Spring naar inhoud

Besturing en bedrijfsvoering

2024

Organisatiestructuur en juridische structuur

Organisatiestructuur

ROC Midden Nederland (ROC MN) is een stichting met als doel het verzorgen en bevorderen van beroepsonderwijs, educatie en contractactiviteiten. De stichting wordt bestuurd door een College van Bestuur (CvB). De Raad van Toezicht (RvT) houdt het interne toezicht. ROC MN is ingedeeld naar onderwijsonderdelen, te weten Colleges, VAVO Lyceum, en MvP (MBO voor Professionals). Met MvP stelt ROC MN haar kennis en expertise beschikbaar voor de zakelijke en particuliere markt. 

De (12) kleinschalige en branchegerichte colleges zijn verdeeld over Utrecht, Nieuwegein en Amersfoort en worden aangestuurd door een collegedirecteur. Daarnaast is er een aantal ondersteunende diensten. Die diensten worden aangestuurd door een dienstdirecteur. De medezeggenschap wordt binnen ROC MN ingevuld door de Ondernemingsraad (OR) en de Centrale Studentenraad (CSR). Onderstaand plaatje geeft de organisatiestructuur op hoofdlijnen weer.

Juridische structuur

De kernactiviteiten vinden binnen de Stichting ROC Midden Nederland plaats. Daarnaast is er de Stichting Van Beuningenfonds. Het Van Beuningenfonds heeft als doel studenten (in aantoonbaar moeilijke omstandigheden) financieel te ondersteunen, met name daar waar alternatieve vormen van ondersteuning niet mogelijk zijn gebleken. In verband met de landelijke invoering van het mbo-studentenfonds, wordt sinds het schooljaar 2021-2022 tijdelijk geen gebruik gemaakt van het Van Beuningenfonds. Indien de wettelijke regeling met betrekking tot het mbo-studentenfonds op enig moment komt te vervallen of indien er minder middelen beschikbaar zijn vanuit deze regeling, zal uiteraard wel weer gebruik worden gemaakt van het Van Beuningenfonds.

College van bestuur

Het College van Bestuur (CvB) werd in 2024 gevormd door:

  • Dhr. Drs. H.J. Spronk - voorzitter
  • Dhr. M.A. Labij - lid

Zie bijlage ‘Nevenfuncties College van Bestuur’ voor een overzicht van de nevenfuncties van de CvB-leden. In de Jaarrekening verantwoorden wij jaarlijks over de bezoldiging van het CvB. Deze valt binnen de Wet Normering Topinkomens (WNT-norm) en is uiteraard gebaseerd op de evaluatie door de RvT als werkgever.

In het hoofdstuk van de Raad van Toezicht wordt een toelichting gegeven op het functioneren van het CvB. Voor de evaluatiegesprekken is een evaluatiekader opgesteld met ijkpunten. Die zijn niet alleen gebaseerd op de huidige strategische periode en algemene ijkpunten als leiderschap, financiële continuïteit en de maatschappelijke opdracht, maar ook op de waarden uit de 'Code goed bestuur MBO'. Zie alinea van de Werkgeverscommissie in paragraaf van RvT.

Wat betreft de 'Code goed bestuur MBO' vermeldt het CvB dat zij naast de zaken die al gangbaar waren binnen de organisatie (zoals: het meten van de student- en medewerkertevredenheid d.m.v. JOB-monitor en Effectory, het deelnemen aan de Benchmark MBO, het hebben van een gedragscode en het tijdig betrekken van medezeggenschap) extra aandacht heeft gehad voor de volgende zaken:

Voor het CvB staat het voeren van het goede gesprek centraal, zowel met interne als externe belanghebbenden. Naast de formele gesprekken met RvT en medezeggenschapsorganen (Ondernemingsraad en Centrale Studentenraad), voert het CvB het gesprek met collega’s van colleges en diensten. Dit doet het CvB door regelmatig op werkbezoek te gaan. Tijdens deze werkbezoeken ervaren medewerkers niet alleen betrokkenheid van het CvB bij hun werk, maar is er ook ruimte voor een open dialoog en tegenspraak over thema’s die spelen en/of belangrijk zijn.

Eind 2024 is een nieuw initiatief opgezet: 'De Makerstafel'. Hierbij voert het CvB met medewerkers een dialoog over een onderwerp. In 2024 is er één Makerstafel geweest met het thema: ‘Hoe divers en inclusief is ROC MN?’. In een informele en ontspannen setting met circa tien medewerkers heeft het CvB vooral geluisterd naar de ervaringen en inzichten. Begin 2025 volgt de volgende Makerstafel.

Aan het onderwerp Diversiteit & Inclusie is in 2024 ook extra aandacht besteed door het benoemen van twee portefeuillehouders vanuit de directie. Zij zorgen samen met het 'ambassadeursnetwerk Diversiteit & Inclusie' dat belangrijke thema’s als inclusieve taal, objectief aannamebeleid, en schurende gesprekken op de agenda komen.

Naast de gesprekken met medewerkers, vindt er ook afstemming plaats met externen, zoals bedrijven, gemeenten en collega-instellingen. Vaak zijn dit gesprekken over de gezamenlijke publieke taak en veranderingen in de maatschappelijke context  .

Bericht van de Raad van Toezicht

Binnen mbo-scholen heeft de Raad van Toezicht (RvT) de taak om het intern toezicht uit te oefenen, vooral op het College van Bestuur (CvB). Hiermee wordt bestuur en toezicht gescheiden, en dat is een belangrijk principe van goed bestuur. De RvT heeft verschillende taken, zoals: het benoemen van het CvB, goedkeuren van reglementen en begrotingen, toezien op wettelijke verplichtingen en financiële middelen en maatschappelijk meedenken en adviseren over de toekomst en strategie van de instelling.

Net als het CvB, onderschrijft de RvT de waarden uit de 'Code goed bestuur MBO'. De waarden verantwoordelijkheid, samenwerking, integriteit, openheid en lef zijn de pijlers waarop de RvT samenwerkt. Deze waarden zijn ook leidend in het goede gesprek dat de RvT met elkaar én met het CvB voert en zijn onderdeel van het functioneringskader van het CvB, zoals hierboven beschreven in de paragraaf van het CvB. Zie verder de alinea van de Werkgeverscommissie.

De RvT werd in 2024 gevormd door:

  • Dhr. dr. S.P.M. de Waal – voorzitter RvT, voorzitter werkgeverscommissie
  • Mevr. S. Ayranci – vice voorzitter RvT, lid werkgeverscommissie
  • Mevr. dr. L.J.F. Guérin – lid RvT, lid Commissie O&K
  • Dhr. drs. M.T. Otto – lid RvT, voorzitter Commissie Financiën
  • Dhr. drs. A. El-Khetabi – lid RvT, voorzitter Commissie O&K
  • Dhr. F.E. van Kommer – lid RvT, lid Commissie Financiën

Met deze samenstelling meent de RvT een goede mix te hebben van sekse, leeftijd, werkervaring, maatschappelijke positie, culturele en/of etnische achtergrond. De leden zijn complementair aan elkaar en kunnen zo een goede dialoog voeren, zowel met elkaar als met de leden van het CvB. Vanuit zijn/haar expertise zit elk lid van de raad ook in één van de drie commissie van de raad. Zie bijlage ‘Nevenfuncties Raad van Toezicht’ voor een overzicht van de nevenfuncties van de RvT-leden.

Inhoudelijke onderwerpen

De RvT heeft in 2024 vijf reguliere vergaderingen gehad. Op de reguliere vergaderingen stonden naast de onderwerpen, die voortvloeien uit de statutaire taken of taken zoals bepaald in het bestuursreglement (zoals jaarverslag, jaarrekening, begroting en kwartaalrapportages), ook de volgende inhoudelijke onderwerpen op de agenda:

  • Strategische thema’s, zoals
    • Ziekteverzuim - cijfers & analyse
    • Benchmark Financiële prestaties (MBO raad)
    • Marktaandeel
    • Portfoliomanagement ROC MN
    • Ongewenst gedrag en rol Interne Vertrouwenspersonen / COG
    • Toekomstverkenning voor mbo, ho, wo
    • JOB Monitor 2024
    • Informatiebeveiliging
    • (generatieve) AI
    • Benchmark Studiesucces
    • Medewerkersonderzoek 2024
    • Strategische Personeelsplanning: Vlootschouw directie
    • Verslag Functionaris Gegevensbescherming
  • Relevante interne en externe ontwikkelingen
  • Evaluatie audits onderwijskwaliteit 2023-2024
  • Rapport Inspectie inzake SKO 
  • Uitvoeringsnotitie 2024 bij het SHP 2020-2030
  • Strategische verkenning ROC MN

Commissies

De RvT heeft drie commissies: een Werkgeverscommissie, een Financiële Commissie en een Commissie Onderwijs & Kwaliteit (O&K). De RvT bestaat uit deze subcommissies om intensiever naar inhoudelijke thema’s en aspecten te kijken, de vergaderingen van de RvT voor te bereiden en het overleg met de CvB-portefeuillehouders en de organisatie intensiever te kunnen voeren. De commissies adviseren de gehele RvT. Besluiten kunnen alleen in de vergadering van de RvT genomen worden. Bij de vergaderingen van de RvT en de commissies zijn naast de betreffende leden vanuit de raad, de leden van het CvB, de bestuurssecretaris en eventueel andere medewerkers van ROC MN aanwezig. Periodiek sluit een vertegenwoordiging van de accountant aan.

Commissie Financiën

De Commissie Financiën is in 2024 vijf keer bijeengekomen. Doel van deze Commissie is de RvT te ondersteunen en te adviseren op het terrein van zijn toezicht op de Financiën & Vastgoed. Op de agenda stonden in 2024 de agendapunten:

  • Kwartaal/managementrapportages
  • Benchmark Financiële prestaties (MBO raad)
  • Voorlopige resultaat 2023
  • Voorlopige resultaat 2024 e.v.
  • Treasurystatuut
  • Evaluatie registeraccountant Deloitte
  • Rapport Zanders swap
  • Energieverbruik - Jaarrapport 2023
  • Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering
  • Informatiebeveiliging / IBP
  • Accountantsverslag 2023
  • Jaarrekening en jaarverslag 2023
  • Begroting 2025 en Meerjarenbegroting 2025 - 2029
  • Uitvoeringsnotitie 2024 bij Strategisch Huisvestingsplan 2020-2030
  • Ontwikkeling studentenaantallen
  • Meerjarenformatieplan 
  • Upgrade Vondellaan 174 inclusief onderwijsvernieuwing
  • Interne audits
  • Managementletter 2024
  • Financiële benchmark analyse 2023
  • Governance Van Beuningenfonds
  • Aanpassen activeringsgrens
  • In control scan
  • Auditplan Deloitte boekjaar 2024

Voor alle voorgelegde concept-besluiten is een positief advies afgegeven aan de voltallige RvT. Die laatste heeft deze goedgekeurd of vastgesteld.

De Financiële Commissie heeft, namens de voltallige RvT, aan de hand van de geagendeerde stukken (zie bovenstaand) toegezien op de doelmatige en rechtmatige besteding van de middelen, zoals opgenomen in het Onderzoekskader 2021 voor toezicht op middelbaar beroepsonderwijs (van de Inspectie van het Onderwijs). De RvT oordeelde o.b.v. de stukken en de jaarcontrole van de accountant dat de (financiële) middelen rechtmatig verworven zijn en doelmatig en rechtmatig zijn besteed/aangewend t.b.v. het verzorgen van het onderwijs en realiseren van de strategische doelen.

Commissie O&K

De Commissie O&K is in 2024 drie keer bijeengekomen. Doel van deze Commissie is de RvT te ondersteunen bij zijn werkzaamheden op het gebied van toezicht op en als klankbord voor het CvB en de organisatie omtrent de kwaliteit, de ontwikkeling en de uitvoering van het te verlenen onderwijs. Op de agenda stonden in 2024 de thema’s:

  • Stagepact / stage discriminatie
  • (voortgang) Strategie en kwaliteitsagenda
  • Practoraat en versterking onderzoekend vermogen
  • Rapport Inspectie inzake SKO
  • Schoolverlatersonderzoek ECBO
  • Jaarverslag 2023 – onderdeel kwaliteit
  • Digitalisering onderwijs
  • Benchmark Studiesucces
  • Evaluatie audits onderwijskwaliteit 2023-2024
  • Kwartaalrapportages en uitval rapportages
  • Basisvaardigheden: Nederlands en Rekenen

De Werkgeverscommissie

De Werkgeverscommissie heeft als doel de RvT te ondersteunen bij zijn werkzaamheden inzake de aanstelling, beoordeling, beloning en ontwikkeling van het bestuur (en de bestuursleden) en als klankbord voor het CvB . In 2024 heeft de commissie twee werkgeversgesprekken met de leden van het CvB gevoerd. Tijdens deze gesprekken stond -naast het persoonlijk functioneren van de individuele CvB-leden, de samenwerking, de bijdrage aan de financiële continuïteit van de organisatie, compliance van wet- en regelgeving en het positieve oordeel van de onderwijsinspectie- ook een aantal KPI’s op de agenda die passen bij de huidige strategie. Deze KPI’s gingen o.a. over instroom, uitval, welkom-beleid, MvP-omzet, diversiteit en projecten met maatschappelijke waarde. De RvT beoordeelde het CvB, net als voorgaande jaren, positief op al deze criteria.

Werkbezoeken

De RvT hecht er zeer aan niet alleen in ‘de boardroom’ en ‘vanaf papier’ zijn toezicht- en adviesrollen in te vullen, maar ook met  werkbezoeken. In 2024 is de RvT drie keer op werkbezoek geweest: een werkbezoek aan de Tech Campus Nieuwegein (inclusief een gesprek over innovatie en maatschappelijke opdracht), een werkbezoek aan het VAVO Lyceum Utrecht (inclusief toelichting van de dienst FP&C) en een werkbezoek aan de Diensten O&I en ICT/IM. Tijdens deze bezoeken gaat de RvT in gesprek met de managers, docenten en studenten. Het CvB is niet aanwezig bij deze bezoeken vanuit de waarden lef, openheid, transparantie en vertrouwen.

Overleg met OR en CSR

Naast het doen van werkbezoeken, heeft de RvT ook een aantal keer per jaar overleg met de Ondernemingsraad (OR) en Centrale Studentenraad (CSR). In 2024 stonden de volgende actuele thema’s op de agenda: ontwikkeling studentaantallen, de ontwikkeling van de functie van docent, onderwijskwaliteit, diversiteit, AI, arbeidsmarktschaarste en veiligheid in de klas/school. De RvT sluit ook één keer per jaar aan bij het ‘Artikel 24-overleg' dat het CvB in het kader van de WOR met de OR voert.

