Besturing en bedrijfsvoering
2024
2024
ROC Midden Nederland (ROC MN) is een stichting met als doel het verzorgen en bevorderen van beroepsonderwijs, educatie en contractactiviteiten. De stichting wordt bestuurd door een College van Bestuur (CvB). De Raad van Toezicht (RvT) houdt het interne toezicht. ROC MN is ingedeeld naar onderwijsonderdelen, te weten Colleges, VAVO Lyceum, en MvP (MBO voor Professionals). Met MvP stelt ROC MN haar kennis en expertise beschikbaar voor de zakelijke en particuliere markt.
De (12) kleinschalige en branchegerichte colleges zijn verdeeld over Utrecht, Nieuwegein en Amersfoort en worden aangestuurd door een collegedirecteur. Daarnaast is er een aantal ondersteunende diensten. Die diensten worden aangestuurd door een dienstdirecteur. De medezeggenschap wordt binnen ROC MN ingevuld door de Ondernemingsraad (OR) en de Centrale Studentenraad (CSR). Onderstaand plaatje geeft de organisatiestructuur op hoofdlijnen weer.

De kernactiviteiten vinden binnen de Stichting ROC Midden Nederland plaats. Daarnaast is er de Stichting Van Beuningenfonds. Het Van Beuningenfonds heeft als doel studenten (in aantoonbaar moeilijke omstandigheden) financieel te ondersteunen, met name daar waar alternatieve vormen van ondersteuning niet mogelijk zijn gebleken. In verband met de landelijke invoering van het mbo-studentenfonds, wordt sinds het schooljaar 2021-2022 tijdelijk geen gebruik gemaakt van het Van Beuningenfonds. Indien de wettelijke regeling met betrekking tot het mbo-studentenfonds op enig moment komt te vervallen of indien er minder middelen beschikbaar zijn vanuit deze regeling, zal uiteraard wel weer gebruik worden gemaakt van het Van Beuningenfonds.
Het College van Bestuur (CvB) werd in 2024 gevormd door:
Zie bijlage ‘Nevenfuncties College van Bestuur’ voor een overzicht van de nevenfuncties van de CvB-leden. In de Jaarrekening verantwoorden wij jaarlijks over de bezoldiging van het CvB. Deze valt binnen de Wet Normering Topinkomens (WNT-norm) en is uiteraard gebaseerd op de evaluatie door de RvT als werkgever.
In het hoofdstuk van de Raad van Toezicht wordt een toelichting gegeven op het functioneren van het CvB. Voor de evaluatiegesprekken is een evaluatiekader opgesteld met ijkpunten. Die zijn niet alleen gebaseerd op de huidige strategische periode en algemene ijkpunten als leiderschap, financiële continuïteit en de maatschappelijke opdracht, maar ook op de waarden uit de 'Code goed bestuur MBO'. Zie alinea van de Werkgeverscommissie in paragraaf van RvT.
Wat betreft de 'Code goed bestuur MBO' vermeldt het CvB dat zij naast de zaken die al gangbaar waren binnen de organisatie (zoals: het meten van de student- en medewerkertevredenheid d.m.v. JOB-monitor en Effectory, het deelnemen aan de Benchmark MBO, het hebben van een gedragscode en het tijdig betrekken van medezeggenschap) extra aandacht heeft gehad voor de volgende zaken:
Voor het CvB staat het voeren van het goede gesprek centraal, zowel met interne als externe belanghebbenden. Naast de formele gesprekken met RvT en medezeggenschapsorganen (Ondernemingsraad en Centrale Studentenraad), voert het CvB het gesprek met collega’s van colleges en diensten. Dit doet het CvB door regelmatig op werkbezoek te gaan. Tijdens deze werkbezoeken ervaren medewerkers niet alleen betrokkenheid van het CvB bij hun werk, maar is er ook ruimte voor een open dialoog en tegenspraak over thema’s die spelen en/of belangrijk zijn.
Eind 2024 is een nieuw initiatief opgezet: 'De Makerstafel'. Hierbij voert het CvB met medewerkers een dialoog over een onderwerp. In 2024 is er één Makerstafel geweest met het thema: ‘Hoe divers en inclusief is ROC MN?’. In een informele en ontspannen setting met circa tien medewerkers heeft het CvB vooral geluisterd naar de ervaringen en inzichten. Begin 2025 volgt de volgende Makerstafel.
