Spring naar inhoud

Jaarrekening

2024

Geconsolideerde balans per 31 december 2024 (na resultaatsbestemming)

Bedragen x € 1.000 Ref. 31/12/2024   31/12/2023
ACTIVA    
Vaste Activa            
Immateriele vaste activa 5.1 0     0  
Materiële vaste activa 5.2 98.693     90.933  
Totaal vaste activa     98.693     90.933
             
Vlottende activa            
Vorderingen 6 6.449     7.014  
Liquide middelen 7 93.843     100.474  
Totaal vlottende activa     100.292     107.488
Totaal activa     198.985     198.421
Bedragen x € 1.000 Ref. 31/12/2024   31/12/2023
PASSIVA    
Groepsvermogen 8 136.424     129.703  
             
Voorzieningen 9 11.726     10.515  
             
Langlopende schulden 10 22.410     23.864  
             
Kortlopende schulden en overlopende passiva 11 28.425     34.339  
             
Totaal passiva     198.985     198.421

Geconsolideerde staat van baten en lasten over 2024

Bedragen x € 1.000 Ref. 2024   Begroting 2024   2023
         
Baten                  
Rijksbijdragen OCW 14.1 187.070     179.357     192.424  
Overige overheidsbijdragen en - subsidies 14.2 3.767     3.066     2.839  
Cursus- en examengelden 14.3 3.438     3.966     3.405  
Werk in opdracht van derden 14.4 2.687     3.390     2.396  
Overige baten 14.5 5.405     2.216     5.249  
Totaal Baten     202.367     191.995     206.313
                   
Lasten                  
Personele lasten 14.6 152.917     147.499     145.967  
Afschrijvingen 14.7 10.198     10.719     9.345  
Huisvestingslasten 14.8 12.903     13.386     13.497  
Overige instellingslasten 14.9 23.054     23.035     22.623  
Totaal Lasten     199.072     194.639     191.432
Saldo baten en lasten     3.295     -2.644     14.881
Saldo financiële baten en lasten 14.10   3.426     2.644     2.701
Resultaat     6.721     0     17.582

Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2024

Bedragen x € 1.000 Ref. 2024   2023
     
Kasstroom uit operationele activiteiten            
Resultaat (saldo baten en lasten excl. verkoop)     3.295     14.881
Verkoop resultaat     0     0
Aanpassingen voor:            
Afschrijvingen 5.1 en 5.2 10.198     9.345  
Mutaties voorzieningen 9 1.211     475  
      11.409     9.820
Verandering in vlottende middelen:            
Vorderingen 6 565     -455  
Schulden 11 -5.914     1.545  
      -5.349     1.090
Kasstroom uit bedrijfsoperaties     9.355     25.791
             
Financiële baten 14.10 3.758     3.113  
Financiële lasten 14.10 332     412  
      3.426     2.701
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten     12.781     28.492
Kasstroom uit investeringsactiviteiten            
Investeringen materiële vaste activa 5.2 -18.014     -12.858  
Desinvesteringen materiële vaste activa 5.2 55     3  
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten     -17.959     -12.855
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 10          
Overige langlopende schulden   -203     192  
Aflossing langlopende schulden   -1.250     -2.250  
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten     -1.453     -2.058
Totale kasstroom     -6.631     13.579

Het verloop van de geldmiddelen is als volgt:

Bedragen x € 1.000     2024     2023
         
Stand per 1 januari 7   100.474     86.895
Mutatie boekjaar 7   -6.631     13.579
             
Stand per 31 december     93.843     100.474

1. Toelichting op de geconsolideerde balans en staat van baten en lasten (algemene toelichting)

1.1 Activiteiten

De activiteiten van Stichting ROC Midden Nederland, statutair gevestigd te Utrecht, en haar groepsmaatschappijen bestaan voornamelijk uit dienstverlening op het gebied van Beroepsonderwijs (MBO) en volwassenenonderwijs. Voor gegevens over de rechtspersoon verwijzen wij naar paragraaf jaarrekening nr. 20. Gegevens over de rechtspersoon

1.2 Rapporteringsvaluta

De jaarrekening is opgesteld in duizenden euro's (x € 1.000), tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. 

1.3 Consolidatie

In de geconsolideerde jaarrekening van Stichting ROC Midden Nederland zijn de financiële gegevens verwerkt van de tot de groep behorende maatschappijen en andere rechtspersonen waarop een overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend of waarover de centrale leiding wordt gevoerd. De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld met toepassing van de grondslagen voor de waardering en de resultaatbepaling van Stichting ROC Midden Nederland.

De financiële gegevens van de groepsmaatschappijen en de andere in de consolidatie betrokken rechtspersonen en vennootschappen zijn volledig in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen onder eliminatie van de onderlinge verhoudingen en transacties. Belangen van derden in het vermogen en in het resultaat van groepsmaatschappijen zijn afzonderlijk in de geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking gebracht. De in de consolidatie begrepen groepsmaatschappijen zijn:

  • Stichting ROC Midden Nederland, Utrecht (100%)
  • Stichting Van Beuningenfonds, Utrecht (100%)

1.4 Verbonden partijen

Alle groepsmaatschappijen, zoals opgenomen in paragraaf consolidatie, worden aangemerkt als verbonden partij.

1.5 Continuïteit

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling.

1.6 Algemene grondslagen voor opstelling van de (geconsolideerde) jaarrekening

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld conform de richtlijnen van de 'Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs' en overeenkomstig de verslaggevingsvoorschriften en bepalingen zoals weergegeven in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Tevens is Richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving gevolgd. In deze richtlijn zijn voor de sector presentatie-, waarderings- en verslaggevingsvoorschriften opgenomen. 

De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende grondslag voor de specifieke balanspost anders wordt vermeld, worden de activa en passiva gewaardeerd volgens het kostprijsmodel.                                        

Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
In de balans, de staat van baten en lasten, en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting.

1.7 Financiële instrumenten en risico's

De belangrijkste financiële risico’s waaraan ROC Midden Nederland onderhevig is, zijn het renterisico, het liquiditeitsrisico en het kredietrisico. ROC Midden Nederland is werkzaam in Nederland en loopt derhalve geen valutarisico.

Per 1 januari 2024 is de renteswap beëindigd. Alle bijbehorende verplichtingen zijn volledig afgewikkeld en meegenomen in de controlewerkzaamheden over boekjaar 2023.

Renterisico

ROC Midden Nederland loopt renterisico over de rentedragende langlopende schulden. Ter beperking van dit risico is voor bepaalde variabele rente  een renteswap afgesloten. Deze renteswap is per 1 januari 2024 beëindigd.

Liquiditeitsrisico en kasstroomrisico

Het gaat hierbij om het risico dat over onvoldoende middelen wordt beschikt om aan de directe verplichtingen te kunnen voldoen. Periodiek worden liquiditeitsbegrotingen opgesteld. Door tussentijdse monitoring en eventuele bijsturing worden liquiditeitsrisico’s beheerst. In de liquiditeitsbegrotingen wordt rekening gehouden met beperkte beschikbaarheid van liquide middelen waaronder bankgaranties.

Kredietrisico

De instelling heeft een beperkt kredietrisico doordat het overgrote deel van de financiering afkomstig is van OCW en overige overheidsinstellingen als gemeenten en dergelijke. Er wordt wel kredietrisico gelopen op de inning van het wettelijk verplicht cursusgeld. Dit betreft echter een zeer gering deel van de baten. Op balansdatum waren er geen significante concentraties van kredietrisico.

2. Grondslagen voor waardering van activa en passiva

2.1 Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd op het bedrag van de bestede kosten, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De jaarlijkse afschrijvingen bedragen een vast percentage van de bestede kosten, zoals nader in de toelichting op de balans is gespecificeerd. De verwachte gebruiksduur en de afschrijvingsmethode worden aan het einde van elk boekjaar opnieuw beoordeeld. Voor de kosten van ontwikkeling wordt een wettelijke reserve gevormd ter hoogte van het geactiveerde bedrag.

2.2 Materiële vaste activa

De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de verwachte toekomstige gebruiksduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Op terreinen wordt niet afgeschreven. 

De kosten van groot onderhoud worden volgens de componentenmethode geactiveerd.

2.3 Bijzondere waardevermindering

Op iedere balansdatum wordt beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld.

Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. In 2024 is geen sprake van bijzondere waardeverminderingen. 

2.4 Afschrijvingstermijnen

Gebouwen 15, 20, 30 en 40 jaar
Verbouwingen 5, 10, 15, 25, 30 en 40 jaar
Terreinen geen afschrijving
MVA in uitvoering geen afschrijving (pas vanaf ingebruikname)
Apparatuur 5 jaar
Inventaris 5, 10 en 20 jaar

2.5 Vorderingen

De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.

2.6 Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kasmiddelen, direct opeisbare banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

2.7 Groepsvermogen

Het eigen vermogen bestaat uit algemene reserves en/of bestemmingsreserves. Er zijn geen bestemmingsreserves aangemerkt. Mutaties op het eigen vermogen vinden plaats via resultaatbestemming tenzij zich stelselwijzigingen voordoen.

Eigen Vermogen segmentatie

Met de invoering van BW/RJ 660 in 2008 is het aan de mbo-instelling de keuze te maken voor handhaving van het vermogen als volledig publiek dan wel te splitsen in een deel publiek en een deel privaat vermogen. Als er geen keuze wordt gemaakt, is het gehele vermogen publiek. Hiertoe zijn de activiteiten geïnventariseerd en conform de MBO-Guidelines gerubriceerd in de volgende drie categorieën:

  1. Publieke activiteiten (publieke taak, gericht op de publieke doelen zoals in de WEB omschreven);
  2. Investeringen private activiteiten in het verlengde van de publieke taak (bijvoorbeeld inburgering, re-integratie en contractactiviteiten in het verlengde van de publieke taak);
  3. Overige private activiteiten (bijvoorbeeld contractactiviteiten niet in het verlengde van de publieke taak).