Good governance

De RvT voert in het kader van ‘good governance’ jaarlijks een zelf-evaluatie uit. In 2024 heeft de RvT een zelf-evaluatie uitgevoerd onder begeleiding van een externe begeleider. Voorafgaand aan de zelfevaluatie hebben alle leden de HEXACO-vragenlijst ingevuld en hiermee is een ‘groepsfoto’ van de RvT opgesteld die laat zie hoe de leden elkaar aanvullen en waar aandachtspunten (blinde vlekken) zitten. Tijdens de 2-daagse zijn de resultaten besproken; ook is vooruitgekeken naar de te verwachten ontwikkelingen en er is net als andere jaren geïnventariseerd welke scholingsbehoefte de leden hebben. Enkele individuele leden hebben in dit verband in 2024 een opleiding gedaan. In 2025 zal wederom een zelfevaluatie plaatsvinden. 

Bezoldiging

Over de bezoldiging van de RvT wordt verantwoord in de jaarrekening, welke met dit verslag een geheel vormt. De RvT kiest er voor 2024 voor om zijn bezoldiging 15% onder het bezoldigingsmaximum van de WNT vast te stellen. Van 2019 tot 2024 was de bezoldiging vastgesteld op -25%.

Formele besluiten

De RvT heeft in 2024 de volgende formele besluiten genomen:

  • De RvT neemt het advies van de financiële commissie d.d. 15 februari 2024 over om het contract met Deloitte t.b.v. de controlewerkzaamheden te verlengen, voor de duur van 4 jaar, met de mogelijkheid dit jaarlijks op te zeggen (28-02-2024);
  • De RvT keurt het geïntegreerd jaardocument 2023, inclusief de jaarrekening, van Stichting ROC Midden Nederland goed. (12-06-2024);
  • RvT geeft goedkeuring aan de investering van € 5,04 miljoen voor de upgrade van eigendomslocatie Vondellaan 174, conform het voornemen uit het Strategisch huisvestingsplan 2020-2030. (23-10-2024);
  • De RvT geeft zijn goedkeuring aan de definitieve begroting 2025, o.b.v. het (positieve) advies van de Financiële Commissie. (11-12-2024);
  • De RvT besluit de bezoldiging voor 2025 vast te stellen op -10% van de wettelijk bepaalde maxima. (11-12-2024).

Terug- en vooruitblik voorzitter Raad van Toezicht

"Logische stap voor grootstedelijke school"

Wanneer de leden van de Raad van Toezicht (RvT) terugblikken op 2024 zijn zij onder de indruk van de positie die ROC Midden Nederland (ROC MN) inneemt binnen het (Utrechtse) onderwijs. Zowel qua kwaliteit -waar de inspectie eerder haar bijzondere waardering over uitsprak- als in reputatie en de uitzonderlijke groei in studentenaantallen. De grootstedelijke en daarmee diverse en inclusieve aanpak van ROC MN werpt echt haar vruchten af. Dat ziet niet alleen de RvT, ook de sterk groeiende stad, de regio en werkgevers waarderen die aanpak.

We staan middenin een kanteling waarin praktisch onderwijs steeds belangrijker wordt. De grote tekorten in bouw, techniek en zorg onderschrijven dat. ROC MN heeft er jaren geleden al voor gekozen om een echt grootstedelijk ROC te zijn. Dat betekent dat iedere student welkom is, dat er niet wordt geselecteerd aan de poort en dat het openstaat voor wie zich aandient. Een gewaagde keuze voor een school. Te meer omdat dit leidt tot een stevige aanpak om tussentijdse uitval tegen te gaan. 

Maar je ziet dat die brede verantwoorde aanpak juist nu, in economisch en maatschappelijk uitdagende tijden, goed slaagt. Initiatieven van studenten -zoals Loket 1 en de samenwerking met de Voedselbank- maken impact op buurt, wijk, stad en omgeving. Studenten en docenten vormen een community waar er naar elkaar wordt omgezien. In de ogen van de RvT zijn dit voorbeelden van effectief burgerschapsonderwijs. Dat is immers onderwijs dat het eigen actief burgerschap van studenten uitlokt en stimuleert. Zo laat de school aan de omgeving zien waar goed burgerschap over gaat, welke positieve impact studenten kunnen hebben en maakt het de studenten zelf trots en alert op die rol. De diverse en inclusieve aanpak werkt ook op andere vlakken inspirerend. Zo heeft de RvT afgelopen jaren vier nieuwe leden benoemd om een betere representatie te zijn van een inclusieve school. Tenslotte betekent een open toegang en diversiteit in studenten ook dat je veel studenten onderwijs geeft en stimuleert in hun talenten. ROC MN draagt daarmee bij aan de cruciale publieke opdracht op een krappe arbeidsmarkt. 

Wat ROC MN ook ziet als opdracht is het opleiden van mensen van alle leeftijden, ook mensen die al aan het werk zijn. En niet alleen ROC MN; bij het schrijven van dit voorwoord (maart 2025) onderzoekt het ministerie van Onderwijs of publieke scholen een wettelijke opdracht krijgen om bij- en omscholing te verzorgen. 

Inspelen op onderwijsbehoefte, niet alleen voor 15-jarigen, maar ook voor mensen die verderop zijn in hun loopbaan; dat vraagt een passend aanbod en is een mooie stap voor ROC MN. Maar eigenlijk ook een stap die heel logisch is voor een grootstedelijke school. De RvT juicht deze stap van harte toe en wenst de onderwijsteams van ROC MN veel succes en wijsheid bij het maken van passende onderwijsarrangementen voor alle leeftijden. 

Steven de Waal, voorzitter 

Bericht van de Ondernemingsraad

Het jaar 2024 was een solide jaar voor de medezeggenschap. In goede samenwerking met het College van Bestuur (CvB) heeft de OR negentien instemmings- en adviesaanvragen behandeld. Naast het formele proces heeft de OR ook met de Centrale Studentenraad (CSR) diverse goede overlegmomenten gehad, evenals met de Raad van Toezicht (RvT) en vertegenwoordigers van de diverse vakbonden.

Op intranet plaatsen we geregeld nieuwsberichten, waaronder ieder half jaar een overzicht van de behandelde onderwerpen. Daarnaast mailen we een paar keer per jaar een nieuwsbrief aan alle collega’s. De verslagen van de OR-vergaderingen zijn te lezen op de intranetpagina van de OR.

De volgende collega’s zaten in 2024 in de OR: Karima Abdel Laoui, Nicole van Balgoijen (tot juli 2024) Nordin Boudarra, Gerald van Bronkhorst, Nawal Emrani, Sjoerd Formsma, Roel Jansen (voorzitter), Doret Merckens, Hans Oostenrijk (plaatsvervangend voorzitter), Welmoed Osinga, Moerad el Ouariachi, Nienke de Pree, Johan Schmieman, Johan Sluis, Marleen Stein en Koen Stroo. De OR wordt ondersteund door Ria Groenendaal als ambtelijk secretaris.

Hieronder is te lezen over welke onderwerpen de OR zijn visie en standpunten heeft kunnen delen in 2024.

  • Het medewerkersonderzoek (MO) is een belangrijk meetinstrument dat niet alleen op team-, college- en instellingsniveau wordt bestudeerd, maar ook bedoeld is om te kijken hoe ROC Midden Nederland het op landelijk niveau doet. De OR is altijd nauw betrokken bij het proces rondom het MO. Afgelopen jaar hebben we samen met P&O besloten om ook zogenaamde ‘pulsemetingen’ te gaan afnemen. Dat zijn korte vragenlijsten over specifieke onderwerpen en/ of voor specifieke groepen binnen onze organisatie. Zo was er in 2024 een meting over thuiswerken en komen er in 2025 pulsemetingen over diversiteit en inclusie en over werkdruk;
  • Het meerjarenformatieplan is een belangrijk stuk voor de organisatie en de OR heeft instemmingsrecht. In het plan wordt er onder andere gekeken naar de samenstelling van het personeel. Denk daarbij aan de verhouding tussen lesgevend en niet onderwijsgevend personeel, maar ook de verdeling tussen de docentschalen en de verwachte uitstroom van medewerkers. Het is een belangrijk beleidsinstrument, want het geeft input op waar de organisatie rekening mee moet gaan houden in de toekomst. Zo zien we dat er de komende jaren mogelijk veel LC-docenten uitstromen op basis van aow-leeftijd. De daling aan LC-docenten die dat met zich meebrengt, zal door middel van in- en doorstroom moeten worden opgevangen;
  • Het contract met onze vorige arbodienst liep af. Die dienst levert de bedrijfsarts(en) en praktijkondersteuners. Doordat het contract afliep was er een natuurlijk moment om goed te overwegen welke eigenschappen en diensten we van onze arbodienst verwachten. De OR heeft geparticipeerd in het aanbestedingstraject en is mede op die manier goed betrokken geweest;
  • Soms blijkt dat de organisatie gebaat is bij een verandering in de structuur of aansturing. In die gevallen heeft de OR adviesrecht. Het afgelopen jaar zijn er diverse verschuivingen geweest, in die processen heeft de OR de betrokken medewerkers geraadpleegd;
  • Het is ook van belang om bestaande reglementen op zijn tijd tegen het licht te houden. Zo is het reglement ombudsman en het reglement interne geschillen het afgelopen jaar herzien. De OR heeft ook in dat proces een steentje bij kunnen dragen;
  • De meeste onderwijsvernieuwingen komen voort uit de strategie en de invulling daarvan verschilt vaak per college of team. Daardoor is de OR niet altijd direct betrokken. Het is aan de teams zelf om in goed overleg innovaties en veranderingen vorm te geven. De OR wordt wel betrokken als er een nieuwe opleiding gestart wordt, er een afstroomrichting bijkomt of wanneer er besloten wordt een opleiding niet meer aan te bieden. Dat gebeurde het afgelopen jaar in Amersfoort bij het Techniek College en bij het Creative College. Daarnaast wordt de OR altijd om instemming gevraagd op de exameninrichting. Daarin waren het afgelopen jaar slechts minieme wijzigingen en de OR heeft dan ook ingestemd;
  • Ook onze gebouwen en arbeidsomstandigheden verdienen constant aandacht. De OR is samen met de preventiemedewerker betrokken bij de RI&E’s en de daaruit volgende plannen van aanpak. RI&E staat voor Risico Inventarisatie en Aanpak en die worden in alle panden in het kader van veiligheid uitgevoerd. Op diverse locaties zijn dusdanig grote investeringen gedaan dat de OR om advies is gevraagd op de plannen. De OR kijkt in die gevallen natuurlijk naar de kosten, maar vooral naar de inbreng van de medewerkers in het proces en de afstemming op (toekomstig) onderwijs;
  • De commissie Financiën van de OR wordt door middel van kwartaalrapportages op de hoogte gehouden van de financiële situatie van ROC Midden Nederland. Daarnaast is er het jaarlijks instemmingsverzoek op de hoofdlijnen van de begroting. Daarop is dit jaar na goede, intensieve gesprekken ingestemd.  

Bericht van de Centrale Studentenraad

Groepsfoto Centrale Studentenraad 2024

Op het gebied van medezeggenschap

Medezeggenschap is een vorm van studentparticipatie die binnen ROC Midden Nederland goed is vastgelegd in afspraken en in de praktijk. Door middel van een getrapt medezeggenschapssysteem, ondersteund door rechten op verschillende niveaus van de instelling, wordt inspraak van studenten verankerd in besluitvorming. 

De Centrale Studentenraad (CSR) heeft het afgelopen jaar flink geïnvesteerd in het verstevigen van de medezeggenschapsnetwerken binnen de organisatie. Onder andere door verbetering van de communicatie naar de Studentendeelraden (SDR) en klassenvertegenwoordigers (KV) en het verbeteren van de banden met externe contacten voor landelijke en gemeentelijke inspraak van mbo-studenten. Zo zijn de CSR-leden regelmatig aangeschoven bij overleggen van de Studentendeelraden(SDR) en andersom, is het mailbestand van de Studentendeelraden verbeterd en uitgebreid. Tijdens zogenaamde pizzasessies is er ingezet op zowel informele verbinding met studenten als formele informatievoorziening en -uitwisseling. Niet alleen onder studenten, maar ook onder colleges en medewerkers hebben de studenten van de CSR veel duurzame contacten gelegd. Hiermee hebben zij hun impact aanzienlijk vergroot.

Ook de SDR’en hebben flink geïnvesteerd in het verbeteren van hun netwerken door het opzetten en uitbreiden van app-groepen met klassenvertegenwoordigers, het organiseren of bijwonen van klassenvertegenwoordigersoverleggen (KVO) en door het communiceren naar de CSR.

In het jaar 2024 heeft de CSR bovendien veel advies- en instemmingsaanvragen grondig onder handen genomen. Hun impact op de door hen gekozen aandachtspunten vind je deels terug in deze stukken en deels in hun evenementen, onderzoeken en socials.  De gekozen aandachtspunten zijn: keuzedelen, evaluatie ongebruikte leermiddelen, mentale gezondheid en medezeggenschap (2023/2024) en schoolkosten, medezeggenschap, inclusie & veiligheid en mentale gezondheid (2024/2025).

Rondom de hoofdlijnenbegroting heeft de CSR het afgelopen jaar bijvoorbeeld ingezet op een veilige, groene leeromgeving met goede werkplekken voor studenten. In het studentstatuut heeft de CSR extra aandacht besteed aan het taalgebruik. En binnen het instroombeleid heeft de CSR ingestemd met een standaard langere aanmeldperiode voor nieuwe studenten. Ook is er met een aantal verzoeken tot starten of stoppen van opleidingen ingestemd en bood de geplande evaluatie van het medezeggenschapsreglement de mogelijkheid om met name de Studentendeelraden beter te faciliteren in het vervullen van hun functie. 

Ten slotte zijn er door de verschillende SDR’en activiteiten georganiseerd en inhoudelijke successen behaald. Zo organiseerde de SDR van het Welzijn College in Utrecht (locatie Vondellaan) een grote rozenactie op Valentijnsdag. De SDR van het Creative College in Utrecht heeft een spelletjeskast laten plaatsen voor verbinding tussen studenten en heeft de veiligheid van studenten verbeterd door menstruatieproducten beschikbaar te stellen op de wc’s in plaats van via de recepties. Met kerst heeft de SDR van het Welzijn College Utrecht (locatie Schooneggendreef) een kerstkransjesactie gehouden om alle studenten een fijne kerstvakantie te wensen.

Ook de CSR heeft het afgelopen jaar niet stilgezeten. Zo hebben zij opnieuw een succesvol debattoernooi georganiseerd en hebben zij samen met JOBmbo de landelijke uitreiking van de JOB monitor georganiseerd in het Campus Connect Center in Amersfoort.

