project RIF MBO 2019-2022 RIF20019 Entree leert op de werkplek is een voorschot van € 108.989,- betaald en bij LLO-professionalisering opleiders 2023-2026 is een voorschot van totaal € 49.464,- aan de partners betaald.
ROC Midden Nederland legt in haar jaarrapportage jaarlijks financieel verantwoording af over de besteding van het budget.
| Bedragen x € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||
| Overige overlopende passiva | |||||
| Nog te ontvangen facturen/afrekeningen | 4.002 | 7.032 | |||
| Bindingstoelagen MBO | 8 | 11 | |||
| Totaal overige overlopende passiva | 4.010 | 7.043 | |||
De post 'nog te ontvangen facturen/afrekeningen' geeft aan welk bedrag aan facturen zich aan het einde van het verslagjaar nog in de workflow bevond.
Alle entiteiten betrokken in de fiscale eenheid zijn beëindigd. Vanaf 24 oktober 2020 is er sprake van een zelfstandige btw-plicht van de stichting.
Einde 2024 zijn door de Stichting ROC Midden Nederland bankgaranties verstrekt aan:
| Contractpartij | Looptijd | Bedragen x € 1.000 |
|---|---|---|
| De Waal Beheer Beheer O.G. | onbepaald | 75 |
| Beheer-maatschappij Kraaikamp BV | onbepaald | 3 |
| Stichting Meander Medisch Centrum | onbepaald | 84 |
| Stichting VAM | onbepaald | 45 |
| Ontwikkelingscombinatie De Dreef V.O.F. | onbepaald | 55 |
| MEMID Galgenwaard BV | 15 | |
| Stichting VAM | 74 | |
| Totaal | 351 |
De totale verplichtingen aan de contracten binnen een jaar zijn € 8,1 miljoen, daarna heeft € 13,5 miljoen betrekking op financiële verplichting op een looptijd van langer dan een jaar en € 4,8 miljoen een looptijd van langer dan vijf jaar.
| Bedragen x € 1.000 | |||
|---|---|---|---|
| < 1 jaar | > 1 jaar | Resterende looptijd >5 jaar | |
| Huur | 4.051 | 9.864 | 4.754 |
| Collectieve Inkoopcontracten | 3.926 | 3.567 | 0 |
| Operationele leasing | 29 | 112 | 0 |
| Erfpacht KPE | 64 | 0 | 0 |
| Totaal | 8.070 | 13.543 | 4.754 |
| Locatie/adressen | Postcode | Plaats | BVO m2 | Huur contract pj | Eigenaar | Einddatum | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| BSW167 | Bisschopsweg | 3817 BT | Amersfoort | 1.434 | 88 | NV Sport, Recr. en Onderwijsvoorz. (SRO) | onbepaalde tijd * |
| MMD001 | Stichting Volte / Tamarinde | 3562CN | Utrecht | 177 | 23 | St. Volte | 30-04-2033 |
| DKW002 | Disketteweg | 3821 AR | Amersfoort | 5.548 | 513 | MVGM | t/m 31-7-2027 |
| HCP285 | Herculesplein | 3584 AA | Utrecht | 3.400 | 220 | Erle BV (voorheen: Galgenwaard BV) | t/m 31-8-2027 |
| HCP303 | Herculesplein | 3584 AA | Utrecht | 789 | 355 | Galgenwaard BV (MEMID) | t/m 31-7-2027 |
| HCP315 | Herculesplein | 3584 AA | Utrecht | 1.020 | 107 | Galgenwaard BV (MEMID) | tm 31-07-2027 |
| HML001 | Gemeente Nieuwegein | 3439 NK | Nieuwegein | 8.212 | 462 | Gemeente Nieuwegein | tm 31-07-2026 |
| LVP012 | Kapsalon | 3584 LA | Utrecht | 120 | 17 | SSH Utrecht | onbepaalde tijd * |
| MTW003 | Ziekenhuis | 3813 TZ | Amersfoort | 2.662 | 429 | Meander Medisch Centrum | 23-01-2034 |
| STB006 | Innovam | 3430 DV | Nieuwegein | 1.950 | 221 | Innovam Groep | tm 31-08-2028 |
| STB008 | Innovam | 3430 DV | Nieuwegein | 2.237 | 259 | Innovam Groep | 31-08-2028 |
| STB019 | Innovam | 3439 MA | Nieuwegein | 1.102 | 128 | Innovam Groep | 31-08-2028 |
| SED027 | De Dreef | 3562 CP | Utrecht | 2.444 | 483 | Ontw comb De Dreef v.o.f. | 31-07-2032 |
In het verslagjaar 2016 is het resultaat verkoop van het pand Noordweg verwerkt. Het totale verkoopbedrag is € 2,3 miljoen. Bij een ontheffing/wijziging van het vigerende bestemmingsplan, als voornoemd binnen een tijdsbestek van zes jaar gerekend vanaf datum van de eigendomsoverdracht, wordt de koperprijs met € 300.000,- (kosten koper) verhoogd. Bij een ontheffing/wijziging van het vigerende bestemmingsplan, als voornoemd na een tijdsbestek van zes jaar doch binnen tien jaar gerekend vanaf datum van de eigendomsoverdracht, wordt de kopersprijs met € 150.000,- (kosten koper) verhoogd.