Conclusie van dit onderzoek is dat alle activiteiten die ROC Midden Nederland verricht, vallen onder publieke activiteiten, danwel onder private activiteiten die in het verlengde liggen van de publieke taak.

2.8 Wettelijke reserve

Tegenover de geactiveerde ontwikkelkosten van het deelnemersvolgsysteem dient volgens RJ 240.229 en artikel 365.2 Titel 9 BW 2 een wettelijke reserve gevormd te worden voor de boekwaarde van het immaterieel vast actief ultimo boekjaar.

2.9 Voorzieningen

Voorzieningen zijn gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is in te schatten. De voorzieningen zijn gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen wachtgelden, duurzame inzetbaarheid en jubileumverplichtingen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen. De contante waardebepaling heeft plaatsgevonden tegen discontering van 2%. De periodieke mutatie die samenhangt met de contante waardebepaling is onderdeel van de dotatie aan de voorziening.

2.10 Langlopende schulden

Schulden met een resterende looptijd van meer dan één jaar worden aangeduid als langlopend. De langlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde van de schuld.

Het aflossingsbedrag voor het komende jaar is verantwoord onder de kortlopende schulden.

2.11 Kortlopende schulden en overlopende passiva

Dit betreffen schulden met en verwachte resterende looptijd op balansdatum van ten hoogste één jaar. Kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde van de schulden.

De overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen die aan opvolgende perioden worden toegerekend en nog te betalen bedragen, voor zover ze niet onder de andere kortlopende schulden zijn te plaatsen.

3. Grondslagen voor bepaling van het resultaat

3.1 Algemeen

De onderwijsinstelling stelt de balans, de staat van baten en lasten, het kasstroomoverzicht en de toelichting op overeenkomstig de modellen in de bijlage bij RJ 660. De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden.

3.2 Opbrengstverantwoording

Rijksbijdragen

De ontvangen normatieve rijksbijdrage wordt in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten.

De niet-geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden eveneens volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten in het (school)jaar waarop de toekenningen betrekking hebben, tenzij het een niet-geoormerkte OCW-subsidie met een grote omvang betreft waarvoor een herzien bestedingsplan beschikbaar is. In dat geval wordt de subsidie als bate in de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de activiteiten.

Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waar nog geen activiteiten voor zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de overlopende passiva.

Geoormerkte OCW-subsidies (doelsubsidies met verrekeningsclausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde lasten komen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen op balansdatum.

Verlenen van diensten

Baten uit het verlenen van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

Projectopbrengsten en projectkosten

Voor onderhanden projecten, waarvan het resultaat op betrouwbare wijze kan worden bepaald, worden de projectopbrengsten en de projectkosten verwerkt als netto-omzet en kosten in de staat van baten en lasten naar rato van de verrichte prestaties per balansdatum.

Overige overheidsbijdragen en -subsidies

Exploitatiesubsidies worden als bate verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer een gesubsidieerd exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De baten worden verantwoord als het waarschijnlijk is dat deze worden ontvangen en de instelling de condities voor ontvangst kan aantonen.

Subsidies met betrekking tot investeringen in materiële vaste activa worden in mindering gebracht op het desbetreffende actief en als onderdeel van de afschrijvingen verwerkt in de staat van baten en lasten.

3.3 Personeelsbeloningen

Periodiek betaalbare beloningen:

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.

Pensioenen

De instelling heeft een pensioenregeling bij Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte of contractuele basis premies betaald door de instelling. ABP hanteert het middelloon als pensioengevende salarisgrondslag. ABP probeert ieder jaar de pensioenen te verhogen met de gemiddelde stijging van de lonen in de sectoren overheid en onderwijs. Wanneer de dekkingsgraad lager is dan 110% vindt er geen indexatie plaats. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

Het vernieuwde pensioenstelsel

Vanaf 2024 dient ABP elk jaar tot de overgang naar het vernieuwde pensioenstelsel een overbruggingsplan in bij De Nederlandsche Bank (DNB). Daarin staat hoe ABP ervoor zorgt dat we voldoende vermogen hebben als we overstappen op het vernieuwde pensioenstelsel in 2027. In het overbruggingsplan berekent en beschrijft ABP de financiële situatie van het pensioenfonds gedurende de periode tot 2027, wanneer we overgaan naar het vernieuwde pensioenstelsel.

In de komende jaren worden de regels voor pensioen gemoderniseerd. Werkgevers zullen samen met werknemers en pensioenuitvoerders moeten komen tot nieuwe pensioenregelingen. Het is de bedoeling dat alle pensioenfondsen uiterlijk 2027 overgaan naar het vernieuwde stelsel. Maar ABP is van plan op 1 januari 2026 volgens de vernieuwde regels te gaan werken. In het vernieuwde pensioenstelsel beweegt pensioen namelijk meer mee met de economie. Het pensioen kan meer verhoogd worden, maar het kan ook meer omlaag gaan. 

Beleidsdekkingsgraad

Pensioenfondsen zijn wettelijk verplicht om financiële buffers te hebben: extra geld voor tijden dat het financieel slechter gaat. De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de laatste 12 actuele dekkingsgraden. Doordat het een gemiddelde is, stijgt en daalt deze dekkingsgraad niet zo snel van maand tot maand als de actuele dekkingsgraad. Deze dekkingsgraad geeft daardoor een stabieler beeld van onze financiële situatie. De beleidsdekkingsgraad wordt daarom gebruikt bij besluiten over onder meer waardeoverdracht en het verhogen van de pensioenen (indexatie). 

De dekkingsgraad moet op het moment van overgang naar het vernieuwde pensioenstelsel, op 1 januari 2027, minimaal 101,5% bedragen (de zogenaamde invaardekkingsgraad). Als uit de berekeningen blijkt dat deze grens op het moment van overgang niet wordt gehaald, zal ABP de pensioenen moeten verlagen. Deze dekkingsgraad wordt jaarlijks berekend, maar de uitkomst daarvan heeft geen voorspellende waarde.

De uitkomst van de berekening van de ontwikkeling van de invaardekkingsgraad laat zien dat ABP de dekkingsgraad van minimaal 101,5% ruimschoots bereikt op 1 januari 2027 en hiervoor de pensioenen nu niet hoeft te verlagen.

De actuele dekkingsgraad van ABP op 31 december 2024 ligt ruim boven de ondergrens, te weten 111,9%.

3.4 Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa

Immateriële vaste activa en materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Over terreinen wordt niet afgeschreven.

Boekverliezen bij verkoop van (im)materiële vaste activa zijn begrepen onder de overige lasten. Boekwinsten worden opgenomen onder overige baten.

3.5 Financiële baten en lasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op eventueel ontvangen leningen.

3.6 Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de staat van baten en lasten, rekening houdend met beschikbare, fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

3.7 Buitengewone bedrijfsvoering

Bijzondere posten zijn baten of lasten die voortvloeien uit gebeurtenissen of transacties die behoren tot het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening, maar die omwille van de vergelijkbaarheid apart toegelicht worden op grond van de aard, omvang of het incidentele karakter van de post.

4. Grondslagen voor opstelling van het geconsolideerd kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen.

5. Toelichting op de geconsolideerde balans

5.1 Immateriële vaste activa

Vanaf boekjaar 2020 is geen investering in Immateriële vaste activa gedaan.

5.2 Materiële vaste activa

Bedragen x € 1.000 Gebouwen Terreinen Inventaris en apparatuur Totaal
 
Stand per 1 januari 2024        
Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen 159.218 8.251 52.729 220.198
Cumulatieve waarde­verminderingen en afschrijvingen -88.204 0 -41.061 -129.265
Boekwaarden 71.014 8.251 11.668 90.933
         
Mutaties        
Investeringen 14.285 0 3.729 18.014
Herwaarderingen 0 0 0 0
Desinvesteringen -179 0 0 -179
Afschrijvingen -7.018 0 -3.180 -10.198
Afschrijvingen desinvesteringen 123 0 0 123
Saldo 7.212 0 549 7.760
         
Stand per 31 december 2024        
Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen 173.324 8.251 56.458 238.033
Cumulatieve waarde­verminderingen en afschrijvingen -95.099 0 -44.241 -139.340
Boekwaarde 31 december 2024 78.225 8.251 12.217 98.693

5.2.1 WOZ en verzekerde waarde gebouwen en terreinen

  Bedrag Peildatum
WOZ waarde gebouwen en terreinen € 85,4 mln. 01-01-2024
Verzekerde waarde gebouwen en terreinen € 257,3 mln. 2024

6. Vlottende activa

Bedragen x € 1.000 31/12/2024   31/12/2023
   
Vorderingen en overlopende activa          
Deze post is als volgt te specificeren:          
Debiteuren  3.105       2.516   
Deelnemers/cursisten  341       487   
Overige vorderingen  587       510   
Overlopende activa  2.373       3.434   
Vorderingen OC&W  43      67  
Totaal vorderingen en overlopende activa    6.449       7.014 
           
Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar.    

6.1 Debiteuren

Bedragen x € 1.000 31/12/2024   31/12/2023
   
Debiteuren zakelijk  3.105       2.516   
Debiteuren gemeenten 0     0  
Totaal debiteuren    3.105       2.516 

6.2 Deelnemers/cursisten

Bedragen x € 1.000 31/12/2024   31/12/2023
   
Deelnemers/cursisten  341       487   
Totaal deelnemers/cursisten    341       487 

6.3 Overige vorderingen

Bedragen x € 1.000 31/12/2024   31/12/2023
   
Overige vorderingen  587       510   
Totaal overige vorderingen    587       510 

6.4 Overlopende activa

Bedragen x € 1.000 31/12/2024   31/12/2023
   
Vooruitbetaalde kosten  1.554       2.185   
Diverse overlopende activa  819       1.249   
Totaal overlopende activa    2.373       3.434 

6.5 Vorderingen

6.5 Vorderingen          
Bedragen x € 1.000 31/12/2024   31/12/2023
   
Vorderingen OC&W  43      67  
Totaal vorderingen OC&W    43      67
           
Totaal vorderingen    6.449       7.014 
           

In de post debiteuren zakelijk en deelnemers  is de voorziening dubieuze debiteuren gesaldeerd conform onderstaand overzicht per 31 december.