Op het gebied van overige studentparticipatie

De officiële netwerken van studenten zijn slechts één vorm van studentparticipatie. Op onze school zien we ook veel initiatieven en werkwijzen om studenten te betrekken. Zo zetten zowel docenten als medewerkers directe feedback in om hun eigen werkwijze te verbeteren en hun band met studenten te versterken. Denk hierbij aan studentenarenas, informele wandelganggesprekken, studentpresentaties, bijdragen van studenten bij evenementen en open avonden, evenementen door en voor studenten, studentenpanels, lunchgesprekken, vakevaluaties en (korte) enquêtes. 

Daarnaast worden veel mooie en betekenisvolle evenementen en projecten georganiseerd waarin het betrekken van studenten centraal staat. Zo reisde in september een delegatie studenten af om bij te dragen aan Prinsjesdag 2024. Studenten van het Beauty College lieten ministers goed voor de dag komen. En studenten van het Veiligheid & Defensie College vertegenwoordigde de provincie in de erehaag.

Vanuit de gemeente Utrecht zijn er studenten van het Sport College Utrecht betrokken bij beleid rondom actuele klimaatvraagstukken in de gemeente via het programma: Speaking Minds. Studenten sloten dit af met een gesprek met de wethouder in de raadszaal van de gemeente Utrecht.

In het afgelopen jaar zijn studenten van de Campus in Amersfoort actief geweest met de invulling van de UNESCO-dagen. Zij hebben daarbij de SDG-doelen als kompas gebruikt en ervoor gekozen om de SDG-doelen rondom duurzaamheid om te zetten naar concrete activiteiten. Dit heeft geleid tot een duurzame modeshow in de kantine van de Campus en een Clothes2Share winkel op de Campus van februari t/m juli,  gerealiseerd met sponsoren uit de regio. De winkel was drie dagen per week open en werd bemenst door studenten van de FLEX opleiding, niveau 2.

Meldingen, klachten en vertrouwenszaken

Meldingen van studenten

Onze organisatie streeft naar een positief leerklimaat op alle locaties. We zorgen voor een stimulerende, veilige leeromgeving, zodat iedere student de veiligheid en ruimte voelt om zichzelf te kunnen ontwikkelen. Toch kunnen er situaties ontstaan die leiden tot ontevredenheid. Studenten kunnen dit bespreken met een docent, studentcoach, conciërge of een andere medewerker. Als ze er samen niet uitkomen, kan een student een klacht indienen via het digitale klachtensysteem.
Als een klacht of geschil niet naar tevredenheid wordt opgelost, wordt de klacht of het geschil in behandeling genomen door de Klachtencommissie of de Geschillencommissie. Klachten over ongewenste gedragingen worden neergelegd bij de vertrouwenspersoon. Klachten met betrekking tot de beoordeling van toetsen worden voorgelegd aan de Commissie van Beroep voor de Examens.

Algemene klachten van studenten

Klachten geven informatie over de kwaliteit van ons onderwijs en onze dienstverlening. In 2024 zijn er via het digitale klachtensysteem 228 klachten binnen gekomen. In 2023 waren dit er 132. De stijging wordt vooral veroorzaakt door een toename van het aantal klachten over de afnameomstandigheden tijdens examens en klachten over het afwijzen van aanvragen voor vrijstelling. De afhandeling van klachten wordt vanuit de systematiek van kwaliteitsborging in het regulier proces gemonitord.

Klachten naar categorie

Klachten via Klachtencommissie, Geschillenadviescommissie en Commissie van Beroep voor de examens

De Klachtencommissie heeft in 2024 één klacht behandeld. Deze klacht werd door de Klachtencommissie gegrond verklaard. De Geschillenadviescommissie heeft dit jaar één bezwaarschrift behandeld. Dit bezwaarschrift werd door de geschillenadviescommissie ongegrond verklaard. De Commissie van Beroep voor de Examens heeft dit jaar één bezwaarschrift behandeld. Dit bezwaarschrift werd door de Commissie van Beroep voor de Examens ongegrond verklaard.

Signalen vanuit de onderwijsinspectie en instelling

In enkele gevallen leggen ouders of studenten een klacht bij de onderwijsinspectie neer. In deze gevallen neemt de onderwijsinspectie contact op met de instelling om het ‘signaal’ onder de aandacht te brengen. De contactinspecteur van de instelling wordt dan geïnformeerd over de afhandeling van de klacht. In 2024 zijn er twee signalen vanuit de inspectie binnengekomen. Deze signalen waren in beide gevallen bekend bij de opleiding en zijn in overleg met de student afgehandeld. 

Schorsing en verwijdering

In ons studentenstatuut staat onder disciplinaire maatregelen beschreven welke procedure wij hanteren voor schorsing en verwijdering. De collegedirecteur of rector kan bij wangedrag van de student besluiten over te gaan tot schorsing van maximaal twee schoolweken. De student kan hiertegen bezwaar maken bij de toegankelijke faciliteit. Het CvB kan overgaan tot verwijdering van de student. In artikel 27 van het studentenstatuut wordt beschreven welke regels hiervoor gelden. In 2024 zijn er geen studenten verwijderd. Er hebben wel schorsingen plaatsgevonden. Studenten zijn hier altijd schriftelijk van op de hoogte gesteld. 

Vertrouwenspersonen voor studenten

Studenten kunnen meldingen over ongewenste omgangsvormen doen bij de COG (Contactpersoon Ongewenst Gedrag) van de locatie, of bij de Interne Vertrouwenspersonen (IVP) of bij de Externe Vertrouwenspersoon (EVP). In 2024 zijn in totaal 38 meldingen binnengekomen van studenten bij de COG’s, IVP’s en de EVP over ongewenste omgangsvormen. Mede doordat er beter geregistreerd is, ligt het aantal meldingen in 2024 onder het aantal meldingen van 2023 en is ook lager dan in 2022. In 2024 zijn er alleen meldingen geregistreerd die voldoen aan de norm: (seksuele)intimidatie, radicalisering, agressie en geweld, discriminatie en pesten tussen een medewerker van ROC MN of beroepspraktijkvorming (bpv) en student of studenten onderling. Voorgaande kalenderjaren zijn er ook enkele meldingen geregistreerd die uiteindelijk doorgezet zijn naar schoolmaatschappelijk werk, het MBO Buurtteam, het management en/of een klacht betroffen. Zo voldeden in 2023 5 meldingen van de in totaal 51 meldingen niet aan de norm. Alle 38 meldingen in 2024 zijn via het informele traject opgelost. In de tabel hieronder is het aantal meldingen over de afgelopen drie jaar weergegeven.

  2022 2023 2024
Meldingen  54 51 38

Meldingen van medewerkers

Soms zijn er zaken waar medewerkers graag in vertrouwen over willen praten. Binnen onze organisatie hebben we een Ombudsman (bij ons een Ombudsvrouw genoemd) en een Vertrouwenspersoon. De Ombudsman richt zich voornamelijk op arbeidsrechtelijke vraagstukken, terwijl de vertrouwenspersoon meer ondersteuning kan bieden als het gaat om ongewenst gedrag.

Meldingen bij de ombudsvrouw

In 2024 hebben 96 medewerkers van de ruim 1700 medewerkers zich bij de ombudsvrouw gemeld; dit is 5,5% van alle medewerkers. In totaal heeft de ombudsvrouw 113 meldingen ontvangen. Een aantal medewerkers heeft meerdere keren gemeld. De 113 meldingen bestaan uit 55 klachten van medewerkers en 58 arbeidsjuridische vragen (informatie en sparren over arbeidsjuridische vraagstukken).

In 2024 zijn er significant minder meldingen bij de ombudsvrouw gedaan dan in 2023 (113 meldingen in 2024 vs. 175 meldingen in 2023; bestaande uit 105 klachten en 70 arbeidsjuridische vragen). De daling van het aantal meldingen in 2024 bestaat dus vooral uit een afname van klachten van medewerkers. Tijdig sparren, informatie of advies inwinnen over (anonieme, hypothetische) arbeidsjuridische kwesties en samen het goede gesprek voeren, kan medewerkers en leidinggevenden helpen arbeidsconflicten of andere werkgerelateerde problemen te voorkomen of te beperken.

Net zoals voorgaande jaren hadden de meeste medewerkers in 2024 behoefte aan een luisterend oor, informatie en advies (55% van alle meldingen). Het aantal vervolg(advies)gesprekken (18,5%) en het aantal bemiddelgesprekken (25,5%) zijn gedaald en zijn weer op het niveau van de jaren 2019-2022. Dit geldt ook voor het aantal doorverwijzingen van de ombudsvrouw naar de externe vertrouwenspersoon (1%).

Externe vertrouwenspersoon

In 2024 heeft de EVP (Externe Vertrouwenspersoon) 23 meldingen ontvangen (t.o.v. 41 meldingen in 2023). Zie onderstaand overzicht met de meldingen per categorie. Hierbij is het van belang te benoemen dat medewerkers last kunnen hebben van meerdere vormen van ongewenst gedrag, dus dat een melding uit meerdere meldingen kan bestaan. Daarnaast is het belangrijk om te melden dat de meldingen gaan over de beleving van de medewerker, dus hoe de medewerker iets ervaart. De vertrouwenspersoon doet geen onderzoek naar de feitelijke juistheid van de melding.

De adviezen van de EVP worden besproken met en opgepakt door het College van Bestuur.

Meldingen per categorie
  2020 2021 2022 2023 2024
Agressie 0 4 1 0 1
Discriminiatie van studenten (door personeel) 3 1 1 4 0
Discriminatie personeel 6 2 1 1 1
Pesten 4 4 5 11 7
Seksuele intimidatie 3 1 3 2 2
Stijl van leidinggeven 10 12 16 27 15
Intimidatie algemeen 4 3 3 26 8
Beschuldigd van integriteitsschending / intimidatie 1 1 2 1 1
Integriteitsfraude / laster 0 0 0 2 4

Gedragscode en andere soft controls

Wij hechten veel waarde aan een open en transparante bedrijfscultuur. Iedereen draagt bij door zelfreflectie, het geven van feedback en het bespreekbaar maken van fouten en dilemma’s. Gezond verstand, respect, vertrouwen en transparantie zijn essentieel. Voor situaties waarin onze integriteit in het geding komt, hebben we een Gedragscode opgesteld. Deze biedt houvast en duidelijkheid bij integriteitsdilemma’s. De gulden regel is: behandel een ander zoals jij zelf behandeld wilt worden. Nieuwe medewerkers volgen twee online-trainingen over de Gedragscode en AVG-awareness via de ROC Academie (zie hoofdstuk Wendbare Organisatie, bij ambitie 7). Leidinggevenden besteden door het jaar heen aandacht aan deze thema’s in werkoverleggen. Op CvB- en RvT-niveau zijn we verbonden aan de Code goed bestuur MBO (zie de paragrafen CvB en RvT in het hoofdstuk Besturing en Bedrijfsvoering). Overtredingen van de Gedragscode worden altijd gesanctioneerd, afhankelijk van de ernst van de overtreding. 

Vermoede misstanden

Wij hechten veel waarde aan integriteit. Gevaarlijke, immorele of illegale praktijken waarbij het maatschappelijk belang in het geding is -en die onder verantwoordelijkheid van ROC Midden Nederland plaatsvinden- dienen gemeld te worden. Met de regeling ‘Melden van een vermoeden van een Misstand’ borgen we dat medewerkers een vermoeden van een misstand veilig kunnen melden en dat zij tegen benadeling als gevolg van een melding zijn beschermd. In 2024 zijn er geen meldingen binnengekomen bij het meldpunt ‘vermoeden van een misstand’.

Kwaliteitsborging en Examinering

Interne risicobeheersing- en controlesysteem

Wij gaan voor goed en inclusief onderwijs. Hiervoor hebben we een intern risicobeheersing- en controlesysteem ingericht waarmee regelmatig de kwaliteit van het onderwijs wordt beoordeeld. Ook beoordelen we de inrichting van de organisatie, kwaliteit van het onderwijsprogramma en de examinering.

De doelen die we nastreven met het risicobeheersing- en controlesysteem zijn:

  • Het stimuleren van het risicobewustzijn in de organisatie;
  • Inzicht krijgen in de risico’s die onze organisatie loopt;
  • Het analyseren van de risico's en deze inzichtelijk maken;
  • Het treffen van maatregelen om de impact te beperken als risico’s zich voordoen of om risico's te voorkomen.

Risicobeheersing en controlesysteem bedrijfsvoering

Jaarlijks vindt er bij ons een 'in control scan' plaats volgens een vast format, in 2024 door middel van een market update rapport. Door de  bedrijfsvoeringsprocessen in beeld te brengen en de key controls te benoemen, monitoren wij welke acties nodig zijn om het niveau van management control te behouden. Door ontwikkelingen in wet- en regelgeving én de eigen processen is er extra aandacht voor privacy, beveiliging en digitale dossiers. Met de 'in control scan' wordt ook nog aandacht gevraagd voor vastlegging van samenwerkingsovereenkomsten en een aantal bouwstenen binnen ICT (o.a wijzigingsbeheer, informatiebeveiliging, privacy en gebruikersbeheer).

Er werd vastgesteld dat voor de bedrijfsvoeringsprocessen gemiddeld het niveau 'management control' moet worden behaald. Dit niveau wordt bereikt wanneer de managers met stuurinformatie voldoende geïnformeerd zijn om andere leden van de organisatie zodanig te beïnvloeden dat de strategieën van de organisatie op een adequate manier geïmplementeerd worden. En dus dat vooraf gedefinieerde doelen worden gerealiseerd volgens plan (via de PDCA-cyclus). Hierdoor kan het management de processen (zowel financiële als niet-financiële) beter beheersen.

De verwachting is dat de separate benchmarks van privacy, examinering en de NBA statement ICT/Security in de toekomst de ''in control scan'' -gedeeltelijk- zal overnemen.

Kwaliteitsborging

Aan kwaliteitsborging wordt proactief, systematisch en zelfstandig invulling gegeven door de afdelingsmanager en de collegedirecteur, conform de afgesproken kwaliteitscyclus. Onderwijsteams zijn de spil in het verbeteren van het onderwijs; zij signaleren onder studenten of collega's als er aanpassingen nodig zijn in het onderwijs. Er wordt voortdurend gemonitord en bijgestuurd in onderlinge dialoog (sturing en verantwoording) tussen de afdelingsmanager, het team en de collegedirecteur (de lemniscaat). Het geheel wordt vastgelegd in het afdelings- en collegejaarplan en de evaluaties daarvan. Instrumenten binnen de kwaliteitscyclus zijn o.a. de zelfevaluaties op teamniveau (op basis van het waarderingskader), de interne audits en verschillende kwaliteitsmetingen zoals de JOB-enquête en het alumnionderzoek.