Indien instellingen niet langer aan hun financiële verplichting voor de geborgde leningen kunnen voldoen, kan binnen de daartoe geldende regels het Waarborgfonds worden aangesproken. Mede ter afdekking van dit risico houdt de Stichting Waarborgfonds een risicovermogen aan. Dit vermogen is eind 2023 aangegroeid tot € 20,6 miljoen. De informatie over vermogen 2024 is nog niet beschikbaar. Mocht het eigen vermogen de minimale omvang van € 9,9 miljoen van het waarborgdepot onderschrijden dan hebben de aangesloten instellingen zich verbonden om dit vermogen aan te vullen naar evenredigheid van de in dat jaar ontvangen rijksbijdrage. Deze verplichte bijdrage geldt tot een maximum van 2% van de jaarlijkse rijksbijdrage.
ROC Midden Nederland maakt gebruik van rekening-courant 'Schatkistbankieren' bij het Ministerie van Financiën. Eind 2024 is het saldo op deze rekening-courant faciliteit € 92,6 miljoen positief, tegen eind 2023 € 99,4 miljoen. Eind 2024 doet de Stichting dus geen beroep op de kredietfaciliteit die maximaal € 11 miljoen bedraagt.
Bij ROC Midden Nederland is er een actieve ondersteunende stichting genaamd het Van Beuningenfonds, gevestigd in Utrecht. Het bestuur van de Stichting van Beuningenfonds wordt uitgeoefend door het College van Bestuur van Stichting ROC Midden Nederland. De Stichting Van Beuningenfonds heeft als doel de achterstandsdeelnemers van ROC Midden Nederland te ondersteunen.
| Bedragen X € 1 | Beslissende zeggenschap |
||
|---|---|---|---|
| Naam | Stichting Van Beuningenfonds | ||
| Juridische vorm | Stichting | ||
| Code Activiteit | Overig | ||
| Eigen vermogen 31 december 2024 | 531.647 | ||
| Exploitatiesaldo 2024 | 7.817 | ||
| Omzet 2024 | 0 | ||
| Verklaring art 2:403 BW | Nee | ||
| Consolidatie | Ja | ||
| Percentage deelneming | 0% | ||
| Bedragen x € 1.000 | 2024 | Begroting 2024 | 2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | € | € | ||||
| (Normatieve) rijksbijdrage OCW | 151.695 | 138.379 | 146.787 | ||||||
| Geoormerkte subsidies | 2.761 | 1.355 | 7.120 | ||||||
| Niet geoormerkte subsidies | 32.614 | 39.623 | 38.517 | ||||||
| Totaal OCW | 187.070 | 179.357 | 192.424 | ||||||
| Overige overheidsbijdragen en - subsidies | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bedragen x € 1.000 | 2024 | Begroting 2024 | 2023 | |||||
| € | € | € | € | € | € | |||
| Regeling VO-VAVO | 3.248 | 2.548 | 2.431 | |||||
| Overige gemeentelijke bijdragen | 519 | 518 | 408 | |||||
| Totaal overige overheidsbijdragen en -subsidies | 3.767 | 3.066 | 2.839 | |||||
| Totaal overige overheidsbijdragen en -subsidies | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bedragen x € 1.000 | 2024 | Begroting 2024 | 2023 | |||||
| € | € | € | € | € | € | |||
| Totaal college, les- en examengelden | 3.438 | 3.966 | 3.405 | |||||
In de cijfers van de college-, cursus- en examengelden 2024 en 2023 wordt de afrekening van het wettelijk verplicht cursusgeld (WVC) verantwoord.
| Opbrengst werk i.o.v derden | 2024 | Begroting 2024 | 2023 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bedragen x € 1.000 | € | € | € | € | € | € | ||
| Contractonderwijs | 2.687 | 3.390 | 2.396 | |||||
| Overige | 0 | 0 | 0 | |||||
| Totaal baten werk in opdracht van derden | 2.687 | 3.390 | 2.396 | |||||
| Bedragen x € 1.000 | 2024 | Begroting 2024 | 2023 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | € | € | |||
| Projecten (geen overheidsbijdragen) | 3.365 | 1.421 | 2.863 | |||||
| Verhuur onroerend goed | 344 | 390 | 303 | |||||
| Detachering personeel | 519 | 242 | 721 | |||||
| Restauratieve voorzieningen | 1 | 0 | 0 | |||||
| Stage- en schoolactiviteiten | 0 | 0 | 0 | |||||
| Overige | 416 | 163 | 803 | |||||
| MBO Webshop | 760 | 0 | 559 | |||||
| Boekwinst verkoop panden | 0 | 0 | 0 | |||||
| Totaal overige baten | 5.405 | 2.216 | 5.249 | |||||
Met MBO Webshop (voormalige Studers) is een contract afgesloten voor de aanschaf van leermiddelen MBO voor een geschat bedrag van € 0,8 miljoen (2024). De afrekeningen, inclusief regel betreffende MBO webshop, zijn onder Overige baten opgenomen.