Voorziening voor oninbaarheid

De voorziening voor oninbaarheid wordt bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:

Bedragen x € 1.000   2024     2023
Stand per 1 januari   126     85
Onttrekking/vrijval   -126     -85
Dotatie   82     126
Stand per 31 december   82     126

7. Liquide middelen

Bedragen x € 1.000 31/12/2024   31/12/2023
   
Banken 875     729  
Ministerie van Financiën 92.615     99.392  
Kasmiddelen 0     1  
Spaarrekeningen/deposito's 353     352  
Totaal liquide middelen   93.843     100.474

De liquiditeiten staan na aftrek van de verstrekte bankgaranties ten behoeve van derden ad € 350.297,- vrij ter beschikking van Stichting ROC Midden Nederland.

Per 31 december 2024 bedraagt de rekening courantverhouding Ministerie van Financiën € 92,6 miljoen positief.

8. Groepsvermogen

Bedragen x € 1.000 Boekwaarde 01-01-2024 Mutaties +/- Boekwaarde 31-12-2024
 
Algemene reserve      
Algemene reserve en resultaatbestemming 129.171 6.713 135.884
Reserve Stichting Van Beuningenfonds 532 8 540
Totaal Algemene reserve 129.703 6.721 136.424
Wettelijke reserve      
Wettelijke reserve immateriële vaste activa 0 0 0
Totaal Wettelijke reserve 0 0 0
Totaal eigen vermogen 129.703 6.721 136.424

Verschillen in het eigen vermogen en het resultaat tussen de enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekening

Aan het einde van 2024 bestaat er een verschil tussen het geconsolideerde eigen vermogen (€ 136.424 duizend) en het enkelvoudige eigen vermogen (€ 135.884 duizend) van € 540K. Dit verschil wordt veroorzaakt door het betrekken van Stichting Van Beuningenfonds in de consolidatie.

Aangezien op de enkelvoudige balans van het groepshoofd geen kapitaalbelang in een stichting tot uitdrukking kan worden gebracht, is eliminatie van een zodanig kapitaalbelang tegenover het eigen vermogen van de stichting niet mogelijk.

Bedragen x € 1.000     31/12/2024
Eigen vermogen geconsolideerd      136.424 
Verschil (Stichting Van Beuningenfonds)      -540 
Eigen vermogen enkelvoudig      135.884 
       
Resultaat geconsolideerd      6.721 
Verschil (Stichting Van Beuningenfonds)      -7 
Resultaat enkelvoudig      6.714 

9. Voorzieningen

Bedragen x € 1.000 Mutaties 2024 Onderverdeling saldo
  Saldo 31-12-2023 Dotaties Onttrekkingen Vrijval Saldo 31-12-2024 Kortlopend deel < 1 jaar Langlopend deel > 1 en 5 jaar
               
 
Voorziening Jubileumverplichtingen 1.227 136 137 0 1.226 168 1.058
Totaal voorziening uitgestelde personele beloningen 1.227 136 137 0 1.226 168 1.058
               
Wachtgelden 2.778 1.044 988 0 2.834 1.090 1.744
Totaal voorziening wachtgelden 2.778 1.044 988 0 2.834 1.090 1.744
               
Voorziening reorganisatie/beeindiging activiteiten 292 56 123 0 225 126 99
Totaal voorziening reorganisatie/beeindiging activiteiten 292 56 123 0 225 126 99
               
Voorziening langdurig zieken 244 0 0 21 223 223 0
Totaal voorziening langdurig zieken 244 0 0 21 223 223 0
               
Voorziening regeling seniorenverlof 5.072 998 0 0 6.070 1.316 4.754
Totaal voorziening regeling seniorenverlof 5.072 998 0 0 6.070 1.316 4.754
               
Voorziening transitievergoeding tijdelijke aanstelling 877 0 0 54 823 822 1
Totaal voorziening transitievergoeding tijdelijke aanstelling 877 0 0 54 823 822 1
               
Voorzieningen personeel overig 25 0 0 0 25 11 14
Voorziening projecten 0 300 0 0 300 200 100
Totaal overige voorzieningen 25 300 0 0 325 211 114
               
Totaal voorzieningen 10.515 2.534 1.248 75 11.726 3.956 7.770

Een voorziening van circa € 3,9 miljoen, waarvan de afwikkeling naar verwachting binnen een jaar zal plaatsvinden, wordt als kortlopend beschouwd. Het resterende bedrag van circa € 7,7 miljoen zal naar verwachting pas na meer dan vijf jaar worden afgewikkeld.

Onder afwikkeling wordt mede verstaan omzetting in een op korte termijn opeisbare schuld.  

9.1 Voorziening Jubileumrechten

Conform CAO BVE heeft het personeel van ROC Midden Nederland bij 25- en/of 40-jarig ambtelijk dienstverband recht op een jubileumgratificatie. Deze gratificatie is bij 25-jarige diensttijd 50% en bij 40-jarig jubileum 100% van de bezoldiging (per maand inclusief vakantiegeld). De toekomstige gratificatie is aan te merken als een uitgestelde beloning waarvoor conform RJ 271 een voorziening is gevormd.

De gemiddelde (ambtelijke) diensttijd is -gelet op de leeftijdsopbouw- dusdanig dat ROC Midden Nederland de komende periode in toenemende mate met jubileumrechten zal worden geconfronteerd. Bij de berekening is rekening gehouden met de individuele situatie van de personeelsleden en de contante waarde van deze verplichting. Bij de berekening van de contante waarde is gebruik gemaakt van een disconteringsvoet van 2%.

9.2 Voorziening wachtgeld

Met ingang van 1 juli 2005 is de instelling door gewijzigde regelgeving volledig risicodrager voor het wachtgeldrisico. Hiervoor is een voorziening getroffen. De wachtgeldvoorziening is gevormd voor de per balansdatum bestaande (bovenwettelijke) wachtgeldverplichtingen. De totale toekomstige lasten worden voorzien voor de volledige termijn waarop de gerechtigde recht heeft. Deze verplichting is contant gemaakt tegen een disconteringsvoet van 2%.

9.3 Voorziening reorganisatie

In 2012 heeft een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden die leiden tot een herijking van de voorziening reorganisatie. Deze ontwikkelingen betreffen de impact op het inpassen van het personeel Participatieopleidingen in het MBO onderwijs en de invoering van maatregelen in het kader van Focus op Vakmanschap.

9.4 Voorziening langdurig zieken

De 'voorziening voor langdurig zieken' is getroffen voor personeelsleden die geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn werkzaamheden te verrichten. De ziekte of arbeidsongeschiktheid zal naar verwachting gedurende het resterende dienstverband niet worden opgeheven. ROC Midden Nederland heeft een verplichting van doorbetalen aan betreffende personeelsleden tot einde diensttijd.

9.5 Voorziening regeling seniorenverlof

De 'regeling duurzame inzetbaarheid' of 'regeling seniorenverlof' is bedoeld om werknemers in de gelegenheid te stellen afspraken te maken die hen helpen om ook op langere termijn het werk goed, gezond en met plezier te blijven doen en om werk en privé goed te combineren. Eigen verantwoordelijkheid en keuze van de werknemer staan daarbij voorop. In het onderhandelaarsakkoord CAO MBO 2022-2023 is opgenomen dat per 1 juli 2022 een aanvullende keuzemogelijkheid in werking is getreden voor werknemers vanaf 62 jaar, die geen gebruik maken van de bestaande seniorenregeling. De regeling seniorenverlof biedt medewerkers van 62 jaar en ouder de mogelijkheid om verlof te sparen. In de 'regeling jaarverslag onderwijs' is aangegeven dat voor deze gespaarde uren ouderenverlof een voorziening op de balans moet worden ingericht. De kwantitatieve impact daarvan is circa € 0,4 miljoen.

In de berekening van de voorziening is daarom een schatting gemaakt van de toekomstige deelname van potentiële deelnemers die (in de komende vijf jaren) voldoen aan de voorwaarden. De berekeningswijze is vergelijkbaar met de reeds bestaande seniorenregeling voor medewerkers vanaf 57 jaar (waarbij opbouw vanaf 52 jaar plaatsvindt).

Bij het bepalen van de voorziening seniorenverlof wordt expliciet rekening gehouden met schattingselementen die van invloed zijn op de verwachte opname of uitbetaling van gespaarde uren. Deze voorziening betreft immers toekomstige verplichtingen waarvan het moment van opname, de duur en het uiteindelijke gebruik onzeker kunnen zijn. Niet alle gespaarde uren leiden namelijk tot een daadwerkelijke opname of uitbetaling, bijvoorbeeld door personeelsverloop, verval van rechten of keuzes van medewerkers.

In 2024 zijn enkele uitgangspunten en schattingselementen opgenomen die relevant zijn voor de berekeningsmodellen.
Uitgangspunten

  • Pensioen leeftijd
  • Percentage sociale lasten, werkgeversbijdragen en pensioenen
  • Opbouw voorziening seniorenverlof

Deze factoren worden vertaald in een inschatting van de waarschijnlijkheid dat gespaarde uren tot een verplichting leiden. De voorziening wordt hierop aangepast om tot een reële en onderbouwde waardering te komen. Deze methodiek wordt periodiek geëvalueerd en bijgesteld op basis van actuele gegevens, beleid en regelgeving.