In 2024 zijn tien audits uitgevoerd volgens de vierjaarlijkse auditcyclus. De extra aandachtspunten binnen de audits zijn: passend onderwijzen in de klas en uitval: analyse, interventie, effect. De audits zijn onderdeel van de periodieke verantwoording binnen onze organisatie. In de planning- en controlcyclus vindt tweemaal per jaar een voortgangsgesprek plaats tussen het college van bestuur en de directeuren van de colleges. Hiervoor is een format vastgesteld op basis van het waarderingskader van de inspectie. In het format zijn ook onze eigen strategische pijlers opgenomen. Ter voorbereiding van het voortgangsgesprek spreken de adviseurs kwaliteitsborging met het management om de voortgangsrapportage op te stellen. Omdat voor deze gesprekken hetzelfde format wordt gebruikt, komen dezelfde thema’s op alle niveaus aan bod, wat vorm en inhoud geeft aan de lemniscaat.

Onderwijsinspectie

In 2024 heeft bij drie opleidingen een SKO (Steekproefsgewijs Kwaliteitsonderzoek) plaatsgevonden. Voor twee van de drie opleidingen heeft het bestuur een herstelopdracht gekregen. Bij één opleiding betreft het een herstelopdracht op de standaard OP1 (onderwijsprogramma) en SKA3 (Evaluatie, verantwoording en dialoog). Bij één andere opleiding betreft het een herstelopdracht op SKA3 (Evaluatie, verantwoording en dialoog). Voor beide herstelopdrachten geldt dat het bestuur op basis van eigen onderzoek de inspectie moet informeren of de opleiding, een jaar na het inspectierapport, aan de standaarden voldoet. 

Examinering

De examenorganisatie wordt op inhoud, beleid, professionalisering en werking getoetst. Naar aanleiding van signalen, verzoeken en landelijke ontwikkelingen, is het beleidskader beroepsgerichte examinering ROC MN in 2024 geactualiseerd, waarin de kaders en de mogelijkheden besproken worden. De 'Expertgroep Examineren' en het ‘Netwerk Examencommissies’ vormden hierbij de schakel voor de input en het vaststellen van het beleid door het CvB.  

Ook is in 2024 aandacht besteed aan heldere communicatie en beleid. Examencommissies worden ondersteund en er is kennisdeling (voor examenfunctionarissen) in de onderwijsteams. Meerdere keren per jaar worden er laagdrempelige informatiebijeenkomsten georganiseerd over actuele thema’s en zijn er workshops op studiedagen en in leernetwerken gegeven. De noodzakelijke actualisering van beleid is gebeurd (onder andere vrijstellingen, examenreglement en de OER). Examencommissies hebben zich verantwoord in hun jaarverslagen, die vervolgens met het CvB worden besproken.  

Er vonden in 2024 tien audits plaats. Ook hier is examinering, zowel bij de onderwijsteams, MT als bij de examencommissie onderzocht. De bevindingen zijn opgenomen (indien nodig) in de afdelingsplannen van de opleidingen en in de jaarplannen van de examencommissie. De inspectie van het onderwijs heeft afgelopen jaar bij drie opleidingen een kwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Bij deze onderzoeken zijn geen onvoldoendes gegeven op BA1 en BA2.

Landelijke ontwikkelingen, zoals Lerend kwalificeren, mbo-certificaten, LLO en flexibel onderwijs, vragen vertaling naar richtlijnen en ondersteuning aan onze teams. Het is belangrijk dat in onderwijsteams een heldere visie is op de manier van afsluiting van de opleiding die aansluit op het onderwijsconcept. Deze bewustwording heeft in de kennisdeling, communicatie en professionalisering aandacht gehad. Daarnaast zijn er handreikingen opgesteld (o.a. Examineren en AI en mbo-certificaten) hoe wij omgaan met EVC. In het najaar 2024 is er een programmateam Flexibel Onderwijs gestart, waarbij examinering en afsluiting een duidelijke plek hebben gekregen. Er zijn projectleiders aangesteld die onderwijsteams ondersteunen bij de implementatie van de kaders én de mogelijkheden in de examinering (vanuit ons nieuwe beleidskader). 

Landelijk is bijgedragen aan de werkbijeenkomsten met examenleveranciers en aan het 'Netwerk Examineren' (i.s.m. Cinop). In deze gremia wordt ook gewerkt aan de digitalisering van de examinering. Wij zijn nauw betrokken bij het landelijk Netwerk Examinering en Digitalisering (NED) en voorloper in de implementatie van de OKE koppeling.

Financiële kaders

Dit onderdeel van het bestuursverslag is gebaseerd op de jaarrekening 2024. Het dient dan ook gelezen te worden in samenhang met de toelichting op de jaarrekening en de overige in het jaarverslag opgenomen financiële gegevens.

We kennen een aantal financiële kaders, naast het financiële toetsingskader van de Inspectie van OCW. Deze zijn gerelateerd aan onze strategische ambities. De belangrijkste financiële kaders zijn:

  • Personele lasten zijn minimaal 70% van de totale lasten;
  • Rente en aflossing op langlopende leningen kunnen betaald worden uit de operationele kasstroom (debt service coverage ratio);
  • Het beleende bedrag op de gebouwen is lager dan 70% van de marktwaarde (Loan to Value is lager dan 70%).

Continuïteitsparagraaf

Wij gaan voor het succes van onze studenten: succes op school, in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. Bij ons is iedereen welkom. Wij leren onze studenten kennen en zorgen ervoor dat ze snel op de opleiding terechtkomen die bij hen past. We zorgen voor een omgeving waarin studenten zich optimaal kunnen ontwikkelen en we dagen ze uit het maximale uit hun studieperiode te halen.

Vanaf de eerste dag maken studenten kennis met de beroepspraktijk en worden ze uitgedaagd om zich met levensechte praktijkopdrachten voor te bereiden op hun toekomstige werk of een succesvolle doorstroom. De arbeidsmarkt is continu in beweging. Beroepen waar wij nu voor opleiden, zullen verdwijnen. En nieuwe beroepen ontstaan op het snijvlak van disciplines. Daarom werken we aan een flexibel portfolio om aan te kunnen sluiten bij de veranderende arbeidsmarkt. We werken intensief samen met de beroepspraktijk zodat praktijkleren centraal staat en we ook voor werkenden met een ontwikkelvraag een flexibel aanbod kunnen ontwikkelen.

We gaan voor succes van al onze studenten, ook voor studenten die kwetsbaar zijn en een extra steuntje in de rug nodig hebben om een diploma te halen en een passende plek op de arbeidsmarkt te vinden. Voortdurende aandacht voor studentsucces en onderwijskwaliteit vraagt van onze medewerkers om zich blijvend te ontwikkelen. Zij moeten ruimte krijgen om persoonlijk leiderschap en eigenaarschap te ontwikkelen en meer passend onderwijzen vorm en inhoud te geven. Dit vraagt van onze organisatie dat we vitaal en wendbaar zijn en de beste docenten aan ons weten te binden. In de huidige krapte op de arbeidsmarkt is er een grote noodzaak om dit nog verder te verbeteren. Daarin trekken we ook samen op. Met onze partners en het bedrijfsleven uit de regio werken we samen aan toekomstbestendig (en duurzaam) beroepsonderwijs.

Onze financiële kengetallen zijn stabiel. Het streven is om steeds zoveel mogelijk middelen naar het onderwijs te laten vloeien en scherp te zijn op overheadkosten. Bij het uitgeven van onze middelen, stellen we onszelf continu de vragen: doen we de juiste dingen (effectiviteit) en doen we die ook goed (doelmatigheid)? Zo meten we onze inzet van middelen sterk af aan de MBO-benchmark en dat heeft de afgelopen jaren geleid tot verdere aanscherpingen in de bedrijfsvoering, verbetering van de financiële beheersing en de versterking van de reservepositie. Daarnaast blijven we altijd aandacht besteden aan rechtmatigheid omdat we opereren binnen het maatschappelijk speelveld.

De continuïteit van de organisatie is deels afhankelijk van de ontwikkeling van de studentpopulatie. De afgelopen jaren is er een dalende trend te zien in studentpopulatie. Deze trend is recent omgebogen naar een stabiele trend; dit mede door interventies in de afgelopen jaren.

Om toekomstrobuust te zijn, moeten we hierop anticiperen door: de aantrekkelijkheid van ROC Midden Nederland te vergroten; positioneringsverkenningen te doen en de organisatieomvang steeds te relateren aan de studentpopulatie. Dit noemen we "de elasticiteit van de organisatie bewaken". Zo kunnen we op tijd en voldoende reageren zonder (grote) financiële risico's te lopen. Jaarlijks voeren wij een risicoanalyse uit die bestaat uit de verbanden tussen: studentpopulatie-ontwikkeling, FTE, flexibele schil en financieringen.

In 2024 heeft een update plaatsgevonden t.a.v. treasury, investeringen, maximale investeringsruimte, weerstandvermogen en financiering. De bijbehorende ratio's zijn hier onderdeel van. Dit in afstemming met de uitvoeringsnotitie 2024 van het Strategische Huisvestingsplan.

In 2024 is een grote aanzet gemaakt voor de update van frauderisico-analyse; het basisstuk stamt uit 2020 en periodieke evaluatie is onderdeel van een gezonde P&C-cyclus.

Onze investeringen in huisvesting zijn nooit een doel op zich, maar altijd bedoeld om een goede ontmoetingsplek en een adequate leeromgeving te creëren voor onze studenten. Daarnaast is het toekomstige huisvestingsbeleid afhankelijk van de studentengroei en het optimaliseren van het gebruik van het aantal vierkante meters. Ook duurzaamheid speelt een belangrijke rol. In 2024, maar ook in de komende jaren, worden extra middelen ingezet voor flexibel en passend onderwijs en ook voor LLO. Ook wordt er geïnvesteerd in de 'wendbare organisatie' en verdere digitalisering.

In 2024 is er aandacht besteed aan het proces van de meerjarenbegroting 2025 en verder. Dit gebeurde onder andere in het licht van de ontwikkelingen rondom de referentieraming, prijsinflatie en de hernieuwde kwaliteitsagenda, inclusief wijze van funding vanuit het ministerie van OCW.

De conclusie is dat op basis van bovenstaande en de wijze waarop risico- en kwartaalrapportages worden aangeleverd, het College van Bestuur adequaat geïnformeerd wordt en in staat wordt gesteld om eventuele risico’s te mitigeren. Voor nadere informatie over de financiële ratio’s wordt verwezen naar paragraaf 'Meerjarenbegroting en ratio's'. Hierdoor is op verantwoorde wijze ruimte gecreëerd voor toekomstige investeringen in huisvesting en duurzaamheid.

In de allocatie van middelen werken we vanaf 2021 met 'een prijs per student' om de eenvoud van het allocatiemodel verder te bestendigen. We streven ernaar om zoveel mogelijk te sturen op personeelsbudgetten in plaats van op formatieve aantallen. Hierbij koppelen we onze middelen één-op-één aan onze strategische doelstellingen. Daarnaast zetten we in op een zo efficiënt en effectief mogelijke inzet van middelen met een passend exploitatieresultaat en een financieel gezond verantwoorde reservepositie.

Ontwikkeling formatie

  Realisatie (excl. externen) Realisatie en Prognose (incl. externen)
Aantal FTE 31-12-2024 (gemiddeld) 2022 2023 2024 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Personele bezetting van bestuur / management 24 26 30 26 30 28 28 27 27 27
Personele bezetting van personeel primair proces / docerend personeel 1048 1036 1007 1.121 1087 1095 1088 1069 1063 1057
Personele bezetting van direct onderwijsondersteunend personeel (mbo) 202 198 195 227 218 206 205 202 200 199
Personele bezetting van indirect onderwijsondersteunend personeel (mbo) 198 198 196 217 209 196 194 191 190 189
Totaal van personeelsbezetting 1472 1459 1428 1591 1544 1525 1515 1489 1480 1472

Gemiddeld aantal werknemers

In 2024 waren er gemiddeld 1.428 FTE in dienst, vergeleken met gemiddeld 1.459 FTE in 2023. Geen van onze medewerkers was werkzaam buiten Nederland.

Ontwikkelingen in studentenaantallen

Ontwikkeling aantal studenten

De ontwikkeling van de studentenaantallen in de komende jaren is momenteel nog niet duidelijk. Door vooral krimp in de bevolking voorzien wij in de komende jaren een terugloop van studentenaantallen. Tegelijkertijd zien we de opkomst van LLO. Ook de impact daarvan op onze organisatie is ongewis. Vooralsnog is in de huidige meerjarenbegroting gebruik gemaakt van de referentieraming 2024, waarbij aanvullend rekening is gehouden met een bijstelling vanuit de meest recente cijfers uit het TBG-overzicht (Terugmelding bekostigingsgrondslagen). 

Meerjarige raming studentenaantallen

Het aantal studenten daalde in het schooljaar 2023-2024. Er wordt vooralsnog verwacht dat het aantal studenten in het schooljaar 2024-2025 en 2025-2026 licht zal stijgen.

Onderstaande tabel betreft de meerjarige studentenaantallen gebaseerd op de referentieraming 2025 MBO-prognosetool.

Voor de geschiedenis van de absolute aantallen, zie het Bestuursverslag Aantal studenten.

Prognose    
  2024* 2025 2026 2027 2028 2029
BOL 10.990 11.971 12.205 12.412 12.534 12.436
BBL 6.061 5.287 5.015 4.740 4.434 4.307
Totaal 17.051 17.258 17.220 17.152 16.968 16.743
             
Bron: Dashboard MBO prognose 2025            
2024 voorlopige cijfers DUO; *excl. extraneus            

Strategische huisvestingsplanning

Uitvoering strategische huisvestingsplanning

Passende huisvesting is essentieel voor de continuïteit en het succes van ons onderwijs. Daarom werken we met het Strategisch huisvestingsplan 2020-2030 aan een bewust, actief en planmatig huisvestingsbeleid. Dit beleid zorgt ervoor dat onze huisvesting in zowel omvang als kwaliteit, nu en in de toekomst, aansluit bij onze behoeften. We houden rekening met veranderende omstandigheden en spelen hier flexibel op in. In 2024 hebben we deze actuele ontwikkelingen vertaald naar de Uitvoeringsnotitie ’24, waarin de koers en concrete stappen voor dit jaar zijn vastgelegd.

In Amersfoort hebben we in 2024 hard gewerkt aan de in 2023 voorbereide midlife update, upgrade en verduurzaming van eigendomslocatie Disketteweg 10. De upgrade om te voldoen aan de eisen van het flexibel onderwijs en aan de uitstraling die daarbij hoort, is klaar. We hebben op basis van actuele studentontwikkelingen ook het aantal theorielokalen uitgebreid. En het Campus Connect Center is verplaatst van Disketteweg 2-4 naar Disketteweg 10. De aanwezige DOJO is verplaatst van Disketteweg 10 naar Disketteweg 2-4. De midlife update met bijbehorende verduurzaming (o.a. dakisolatie, zonnepanelen, binnenklimaat naar het niveau van Frisse Scholen klasse B) wordt in 2025 gereed gemaakt. Hierbij hoort ook het “inpakken” van de gevels en het vervangen van alle ramen en kozijnen.