| Bedragen x € 1.000 | 2024 | Begroting 2024 | 2023 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | € | € | |||
| Lonen en salarissen | 106.075 | 133.386 | 99.471 | |||||
| Sociale lasten | 14.712 | 50 | 13.607 | |||||
| Pensioenlasten | 14.460 | 0 | 13.600 | |||||
| Totaal lonen en salarissen incl. werkgeverslasten | 135.247 | 133.436 | 126.678 | |||||
| Mutatie personele voorziening | 2.160 | 1.626 | 1.855 | |||||
| Personeel niet in loondienst | 13.059 | 9.060 | 13.740 | |||||
| Overige | 4.285 | 3.377 | 5.266 | |||||
| Totaal overige personele lasten | 19.504 | 14.063 | 20.861 | |||||
| Uitkeringen | -1.834 | 0 | -1.572 | |||||
| Totaal personele lasten | 152.917 | 147.499 | 145.967 | |||||
| Bedragen x € 1.000 | 2024 | Begroting 2024 | 2023 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | € | € | |||
| Immateriële vaste activa | 0 | 0 | 0 | |||||
| Gebouwen | 7.018 | 8.048 | 6.466 | |||||
| Inventaris en apparatuur | 3.180 | 2.671 | 2.879 | |||||
| Overige materiële vaste activa | 0 | 0 | 0 | |||||
| Totaal afschrijvingen | 10.198 | 10.719 | 9.345 | |||||
| Bedragen x € 1.000 | 2024 | Begroting 2024 | 2023 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | € | € | |||
| Huur | 3.448 | 3.998 | 3.329 | |||||
| Dotatie voorzieningen huisvesting | 0 | 0 | 0 | |||||
| Klein onderhoud en exploitatie incl. tuinonderhoud | 1.850 | 1.101 | 1.538 | |||||
| Energie en water | 2.326 | 3.240 | 4.350 | |||||
| Schoonmaakkosten en vuilafvoer | 2.756 | 2.960 | 2.225 | |||||
| Belastingen & heffingen | 868 | 882 | 714 | |||||
| Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering | 126 | 110 | 112 | |||||
| Huisvestingsverzekering | 238 | 239 | 198 | |||||
| Beveiligingskosten | 76 | 126 | 93 | |||||
| Overige huisvestingslasten | 1.215 | 730 | 939 | |||||
| Totaal huisvestingslasten | 12.903 | 13.386 | 13.497 | |||||
| Bedragen x € 1.000 | 2024 | Begroting 2024 | 2023 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | € | € | |||
| Inkoopkosten werk voor derden | 3.249 | 5.172 | 3.067 | |||||
| Administratie en beheer ICT-gerelateerd | 5.298 | 4.044 | 3.805 | |||||
| Abonnementen en contributies | 1.142 | 888 | 1.199 | |||||
| Reprokosten (incl. huur kopieerapparaten) | 583 | 728 | 621 | |||||
| Porto- en telefoonkosten | 406 | 480 | 417 | |||||
| Advieskosten | 927 | 389 | 1.400 | |||||
| Accountantskosten | 120 | 140 | 130 | |||||
| Kantoorartikelen | 106 | 173 | 114 | |||||
| Administratie en beheer overig | 722 | 790 | 1.030 | |||||
| Totaal administratie en beheer | 12.553 | 12.804 | 11.783 | |||||
| Leermiddelen en activiteiten | ||||||||
| Leermiddelen en activiteiten | 4.680 | 3.909 | 5.273 | |||||
| Leermiddelen ICT-gerelateerd | 238 | 386 | 340 | |||||
| Examenkosten en externe legitimering | 1.119 | 1.247 | 1.218 | |||||
| Totaal leermiddelen en activiteiten | 6.037 | 5.543 | 6.831 | |||||
| Dotatie/vrijval overige voorzieningen | ||||||||
| Dotatie/vrijval overige voorzieningen | 255 | 53 | 41 | |||||
| (incl. dotatie voorz. dubieuze debiteuren) | ||||||||
| Totaal Dotatie/vrijval overige voorzieningen | 255 | 53 | 41 | |||||
| Overige | ||||||||
| PR & Marketing | 2.485 | 1.234 | 2.435 | |||||
| Restauratieve voorzieningen | 1.517 | 1.624 | 1.357 | |||||
| Boekverlies verkoop panden | 0 | 0 | 0 | |||||
| Overige | 207 | 1.778 | 176 | |||||
| Totaal overige | 4.209 | 4.636 | 3.968 | |||||
| Totaal overige instellingslasten | 23.054 | 23.036 | 22.623 | |||||
Belangrijkste oorzaak van hogere kosten bij 'administratie en beheer ICT-gerelateerd' is het gewijzigde activeringsbeleid waardoor desktops/laptops < 2500 niet meer worden geactiveerd. Dit leidt tot meer kosten in 2024.