Aan het onderwerp Diversiteit & Inclusie is in 2024 ook extra aandacht besteed door het benoemen van twee portefeuillehouders vanuit de directie. Zij zorgen samen met het 'ambassadeursnetwerk Diversiteit & Inclusie' dat belangrijke thema’s als inclusieve taal, objectief aannamebeleid, en schurende gesprekken op de agenda komen.
Naast de gesprekken met medewerkers, vindt er ook afstemming plaats met externen, zoals bedrijven, gemeenten en collega-instellingen. Vaak zijn dit gesprekken over de gezamenlijke publieke taak en veranderingen in de maatschappelijke context .
Binnen mbo-scholen heeft de Raad van Toezicht (RvT) de taak om het intern toezicht uit te oefenen, vooral op het College van Bestuur (CvB). Hiermee wordt bestuur en toezicht gescheiden, en dat is een belangrijk principe van goed bestuur. De RvT heeft verschillende taken, zoals: het benoemen van het CvB, goedkeuren van reglementen en begrotingen, toezien op wettelijke verplichtingen en financiële middelen en maatschappelijk meedenken en adviseren over de toekomst en strategie van de instelling.
Net als het CvB, onderschrijft de RvT de waarden uit de 'Code goed bestuur MBO'. De waarden verantwoordelijkheid, samenwerking, integriteit, openheid en lef zijn de pijlers waarop de RvT samenwerkt. Deze waarden zijn ook leidend in het goede gesprek dat de RvT met elkaar én met het CvB voert en zijn onderdeel van het functioneringskader van het CvB, zoals hierboven beschreven in de paragraaf van het CvB. Zie verder de alinea van de Werkgeverscommissie.
De RvT werd in 2024 gevormd door:
Met deze samenstelling meent de RvT een goede mix te hebben van sekse, leeftijd, werkervaring, maatschappelijke positie, culturele en/of etnische achtergrond. De leden zijn complementair aan elkaar en kunnen zo een goede dialoog voeren, zowel met elkaar als met de leden van het CvB. Vanuit zijn/haar expertise zit elk lid van de raad ook in één van de drie commissie van de raad. Zie bijlage ‘Nevenfuncties Raad van Toezicht’ voor een overzicht van de nevenfuncties van de RvT-leden.
De RvT heeft in 2024 vijf reguliere vergaderingen gehad. Op de reguliere vergaderingen stonden naast de onderwerpen, die voortvloeien uit de statutaire taken of taken zoals bepaald in het bestuursreglement (zoals jaarverslag, jaarrekening, begroting en kwartaalrapportages), ook de volgende inhoudelijke onderwerpen op de agenda:
De RvT heeft drie commissies: een Werkgeverscommissie, een Financiële Commissie en een Commissie Onderwijs & Kwaliteit (O&K). De RvT bestaat uit deze subcommissies om intensiever naar inhoudelijke thema’s en aspecten te kijken, de vergaderingen van de RvT voor te bereiden en het overleg met de CvB-portefeuillehouders en de organisatie intensiever te kunnen voeren. De commissies adviseren de gehele RvT. Besluiten kunnen alleen in de vergadering van de RvT genomen worden. Bij de vergaderingen van de RvT en de commissies zijn naast de betreffende leden vanuit de raad, de leden van het CvB, de bestuurssecretaris en eventueel andere medewerkers van ROC MN aanwezig. Periodiek sluit een vertegenwoordiging van de accountant aan.
De Commissie Financiën is in 2024 vijf keer bijeengekomen. Doel van deze Commissie is de RvT te ondersteunen en te adviseren op het terrein van zijn toezicht op de Financiën & Vastgoed. Op de agenda stonden in 2024 de agendapunten:
Voor alle voorgelegde concept-besluiten is een positief advies afgegeven aan de voltallige RvT. Die laatste heeft deze goedgekeurd of vastgesteld.