In Nieuwegein is locatie Harmonielaan 1, althans het deel dat in gebruik is voor ICT College, voorzien van dubbel glas. De upgrade van locatie Harmonielaan 2 en de midlife update (met verduurzaming) van die locatie zijn inmiddels afgerond. Locatie Dasseweide 3 heeft een upgrade gekregen (entree, kantine, receptie en de buitenzijde), inclusief vloerisolatie, dubbel glas, nieuwe vloeren in leslokalen en led verlichting. Tot slot hebben we op de locatie Newtonbaan 12 een extra leskeuken gerealiseerd.

En in Utrecht zijn we gestart met de grote upgrade en de midlife update van locatie Vondellaan 174. De upgrade zal in 2025 worden afgerond, maar de midlife update zal ook in de jaren daarna nog aandacht vragen. Ook voor de binnentuin van deze locatie zijn plannen uitgewerkt en deels uitgevoerd. De afronding van het geheel vindt eveneens in 2025 plaats. Daarnaast hebben we het buitenterrein bij locatie Brandenburchdreef 20 opnieuw bestraat, waarbij circa twintig extra parkeerplaatsen zijn gerealiseerd. De locatie is ook voorzien van zonnepanelen en de vloer is geïsoleerd.

Ontwikkelingen rond contract- en derde geldstroomactiviteiten

Mbo voor professionals (MvP) positioneert ons in de opleidingsmarkt voor werkenden en Leven Lang Ontwikkelen. Door de activiteiten van MvP worden docenten, studenten en organisaties verrijkt qua kennis en ervaring. Dit is een maatschappelijke doelstelling van de instelling. De scope van MvP is drieledig:

  • Het houdt zich bezig met activiteiten binnen de 1e, 2e en de 3e geldstroom;
  • Het richt zich daarbij op versterking van (strategische) relaties tussen bedrijfsleven en mbo-colleges;
  • Het legt een regionale focus op de werkveldcontacten in de regio Utrecht-Amersfoort.

MvP is in de onderwijsteams ondergebracht bij de colleges. De teamleden worden rechtstreeks aangestuurd door de collegedirecteur. Backoffice MvP zorgt voor alle financiële en procedurele ondersteuning en borging. De kwaliteit van de opleidingen wordt geborgd door de jaarlijkse ISO-certificering (9001-2015) die gericht is op de doelmatigheid van interne processen, in aanvulling op het Inspectietoezicht (onderwijs) en de CEDEO-certificering die gebaseerd is op de tevredenheid van opdrachtgevers.

De vraag van bedrijven naar opleiding stijgt, de krapte op arbeidsmarkt maakt dat de instroom van nieuwe studenten onder druk staat. In samenwerking met bedrijven wordt gewerkt aan uitbreiding van flexibele opleidingsvormen.

Meerjarenbegroting

Ons meerjarenperspectief is, zoals eerder aangegeven, gebaseerd op een scala aan uitgangspunten. De hoofdingrediënten van het meerjarenperspectief zijn de meerjarige studentenprognose en de meerjarenbegroting van de Rijksoverheid. Hierbij baseren wij ons op het ervaringscijfer dat op basis van het marktaandeel circa 3,5% van de landelijke mbo-bekostiging wordt ontvangen.

Voor ROC MN is onderstaande het budgettaire kader voor de periode tot en met 2029. Voor de berekening van de Rijksbekostiging 2025 zijn de studentenaantallen per 1 oktober 2023 en 1 februari 2024 aangehouden. De omzet 2026 is gebaseerd op de geprognosticeerde aantallen per 1 oktober 2024 en 1 februari 2025 zoals opgegeven door de colleges. Hierbij is sprake van een toename van 1,8% in studentenaantallen. Aangezien de diploma aantallen in 2023, ondanks de daling van studentenaantallen, bijna gelijk bleef aan het jaar 2022, is er in 2025 sprake van een incidenteel hogere 1e geldstroom. Verwachting is dat de diplomabekostiging weer naar een evenwichtige verhouding binnen de lumpsumbekostiging zal bewegen, waardoor er in 2026 een grotere daling wordt verwacht dan je zou verwachten o.b.v. de ontwikkeling van studentenaantallen. Meerjarig zijn de aantallen vanaf teldatum 1 oktober 2025 gelijk gehouden aan de verwachtingen in de MBO prognosetool, welke gebaseerd is op de referentieraming 2024.   

Bedragen x 1.000 euro Realisatie 2023 Realisatie 2024 Begroting 2024* MJB 2025 MJB 2026 MJB 2027 MJB 2028 MJB 2029
Baten                
Rijksbijdragen OCW 192.424 187.070 179.357 186.237 185.947 187.133 186.257 185.391
Overige overheidsbijdragen en Subsidies 2.839 3.767 3.066 3.655 3.255 2.862 2.658 2.556
College-, cursus-,les- en examengelden 3.405 3.438 3.966 3.118 3.118 3.118 3.118 3.118
Baten werk in opdracht van derden 2.396 2.687 3.390 3.115 3.115 3.115 3.115 3.115
Overige baten 5.249 5.405 2.216 3.246 3.177 3.177 3.177 3.177
TOTAAL BATEN 206.313 202.367 191.995 199.371 198.612 199.405 198.325 197.357
                 
LASTEN                
Personele lasten 145.967 152.917 147.499 154.769 154.006 151.383 150.505 149.620
Afschrijvingen 9.345 10.198 10.719 11.021 11.323 11.447 11.386 11.331
Huisvestingslasten 13.497 12.903 13.386 12.985 12.985 12.985 12.985 12.985
Overige instellingslasten 22.623 23.054 23.035 26.273 25.615 25.468 25.387 25.338
TOTAAL LASTEN 191.432 199.072 194.639 205.048 203.929 201.283 200.263 199.274
                 
Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering 14.881 3.295 -2.644 -5.678 -5.317 -1.878 -1.938 -1.917
Saldo financiële bedrijfsvoering 2701 3.426 2.644 2.678 2.317 1.878 1.938 1.917
                 
TOTAAL RESULTAAT 17.582 6.721 0 -3.000 -3.000 0 0 0
                 
*Begroting 2024 is goedgekeurde begroting door RvT (dec.-2023)                

Toelichting begroting 2025

In de begroting 2025 is een toename van 234 enkelvoudig gewogen studenten (absoluut aantal 250) voor het schooljaar 2024-2025 verwerkt t.o.v. de begroting 2024.

Er is een negatief resultaat van € 3 mln. begroot in 2025. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht. 

De baten uit de 1e geldstroom (gebaseerd op de peildata 1 oktober 2023 en 1 februari 2024) zullen in 2025 toenemen met ca. € 6,9 mln. ten opzichte van de begroting 2024. Deze toename wordt per saldo veroorzaakt door de volgende factoren:

Toename Entree-bekostiging; niveau 1 +1,2 mln.
Toename diploma-bekostiging; niveau 2-4 +3,0 mln.
Afname kwaliteitsmiddelen i.v.m. verschuiving extra niveau 2 budget -6,6 mln.
Toename Vavo bijdrage +1,4 mln.
Regionaal investeringsfonds mbo -0,6 mln.
Toename overige subsidies +0,3 mln.
Totaal +6,9 mln.

- De studentenaantallen bij de niveaus 2 t/m 4, laten een afname zien in het schooljaar 2023-2024 versus 2022-2023, waardoor het hoeveelheidseffect bij de inputbekostiging uitkomt op € -5,1 mln. in 2025. Hiertegenover staat een prijseffect van € +13,3 mln. a.g.v. de loon- en prijscompensatie, bijstelling van het landelijk budget a.g.v. mutaties in de referentieraming 2024 en in de laatste plaats verschuiving van de extra niveau 2 middelen vanuit de kwaliteitsgelden naar de lumpsum (zie punt 4).
- Bij Entree-opleidingen is sprake van een toename in studentenaantallen waardoor het hoeveelheidseffect uitkomt op € 1,1 mln. in 2025. Daarnaast is sprake van een prijseffect van € 0,2 mln. a.g.v. de loon- en prijscompensatie.
- Ook de diploma-aantallen bij de niveaus 2 t/m 4, laten een toename zien in 2023, waardoor het hoeveelheidseffect bij de outputbekostiging uitkomt op € 0,4 mln. in 2025. Daarnaast is sprake van een prijseffect van € 2,6 mln. in lijn met de effecten bij de inputbekostiging.
- De extra niveau 2 middelen zijn verschoven van de kwaliteitsmiddelen naar de lumpsumbekostiging (€ 6,6 mln.).
- Bij het Vavo Lyceum zien we een stijging van studentenaantallen in het schooljaar 2023-2024, waardoor de omzet toeneemt in 2025. Tevens is er extra omzet opgenomen voor loon- en prijscompensatie. Met betrekking tot het OV reisproduct is in de begroting 2025 rekening gehouden met een bedrag van € 0,8 mln. Hiertegenover zijn ook kosten opgenomen bij de overige instellingslasten.
- Vooralsnog nemen de RIF subsidies per saldo af in de begroting 2025:

  •    RIF Duurzame Energie € -0,2 mln.
  •    Duurzame  Mobiliteit € -0,1 mln.
  •    RIF Make € -0,1 mln.
  •    RIF Entree € -0,2 mln.
  • Bij de 2e en 3e geldstroom verwachten we een stijging van € 0,3 mln. Dit is vooral toe te schrijven aan een omzettoename bij het Vavo Lyceum.
  • De personele lasten (incl. inhuur derden) nemen toe met € 7,5 miljoen. De belangrijkste bijstellingen zijn als volgt:
    • Toename structureel personeelsbudget colleges door stijging studentenaantallen 
      en verhoging prijs per student € +6,7 miljoen  
    • Toename door verhoogde interne inzet MvP € +1,1 miljoen 
    • Afname overige projectactiviteiten € -0,3 miljoen
  • De berekende afschrijvingen in 2025 zijn gebaseerd op het eerder gecommuniceerde meerjarig investeringsconcept (t/m 2030). De afschrijvingslasten nemen vooralsnog toe met € 0,3 miljoen. t.o.v. de begroting 2024.

De kostenopbouw van de lasten is de procentuele verdeling over de genoemde categorieën van de lasten. Dit komt altijd uit op 100%. De verschillende kostensoorten zullen komende jaren vrij stabiel blijven.

Mutaties voorzieningen en reserves

De voorzieningen lopen terug in omvang.  Er is de verwachting dat de 'voorziening wachtgeld' daalt doordat hier de komende jaren steeds meer actief op gestuurd zal gaan worden. Voor voorzieningen geldt, dat deze worden aangesproken op het moment dat het risico materieel wordt. De onttrekkingen en dotaties aan de voorzieningen zijn niet structureel begroot. Bij de verantwoording van ieder jaar wordt bekeken of het nodig is de voorziening te doteren. Het volume kan dus per periode variëren. De onttrekkingen betreffen de uitkeringen op basis van de gemaakte afspraken.

Ratio's

Ratio's              
               
Ratio's 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Solvabiliteit 1 65% 69% 68% 67% 67% 68% 68%
Solvabiliteit 2 71% 74% 73% 72% 72% 73% 73%
Liquiditeit (current ratio) 3,1 3,5 2,6 2,5 2,6 2,7 2,7
Weerstandsvermogen 63% 67% 67% 66% 65% 66% 66%
Signaleringswaarden voor mogelijk bovenmatig PEV* -1% -3% -13% -16% -17% -18% -20%
Rentabiliteit 8,5% 3,3% -1,5% -1,5% 0,0% 0,0% 0,0%
Huisvestingsratio 10% 10% 10% 10% 11% 11% 11%
Personele lasten tov totale lasten 76% 77% 75% 76% 75% 75% 75%
*Min=onder matige reserve / plus=boven matige reserve              

Meerjarige Balans

BALANS Bedragen x 1 miljoen Realisatie 2023 Realisatie 2024 Begroting 2025 MJB 2026 MJB 2027 MJB 2028 MJB 2029
                             
ACTIVA                              
VASTE ACTIVA                              
  Immateriele activa 0,0   0,0   0,0   0,0   0,0   0,0   0,0  
  Materiele activa 90,9   98,7   111,6   106,2   101,0   95,7   93,7  
  Financiele vaste activa 0,0   0,0   0,0   0,0   0,0   0,0   0,0  
      90,9   98,7   111,6   106,2   101,0   95,7   93,7
                               
VLOTTENDE ACTIVA                              
  Voorraden 0,0   0,0   0,0   0,0   0,0   0,0   0,0  
  Vorderingen 7,0   6,4   7,0   7,0   7,0   7,0   7,0  
  Effecten 0,0   0,0   0,0   0,0   0,0   0,0   0,0  
  Liquide middelen 100,5   93,8   77,6   80,4   85,4   89,4   90,2  
      107,5   100,2   84,6   87,4   92,4   96,4   97,2
                               
                               
TOTAAL ACTIVA     198,4   198,9   196,2   193,6   193,4   192,1   190,9
                               
PASSIVA Bedragen x miljoen Realisatie 2023 Realisatie 2024 Begroting 2025 MJB 2026 MJB 2027 MJB 2028 MJB 2029
EIGEN VERMOGEN                              
  Algemene reserve 129,7   136,4   133,4   130,4   130,4   130,4   130,4  
  Bestemmingsreserves 0,0   0,0   0,0   0,0   0,0   0,0   0,0  
  Overige/wettelijke reserves 0,0   0,0   0,0   0,0   0,0   0,0   0,0  
VOORZIENINGEN   10,5   11,7   9,0   9,0   9,0   9,0   9,0  
      140,3   148,1   142,4   139,4   139,4   139,5   139,4
SCHULDEN                              
  Lang vreemd vermogen 23,8   22,4   21,2   19,9   18,7   17,3   16,2  
  Kort vreemd vermogen 34,3   28,4   32,6   34,3   35,3   35,3   35,3  
      58,1   50,8   53,8   54,2   54,0   52,6   51,5
                               
TOTAAL PASSIVA     198,4   198,9   196,2   193,6   193,4   192,1   190,9

Helderheid in bekostiging

De notitie Helderheid is opgebouwd uit 8 thema’s (waarvan thema 2 apart wordt gerapporteerd). De accountant stelt vast of ROC MN voldoet aan de eisen van alle Helderheidsthema’s. In dit onderzoek is per thema nagegaan of en in welke mate ROC MN zich conformeert aan de eisen van de notitie.

Bevindingen

Thema 1: Uitbesteding:

Dit thema betreft het uitbesteden van bekostigd onderwijs aan een andere, al dan niet-bekostigde organisatie tegen betaling voor de geleverde prestaties. Het gaat daarbij om:

  • samenwerking door een bekostigde instelling met een commerciële organisatie, waarbij (een deel van) de opleiding verzorgd wordt door de commerciële organisatie;
  • samenwerking door een bekostigde instelling met een niet-commerciële organisatie, waarbij (een deel van) de opleiding verzorgd wordt door de niet-commerciële organisatie.