| Bedragen x € 1.000 | 2024 | Begroting 2024 | 2023 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | € | € | |||
| Financiële baten | 3.758 | 3.000 | 3.113 | |||||
| Financiële lasten | 332 | 356 | 412 | |||||
| Saldo financiële baten en lasten | 3.426 | 2.644 | 2.701 | |||||
Voor de toelichting op de verschillen tussen de begroting en realisatie verwijzen we naar het bestuursverslag en de betreffende paragrafen in het hoofdstuk 'Besturing en Bedrijfsvoering'.
| 2024 | Deloitte Accountants B.V. | Overig Deloitte Accountants B.V. | Totaal Deloitte Accountants B.V. | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Onderzoek van de jaarrekening | 102.850 | 9.075 | 111.925 | |||
| Andere controle opdrachten | 0 | 7.381 | 7.381 | |||
| Advies diensten fiscaal terrein | 0 | 0 | 0 | |||
| Andere niet-controle diensten | 0 | 0 | 0 | |||
| TOTAAL | 102.850 | 16.456 | 119.306 | |||
| 2024 | Overig PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. | Totaal PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. | ||
|---|---|---|---|---|
| Onderzoek van de jaarrekening | 0 | 0 | ||
| Andere controle opdrachten | 0 | 0 | ||
| Advies diensten fiscaal terrein | 12.721 | 12.721 | ||
| Andere niet-controle diensten | 0 | 0 | ||
| TOTAAL | 12.721 | 12.721 |
| 2023 | Deloitte Accountants B.V. | Overig Deloitte Accountants B.V. | Totaal Deloitte Accountants B.V. | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Onderzoek van de jaarrekening | 99.142 | 9.680 | 108.822 | |||
| Andere controle opdrachten | 0 | 18.118 | 18.118 | |||
| Advies diensten fiscaal terrein | 0 | 0 | 0 | |||
| Andere niet-controle diensten | 0 | 0 | 0 | |||
| TOTAAL | 99.142 | 27.798 | 126.940 | |||
Bovenstaande honoraria betreffen uitsluitend de werkzaamheden die bij de instelling en de in de consolidatie betrokken maatschappijen zijn uitgevoerd door accountantsorganisaties en onafhankelijke accountants, toerekenen aan het boekjaar waar de kosten betrekking op hebben, ongeacht of de werkzaamheden door de accountant in het boekjaar zijn verricht, zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 Wta (Wet toezicht accountant).
Gedurende het jaar 2024 waren er gemiddeld 1766 medewerkers en 1.428 FTE. (gemiddeld 2023: 1.459 FTE ). Geen van onze medewerkers was werkzaam buiten Nederland.
Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op de Stichting ROC Midden Nederland van toepassing zijnde regelgeving: Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) en de Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren.
Het voor Stichting ROC Midden Nederland toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 233.000; bezoldigingsmaximum voor het onderwijs, klasse G (18-20 punten), complexiteitspunten per criterium:
Het weergegeven toepasselijke WNT-maximum per persoon of functie is berekend naar rato van de omvang (en voor topfunctionarissen tevens de duur) van het dienstverband, waarbij voor de berekening de omvang van het dienstverband nooit groter kan zijn dan 1,0 FTE. Het individuele WNT-maximum voor de leden van de Raad van Toezicht bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10% van het bezoldigingsmaximum, berekend naar rato van de duur van de benoeming. Er is in 2024 geen ontslagvergoeding uitgekeerd aan de bestuurders. Onder de WNT worden ontslagvergoedingen apart genormeerd en dit bedrag valt dus niet onder de sectorale norm voor het MBO. Overigens voldoet ook de ontslagvergoeding aan de norm.