Schattingselementen
De basis voor het vaststellen van de hoogte van deze voorziening is het aantal uur dat medewerkers van 62 jaar en ouder op basis van een plan hebben gespaard. Deze verplichting is contant gemaakt tegen een disconteringvoet van 2,0%.

9.6 Voorziening transitievergoeding bij tijdelijk dienstverband

Sinds juli 2015 geldt er een nieuwe (wettelijke) regeling voor werkgevers bij het niet verlengen van een dienstverband. De vergoeding wordt volgens nieuwe regels vastgesteld, de zogenaamde transitievergoeding. Als een werknemer 1 jaar of langer een tijdelijk dienstverband heeft dan is de transitievergoeding verschuldigd. De vergoeding bedraagt 1/3 maandsalaris per dienstjaar. De vergoeding lijkt redelijk voorzienbaar en kan bedrijfseconomisch aan het jaar worden toegerekend (mits in dat jaar de werknemer in dienstbetrekking was). Op 1 januari 2020 trad de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking. Deze wet brengt wijzigingen in het ontslagrecht aan, waaronder de transitievergoeding. Voor de transitievergoeding heeft ROC Midden Nederland de volgende wijzigingen geaddeerd:

  • Werknemer heeft vanaf de eerste werkdag recht op transitievergoeding;
  • Verhoging opbouw transitievergoeding vervalt;
  • Vervangende voorziening in cao alleen nog bij ontslag vanwege bedrijfseconomische reden;
  • De berekening voor de transitievergoeding verandert.

9.7 Voorziening personeel overig

De 'voorziening personeel overig' bestaat uit een verplichting die voortvoeit uit specifieke afspraken maar waarvan de omvang nog onzeker is.

9.8 Voorziening Projecten

Het saldo betreft voorziening binnen RIF-projecten. Aangezien de prognose van de te maken kosten door ROC Midden Nederland (en haar projectpartners) voor de afronding van het project hoger uitvalt dan de cofinanciering, draagt ROC Midden Nederland (incl. partners) het risico van € 300K.

10. Langlopende schulden

Bedragen x € 1.000 Stand per 01-01-2024 Nieuwe financiering Aflossingen 2024 Stand per 31-12-2024 Resterende looptijd Rente %
Kredietinstellingen         >1 <5 jaar >5 jaar  
Ministerie van Financiën (schatkistbankieren) 0 0 0 0 0 0 6,05%
Ministerie van Financiën (schatkistbankieren) 6.003 0 333 5.670 1.332 4.338 2,25%
Ministerie van Financiën (schatkistbankieren) 6.336 0 333 6.003 1.332 4.671 2,47%
Ministerie van Financiën (schatkistbankieren) 2.492 0 251 2.241 1.004 1.237 0,87%
Ministerie van Financiën (schatkistbankieren) 8.668 0 333 8.335 1.332 7.003 0,10%
Totaal kredietinstellingen 23.499 0 1.250 22.249 5.000 17.249  

De mutatie 2024 betreft de aflossingsverplichting voor 2025. Dit betreft derhalve de overboeking van het kortlopende deel van de lening naar het kortlopende schulden.

Ministerie van Financiën (rekening-courant)

Bij de Rabobank lopen vanaf 2009 geen financieringsfaciliteiten meer. Sinds die tijd neemt ROC Midden Nederland deel aan geïntegreerd middelenbeheer (zgn. Schatkistbankieren) en heeft het de beschikking over een kredietfaciliteit bij het Ministerie van Financiën ter grootte van 10% van de publieke jaaromzet, waarbij jaarlijks de grootte opnieuw berekend zal worden. Thans bedraagt de faciliteit € 11 miljoen.

Deze faciliteit is gekoppeld aan de rekening-courant die ROC Midden Nederland aanhoudt bij het Ministerie van Financiën. Het renteniveau is Eonia-fixing. De renteconventie is de dagtelling op basis van actual/360. Voor het aanhouden van de rekening-courant worden geen kosten in rekening gebracht. Er zijn geen zekerheden gesteld.

Ministerie van Financiën (lening)

Bij het Ministerie van Financiën loopt vanaf 1-10-2009 een lening (1485) ad. € 15 miljoen tegen 3-maands euribor + 0,1%. Deze lening is per 2-01-2024 afgelopen. Voor afdekking van het renterisico wordt verwezen naar de paragraaf 1.7.

In 2012 is er een nieuwe lening afgesloten met het Ministerie van Financiën ad € 10 miljoen (leningnummer 2084). Deze lening loopt lineair af in 30 jaar. Het rentepercentage is vast en bedraagt jaarlijks 2,25%. Verder is in 2013 een derde lening afgesloten met het Ministerie van Financiën ad € 10 miljoen (leningnummer 2211). Deze lening loopt ook lineair af in 30 jaar en de rentekosten bedragen jaarlijks vast 2,47%. Verder is in 2014 een vierde lening afgesloten met het Ministerie van Financiën ad € 5 miljoen (leningnummer 2212). Deze lening loopt lineair af in 20 jaar en de rentekosten bedragen vast 0,87%. In 2020 is er een nieuwe lening afgesloten met het Ministerie van Financiën ad € 10 miljoen (leningnummer 3441). Deze lening loopt lineair af in 30 jaar. Het rentepercentage is vast en bedraagt jaarlijks 0,10%. De gestelde zekerheden bij het Ministerie van Financiën op bovenstaande leningen bestaan uit het registergoed of de registergoederen, zowel tezamen als ieder afzonderlijk, waarop ten behoeve van de Staat hypotheek is verleend, en de goederen die bij de hypotheekakte aan de Staat zijn verpand, voor wat betreft de locaties:

  • Disketteweg 10, te Amersfoort;
  • Marco Pololaan 2, te Utrecht;
  • Vondellaan 174-176, te Utrecht.

Bij de hierboven genoemde locaties is rekening gehouden met een maximale financiering van 95%.

De totale lening in 2024 bedraagt € 23,5 miljoen, waarvan € 1,3 miljoen kortlopend is. Deze wordt verantwoord bij de kortlopende schulden (kredietinstellingen).

10.1 Overige langlopende schulden

Overige langlopende schulden

Overige langlopende schulden betreffen het langlopend deel van de medewerkers met een afvloeiingsregeling. Het kortlopend deel staat onder kortlopende schulden.

Bedragen x € 1.000 31/12/2024   31/12/2023
   
           
Schulden Ministerie van Financiën 22.249     23.499  
Overige langlopende schulden 161     364  
           
Totaal langlopende schulden   22.410     23.863
Overige langlopende schulden Stand per
01-01-2024
Aflossingen 2024 Mutatie 2024 Stand per
31-12-2024
Resterende looptijd
          >1 jaar >5 jaar
Overige langlopende schulden 364 240 37 161 0 161

11. Kortlopende schulden en overlopende passiva

Bedragen x € 1.000   31/12/2024     31/12/2023
Kortlopende schulden en overlopende passiva    
             
Deze post is als volgt te specificeren:            
Kredietinstellingen 11.1 1.250     2.250  
Ministerie van OCW (schuld) 11.2 287     18  
Crediteuren 11.3 1.654     5.050  
Belastingen en premies sociale verzekeringen 11.4 6.207     5.714  
Schulden ter zake pensioenen 11.5 2     4  
Overige kortlopende schulden 11.6 4     170  
Overlopende passiva 11.7 19.021     21.133  
Totaal kortlopende schulden en overlopende passiva     28.425     34.339

De kortlopende schulden hebben allen een resterende looptijd van korter dan een jaar. De reële waarde van de kortlopende schulden benadert de boekwaarde vanwege het kortlopende karakter ervan.

11.2 Kortlopende schulden (OCW)

Dit betreft de aan het Ministerie van OCW terug te betalen subsidies voor RIF MBO 2019-2022  Geodesie en Geo ICT ( G2), Flexibel beroepsonderswijs derde leerweg (G2), Zij instroom 2019 en Lerarenbeurs 2024/2025.

Lerarenbeurs en Zijinstroom zoals opgenomen in de verantwoording subsidies OCW zonder verrekeningsclausule G1.

Bedragen X € 1             31/12/2024
11.2 Schuld aan Ministerie van OC&W Kenmerk        
Flexibel beroepsonderswijs derde leerweg (G2) (2021-2023) FLEX20021         17.712  
Zij instroom 2019 962619-1 (ref. 828939940         11.895  
RIF MBO 2019-2022 Geodesie en Geo ICT RIF22005         246.048  
Lerarenbeurs 2024/2025 1414723-1 (kenmerk 146856)         11.146  
               
Totaal schuld aan Ministerie van OC&W             286.801
Bedragen x € 1.000 31/12/2024       31/12/2023
       
11.4 Belastingen en premies sociale verzekeringen              
Loonheffing/Premies sociale verzekeringen 6.226         5.693  
BTW 33         56  
Overige -53         -35  
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen   6.207         5.714
               
11.6 Overige kortlopende schulden              
Overige 4         170  
Totaal overige kortlopende schulden   4         170
               
11.7 Overlopende passiva              
Reservering vakantietoeslag 4.661         4.332  
Vakantiedagen 1.251         1.335  
Ministerie van OCW geoormerkte bijdragen (G1 en G2B) (11.7.1) 4.590         4.365  
Vooruitontvangen leerling gelden 975         612  
Vooruitontvangen bedragen 3.534         3.446  
Overige overlopende passiva (11.7.2) 4.010         7.043  
Totaal overlopende passiva   19.021         21.133