Verantwoording

In 2024 heeft ROC MN samengewerkt zoals als zodanig in Helderheid omschreven, met de volgende commerciële organisaties:

  • AMBOR Vakschool BV (h.o.d.n.SPA Groep) te Bodegraven
  • Bink Kinderopvang bv te Hilversum
  • Centrum voor Bedrijfstrainingen (CBT) bv juncto HPFP bv te Arnhem
  • Cosmo Den Bosch
  • Lemniscaat Educatie bv (handelend onder de namen School voor Antroposofische Kinderopvang en School voor Onderwijsassistenten Vrijeschool) te Amsterdam
  • Plus Retail BV te Utrecht
  • Stedin Groep te Utrecht
  • Stichting Samenwerkingsverband Praktijkopleiding Stukadoren Noorden des Lands te Groningen (STUC Noord-Nederland, werk en leren)
  • Stichting VAM (Innovam) te Nieuwegein
  • Stichting voor Dakvakmanschap Tectum te Nieuwegein
  • Syndle bv te Prinsenbeek
  • Vapro bv te Zoetermeer
  • J.D. Emergency te Hilversum
  • LifeCity te Amersfoort
  • Schoots Architecten te Amersfoort
  • Metafoor Onderwijs te Utrecht
  • ISAH Business Software te Tilburg

Samenwerking met niet-commerciële organisaties

  • Ministerie van Defensie
  • ALO Nederland 
  • SRO buurtcoaches te Amersfoort 
  • ICT Lyceum Hilversum 
  • Bibliotheek Eemland te Amersfoort

Samenwerking VO/BVE

Op peildatum 1 oktober 2024 zijn er in het schooljaar 24/25 door VO-scholen 554 leerlingen uitbesteed aan het VAVO Lyceum van ROC MN. Deze leerlingen staan nog ingeschreven bij hun VO-school. Op basis van een contract met en tegen een vergoeding door de VO-school, leidt ROC MN deze leerlingen op. Ten opzichte van 1 oktober 2023 is dat een toename van 4 procentpunten.

Thema 3: Verlenen van vrijstellingen

ROC MN kan studenten vrijstellingen verlenen op basis van eerder behaalde toetsen of examens of op basis van werkervaring of buiten het onderwijs opgedane kennis en vaardigheden. Het vrijstellingenbeleid heeft niet de bedoeling af te wijken van de voor de opleiding geldende onderwijstijd.

Verantwoording

Voor de verantwoording zie bijlage Afwijken onderwijstijd.

Thema 4: Les- en cursusgeld niet betaald door de deelnemer zelf

Het is niet toegestaan dat vanuit de rijksbijdrage (indirect) door de instelling het les- (bij een bol-inschrijving) of wettelijk verplicht cursusgeld (bbl-inschrijving) voor de deelnemer wordt betaald.

Verantwoording

ROC MN betaalt geen cursusgeld voor deelnemers. Dit doet het ook niet via het Stichting Van Beuningenfonds (een fonds dat als doelstelling heeft het financieel ondersteunen van deelnemers in aantoonbaar moeilijke omstandigheden, met name daar waar alternatieve vormen van ondersteuning niet mogelijk zijn gebleken). Facturen worden naar de student zelf verstuurd, of naar degene die door de student is gemachtigd.

Thema 5: In- en uitschrijving

Bij de in- en uitschrijving van studenten doen zich verschillende situaties voor:

  • uitschrijving van studenten kort na de teldatum of
  • inschrijving van studenten in een gecombineerd traject educatie en beroepsopleiding.

Verantwoording

Uitstroom vlak na de peildatum

In ‘Helderheid’ wordt geen exacte definitie gegeven van wat onder dit thema dient te worden verstaan. 
Hieronder vermeldt ROC MN hoeveel studenten zijn uitgestroomd in de 3 maanden na de peildatum 1 oktober 2024 onder vermelding van het hoogst behaalde diploma bij ROC MN.

Diploma hoogste niveau 1 okt – 1 nov 1 nov – 1 dec 1 dec – 1 jan Totaal
1 3 4 9 16
2 14 36 36 86
3 19 51 35 105
4 18 41 40 99
Geen 63 110 116 289
Eindtotaal 117 242 236 595

Gecombineerde trajecten educatie met beroepsonderwijs

De gecombineerde trajecten educatie-beroepsopleiding beogen beide trajecten te versterken. ROC MN hanteert een kostprijsmodel waarmee verantwoord kan worden waar de extra gelden aan worden besteed, terwijl de beroepsopleiding daarnaast aan alle daartoe gestelde vereisten blijft voldoen.

Gecombineerde trajecten  
Gestart in november 2023 0
Gestart in januari 2024 45
Gestart in april 2024 0
Gestart in september 2024 130
Totaal 175

Thema 6: De deelnemer volgt een andere opleiding dan waarvoor hij werd ingeschreven (Omzwaaiers)

Omzwaaien is volgens de definitie van Helderheid: “Het veranderen van opleiding/leerweg tijdens het schooljaar”.

Verantwoording

Omzwaai beroepsopleidingen 1 juni 2024 versus 1 oktober 2023.

Naar een andere Crebo  
Gelijk kwalificatieniveau 285
Hoger kwalificatieniveau 22
Lager kwalificatieniveau 65
Onbekend 3
Eindtotaal 375
Naar een andere leerweg  
Van bbl naar bol-vt en odt 15
Van bol-vt naar bbl-exn en odt 42
Eindtotaal 57

Thema 7: Bekostiging van maatwerktrajecten ten behoeve van bedrijven

In Helderheid wordt maatwerk als volgt omschreven: “Instellingen ontwikkelen maatwerktrajecten waarbij een derde – een bedrijf of een andere organisatie – een bijdrage betaalt voor het op maat snijden van trajecten voor eigen personeel”. 

Verantwoording

ROC MN heeft in 2024 geen maatwerk i.h.k.v. bekostigd onderwijs verzorgd.

Thema 8: Buitenlandse deelnemers en onderwijs in het buitenland

Helderheid geeft aan dat alleen onderwijs dat daadwerkelijk in Nederland wordt verzorgd voor bekostiging in aanmerking komt.

Verantwoording

Het onderwijs en de examinering dat door ROC MN wordt verzorgd, vindt volledig plaats in Nederland. Jaarlijks volgt een aantal studenten de beroepspraktijkvorming (stage) in het buitenland onder voorwaarde dat de stageplek is geaccrediteerd voor de betreffende bekostigde opleiding.

Studenten met een andere dan de Nederlandse nationaliteit, mogen worden ingeschreven als zij rechtmatig in Nederland verblijven. ROC MN stelt bij de inschrijving vast dat deze studenten rechtmatig in Nederland verblijven, bijvoorbeeld door middel van een verblijfsvergunning. Dit wordt door de externe accountant getoetst in de bekostigingscontrole 2024.

Ratio's

Met ingang van 2016 hanteert de Inspectie van het Onderwijs nieuwe risico-indicatoren (ratio’s) voor het tijdig kunnen detecteren van financiële risico’s bij onderwijsinstellingen.

Het Ministerie van OCW heeft voor een aantal kengetallen 'signaleringsgrenzen' bepaald: een onder- en een bovengrens met daartussen een bandbreedte waarbinnen een bestuur zich het beste kan bevinden voor een gezonde financiële positie.

Deze signaleringswaarden vormen indicaties van mogelijk verzwakte financiële posities. In het kader van het financieel sturingskader van de EUR worden deze kengetallen periodiek gemonitord.

Voor de beoordeling van de jaarrekeningen over 2024 zijn door de Onderwijsinspectie nieuwe kengetallen en signaleringswaarden gedefinieerd.

In de onderstaande tabel zijn deze ratio’s opgenomen, inclusief de realisatie van ROC Midden Nederland op basis van de cijfers over 2024 en 2023.

Ratio's

    Signaleringswaarde  
  31-12-2024 ondergrens bovengrens 31-12-2023
         
OCW kengetallen bij het financiële toezicht op onderwijsinstellingen
Solvabiliteit 2 74% 30% <60% 71%
Liquiditeit 3,5 0,5 1,5 3,1
Absolute omvang liquide middelen € 93,8  € 2,0 miljoen   € 100,5 
         
Kengetallen Signaleringsgrenzen binnen ROC MN
Solvabiliteit 1 69%     65%
Weerstandsvermogen 67%     63%
Rentabiliteit 3,3% 3 jaar < 0% of
2 jaar < -5 % of
1 jaar < -10%
  8,5%
Huisvestingsratio 10%   15% 10%
Personele lasten tov totale lasten 77% 70%   76%

Solvabiliteit

Na verrekening van het resultaat bedraagt het eigen vermogen aan het einde van het verslagjaar € 136,4 miljoen. De solvabiliteit 2 (inclusief voorzieningen) is in 2024 gestegen naar een niveau van 74%. De solvabiliteit 2 ligt ruim boven de door de Inspectie van het Onderwijs gehanteerde ondergrens van 30%. Hiermee heeft ROC Midden Nederland een gezonde solvabiliteit.

Liquiditeit

De liquiditeit ratio is hoger dan in 2023 en bedraagt aan het eind van 2024 3,5. Op grond van de meerjarenbegroting 2025-2029 is de verwachting dat de liquiditeit de komende jaren boven de normen van de Inspectie van het Onderwijs zal blijven (2025:2,6 en 2029:2,7). Hiermee is ROC Midden Nederland financieel gezond. 

Daarnaast is er nog sprake van een beschikbare kredietfaciliteit van € 11 miljoen inzake schatkistbankieren die aan het einde van 2024 volledig onbenut is. ROC Midden Nederland heeft een ruim toereikende liquiditeitspositie.

Absolute omvang liquide middelen

ROC Midden Nederland beschikt over een gecommitteerde rekening courant faciliteit en afdoende externe financiering waardoor er de komende jaren ruim voldoende liquiditeitsruimte is. ROC Midden Nederland voldoet ruimschoots aan de criteria, met een positie aan liquide middelen van € 93,8 miljoen ultimo 2024 aan de absolute liquiditeit eis van de onderwijsinspectie van minimaal € 2,0 miljoen.

Signaleringswaarden voor mogelijk bovenmatig PEV

Voor onderwijsinstellingen bestaat de rekenmethode uit drie onderdelen: gebouwen + overige materiële vaste activa + risicobuffer. De signaleringswaarde bovenmatig publiek eigen vermogen is dan (0,5 * aanschafwaarde gebouwen * 1,272) + (boekwaarde resterende materiële vaste activa) + (omvangafhankelijke rekenfactor * totale baten).

De signaleringswaarde gaat over het publieke deel van het eigen vermogen, dus exclusief privaat vermogen. Het publiek eigen vermogen komt boven de signaleringswaarde uit als het feitelijk eigen vermogen (wat is af te lezen van de balans) hoger is dan het normatief eigen vermogen (vermogen dat een onderwijsinstelling redelijkerwijs nodig heeft om bezittingen te financieren en risico’s op te vangen).

Op basis van de gegevens in de jaarrekening 2024 bedraagt de signaleringswaarde (het normatieve eigen vermogen) € 140,9 miljoen. Het eigen vermogen is € 136,4 miljoen waardoor de signaleringswaarde niet wordt overschreden.

Signaleringswaarden voor mogelijk bovenmatig PEV

x 1.000 2024
Totaal Baten 206.126
Aanschafwaarde Gebouwen 173.325
Boekwaarde Overige MVA 20.469
Publiek EV 136.424
Privaat EV 0
Totaal EV 136.424
   
(0,5 × (aanschafwaarde gebouwen × 1,272)) 110.235
+ boekwaarde resterende materiële vaste activa 20.469
+ (0,05 * totale baten) 10.306
=normatief publiek Eigen Vermogen 141.010
werkelijk publiek Eigen Vermogen 136.424
Onder (min) /boven (plus)-matige reserve -4.586
of % -3,3%

Signaleringsgrenzen binnen ROC Midden Nederland

De overige signaleringsgrenzen (weerstandsvermogen, rentabiliteit en huisvestingsratio) blijven onderdeel uitmaken van de analyses die de inspectie uitvoert. Daarbij geeft de onderwijsinspectie aan dat deze waarden een minder voorspellende waarde hebben en het de sector om die reden vrij staat om over deze waarden te rapporteren in het bestuursverslag. ROC Midden Nederland heeft er vooralsnog voor gekozen deze signaleringswaarden mee te nemen in haar jaarverslag.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van het risicomanagement voor de stichting. Het weerstandsvermogen bestaat uit benodigde weerstandscapaciteit als gevolg van het risicoprofiel, afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit, hetgeen daadwerkelijk aanwezig is om de risico’s financieel op te vangen. Aan het einde van het verslagjaar bedraagt het weerstandsvermogen 63%. Het weerstandsvermogen bevindt zich ruim boven de gestelde interne norm. De komende jaren neemt het weerstandsvermogen toe en zal het boven de norm blijven. Op basis van de meerjarenbegroting 2025-2029 is de verwachting dat het weerstandsvermogen licht zal stijgen, 66% aan het einde van 2029.

Rentabiliteit

In 2024 is de rentabiliteit met 3,3% positief. Op basis van de meerjarenbegroting blijft de rentabiliteit binnen de interne norm. Er wordt echter verwacht dat de rentabiliteit negatief zal zijn in de jaren 2025-2026, maar dit blijft binnen de signaleringswaarden. Er zullen extra uitgaven worden gedaan om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Daarnaast zullen er extra uitgaven worden gedaan op het gebied van vastgoed en duurzaamheid.

Huisvestingsratio

De huisvestingsratio die ROC Midden Nederland het afgelopen jaar heeft gerealiseerd, blijft ruim onder de signaleringswaarde van 15% van de totale lasten. Met een schommeling tussen de 10% (2024) en 11% (2027-2029) blijft deze onder de signaleringsgrens waarmee we als stichting meerjarig hieraan voldoen. Dit wordt veroorzaakt door inkrimping van de beschikbare capaciteit in de afgelopen jaren en het gebruikmaken van een flexibele schil in de huisvestingsportefeuille. Op basis van de meerjarenbegroting 2025-2029 is de verwachting dat deze ratio zal groeien naar 11% aan het einde van 2029. 

Gang van zaken gedurende het verslagjaar

Het resultaat van ROC Midden Nederland over verslagjaar 2024 bedraagt € 6,7 miljoen. Dit ten opzichte van een begroot resultaat nihil. Hiermee is het resultaat € 6,7 miljoen hoger dan geraamd.

Het werkelijke (genormaliseerde) resultaat is nagenoeg gelijk aan het begrote resultaat. De € 6,7 miljoen werd gerealiseerd door vooral tijdelijke oorzaken. Dit heeft grotendeels te maken met incidentele posten, anders dan de reguliere bedrijfsvoering.