Bedragen X € 1
| Bezoldiging topfunctionarissen 2024 | H.J. Spronk | M.A. Labij |
|---|---|---|
| Functiegegevens | Voorzitter CvB | Lid CvB |
| Aanvang en einde functievervulling in 2024 | 01/01 – 31/12 | 01/01 – 31/12 |
| Omvang dienstverband (in FTE) | 1 | 1 |
| Dienstbetrekking | Ja | Ja |
| Bezoldiging | ||
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 206.480 | 194.887 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 23.789 | 23.781 |
| Bezoldiging (subtotaal) | 230.269 | 218.668 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 233.000 | 233.000 |
| Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | N.v.t. | N.v.t. |
| Bezoldiging | 230.269 | 218.668 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | N.v.t. | N.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | N.v.t. | N.v.t. |
Bedragen X € 1
| Gegevens 2023 | H.J. Spronk | M.A. Labij |
|---|---|---|
| Functiegegevens | Voorzitter CvB | Lid CvB |
| Aanvang en einde functievervulling in 2023 | 01/01 – 31/12 | 01/01 – 31/12 |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1 | 1 |
| Dienstbetrekking? | ja | ja |
| Bezoldiging | ||
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 197.430 | 186.150 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 22.932 | 22.877 |
| Bezoldiging (subtotaal) | 220.362 | 209.027 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 223.000 | 223.000 |
| Bezoldiging | 220.362 | 209.027 |
Bedragen X € 1
| Gegevens 2024 | S.P.M. de Waal | S. Ayranci | A. El-Khetabi | L.J.F. Guérin | F.E. van Kommer | M.T. Otto |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Functiegegevens | Voorzitter RvT | Lid RvT | Lid RvT | Lid RvT | Lid RvT | Lid RvT |
| Aanvang en einde functievervulling in 2024 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 |
| Bezoldiging | ||||||
| Bezoldiging | 29.708 | 19.805 | 19.805 | 19.805 | 19.805 | 19.805 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 34.950 | 23.300 | 23.300 | 23.300 | 23.300 | 23.300 |
| Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Bezoldiging | 29.708 | 19.805 | 19.805 | 19.805 | 19.805 | 19.805 |
| Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | N.v.t. N.v.t. |
N.v.t. N.v.t. |
N.v.t. N.v.t. |
N.v.t. N.v.t. |
N.v.t. N.v.t. |
N.v.t. N.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
Bedragen X € 1
| Gegevens 2023 | S.P.M. de Waal | S. Ayranci | A. El-Khetabi | L.J.F. Guérin | F.E. van Kommer | M.T. Otto |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Functiegegevens | Voorzitter RvT | Lid RvT | Lid RvT | Lid RvT | Lid RvT | Lid RvT |
| Aanvang en einde functievervulling in 2023 | 01/01 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/09 - 31/12 | 01/01 - 31/12 | 01/09 - 31/12 | 01/01- 31/12 |
| Bezoldiging | ||||||
| Bezoldiging | 25.088 | 16.725 | 5.583 | 16.725 | 5.575 | 16.725 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 33.450 | 22.300 | 7.433 | 22.300 | 7.433 | 22.300 |
| Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Bezoldiging | 25.088 | 16.725 | 5.583 | 16.725 | 5.575 | 16.725 |
| Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen die in 2024 een bezoldiging boven het toepasselijke WNT-maximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WOPT of de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2024 geen ontslaguitkeringen aan topfunctionarissen betaald die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd.
| Bedragen x € 1.000 | € | ||
|---|---|---|---|
| Het College van Bestuur stelt voor het resultaat ad. | 6.721 | als volgt te bestemmen: | |
| Toevoeging aan reserve van Beuningenfonds | 7 | ||
| Toevoeging aan de algemene reserve | 6.714 | ||
| Wettelijke reserve | |||
| Vrijval wettelijke reserve immateriële vaste activa | 0 |
Dit voorstel is reeds in de jaarrekening verwerkt.
ROC Midden Nederland heeft geen gebeurtenissen die controle-informatie verschaffen over omstandigheden die bestonden op de datum van de financiële overzichten en geen gebeurtenissen die controle-informatie verschaffen over omstandigheden die ontstaan zijn na de datum van de financiële overzichten.