11.7.1 Overlopende passiva Ministerie van OCW

Omschrijving Toewijzing De prestatie is ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking
G1 Verantwoording van subsidies zonder verrekeningsclausule Kenmerk Datum Geheel uitgevoerd en afgerond Nog niet geheel uitgevoerd
      Geheel uitgevoerd en afgerond Nog niet geheel uitgevoerd
Zij instroom 2019 962619-1 & 966867-1 & 1001809-1 & 1013525-1 23-10-19 x 0
Zij instroom 2020 1039043-1 & 1046682-1 & 1078733-1&1085575-1&1102715-1 30-11-20 x 0
Zij instroom 2021 1122910-1 & 1158945-1& 1160498-1&1164663-1& 1189550-01 19-11-21 0 x
Zij instroom 2022 100000110-1 & 100000117-1 & 100000163-1& 100000226-1&100000605-1 26-1-2022&7-3-2022 & 3-5-2022 & 27-6-2022&22-11-2022 0 x
Zij instroom 2023 100004203-1 & 100004254-1 & 100005012-1&100006988-1&10007049-1 & 100008166-1 & 100008881-1 &100011237-1 6-2-2023&20-2-2023&20-4-2023&22-5-2023&20-7-2023 & 20-10-2023 & 21-11-2023 & 19-12-2023 0 x
Zij instroom 2024 100012637-1&100016777-1&100018112-1&100021671-1 20-2-2024& 21-5-2024&20-11-2024&19-12-2024 0 x
Lerarenbeurs 2023/2024 1350288-1 22-08-23 x 0
Lerarenbeurs 2024/2025 144723-1&1445307-1 20-8-2024 & 20-11-2024 0 x
Instructeursbeurs 2023/2024 100007767-1 22-08-23 x 0
Tegemoetk.kosten opleidingsscholen 2023 1352074-1 20-09-23 x 0
Nazorg mbo 2022 2023 (verlengd met een jaar, zie mail OC&W 23-9-2022) NMBO22041 28-02-22 x 0
Nazorg mbo 2022 2024 NMBO23036 28-02-23 0 x

G2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule

G2-A Aflopend per ultimo verslagjaar

Omschrijving Toewijzing Bedrag toewijzing Ontvangen t/m vorig boekjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslagjaar Ontvangst in verslagjaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Te verrekenen per 31 december verslagjaar
G2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule Kenmerk Datum
G2-A Aflopend per ultimo verslagjaar                  
RIF MBO 2019-2022 RIF20013 Smart Technician RIF20013 14-10-2020  442.100   394.732   394.733  -0  47.368   47.368  -0
RIF MBO 2019-2022 RIF 20030 Duurzame energie RIF20030 09-12-2020  482.958   392.404   322.862   69.542   90.555   160.097  0
RIF MBO 2019-2022 Geodesie en Geo ICT RIF22005 08-06-2022  328.063   180.435  0  180.435   65.613  0  246.048 
Totaal G2-A :     1.253.121 967.571 717.595 249.977 203.535 207.465 246.047
Bedragen X € 1                  

G2-B Doorlopend tot in een volgend verslagjaar

Omschrijving Toewijzing   Bedrag toewijzing Ontvangen t/m vorig verslagjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslagjaar Ontvangst in verslagjaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Saldo per 31 december verslagjaar
G2-B Doorlopend tot in een volgend verslagjaar Kenmerk Datum
RIF mbo 2019-2022 RIF20019 Entree leert op de werkplek RIF20019 14-10-2020  1.506.900   1.345.446   494.445   851.001   161.453   269.822   742.632 
RIF mbo 2019-2022 RIF 20038 Duurzame mobiliteit RIF20038 09-12-2020  758.686   616.433   406.346   210.087   142.254   188.409   163.931 
RIF MBO 2019-2022 Make Centre RIF21007 15-06-2021  795.774   571.963   571.962  -0  149.208   149.208  -0
RIF MBO 2019-2022 Gezond Stedelijk Leven RIF22009 08-06-2022  722.544   397.399   133.349   264.051   144.509   223.389   185.171 
RIF Expertisecentrum ICT RIF23021 19-10-2023  383.907   95.977  0  95.977   76.781   107.787   64.972 
VSV 2020-2024 (verl.progr.contactscholen) OND/ODB=2020/3627 M & POR/202410/000039 1-10-2020&14-11-2024  3.538.485   2.830.788   1.819.692   1.011.096   707.697   859.745   859.047 
LLO-professionalisering opleiders 2023-2026 (Bouwsteen 3) LLOP-G240009 28-08-2024  1.981.914  0 0 0  877.705   45.054   832.651 
LLO-professionalisering oplossingen energie- en grondstoffen (Bouwsteen 2) LLOP-G240001 28-08-2024  1.981.542  0 0 0  779.407   47.970   731.437 
Totaal G2-B      11.669.752   5.858.006   3.425.795   2.432.211   3.039.013   1.891.384   3.579.840 

Bij de subsidieregelingen 'Sp. uitkering contactscholen' (Regionaal aanpak VSV) 2020-2024/verlengd 2025 wordt een subsidieproject uitgevoerd door een samenwerkingsverband van verschillende organisaties. De organisaties die samenwerken noemen we partner. De penvoerder (ROC Midden Nederland) en de subsidieontvanger (partner) komen eerst overeen dat ROC Midden Nederland de subsidie zal ontvangen en doorbetalen, doorgaans in de samenwerkingsovereenkomst. De subsidieverstrekker betaalt de subsidie daarna op de rekening van Stichting ROC Midden Nederland.

ROC Midden Nederland zou de subsidie volgens afspraak en declaraties aan de partners moeten betalen. De kosten worden via getekende urenstaten en declaraties verantwoord bij ROC Midden Nederland. Na controle worden de kosten aan de partner betaald en geboekt als projectkosten. Er is een voorschot aan ROC A12 betaald  € 635.063,-. Partnerbetaling € 635.063,- is daardoor nu als "Subsidiabele kosten in verslagjaar” opgevoerd in model G2B bij VSV 2020-2024.

VSV contactschool ROC Midden Nederland legt in haar jaarrapportage jaarlijks financieel verantwoording af over de besteding van het budget in het VSV programma Eem en Vallei. De activiteiten zijn uitgevoerd en de middelen worden conform de Regelgeving (Regionale aanpak voortijdig schoolverlaten) besteed. 

Bij het project RIF MBO 2019-2022 RIF20019 Entree leert op de werkplek is een voorschot van € 108.989,- betaald en bij LLO-professionalisering opleiders 2023-2026 is een voorschot van totaal € 49.464,- aan de partners betaald.

ROC Midden Nederland legt in haar jaarrapportage jaarlijks financieel verantwoording af over de besteding van het budget. 

11.7.2 Overige overlopende passiva

Bedragen x € 1.000 31/12/2024   31/12/2023
   
Overige overlopende passiva          
Nog te ontvangen facturen/afrekeningen 4.002     7.032  
Bindingstoelagen MBO 8     11  
Totaal overige overlopende passiva   4.010     7.043

De post 'nog te ontvangen facturen/afrekeningen' geeft aan welk bedrag aan facturen zich aan het einde van het verslagjaar nog in de workflow bevond.

12. Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

12.1 Fiscale eenheid

Alle entiteiten betrokken in de fiscale eenheid zijn beëindigd. Vanaf 24 oktober 2020 is er sprake van een zelfstandige btw-plicht van de stichting.

12.2 Bankgaranties

Einde 2024 zijn door de Stichting ROC Midden Nederland bankgaranties verstrekt aan:

Contractpartij Looptijd Bedragen x € 1.000
De Waal Beheer Beheer O.G. onbepaald 75
Beheer-maatschappij Kraaikamp BV onbepaald 3
Stichting Meander Medisch Centrum onbepaald 84
Stichting VAM onbepaald 45
Ontwikkelingscombinatie De Dreef V.O.F. onbepaald 55
MEMID Galgenwaard BV   15
Stichting VAM   74
Totaal   351

12.3 (Meerjarige) financiële verplichtingen

De totale verplichtingen aan de contracten binnen een jaar zijn € 8,1 miljoen, daarna heeft € 13,5 miljoen betrekking op financiële verplichting op een looptijd van langer dan een jaar en € 4,8 miljoen een looptijd van langer dan vijf jaar. 

Bedragen x € 1.000      
  < 1 jaar > 1 jaar Resterende looptijd >5 jaar
Huur 4.051 9.864 4.754
Collectieve Inkoopcontracten 3.926 3.567 0
Operationele leasing 29 112 0
Erfpacht KPE 64 0 0
Totaal 8.070 13.543 4.754

Huurcontracten

Locatie/adressen   Postcode Plaats BVO m2 Huur contract pj Eigenaar Einddatum
BSW167 Bisschopsweg 3817 BT Amersfoort 1.434 88 NV Sport, Recr. en Onderwijsvoorz. (SRO) onbepaalde tijd *
MMD001 Stichting Volte / Tamarinde 3562CN Utrecht 177 23 St. Volte 30-04-2033
DKW002 Disketteweg 3821 AR Amersfoort 5.548 513 MVGM t/m 31-7-2027
HCP285 Herculesplein 3584 AA Utrecht 3.400 220 Erle BV (voorheen: Galgenwaard BV) t/m 31-8-2027
HCP303 Herculesplein 3584 AA Utrecht 789 355 Galgenwaard BV (MEMID) t/m 31-7-2027
HCP315 Herculesplein 3584 AA Utrecht 1.020 107 Galgenwaard BV (MEMID) tm 31-07-2027
HML001 Gemeente Nieuwegein 3439 NK Nieuwegein 8.212 462 Gemeente Nieuwegein tm 31-07-2026
LVP012 Kapsalon 3584 LA Utrecht 120 17 SSH Utrecht onbepaalde tijd *
MTW003 Ziekenhuis 3813 TZ Amersfoort 2.662 429 Meander Medisch Centrum 23-01-2034
STB006 Innovam 3430 DV Nieuwegein 1.950 221 Innovam Groep tm 31-08-2028
STB008 Innovam 3430 DV Nieuwegein 2.237 259 Innovam Groep 31-08-2028
STB019 Innovam 3439 MA Nieuwegein 1.102 128 Innovam Groep 31-08-2028
SED027 De Dreef 3562 CP Utrecht 2.444 483 Ontw comb De Dreef v.o.f. 31-07-2032

Voorwaardelijke verplichting

In het verslagjaar 2016 is het resultaat verkoop van het pand Noordweg verwerkt. Het totale verkoopbedrag is € 2,3 miljoen. Bij een ontheffing/wijziging van het vigerende bestemmingsplan, als voornoemd binnen een tijdsbestek van zes jaar gerekend vanaf datum van de eigendomsoverdracht, wordt de koperprijs met € 300.000,- (kosten koper) verhoogd. Bij een ontheffing/wijziging van het vigerende bestemmingsplan, als voornoemd na een tijdsbestek van zes jaar doch binnen tien jaar gerekend vanaf datum van de eigendomsoverdracht, wordt de kopersprijs met € 150.000,- (kosten koper) verhoogd.