Een deel van het resultaat, namelijk € 1,7 miljoen, is toe te schrijven aan de baten uit de incidentele OCW-budgetbijstellingen van 2024, specifiek gericht op prijscompensatie van materiële lasten. Daarnaast hebben we een lagere huisvestings- en overige lasten van € 2,0 miljoen. Bovendien hebben we rentebaten van € 3,8 miljoen ontvangen en extra € 0,8 miljoen voorziening geboekt. 

Het positieve effect bij het VAVO Lyceum van € 1,0 miljoen is voornamelijk te wijten aan de afrekening over 2023/2024 en het nieuwe tarief voor VO-studenten, evenals het OV-reisproduct voor het schooljaar 2023/2024.

Aangezien in 2024 een deel van de werkagenda niet kon worden ingezet, ontstond er in 2024 een positief resultaat dat is toegevoegd aan het eigen vermogen. Deze middelen gaan we alsnog inzetten. Gelet op het feit dat in het schooljaar 2024-2025 nog diverse activiteiten gestart moeten worden t.b.v. de strategie executie, is ervoor gekozen om de extra inzet een jaar door te schuiven en hier extra ruimte voor vrij te maken in de jaren 2025 en 2026.

ROC Midden Nederland heeft gezonde financiële ratio’s. De geplande investeringsbewegingen resulteren in afnemende ratio’s welke nog steeds zeer robuust zijn en geven uiting aan het investerings- en innovatievermogen dat ROC Midden Nederland van plan is in te zetten.

De bovenmatige eigen vermogensratio bedraagt in 2024 ongeveer -3%, waarmee deze onder de normatieve waarde ligt. Vanaf 2025 zal de ratio verder opbouwen, van -13% naar -20% in 2029 (zie paragraaf Ratio's).

Genormaliseerd resultaat 2024

Het genormaliseerde operationeel jaarresultaat over 2024, dus exclusief incidentele posten, bedraagt nihil en laat zich als volgt toelichten:

Genormaliseerd resultaat 2024  
Exploitatieresultaat 2024 volgens staat van baten en lasten in de jaarrekening 6.721
Incidenteel  
Meevallers/Tegenvallers  
Effect aanvullende OCW bekostiging (o.a. N2) -1.681
Positief saldo lasten/baten exploitatie -2.384
Effect lagere huisvesting en overige lasten -2.060
Effect niet gereal. kosten o.a. reisproduct VAVO -1.000
Hogere rente op banktegoeden -800
Effect afschrijvingskosten -521
Effect voorzieningen (wachtgeldverplichting en duurzame inzetbaarheid) 1.800
   
Genormaliseerd resultaat excl. incidentele posten 75
   
Begroting 2024 0
   
Verklaring Surplus in € 1.000  
   
Overige 75
   
Surplus 2024 0

Het mbo (incl. diensten) laat een resultaat zien van € 5,7 miljoen positief. Het onderdeel Vavo realiseert een positief resultaat van € 1,0 miljoen. In navolgend overzicht wordt gespecificeerd welke middelen worden aangewend per activiteit (mbo en Vavo).

Bedragen x € 1.000 Totaal ROC MN realisatie 2023 Totaal ROC MN begroting 2024 (RvT) Totaal ROC MN realisatie 2024 Mbo incl. diensten Vavo Lyceum  
             
BATEN            
Rijksbijdragen OCW 192.424 179.357 187.070 180.569 6.501  
Overige overheidsbijdragen en - subsidies 2.839 3.066 3.767 519 3.248  
Cursus- en examengelden 3.405 3.966 3.438 3.438 0  
Werk in opdracht van derden 2.396 3.390 2.687 2.687 0  
Overige baten 5.249 2.216 5.405 5.166 239  
Totaal baten 206.313 191.995 202.367 192.379 9.988  
             
LASTEN            
Personele lasten 145.967 147.499 152.917 147.064 5.853  
Afschrijvingen 9.345 10.719 10.198 9.879 319  
Huisvestingslasten 13.497 13.386 12.903 12.437 466  
Overige instellingslasten 22.623 23.035 23.054 22.260 794  
Corporate kosten 0 0 0 -1.513 1.513  
Totaal lasten 191.432 194.639 199.072 190.127 8.945  
             
Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering 14.881 -2.644 3.295 2.252 1.043  
Saldo financiële bedrijfsvoering 2.701 2.644 3.426 3.426 0  
Saldo buitengewone baten en lasten 0 0 0 0 0  
             
Exploitatieresultaat 17.582 0 6.721 5.678 1.043  

Het verschil in Begroting RvT 2024 is te verklaren door de wijze waarop de detachering van personeel is geboekt. In begroting RvT 2024 is deze post opgenomen als tegenboeking bij de personeelslasten. Echter, in jaarrekening 2024 is deze post verantwoord onder overige baten, wat de discrepantie tussen de cijfers verklaart.

Het resultaat over het boekjaar bedraagt € 6,7 miljoen tegenover een nihil resultaat. Hierna worden de belangrijkste verschillen per post toegelicht:

Baten

De baten zijn circa € 10,3 miljoen euro hoger dan begroot.

(Bedrag x € mln) Realisatie Begroot Afwijking
Rijksbijdragen OCW 187,1 179,4 7,7
Overige overheidsbijdragen en - subsidies 3,8 3,1 0,7
College-, cursus-, les- en examengelden 3,4 4,0 -0,6
Baten werk in opdracht van derden 2,7 3,4 -0,7
Overige baten 5,4 2,2 3,2
Totaal 202,4 192,1 10,3

Baten:

  • De oorzaak van de positieve afwijking is vooral toe te schrijven aan aanvullende OCW- bekostiging (o.a. N2) en de ontvangen extra middelen voor loon- en prijsbijstelling (OCW), waarbij een deel niet gealloceerd is aan de organieke eenheden.
  • De overige baten zijn € 3,2 miljoen hoger dan begroot door hogere projectenopbrengsten. In de loop van het jaar worden de middelen deels ingezet en geboekt tegen personeelslasten (incl. inhuur derden) en overige lasten.

Lasten

(Bedrag x € mln) Realisatie Begroot Afwijking
Personele lasten 152,9 147,5 5,4
Afschrijvingen 10,2 10,7 -0,5
Huisvestingslasten 12,9 13,4 -0,5
Overige instellingslasten 23,1 23,0 0,1
Totaal 199,1 194,6 4,5

Lasten:

  • Een negatieve effect op de personele lasten van € 5,4 mln. wordt veroorzaakt door de lagere inzet personeel en meerkosten voor inhuur derden van € 4,0 mln. Daarnaast door de verhoging van de dotatie voor de voorziening, voor de wachtgeld en duurzame inzetbaarheid.
  • Lagere afschrijvingskosten (€ 0,5 miljoen) worden vooral veroorzaakt doordat een deel van de strategische huisvestingsinvesteringen later starten dan de oorspronkelijke globale inschatting.
  • In de begroting voor 2024 zijn extra huisvestingskosten opgenomen als gevolg van de stijgende energieprijzen. Doordat de definitieve energieprijzen voor 2024 lager liggen dan de prijzen waarmee voor de begroting is gerekend, vallen de energielasten naar verwachting ongeveer € 0,5 miljoen lager uit dan begroot. Deze kosten zijn ruim begroot bij ROC breed. 
  • Hogere financiële baten ten bedrage van € 3,3 miljoen (€ 2,5 miljoen t.o.v. begroting) als gevolg van de renteopbrengsten op het banksaldo van het Ministerie van Financiën.

Personele lasten

In totaal zijn de personele lasten, zoals verantwoord in de exploitatie, € 4,5 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door de volgende factoren:

(Bedrag x € mln) Realisatie Begroot Afwijking
Salariskosten incl. werkgeverslasten 135,2 133,4 1,8
Inhuur derden 13,1 9,1 4,0
Overige personele lasten 4,3 3,4 0,9
Uitkeringen -1,8 0,0 -1,8
Totaal regulier 150,8 145,9 4,9
Dotatie/vrijval voorziening 2,1 1,6 0,5
Totaal personele lasten 152,9 147,5 5,4

Treasurybeleid

Stichting ROC Midden Nederland onderkent het belang van een verantwoord en adequaat beheer van haar financiële middelen. Treasury richt zich op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's. Het kader, de doelstellingen, de administratieve organisatie en de interne controle rondom het Treasurybeleid zijn vastgelegd in het 'Treasury statuut Stichting ROC Midden Nederland’.
Het Treasurybeleid van ROC Midden Nederland past binnen de kaders van de regeling van de minister van OCW van 6 juni 2016, nr. WJZ/800938 (6670), houdende regels voor onderwijsinstellingen omtrent het uitzetten van gelden, het aangaan van leningen en het aangaan van verbintenissen voor financiële derivaten. Ten aanzien van het beleggen van de financiële middelen wordt een terughoudend beleid gevoerd. Verder zijn de volgende belangrijke bepalingen van toepassing:

  • Het is niet toegestaan om gelden te lenen met het doel hiermee externe uitzettingen te verrichten;
  • De wijzen van beleggen en belenen dienen risicomijdend te zijn, wat inhoudt dat de hoofdsom gegarandeerd dient te zijn. Belangrijke factoren daarbij zijn gegoedheid van de tegenpartij, tijdshorizon, producteigenschappen en oorsprong c.q. bestedingsdoel van de te beheren financiële middelen;
  • Het aangaan van nieuwe financiële derivaten is toegestaan, mits ze voldoen aan artikel 8 van de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016. ROC Midden Nederland maakt geen gebruik van beleggingen;
  • Per 1 januari 2024 maakt ROC Midden Nederland geen gebruik meer van een derivaat (renteswap). Voor meer details en aanvullende informatie wordt verwezen naar paragraaf 1.7 van de jaarrekening.
  • Ter bewaking van de ontwikkeling van de financiële en de liquiditeitspositie worden ratio’s gebruikt conform het financieel toetsingskader van OCW en een aantal bancaire ratio’s die voor een eventuele financiering van belang (kunnen) zijn. De ratio’s worden indien noodzakelijk geactualiseerd.

Binnen Treasury worden de volgende activiteiten ingericht: de uitvoering van het beleid in de praktijk, het beheren van de uitstaande beleggingen en leningen, de aangetrokken leningen en de afgesloten derivatenovereenkomsten. In de periodieke treasuryrapportage (per kwartaal) wordt verantwoording afgelegd over de uitvoering van het treasurybeleid en treasurytransacties, zoals opgenomen in het treasurystatuut.  

Onder meer op basis van de voorstellen voor de wijzigingen in de portefeuille van beleggingen, verstrekte en ontvangen leningen en analyses van financiële risico’s, adviseert de Treasury commissie het College van Bestuur over de te treffen maatregelen voor financieren, beleggen en belenen en het verloop/beheersen van de financiële risico’s. Er wordt een verslag opgesteld over de gegevens van het voorgaande jaar en er wordt een vergelijking en een aantal ratio's gemaakt die voor een eventuele financiering van belang zijn.

De Treasury commissie heeft het College van Bestuur ondersteund bij het aangaan en beheren van het innen van de nieuwe lening die voldoet aan de vereisten van de meest recente versie van de 'regeling Beleggen, lenen en derivaten OCW'.  

Bij het inrichten en benutten van de financieringsarrangementen wordt gestreefd naar:

  • Spreiding over minimaal twee financiële instellingen, waaronder het Ministerie van Financiën;
  • Pricing op basis van objectieve parameters zoals IRS en Euribor;
  • Flexibiliteit in looptijd, rentefixatie-termijnen en de mogelijkheid tot boetevrije aflossing;
  • Minimale inzet van haar actief als onderliggende waarde en/of onderpand.

Het Treasury statuut, dat in 2023 geëvalueerd is, zal in 2027 opnieuw geëvalueerd worden.

Voor de opbouw van de faciliteiten, tijd en rente zie paragraaf 10 Langlopende schulden van de Jaarrekening.

Cybersecurity

Om weerstand te bieden aan het toenemende aantal cyberdreigingen blijft ROC Midden Nederland de beveiliging van zijn IT-infrastructuur continu verbeteren. Tegelijkertijd streven we er als onderwijsinstelling naar om ons open en laagdrempelige karakter voor studenten en (gast)docenten te behouden, aangezien dit essentieel is voor het realiseren van onze strategische doelstellingen. We zijn ons er echter van bewust dat deze open houding ook door kwaadwillende misbruikt kan worden. Daarom accepteren we dat extra inspanningen nodig zijn om misbruik te detecteren en hier adequaat op te reageren.

ROC Midden Nederland hanteert een risico gebaseerde aanpak volgens het Three Lines Model bij de beveiliging van de IT-infrastructuur. Over de risico’s en de genomen maatregelen wordt rechtstreeks gerapporteerd aan het College van Bestuur. Daarnaast nemen we actief deel aan sector brede initiatieven op het gebied van cybersecurity en kennisuitwisseling. In dit kader heeft ROC Midden Nederland onder andere deelgenomen aan het traject Van Check tot Hack van het Programma Cyberveiligheid mbo.

In het afgelopen jaar hebben we een toename geconstateerd van phishing aanvallen die specifiek gericht zijn op individuele medewerkers (spearphishing). Tot op heden zijn deze aanvallen niet succesvol geweest. Bewustwording bij medewerkers en studenten blijft echter een belangrijk aandachtspunt. Op basis van de security-roadmap zijn in 2024 verdere procesmatige en technologische maatregelen getroffen om de cyberweerbaarheid te verbeteren. De formatie op het gebied van cybersecurity is uitgebreid en de doorontwikkeling van de controle binnen het SURF audit-toetsingskader heeft opnieuw geleid tot een hogere positie in de benchmark. Daarnaast is de beveiliging van de IT-infrastructuur getoetst door middel van pentesten. We voeren bedrijfsbrede risicoanalyses uit op IT-processen en besteden structureel aandacht aan informatiebeveiliging bij onze partners.

Onzekerheden en risico’s

We onderscheiden onzekerheden en mogelijke risico’s, gerelateerd aan de strategische pijlers. Deze onzekerheden en kansen kunnen effect hebben op onderwijskundige aspecten, kwaliteitsaspecten, bedrijfsvoering (personeel/organisatie en financieel), compliance risico’s en reputatie.