| Naam instelling: | Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Midden Nederland | |
| Adres: | Brandenburchdreef 20 | |
| Postadres: | Postbus 3065 | |
| Postcode/plaats | 3502 GB UTRECHT | |
| Telefoon: | 030 7546531 | |
| E-mail: | info@rocmn.nl | |
| Internetsite: | http://www.rocmn.nl | |
| Bestuursnummer: | 40597 | |
| Brinnummer: | 25 LH | |
| KvK-nummer: | 41186931 | |
| Onafhankelijke accountant: | Deloitte Accountants B.V. | |
| Contactpersoon: | de heer M.Pater |
| ACTIVA | X € 1.000 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ref. | 31/12/2024 | 31/12/2023 | ||||
| € | € | € | € | |||
| Vaste Activa | ||||||
| Immateriële vaste activa | 5.1 | 0 | 0 | |||
| Materiële vaste activa | 5.2 | 98.693 | 90.933 | |||
| Financiële vaste activa | 21.3 | 0 | 0 | |||
| Totaal vaste activa | 98.693 | 90.933 | ||||
| Vlottende activa | ||||||
| Vorderingen | 22.1 | 6.446 | 7.012 | |||
| Liquide middelen | 22.2 | 93.306 | 99.944 | |||
| Totaal vlottende activa | 99.752 | 106.956 | ||||
| Totaal activa | 198.445 | 197.889 | ||||
| PASSIVA | X €1.000 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ref. | 31/12/2024 | 31/12/2023 | ||||
| € | € | € | € | |||
| Eigen Vermogen | 22.3 | 135.884 | 129.171 | |||
| Voorzieningen | 22.4 | 11.726 | 10.515 | |||
| Langlopende schulden | 10 | 22.410 | 23.864 | |||
| Kortlopende schulden | 22.5 | 28.425 | 34.339 | |||
| Totaal passiva | 198.445 | 197.889 | ||||
| ENKELVOUDIGE STAAT VAN BATEN EN LASTEN OVER 2024 | X € 1.000 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ref. | Resultaat 2024 | Resultaat 2023 | ||||
| € | € | € | € | |||
| Baten | ||||||
| Rijksbijdragen OCW | 14.1 | 187.070 | 192.424 | |||
| Overige overheidsbijdragen en - subsidies | 14.2 | 3.767 | 2.839 | |||
| Cursus- en examengelden | 14.3 | 3.438 | 3.405 | |||
| Werk in opdracht van derden | 23.1 | 2.687 | 2.396 | |||
| Overige baten | 23.2 | 5.405 | 5.249 | |||
| 202.367 | 206.313 | |||||
| Lasten | ||||||
| Personele lasten | 23.3 | 152.917 | 145.967 | |||
| Afschrijvingen | 14.7 | 10.197 | 9.345 | |||
| Huisvestingslasten | 23.4 | 12.902 | 13.497 | |||
| Overige instellingslasten | 23.5 | 23.055 | 22.622 | |||
| 199.071 | 191.431 | |||||
| Saldo baten en lasten | 3.296 | 14.882 | ||||
| Saldo financiële baten en lasten | 14.10 | 3.418 | 2.695 | |||
| Resultaat | 6.714 | 17.577 | ||||
| Resultaat deelnemingen | 0 | 0 | ||||
| Bijzonder resultaat | 0 | 0 | ||||
| Nettoresultaat | 6.714 | 17.577 | ||||
De enkelvoudige jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving. Deze bepalingen zijn van toepassing op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs. De jaarrekening is opgesteld in x € 1.000. We lichten die posten toe van de enkelvoudige jaarrekening die afwijken van de geconsolideerde jaarrekening.
Voor de grondslagen van de waardering van activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans en staat van baten en lasten, voor zover hierna niet anders wordt vermeld. De grondslagen van waardering en van resultaatbepaling voor de enkelvoudige jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening zijn gelijk.
Er is geen financiële vaste activa in 2024.
| X € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||
| Vorderingen en overlopende activa | |||||
| Debiteuren | 3.105 | 2.516 | |||
| Ministerie van OCW | 43 | 67 | |||
| Deelnemers/cursisten | 341 | 487 | |||
| Overige vorderingen | 587 | 510 | |||
| Verbonden partijen | 0 | 0 | |||
| Overlopende activa | 2.370 | 3.432 | |||
| Totaal vorderingen overlopende activa | 6.446 | 7.012 | |||
| Deze post is als volgt te specificeren: | |||||
| Debiteuren | |||||
| Debiteuren zakelijk | 3.105 | 2.516 | |||
| Debiteuren gemeenten | 0 | 0 | |||
| Totaal debiteuren | 3.105 | 2.516 | |||
| Totaal deelnemers/cursisten | 43 | 67 | |||
| Totaal Ministerie van OCW | 341 | 487 | |||
| Overige vorderingen | |||||
| Gemeenten | 80 | 0 | |||
| Overige | 507 | 510 | |||
| Totaal overige vorderingen | 587 | 510 | |||
| Overlopende activa | |||||
| Vooruit betaalde kosten | 1.554 | 2.185 | |||
| Diverse overlopende activa | 817 | 1.247 | |||
| Totaal overlopende activa | 2.370 | 3.432 | |||
De liquiditeiten staan na aftrek van de verstrekte bankgaranties ten behoeve van derden ad € 350.297,- vrij ter beschikking van Stichting ROC Midden Nederland.