Stichting Waarborgfonds MBO

Indien instellingen niet langer aan hun financiële verplichting voor de geborgde leningen kunnen voldoen, kan binnen de daartoe geldende regels het Waarborgfonds worden aangesproken. Mede ter afdekking van dit risico houdt de Stichting Waarborgfonds een risicovermogen aan. Dit vermogen is eind 2023 aangegroeid tot € 20,6 miljoen. De informatie over vermogen 2024 is nog niet beschikbaar. Mocht het eigen vermogen de minimale omvang van € 9,9 miljoen van het waarborgdepot onderschrijden dan hebben de aangesloten instellingen zich verbonden om dit vermogen aan te vullen naar evenredigheid van de in dat jaar ontvangen rijksbijdrage. Deze verplichte bijdrage geldt tot een maximum van 2% van de jaarlijkse rijksbijdrage.

Kredietfaciliteiten

ROC Midden Nederland maakt gebruik van rekening-courant 'Schatkistbankieren' bij het Ministerie van Financiën. Eind 2024 is het saldo op deze rekening-courant faciliteit € 92,6 miljoen positief, tegen eind 2023 € 99,4 miljoen. Eind 2024 doet de Stichting dus geen beroep op de kredietfaciliteit die maximaal € 11 miljoen bedraagt.

13. Overzicht verbonden partijen

Bij ROC Midden Nederland is er een actieve ondersteunende stichting genaamd het Van Beuningenfonds, gevestigd in Utrecht. Het bestuur van de Stichting van Beuningenfonds wordt uitgeoefend door het College van Bestuur van Stichting ROC Midden Nederland. De Stichting Van Beuningenfonds heeft als doel de achterstandsdeelnemers van ROC Midden Nederland te ondersteunen. 

Bedragen X € 1   Beslissende zeggenschap
Naam     Stichting Van Beuningenfonds
       
Juridische vorm     Stichting
Code Activiteit     Overig
Eigen vermogen 31 december 2024     531.647
Exploitatiesaldo 2024     7.817
Omzet 2024     0
       
Verklaring art 2:403 BW     Nee
Consolidatie     Ja
Percentage deelneming     0%

14. Toelichting op de geconsolideerde exploitatierekening

14.1 Rijksbijdrage OCW

Bedragen x € 1.000 2024   Begroting 2024   2023  
       
(Normatieve) rijksbijdrage OCW 151.695     138.379       146.787  
Geoormerkte subsidies 2.761     1.355       7.120  
Niet geoormerkte subsidies 32.614     39.623       38.517  
Totaal OCW   187.070     179.357       192.424

14.2 Overige Overheidsbijdragen en subsidies

Overige overheidsbijdragen en - subsidies                
Bedragen x € 1.000 2024   Begroting 2024   2023
     
Regeling VO-VAVO 3.248     2.548     2.431  
Overige gemeentelijke bijdragen 519     518     408  
Totaal overige overheidsbijdragen en -subsidies   3.767     3.066     2.839

14.3 College, Les – en Examengelden

Totaal overige overheidsbijdragen en -subsidies                
Bedragen x € 1.000 2024   Begroting 2024   2023
     
Totaal college, les- en examengelden   3.438     3.966     3.405

In de cijfers van de college-, cursus- en examengelden 2024 en 2023 wordt de afrekening van het wettelijk verplicht cursusgeld (WVC) verantwoord.

14.4 Baten werk in opdracht van derden

Opbrengst werk i.o.v derden 2024   Begroting 2024   2023
Bedragen x € 1.000    
Contractonderwijs 2.687     3.390     2.396  
Overige 0     0     0  
Totaal baten werk in opdracht van derden   2.687     3.390     2.396

14.5 Overige baten

Bedragen x € 1.000 2024   Begroting 2024   2023
     
Projecten (geen overheidsbijdragen) 3.365     1.421     2.863  
Verhuur onroerend goed 344     390     303  
Detachering personeel 519     242     721  
Restauratieve voorzieningen 1     0     0  
Stage- en schoolactiviteiten 0     0     0  
Overige 416     163     803  
MBO Webshop 760     0     559  
Boekwinst verkoop panden 0     0     0  
Totaal overige baten   5.405     2.216     5.249

Met MBO Webshop (voormalige Studers) is een contract afgesloten voor de aanschaf van leermiddelen MBO voor een geschat bedrag van € 0,8 miljoen (2024). De afrekeningen, inclusief regel betreffende MBO webshop, zijn onder Overige baten opgenomen.

14.6 Personele lasten

Bedragen x € 1.000 2024   Begroting 2024   2023
     
Lonen en salarissen 106.075     133.386     99.471  
Sociale lasten 14.712     50     13.607  
Pensioenlasten 14.460     0     13.600  
Totaal lonen en salarissen incl. werkgeverslasten   135.247     133.436     126.678
                 
Mutatie personele voorziening 2.160     1.626     1.855  
Personeel niet in loondienst 13.059     9.060     13.740  
Overige 4.285     3.377     5.266  
Totaal overige personele lasten   19.504     14.063     20.861
                 
Uitkeringen   -1.834     0     -1.572
Totaal personele lasten   152.917     147.499     145.967

14.7 Afschrijvingen

Bedragen x € 1.000 2024   Begroting 2024   2023
     
Immateriële vaste activa 0     0     0  
Gebouwen 7.018     8.048     6.466  
Inventaris en apparatuur 3.180     2.671     2.879  
Overige materiële vaste activa 0     0     0  
Totaal afschrijvingen   10.198     10.719     9.345

14.8 Huisvestingslasten

Bedragen x € 1.000 2024   Begroting 2024   2023
     
Huur 3.448     3.998     3.329  
Dotatie voorzieningen huisvesting 0     0     0  
Klein onderhoud en exploitatie incl. tuinonderhoud 1.850     1.101     1.538  
Energie en water 2.326     3.240     4.350  
Schoonmaakkosten en vuilafvoer 2.756     2.960     2.225  
Belastingen & heffingen 868     882     714  
Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering 126     110     112  
Huisvestingsverzekering 238     239     198  
Beveiligingskosten 76     126     93  
Overige huisvestingslasten 1.215     730     939  
Totaal huisvestingslasten   12.903     13.386     13.497

14.9 Overige instellingslasten

Bedragen x € 1.000 2024   Begroting 2024   2023
     
Inkoopkosten werk voor derden 3.249     5.172     3.067  
Administratie en beheer ICT-gerelateerd 5.298     4.044     3.805  
Abonnementen en contributies 1.142     888     1.199  
Reprokosten (incl. huur kopieerapparaten) 583     728     621  
Porto- en telefoonkosten 406     480     417  
Advieskosten 927     389     1.400  
Accountantskosten 120     140     130  
Kantoorartikelen 106     173     114  
Administratie en beheer overig 722     790     1.030  
Totaal administratie en beheer   12.553     12.804     11.783
                 
Leermiddelen en activiteiten                
Leermiddelen en activiteiten 4.680     3.909     5.273  
Leermiddelen ICT-gerelateerd 238     386     340  
Examenkosten en externe legitimering 1.119     1.247     1.218  
Totaal leermiddelen en activiteiten   6.037     5.543     6.831
                 
Dotatie/vrijval overige voorzieningen                
Dotatie/vrijval overige voorzieningen 255     53     41  
(incl. dotatie voorz. dubieuze debiteuren)                
Totaal Dotatie/vrijval overige voorzieningen   255     53     41
                 
Overige                
PR & Marketing 2.485     1.234     2.435  
Restauratieve voorzieningen 1.517     1.624     1.357  
Boekverlies verkoop panden 0     0     0  
Overige 207     1.778     176  
Totaal overige   4.209     4.636     3.968
                 
Totaal overige instellingslasten   23.054     23.036     22.623

Belangrijkste oorzaak van hogere kosten bij 'administratie en beheer ICT-gerelateerd'   is het gewijzigde activeringsbeleid waardoor desktops/laptops < 2500 niet meer worden geactiveerd. Dit leidt tot meer kosten in 2024.

14.10 Financiële baten en lasten

Bedragen x € 1.000 2024   Begroting 2024   2023
     
Financiële baten 3.758     3.000     3.113  
Financiële lasten 332     356     412  
Saldo financiële baten en lasten   3.426     2.644     2.701

Voor de toelichting op de verschillen tussen de begroting en realisatie verwijzen we naar het bestuursverslag en de betreffende paragrafen in het hoofdstuk 'Besturing en Bedrijfsvoering'.

15. Accountantshonoraria

Deloitte Accountants B.V.