Externe onzekerheden

Student Centraal

De externe onzekerheden die we onderkennen, zijn onder andere:

  • Welzijn van onze studenten
    We merken nog steeds de effecten van de coronapandemie, maar ook andere ontwikkelingen zoals prestatiedruk en de invloed van social media hebben invloed op het welzijn van onze studenten. Studentcoaches en de supportteams onderkennen dit en nemen acties waar mogelijk en passend bij de functie van onze school;
  • Groenpluk
    Organisaties die studenten verleiden te gaan werken (Vervoer, Techniek, Horeca) nog voordat ze hun opleiding hebben afgerond. Dit heeft gevolgen voor studentsucces;
  • Toegenomen multi-problematieken bij studenten
    Binnen de colleges wordt daar met de inzet van 'Passend Onderwijzen en Passend Ondersteunen' invulling aan gegeven. Aandacht voor passend onderwijs en studenten met een zorgindicatie stellen andere eisen aan docenten. Dit levert een hoger ervaren werkdruk op;
  • Toename anderstaligen/vluchtelingen in het onderwijs
    De uitdaging hier is om passende ondersteuning aan te bieden. Zo is er meer uitval als gevolg van het niet behalen van het gewenste reken- en taalniveau;
  • Krimp totale potentiële populatie 
    De afgelopen jaren is er een dalende trend t.a.v. studentpopulatie. Om toekomstrobuust te zijn, dienen we hierop te anticiperen over verschillende lijnen.

Midden in de samenleving

De externe onzekerheden die we onderkennen, zijn onder andere:

  • Ontwikkelingen (o.a. technologische) op de arbeidsmarkt
    Die ontwikkelingen gaan zo snel dat het in sommige branches lastig is om bij te houden. Dit vraagt om nauwe samenwerking met het bedrijfsleven, hybride docentschap en flexibel omgaan met de kwalificatiestructuur;
  • Snel oplopende tekorten
    Door arbeidsmarkttekorten op bepaalde terreinen (techniek, ICT, gezondheidszorg) wordt er van het onderwijs gevraagd om hier sneller en flexibeler op in te spelen. Dit terwijl wij ook de zorgvuldigheid en kwaliteit van het systeem moeten borgen (kwalificatiedossiers en examinering als voorbeeld).

Wendbare organisatie

De externe onzekerheden die we onderkennen, zijn onder andere:

  • Balans onderwijs en ondersteuning
    De bedrijfsvoering wordt steeds professioneler en er verschijnen nieuwe vraagstukken. Dit zijn randvoorwaardelijke zaken. De focus ligt echter in het onderwijsteam. Het is continue balanceren om hierin evenwicht te bewaren. We willen de middelen immers maximaal besteden aan het onderwijsgevende personeel. Aan daar waar het gebeurt: de klas;
  • Beschikbaarheid en duurzame inzetbaarheid medewerkers
    We richten ons op Passend Onderwijzen en Passend Ondersteunen, flexibel onderwijs en het proces van een leven lang ontwikkelen (LLO). Duurzame inzetbaarheid van medewerkers en beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerde medewerkers vormen hierin een risico. Het gaat bijvoorbeeld om coachende vaardigheden en competenties op het gebied van hybride onderwijs. Maar ook om het kunnen voorzien in docenten van schaarstevakken. We bieden oplossingen door ruime faciliteiten voor professionalisering en loopbaanontwikkeling. Maar ook door te sturen op verjonging en door het binnenhalen van zij-instromers en hybride docenten met actuele praktijkervaring. Er zijn bijvoorbeeld leertrajecten gestart die gericht zijn op passend onderwijzen en begeleiden. Het afgelopen jaar hebben 26 zij-instromers hun pedagogisch-didactische getuigschrift behaald. Het aantal medewerkers jonger dan 35 jaar met een dienstverband korter dan vijf jaar, is het afgelopen jaar ook toegenomen;
  • Aandachtspunten medewerkerstevredenheid
    We zijn op veel thema's hoger gaan scoren in ons medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO), maar 'het maken van afspraken' en 'het aanspreken daarop' blijken belangrijke aandachtspunten te zijn. Het geven van feedback en resultaatgericht werken moeten een vanzelfsprekend onderdeel van onze werkcultuur worden. We hebben al ingezet op trainingen voor managers;
  • Vervangingsvraagstuk
    Door de huidige leeftijdsopbouw van docenten verwachten we de komende drie jaar een groot vervangingsvraagstuk. Daarnaast speelt voor specifieke sectoren, zoals techniek en gezondheidszorg, een schaarstevraagstuk. We zullen ons hier nog meer op gaan richten in onze wervingscampagnes, onder meer door meer zij-instromers en hybride docenten aan te trekken.
    De krapte op de arbeidsmarkt en het vinden van docenten Nederlands blijft een risico. We hebben sinds twee jaar een centrale werving op Nederlands en andere specifieke vakken. In 2021 gingen we over naar een centrale werving en selectie voor alle docenten, juist om de verbrokkeling tegen te gaan. Verder nemen we deel aan het samenwerkingsverband 'Utrecht Leert' om schaarste van docenten tegen te gaan;
  • Informatiebeveiliging
    Goede informatiebeveiliging berust op drie pijlers: Mens, Techniek en Organisatie. Deze krijgen bij ons continu aandacht. Dit gebeurt met het verhogen van de bewustwording en het nemen van technische en organisatorische maatregelen.

Speerpunten 2024 en 2025

We weten dat er de komende jaren veel op ons afkomt. Grote uitdagingen en complexe vraagstukken op verschillende niveaus: onze wijken, de regio, het land en de wereld. We voelen de noodzaak om onze organisatie wendbaar te maken en zo in te richten dat wij dé school kunnen zijn en blijven waar de makers van de samenleving worden opgeleid. Onze studenten worden vandaag klaargestoomd voor de uitdagingen van morgen. Blik vooruit, handen uit de mouwen, levensecht aan de slag en midden in de samenleving. 

Aangezien we niet alles tegelijk kunnen en wel direct willen starten, is het belangrijk om focus aan te brengen. Er zijn drie thema’s waarvan het CvB en het directieteam gezamenlijk hebben bepaald dat ze prioriteit hebben voor alle teams (colleges en diensten) in schooljaar 2024-2025. Met de drie focusthema’s bouwen we bewust voort op de koers die we met elkaar hebben ingezet. Elk thema wordt vormgegeven in een centraal programma met een ROC MN brede aanpak, met meerdere deelprojecten en een directeur als portefeuillehouder. 

Dat zijn de volgende thema’s:

1. Passende Onderwijsarrangementen, iedere student op de juiste plek
Met passende onderwijsarrangementen bieden we onderwijs voor al onze doelgroepen en sluiten we aan bij de verschillende onderwijsbehoeftes van studenten en het werkveld. Dit doen we met ons handelen in de klas en de ondersteuning vanuit supportteams. Daarnaast werken we aan een flexibel curriculum voor onze reguliere studenten en werkenden. We blijven dus investeren op Passend Onderwijzen en Passend Ondersteunen en Flexibel Onderwijs. We zijn er gezamenlijk verantwoordelijk voor dat iedere student bij ons op de juiste plek terecht komt. Hiervoor is het nodig dat studenten en werkenden op verschillende momenten kunnen instromen en soepel kunnen doorstromen en switchen. 

2. Leven Lang Ontwikkelen
Als gevolg van demografische ontwikkelingen en structurele arbeidsmarkttekorten verandert de vraag naar opleidingen. Naast diplomatrajecten zien we een toenemende behoefte aan verkorte opleidingen. We zien dat regulier onderwijs en mbo voor professionals meer naar elkaar toe bewegen. Leren en ontwikkelen wordt steeds meer een continu, (kort)cyclisch proces in plaats van een lineaire volgordelijkheid. 
Met passende onderwijsarrangementen bieden we onderwijs voor al onze doelgroepen en sluiten we aan bij de verschillende onderwijsbehoeftes van studenten en het werkveld. Ook vanuit het oogpunt van de werkgever is dit noodzakelijk. Immers de ontwikkelvraagstukken gelden niet alleen de toekomstige, maar ook de huidige medewerkers. We continueren de inspanningen op leven lang ontwikkelen. We vragen de onderwijsteams focus te houden op productontwikkeling, professionalisering en omzetgroei. Tegelijkertijd pakken we ROC MN-breed een aantal projecten op zoals positionering & zichtbaarheid, systemen en processen, strategisch ontwikkelpartner, roc-brede marktstrategie en strategische relaties.

3. Basisvaardigheden: Nederlands, rekenen en wereldburgerschap

De basisvaardigheden Nederlands, rekenen en wereldburgerschap vormen een belangrijk onderdeel van elke mbo-opleiding. De basisvaardigheden staan volop in de belangstelling en de eisen voor basisvaardigheden zijn ook steeds in ontwikkeling. Op basis van onze taalbeleidsvisie zorgen we in alle lessen voor een krachtige taalleeromgeving en een taalbewust curriculum. En met onze rekenkoers zorgen we voor een herkenbare en betekenisvolle rekenomgeving en een rekenbewust passend rekenaanbod in ons curriculum. De kwaliteit van ons reken- en taalonderwijs is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ook de ontwikkeling en uitvoering van onze visie op wereldburgerschap in de colleges vraagt om een gezamenlijke teamaanpak. In het beleid wereldburgerschap zijn hiervoor concrete afspraken geformuleerd.

Verklaringen Omtrent het Gedrag (VOG’s)

Wij hebben onze accountant geen opdracht gegeven om de werkzaamheden met betrekking tot de controle op de aanwezigheid van de VOG in 2024, zoals beschreven in bijlage IV van het Onderwijsaccountantsprotocol 2024, uit te voeren. Hieronder de tabel waarin we de tijdige aanwezigheid van de VOG's weergeven.

Nieuwe VOG’s in 2024 VOG aanwezig op ingangsmoment VOG te laat aanwezig VOG niet aanwezig
Nieuwe medewerkers in loondienst 251 54 <5
Nieuwe personen niet in loondienst met een VOG-verplichting 161 0 16

Duurzaamheid

Duurzaamheidsverantwoording is een belangrijk onderdeel van onze jaarstukken, omdat duurzaamheid een belangrijk onderdeel is van ons onderwijs en onze bedrijfsvoering. De verantwoording kent drie pilaren: Milieu (Environment), Sociaal (Social) en Bestuur (Governance).

Milieu

Voor wat betreft de milieu pijler van duurzaamheid hebben de leden van de MBO Raad een aantal jaren geleden besloten om zich te richten op de uitstoot van het broeikasgas CO2 (koolstofdioxide). Het gezamenlijke doel is om tot 2030 jaarlijks twee procent minder uit te stoten – waarbij 2017 als basisjaar is gekozen. Om de uitstoot te bepalen, is ervoor gekozen om energieverbruik als bron te hanteren. Wij hebben ons uiteraard bij dat doel aangesloten.

Meten, beheren en verlagen van ons energieverbruik en onze CO-uitstoot is onze jaarlijkse opdracht. In 2023 en 2024 hebben we dat een boost gegeven met het project ‘Energie en energielasten’. We hebben het meten en beheren van ons energieverbruik in de organisatie belegd. We meten ons verbruik per locatie dagelijks en weten van elke locatie wat de energiebron is. Zodoende kunnen we de uitstoot nauwkeurig vaststellen. En we boeken resultaten. In 2024 bedroeg onze CO2-uitstoot 1.761.931 kilogram terwijl dat in 2017 nog 2.437.225 kilogram was. Een daling met 675.293 kilogram: 27,5 procent. Op basis van de sectordoelstelling had de besparing in 2024 14 procent moeten zijn. Die doelstelling hebben we op onze locaties dus ruimschoots gehaald. Ook de doelstelling van de MBO Raad voor 2030 is hiermee inmiddels behaald. Dat betekent uiteraard niet dat we stoppen met onze inspanningen. We blijven kiezen voor de duurzame varianten bij verbouwingen en dergelijke.

Daarnaast stimuleren we een duurzamere vorm van dienstreizen. Hiervoor stellen we voor personeel dienstfietsen ter beschikking. En wanneer de dienstreizen over middellange afstand gaan, stellen we elektrische dienstfietsen ter beschikking. Eind 2024 hebben we een veertigtal extra fietsen aangeschaft. Hiervan wordt goed gebruik gemaakt. Daarnaast kunnen personeel en gasten hun elektrische auto opladen op de parkeerplaatsen op onze eigen terreinen. Ze betalen hiervoor de kosten die wij voor onze energietarieven betalen, plus een opslag voor handlingkosten door het bedrijf Blue Current.

Sociaal

Inclusie en Diversiteit
Bij onze onderwijsorganisatie streven we naar een inclusieve en diverse werkomgeving. We bieden trainingen aan voor objectief werven en selecteren om bewustwording van (voor)oordelen te vergroten en gelijke kansen te scheppen. Ons team Recruitment en de ROC Academie nemen deel aan het ambassadeursnetwerk Inclusie en Diversiteit. Daarnaast zorgen we ervoor dat onze wervingsuitingen inclusief zijn, met diverse vacatureteksten en beeldmateriaal.

Medewerkersontwikkeling en -welzijn
We hechten niet alleen veel waarde aan de ontwikkeling en het welzijn van onze studenten, maar ook van onze medewerkers. In 2024 hebben we diverse leergangen en trainingen aangeboden, waaronder een post-HBO gecertificeerd traject voor docenten. Ons actieplan 'Sterk in je Werk' richt zich op vitaliteit, loopbaanontwikkeling, leren en ontwikkelen, en werkorganisatie. De Healthcheck, uitgevoerd door Active Living, heeft medewerkers inzicht gegeven in hun gezondheid en welzijn.

Werkgelegenheid en Arbeidsomstandigheden
Als aantrekkelijke werkgever investeren we in employer branding en recruitmentstrategieën. Onze afdeling Recruitment werkt nauw samen met managers en directeuren om vacatures effectief in te vullen. We bieden een goed carrièreperspectief en ondersteunen nieuwe medewerkers met een introductiedag. Ons verzuimbeleid is gericht op duurzame inzetbaarheid en werkhervatting, met een focus op positieve gezondheid.

Participatie en Betrokkenheid
We betrekken onze medewerkers actief bij de organisatie door middel van medewerkersonderzoeken en participatiebanen. In 2024 werkten 69 kandidaten met een doelgroepregistratie bij ons, wat bijdraagt aan onze inclusieve werkomgeving. We werken samen met andere onderwijsinstellingen en partnerschappen om de kwaliteit van het onderwijs en de begeleiding van docenten te verbeteren.

Bestuur

Zoals ook in het hoofdstuk ‘Meldingen, klachten en vertrouwenszaken’ beschreven, staat bij ons een veilige cultuur voor zowel studenten als medewerkers voorop. Ook hechten wij veel waarde aan integriteit. Gevaarlijke, immorele of illegale praktijken waarbij het maatschappelijk belang in het geding is -en die onder verantwoordelijkheid van ROC Midden Nederland plaatsvinden-, dienen gemeld te worden. Met de regeling ‘Melden van een vermoeden van een Misstand’ borgen we dat medewerkers een vermoeden van een misstand veilig kunnen melden en dat zij tegen benadeling als gevolg van een melding zijn beschermd.

Uiteraard zijn er nog meer voorbeelden van duurzaamheid. Hiervoor verwijzen we naar de rest van het jaarverslag.

Versie: v8.2.38

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report