| X € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | ||||
| Banken | 338 | 210 | |||
| Ministerie van Financiën | 92.615 | 99.382 | |||
| Kasmiddelen | 0 | 1 | |||
| Spaarrekeningen/deposito's | 353 | 351 | |||
| Totaal liquide middelen | 93.306 | 99.944 | |||
| X € 1.000 | Boekwaarde 1-1-2024 | Mutaties +/- | Boekwaarde 31-12-2024 |
|---|---|---|---|
| € | € | € | |
| Algemene reserve | |||
| Algemene reserve | 129.171 | 6.713 | 135.884 |
| Totaal Algemene reserve | 129.171 | 6.713 | 135.884 |
| Wettelijke reserve | |||
| Wettelijke reserve immateriële vaste activa | 0 | 0 | 0 |
| Totaal Wettelijke reserve | 0 | 0 | 0 |
| Totaal eigen vermogen | 129.171 | 6.713 | 135.884 |
Eind 2024 bestaat er een verschil tussen het geconsolideerde eigen vermogen (€ 136.424 duizend) en het enkelvoudige eigen vermogen (€ 135.884 duizend) van € 540K. Dit verschil wordt veroorzaakt door het betrekken van Stichting Van Beuningenfonds in de consolidatie. Aangezien op de enkelvoudige balans van het groepshoofd geen kapitaalbelang in een stichting tot uitdrukking kan worden gebracht, is eliminatie van een zodanig kapitaalbelang tegenover het eigen vermogen van de stichting niet mogelijk.
| X € 1.000 | Mutaties 2024 | Onderverdeling saldo | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Saldo 31-12-2023 | Dotaties | Onttrekkingen | Vrijval | Saldo 31-12-2024 | Kortlopend deel < 1 jaar | Langlopend deel > 1 en 5 jaar | ||
| € | € | € | € | € | € | € | ||
| Voorziening Jubileumverplichtingen | 1.227 | 136 | 137 | 0 | 1.226 | 168 | 1.058 | |
| Totaal voorziening uitgestelde personele beloningen | 1.227 | 136 | 137 | 0 | 1.226 | 168 | 1.058 | |
| Wachtgelden | 2.778 | 1.044 | 988 | 0 | 2.834 | 1.090 | 1.744 | |
| Totaal voorziening wachtgelden | 2.778 | 1.044 | 988 | 0 | 2.834 | 1.090 | 1.744 | |
| Voorziening reorganisatie/beeindiging activiteiten | 292 | 56 | 123 | 0 | 225 | 126 | 99 | |
| Totaal voorziening reorganisatie/beeindiging activiteiten | 292 | 56 | 123 | 0 | 225 | 126 | 99 | |
| Voorziening langdurige zieken | 244 | 0 | 0 | 21 | 223 | 223 | 0 | |
| Totaal voorziening langdurige zieken | 244 | 0 | 0 | 21 | 223 | 223 | 0 | |
| Voorziening regeling seniorenverlof | 5.072 | 998 | 0 | 0 | 6.070 | 1.316 | 4.754 | |
| Totaal voorziening regeling seniorenverlof | 5.072 | 998 | 0 | 0 | 6.070 | 1.316 | 4.754 | |
| Voorziening transitievergoeding bij tijdelijk dienstverband | 877 | 0 | 0 | 54 | 823 | 822 | 1 | |
| Totaal voorziening transitievergoeding bij tijdelijk dienstverband | 877 | 0 | 0 | 54 | 823 | 822 | 1 | |
| Voorzieningen personeel overig | 25 | 0 | 0 | 0 | 25 | 11 | 14 | |
| Voorziening projecten | 0 | 300 | 0 | 0 | 300 | 200 | 100 | |
| Totaal overige voorzieningen | 25 | 300 | 0 | 0 | 325 | 211 | 114 | |
| Totaal voorzieningen passiefzijde balans | 10.515 | 2.534 | 1.248 | 75 | 11.726 | 3.956 | 7.770 | |
| X € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||
| Kredietinstellingen | 1.250 | 2.250 | |||
| Schuld Ministerie van OCW | 287 | 18 | |||
| Crediteuren | 1.654 | 5.050 | |||
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 6.207 | 5.712 | |||
| Schulden terzake pensioenen | 2 | 4 | |||
| Overige kortlopende schulden | 4 | 170 | |||
| Overlopende passiva | 19.021 | 21.135 | |||
| Totaal kortlopende schulden en overlopende passiva | 28.425 | 34.339 | |||
| Deze post is als volgt te specificeren: | |||||
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | |||||
| Loonheffing/Premies sociale verzekeringen | 6.226 | 5.692 | |||
| BTW | 33 | 55 | |||
| Overige | -53 | -35 | |||
| Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen | 6.207 | 5.712 | |||
| Overlopende passiva | |||||
| Reservering vakantietoeslag | 4.660 | 4.332 | |||
| Vakantiedagen | 1.251 | 1.335 | |||
| Ministerie van OCW geoormerkte bijdragen | 4.590 | 4.365 | |||
| Vooruitontvangen leerlinggelden | 975 | 612 | |||
| Vooruitontvangen/overlopende projecten | 3.534 | 3.446 | |||
| Overige overlopende passiva | 4.011 | 7.045 | |||
| Totaal Overlopende passiva | 19.021 | 21.135 | |||
Mede naar aanleiding van aanbevelingen vanuit een algemeen onderzoek door de Rekenkamer en een brief van de toenmalige staatssecretaris Rutte is besloten om met ingang van 2006 de contractomzet te splitsen naar financieringsbron. Dit betekent dat alle crebo of overwegend crebo gefinancierde opbrengst in de Stichting wordt verantwoord. De directe en indirecte kosten van de contractactiviteiten worden naar rato van de omzet toegedeeld aan de Stichting.