             
2024 Deloitte Accountants B.V. Overig Deloitte Accountants B.V. Totaal Deloitte Accountants B.V.
Onderzoek van de jaarrekening  102.850    9.075   111.925  
Andere controle opdrachten 0   7.381   7.381  
Advies diensten fiscaal terrein 0   0   0  
Andere niet-controle diensten 0   0   0  
TOTAAL  102.850     16.456    119.306  

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V.

2024 Overig PricewaterhouseCoopers Accountants N.V.   Totaal PricewaterhouseCoopers Accountants N.V.  
       
Onderzoek van de jaarrekening 0     0
Andere controle opdrachten 0     0
Advies diensten fiscaal terrein 12.721     12.721
Andere niet-controle diensten 0     0
TOTAAL 12.721     12.721

Deloitte Accountants B.V.

2023 Deloitte Accountants B.V. Overig Deloitte Accountants B.V. Totaal Deloitte Accountants B.V.
Onderzoek van de jaarrekening  99.142    9.680   108.822  
Andere controle opdrachten 0   18.118   18.118  
Advies diensten fiscaal terrein 0   0   0  
Andere niet-controle diensten 0   0   0  
TOTAAL  99.142     27.798    126.940  

Bovenstaande honoraria betreffen uitsluitend de werkzaamheden die bij de instelling en de in de consolidatie betrokken maatschappijen zijn uitgevoerd door accountantsorganisaties en onafhankelijke accountants, toerekenen aan het boekjaar waar de kosten betrekking op hebben, ongeacht of de werkzaamheden door de accountant in het boekjaar zijn verricht, zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 Wta (Wet toezicht accountant).

16. Gemiddeld aantal werknemers

Gedurende het jaar 2024 waren er gemiddeld 1766 medewerkers en 1.428 FTE. (gemiddeld 2023: 1.459 FTE ). Geen van onze medewerkers was werkzaam buiten Nederland.

17. Model WNT bezoldiging bestuurders en toezichthouders

17.1 Toelichting bij het samenstellen van de WNT verantwoording

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op de Stichting ROC Midden Nederland van toepassing zijnde regelgeving: Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) en de Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren.

Het voor Stichting ROC Midden Nederland toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 233.000; bezoldigingsmaximum voor het onderwijs, klasse G (18-20 punten), complexiteitspunten per criterium:

  • De totale baten uit 2022: 9 punten
  • Het aantal studenten op 1 oktober 2022: 4 punten
  • Gewogen aantal onderwijssoorten of sectoren: 5 punten

Het weergegeven toepasselijke WNT-maximum per persoon of functie is berekend naar rato van de omvang (en voor topfunctionarissen tevens de duur) van het dienstverband, waarbij voor de berekening de omvang van het dienstverband nooit groter kan zijn dan 1,0 FTE. Het individuele WNT-maximum voor de leden van de Raad van Toezicht bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10% van het bezoldigingsmaximum, berekend naar rato van de duur van de benoeming. Er is in 2024 geen ontslagvergoeding uitgekeerd aan de bestuurders. Onder de WNT worden ontslagvergoedingen apart genormeerd en dit bedrag valt dus niet onder de sectorale norm voor het MBO. Overigens voldoet ook de ontslagvergoeding aan de norm.

17.2 Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking

Bedragen X € 1

Bezoldiging topfunctionarissen 2024 H.J. Spronk M.A. Labij
Functiegegevens Voorzitter CvB Lid CvB
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 – 31/12 01/01 – 31/12
Omvang dienstverband (in FTE) 1 1
Dienstbetrekking Ja Ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 206.480 194.887
Beloningen betaalbaar op termijn 23.789 23.781
Bezoldiging (subtotaal) 230.269 218.668
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 233.000 233.000
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 230.269 218.668
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.

Bedragen X € 1

Gegevens 2023 H.J. Spronk M.A. Labij
Functiegegevens Voorzitter CvB Lid CvB
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01/01 – 31/12 01/01 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1 1
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 197.430 186.150
Beloningen betaalbaar op termijn 22.932 22.877
Bezoldiging (subtotaal) 220.362 209.027
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 223.000 223.000
Bezoldiging 220.362 209.027

17.3 Toezichthoudende topfunctionarissen

Bedragen X € 1

Gegevens 2024 S.P.M. de Waal S. Ayranci A. El-Khetabi L.J.F. Guérin F.E. van Kommer M.T. Otto
Functiegegevens Voorzitter RvT Lid RvT Lid RvT Lid RvT Lid RvT Lid RvT
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
Bezoldiging            
Bezoldiging 29.708 19.805 19.805 19.805 19.805 19.805
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 34.950 23.300 23.300 23.300 23.300 23.300
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 29.708 19.805 19.805 19.805 19.805 19.805
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

Bedragen X € 1

Gegevens 2023 S.P.M. de Waal S. Ayranci A. El-Khetabi L.J.F. Guérin F.E. van Kommer M.T. Otto
Functiegegevens Voorzitter RvT Lid RvT Lid RvT Lid RvT Lid RvT Lid RvT
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/09 - 31/12 01/01 - 31/12 01/09 - 31/12 01/01- 31/12
Bezoldiging            
Bezoldiging 25.088 16.725 5.583 16.725 5.575 16.725
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 33.450 22.300 7.433 22.300 7.433 22.300
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 25.088 16.725 5.583 16.725 5.575 16.725
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen die in 2024 een bezoldiging boven het toepasselijke WNT-maximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WOPT of de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2024 geen ontslaguitkeringen aan topfunctionarissen betaald die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd. 

18. Resultaatbestemming

Bedragen x € 1.000    
Het College van Bestuur stelt voor het resultaat ad. 6.721   als volgt te bestemmen:
Toevoeging aan reserve van Beuningenfonds 7    
Toevoeging aan de algemene reserve 6.714    
Wettelijke reserve      
Vrijval wettelijke reserve immateriële vaste activa 0    

Dit voorstel is reeds in de jaarrekening verwerkt.

19. Gebeurtenissen na balansdatum

ROC Midden Nederland heeft geen gebeurtenissen die controle-informatie verschaffen over omstandigheden die bestonden op de datum van de financiële overzichten en geen gebeurtenissen die controle-informatie verschaffen over omstandigheden die ontstaan zijn na de datum van de financiële overzichten.

20. Gegevens over de rechtspersoon

     
Naam instelling:   Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Midden Nederland
     
Adres:   Brandenburchdreef 20
     
Postadres:   Postbus 3065
     
Postcode/plaats   3502 GB UTRECHT
     
Telefoon:   030 7546531
     
E-mail:   info@rocmn.nl
Internetsite:   http://www.rocmn.nl
     
Bestuursnummer:   40597
     
Brinnummer:   25 LH
     
KvK-nummer:   41186931
     
Onafhankelijke accountant:   Deloitte Accountants B.V.
     
Contactpersoon:   de heer M.Pater

21. Toelichting op de enkelvoudige balans en staat van baten en lasten 2024

ACTIVA           X € 1.000
  Ref. 31/12/2024   31/12/2023
     
Vaste Activa            
Immateriële vaste activa 5.1 0     0  
Materiële vaste activa 5.2 98.693     90.933  
Financiële vaste activa 21.3 0     0  
Totaal vaste activa     98.693     90.933
             
Vlottende activa            
Vorderingen 22.1 6.446     7.012  
Liquide middelen 22.2 93.306     99.944  
Totaal vlottende activa     99.752     106.956
Totaal activa     198.445     197.889
PASSIVA           X €1.000
  Ref. 31/12/2024   31/12/2023
     
Eigen Vermogen 22.3  135.884       129.171   
             
Voorzieningen 22.4  11.726       10.515   
             
Langlopende schulden 10  22.410       23.864   
             
Kortlopende schulden 22.5  28.425       34.339   
             
Totaal passiva      198.445       197.889 

ENKELVOUDIGE STAAT VAN BATEN EN LASTEN OVER 2024

ENKELVOUDIGE STAAT VAN BATEN EN LASTEN OVER 2024           X € 1.000
  Ref. Resultaat 2024   Resultaat 2023
     
Baten            
Rijksbijdragen OCW 14.1 187.070     192.424  
Overige overheidsbijdragen en - subsidies 14.2 3.767     2.839  
Cursus- en examengelden 14.3 3.438     3.405  
Werk in opdracht van derden 23.1 2.687     2.396  
Overige baten 23.2 5.405     5.249  
      202.367     206.313
Lasten            
Personele lasten 23.3 152.917     145.967  
Afschrijvingen 14.7 10.197     9.345  
Huisvestingslasten 23.4 12.902     13.497  
Overige instellingslasten 23.5 23.055     22.622  
      199.071     191.431
Saldo baten en lasten     3.296     14.882
Saldo financiële baten en lasten 14.10   3.418     2.695
             
Resultaat     6.714     17.577
Resultaat deelnemingen     0     0
Bijzonder resultaat     0     0
Nettoresultaat     6.714     17.577

21.1 Algemeen

De enkelvoudige jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving. Deze bepalingen zijn van toepassing op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs. De jaarrekening is opgesteld in x € 1.000. We lichten die posten toe van de enkelvoudige jaarrekening die afwijken van de geconsolideerde jaarrekening.

21.2 Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening

Voor de grondslagen van de waardering van activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans en staat van baten en lasten, voor zover hierna niet anders wordt vermeld. De grondslagen van waardering en van resultaatbepaling voor de enkelvoudige jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening zijn gelijk.

21.3 Financiële vaste activa

Er is geen financiële vaste activa in 2024.