| X € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||
| Totaal opbrengst werk in opdracht van derden | 2.687 | 2.396 | |||
| X € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||
| Overige baten | |||||
| Projecten (geen overheidsbijdragen) | 3.365 | 2.863 | |||
| Verhuur onroerend goed | 344 | 303 | |||
| Detachering personeel | 519 | 721 | |||
| Restauratieve voorzieningen | 1 | 0 | |||
| MBO Webshop | 760 | 559 | |||
| Overige | 416 | 803 | |||
| Totaal overige baten | 5.405 | 5.249 | |||
Met MBO Webshop (voormalige Studers) is een contract afgesloten voor de aanschaf van leermiddelen MBO voor een geschat bedrag van € 0,8 miljoen (2024). De afrekeningen, inclusief regel betreffende MBO Webshop, zijn onder 'Overige baten' opgenomen.
| X € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||
| Lonen en salarissen | 106.075 | 99.471 | |||
| Sociale lasten | 14.712 | 13.607 | |||
| Pensioenlasten | 14.460 | 13.600 | |||
| Totaal lonen en salarissen incl. werkgeverslasten | 135.247 | 126.678 | |||
| Dotatie/vrijval voorziening | 2.160 | 1.855 | |||
| Personeel niet in loondienst | 13.059 | 13.740 | |||
| Overige | 4.285 | 5.266 | |||
| Totaal overige personele lasten | 19.504 | 20.861 | |||
| Uitkeringen -/- | -1.834 | -1.572 | |||
| Totaal personele lasten | 152.917 | 145.967 | |||
| X € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||
| Huur | 3.448 | 3.329 | |||
| Dotatie/ vrijval voorzieningen huisvesting | 0 | 0 | |||
| Klein onderhoud en exploitatie, incl. tuinonderhoud | 1.850 | 1.538 | |||
| Energie en water | 2.326 | 4.350 | |||
| Schoonmaakkosten en vuilafvoer | 2.756 | 2.225 | |||
| Huisvestingsverzekering | 238 | 198 | |||
| Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering | 126 | 112 | |||
| Belastingen & heffingen | 868 | 714 | |||
| Beveiligingskosten | 76 | 93 | |||
| Overige huisvestingslasten | 1.215 | 938 | |||
| Totaal huisvestingslasten | 12.902 | 13.497 | |||
| X € 1.000 | 31/12/2024 | 31/12/2023 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | ||
| Administratie- en beheerslasten | |||||
| Inkoopkosten werk voor derden | 3.249 | 3.067 | |||
| Administratie en beheer ICT-gerelateerd | 5.298 | 3.805 | |||
| Abonnementen en contributies | 1.142 | 1.199 | |||
| Reprokosten (incl. huur kopieerapparaten) | 583 | 621 | |||
| Porto- en telefoonkosten | 406 | 416 | |||
| Advieskosten | 927 | 1.400 | |||
| Accountantskosten | 120 | 130 | |||
| Kantoorartikelen | 106 | 114 | |||
| Administratie en beheer overig | 722 | 1.030 | |||
| Totaal administratie en beheer | 12.553 | 11.782 | |||
| Leermiddelen en activiteiten | |||||
| Leermiddelen en activiteiten | 4.680 | 5.273 | |||
| Leermiddelen ICT-gerelateerd | 238 | 340 | |||
| Examenkosten en externe legitimering | 1.119 | 1.217 | |||
| Totaal leermiddelen en activiteiten | 6.037 | 6.830 | |||
| Dotatie/vrijval overige voorzieningen | 255 | 42 | |||
| Overige lasten | |||||
| PR & Marketing | 2.485 | 2.435 | |||
| Restauratieve voorzieningen | 1.517 | 1.357 | |||
| Overige (incl.boekverlies verkoop panden) | 208 | 176 | |||
| Totaal overige lasten | 4.210 | 3.968 | |||
| Totaal overige instellingslasten | 23.055 | 22.622 | |||
College van Bestuur:
drs. H.J. (Johan) Spronk (voorzitter)
M.A. (Michel) Labij (lid)
Utrecht, 13-06-2025
GOEDKEUREN VAN DE JAARREKENING
Raad van Toezicht:
Dhr. dr. S.P.M. de Waal
Mevr. S. Ayranci
Dhr. Drs. A. El-Khetabi
Dhr. drs. M.T. Otto
Dhr. F.E. van Kommer
Mevr. dr. L. Guérin
Utrecht, 13-06-2025
Software voor digital-first corporate reporting
Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.