22. Toelichting op de onderscheiden posten van de enkelvoudige jaarrekening

22.1 Vlottende activa

X € 1.000 31/12/2024   31/12/2023
   
Vorderingen en overlopende activa          
           
Debiteuren 3.105     2.516  
Ministerie van OCW 43     67  
Deelnemers/cursisten 341     487  
Overige vorderingen 587     510  
Verbonden partijen 0     0  
Overlopende activa 2.370     3.432  
Totaal vorderingen overlopende activa   6.446     7.012
           
Deze post is als volgt te specificeren:          
           
Debiteuren          
Debiteuren zakelijk 3.105     2.516  
Debiteuren gemeenten 0     0  
Totaal debiteuren   3.105     2.516
           
Totaal deelnemers/cursisten   43     67
           
Totaal Ministerie van OCW   341     487
           
Overige vorderingen          
Gemeenten 80     0  
Overige 507     510  
Totaal overige vorderingen   587     510
           
Overlopende activa          
Vooruit betaalde kosten 1.554     2.185  
Diverse overlopende activa 817     1.247  
Totaal overlopende activa   2.370     3.432

22.2 Liquide middelen

De liquiditeiten staan na aftrek van de verstrekte bankgaranties ten behoeve van derden ad € 350.297,- vrij ter beschikking van Stichting ROC Midden Nederland.

X € 1.000 31/12/2024   31/12/2023
       
Banken 338     210  
Ministerie van Financiën 92.615     99.382  
Kasmiddelen 0     1  
Spaarrekeningen/deposito's 353     351  
Totaal liquide middelen 93.306     99.944  

22.3 Eigen vermogen

X € 1.000 Boekwaarde 1-1-2024 Mutaties +/- Boekwaarde 31-12-2024
 
Algemene reserve      
Algemene reserve 129.171 6.713 135.884
Totaal Algemene reserve 129.171 6.713 135.884
Wettelijke reserve      
Wettelijke reserve immateriële vaste activa 0 0 0
Totaal Wettelijke reserve 0 0 0
       
Totaal eigen vermogen 129.171 6.713 135.884

Verschillen in het eigen vermogen en het resultaat tussen de enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekening

Eind 2024 bestaat er een verschil tussen het geconsolideerde eigen vermogen (€ 136.424 duizend) en het enkelvoudige eigen vermogen (€ 135.884 duizend) van € 540K. Dit verschil wordt veroorzaakt door het betrekken van Stichting Van Beuningenfonds in de consolidatie. Aangezien op de enkelvoudige balans van het groepshoofd geen kapitaalbelang in een stichting tot uitdrukking kan worden gebracht, is eliminatie van een zodanig kapitaalbelang tegenover het eigen vermogen van de stichting niet mogelijk.

22.4 Voorzieningen

X € 1.000   Mutaties 2024 Onderverdeling saldo
  Saldo 31-12-2023 Dotaties Onttrekkingen Vrijval Saldo 31-12-2024 Kortlopend deel < 1 jaar Langlopend deel > 1 en 5 jaar  
   
Voorziening Jubileumverplichtingen  1.227   136   137  0  1.226   168   1.058   
Totaal voorziening uitgestelde personele beloningen  1.227   136   137  0  1.226   168   1.058   
                 
Wachtgelden  2.778   1.044   988  0  2.834   1.090   1.744   
Totaal voorziening wachtgelden  2.778   1.044   988  0  2.834   1.090   1.744   
                 
Voorziening reorganisatie/beeindiging activiteiten  292   56   123  0  225   126   99   
Totaal voorziening reorganisatie/beeindiging activiteiten  292   56   123  0  225   126   99   
                 
Voorziening langdurige zieken  244  0 0  21   223   223  0  
Totaal voorziening langdurige zieken  244  0 0  21   223   223  0  
                 
Voorziening regeling seniorenverlof  5.072   998  0 0  6.070   1.316   4.754   
Totaal voorziening regeling seniorenverlof  5.072   998  0 0  6.070   1.316   4.754   
                 
Voorziening transitievergoeding bij tijdelijk dienstverband  877  0 0  54   823   822   1   
Totaal voorziening transitievergoeding bij tijdelijk dienstverband  877  0 0  54   823   822   1   
                 
Voorzieningen personeel overig  25  0 0 0  25   11   14   
Voorziening projecten 0  300  0 0  300   200   100   
Totaal overige voorzieningen  25   300  0 0  325   211   114   
                 
Totaal voorzieningen passiefzijde balans  10.515   2.534   1.248   75   11.726   3.956   7.770   

22.5 Kortlopende schulden en overlopende passiva

X € 1.000 31/12/2024   31/12/2023
   
           
Kredietinstellingen 1.250     2.250  
Schuld Ministerie van OCW 287     18  
Crediteuren 1.654     5.050  
Belastingen en premies sociale verzekeringen 6.207     5.712  
Schulden terzake pensioenen 2     4  
Overige kortlopende schulden 4     170  
Overlopende passiva 19.021     21.135  
Totaal kortlopende schulden en overlopende passiva   28.425     34.339
           
Deze post is als volgt te specificeren:          
Belastingen en premies sociale verzekeringen          
Loonheffing/Premies sociale verzekeringen 6.226     5.692  
BTW 33     55  
Overige -53     -35  
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen   6.207     5.712
           
Overlopende passiva          
Reservering vakantietoeslag 4.660     4.332  
Vakantiedagen 1.251     1.335  
Ministerie van OCW geoormerkte bijdragen 4.590     4.365  
Vooruitontvangen leerlinggelden 975     612  
Vooruitontvangen/overlopende projecten 3.534     3.446  
Overige overlopende passiva 4.011     7.045  
           
Totaal Overlopende passiva   19.021     21.135

23. Toelichting op de enkelvoudige exploitatierekening

Mede naar aanleiding van aanbevelingen vanuit een algemeen onderzoek door de Rekenkamer en een brief van de toenmalige staatssecretaris Rutte is besloten om met ingang van 2006 de contractomzet te splitsen naar financieringsbron. Dit betekent dat alle crebo of overwegend crebo gefinancierde opbrengst in de Stichting wordt verantwoord. De directe en indirecte kosten van de contractactiviteiten worden naar rato van de omzet toegedeeld aan de Stichting.

23.1 Baten werk in opdracht van derden

X € 1.000 31/12/2024   31/12/2023
   
Totaal opbrengst werk in opdracht van derden   2.687     2.396

23.2 Overige baten

X € 1.000 31/12/2024   31/12/2023
   
Overige baten          
Projecten (geen overheidsbijdragen) 3.365     2.863  
Verhuur onroerend goed 344     303  
Detachering personeel 519     721  
Restauratieve voorzieningen 1     0  
MBO Webshop 760     559  
Overige 416     803  
Totaal overige baten   5.405     5.249

Met MBO Webshop (voormalige Studers) is een contract afgesloten voor de aanschaf van leermiddelen MBO voor een geschat bedrag van € 0,8 miljoen (2024). De afrekeningen, inclusief regel betreffende MBO Webshop, zijn onder 'Overige baten' opgenomen.

23.3 Personele lasten

X € 1.000 31/12/2024   31/12/2023
   
Lonen en salarissen 106.075     99.471  
Sociale lasten 14.712     13.607  
Pensioenlasten 14.460     13.600  
Totaal lonen en salarissen incl. werkgeverslasten   135.247     126.678
           
Dotatie/vrijval voorziening 2.160     1.855  
Personeel niet in loondienst 13.059     13.740  
Overige 4.285     5.266  
Totaal overige personele lasten   19.504     20.861
Uitkeringen -/-   -1.834     -1.572
           
Totaal personele lasten   152.917     145.967

23.4 Huisvestingslasten

X € 1.000 31/12/2024   31/12/2023
   
Huur  3.448       3.329   
Dotatie/ vrijval voorzieningen huisvesting 0     0  
Klein onderhoud en exploitatie, incl. tuinonderhoud  1.850       1.538   
Energie en water  2.326       4.350   
Schoonmaakkosten en vuilafvoer  2.756       2.225   
Huisvestingsverzekering  238       198   
Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering  126       112   
Belastingen & heffingen  868       714   
Beveiligingskosten  76       93   
Overige huisvestingslasten  1.215       938   
Totaal huisvestingslasten    12.902       13.497 

23.5 Overige instellingslasten

X € 1.000 31/12/2024   31/12/2023
   
Administratie- en beheerslasten          
Inkoopkosten werk voor derden 3.249     3.067  
Administratie en beheer ICT-gerelateerd 5.298     3.805  
Abonnementen en contributies 1.142     1.199  
Reprokosten (incl. huur kopieerapparaten) 583     621  
Porto- en telefoonkosten 406     416  
Advieskosten 927     1.400  
Accountantskosten 120     130  
Kantoorartikelen 106     114  
Administratie en beheer overig 722     1.030  
Totaal administratie en beheer   12.553     11.782
           
Leermiddelen en activiteiten          
Leermiddelen en activiteiten 4.680     5.273  
Leermiddelen ICT-gerelateerd 238     340  
Examenkosten en externe legitimering 1.119     1.217  
Totaal leermiddelen en activiteiten   6.037     6.830
           
Dotatie/vrijval overige voorzieningen   255     42
           
Overige lasten          
PR & Marketing 2.485     2.435  
Restauratieve voorzieningen 1.517     1.357  
Overige (incl.boekverlies verkoop panden) 208     176  
Totaal overige lasten   4.210     3.968
           
Totaal overige instellingslasten   23.055     22.622

Ondertekening van de jaarrekening

OPMAKEN EN VASTSTELLEN VAN DE JAARREKENING

College van Bestuur:

drs. H.J. (Johan) Spronk (voorzitter)
M.A. (Michel) Labij (lid)

Utrecht, 13-06-2025

GOEDKEUREN VAN DE JAARREKENING

Raad van Toezicht:

Dhr. dr. S.P.M. de Waal
Mevr. S. Ayranci
Dhr. Drs. A. El-Khetabi
Dhr. drs. M.T. Otto
Dhr. F.E. van Kommer
Mevr. dr. L. Guérin

Utrecht, 13-06-2025

Versie: v8.2.38

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report