De Financiële Commissie heeft, namens de voltallige RvT, aan de hand van de geagendeerde stukken (zie bovenstaand) toegezien op de doelmatige en rechtmatige besteding van de middelen, zoals opgenomen in het Onderzoekskader 2021 voor toezicht op middelbaar beroepsonderwijs (van de Inspectie van het Onderwijs). De RvT oordeelde o.b.v. de stukken en de jaarcontrole van de accountant dat de (financiële) middelen rechtmatig verworven zijn en doelmatig en rechtmatig zijn besteed/aangewend t.b.v. het verzorgen van het onderwijs en realiseren van de strategische doelen.
De Commissie O&K is in 2024 drie keer bijeengekomen. Doel van deze Commissie is de RvT te ondersteunen bij zijn werkzaamheden op het gebied van toezicht op en als klankbord voor het CvB en de organisatie omtrent de kwaliteit, de ontwikkeling en de uitvoering van het te verlenen onderwijs. Op de agenda stonden in 2024 de thema’s:
De Werkgeverscommissie heeft als doel de RvT te ondersteunen bij zijn werkzaamheden inzake de aanstelling, beoordeling, beloning en ontwikkeling van het bestuur (en de bestuursleden) en als klankbord voor het CvB . In 2024 heeft de commissie twee werkgeversgesprekken met de leden van het CvB gevoerd. Tijdens deze gesprekken stond -naast het persoonlijk functioneren van de individuele CvB-leden, de samenwerking, de bijdrage aan de financiële continuïteit van de organisatie, compliance van wet- en regelgeving en het positieve oordeel van de onderwijsinspectie- ook een aantal KPI’s op de agenda die passen bij de huidige strategie. Deze KPI’s gingen o.a. over instroom, uitval, welkom-beleid, MvP-omzet, diversiteit en projecten met maatschappelijke waarde. De RvT beoordeelde het CvB, net als voorgaande jaren, positief op al deze criteria.
De RvT hecht er zeer aan niet alleen in ‘de boardroom’ en ‘vanaf papier’ zijn toezicht- en adviesrollen in te vullen, maar ook met werkbezoeken. In 2024 is de RvT drie keer op werkbezoek geweest: een werkbezoek aan de Tech Campus Nieuwegein (inclusief een gesprek over innovatie en maatschappelijke opdracht), een werkbezoek aan het VAVO Lyceum Utrecht (inclusief toelichting van de dienst FP&C) en een werkbezoek aan de Diensten O&I en ICT/IM. Tijdens deze bezoeken gaat de RvT in gesprek met de managers, docenten en studenten. Het CvB is niet aanwezig bij deze bezoeken vanuit de waarden lef, openheid, transparantie en vertrouwen.
Naast het doen van werkbezoeken, heeft de RvT ook een aantal keer per jaar overleg met de Ondernemingsraad (OR) en Centrale Studentenraad (CSR). In 2024 stonden de volgende actuele thema’s op de agenda: ontwikkeling studentaantallen, de ontwikkeling van de functie van docent, onderwijskwaliteit, diversiteit, AI, arbeidsmarktschaarste en veiligheid in de klas/school. De RvT sluit ook één keer per jaar aan bij het ‘Artikel 24-overleg' dat het CvB in het kader van de WOR met de OR voert.
De RvT voert in het kader van ‘good governance’ jaarlijks een zelf-evaluatie uit. In 2024 heeft de RvT een zelf-evaluatie uitgevoerd onder begeleiding van een externe begeleider. Voorafgaand aan de zelfevaluatie hebben alle leden de HEXACO-vragenlijst ingevuld en hiermee is een ‘groepsfoto’ van de RvT opgesteld die laat zie hoe de leden elkaar aanvullen en waar aandachtspunten (blinde vlekken) zitten. Tijdens de 2-daagse zijn de resultaten besproken; ook is vooruitgekeken naar de te verwachten ontwikkelingen en er is net als andere jaren geïnventariseerd welke scholingsbehoefte de leden hebben. Enkele individuele leden hebben in dit verband in 2024 een opleiding gedaan. In 2025 zal wederom een zelfevaluatie plaatsvinden.
Over de bezoldiging van de RvT wordt verantwoord in de jaarrekening, welke met dit verslag een geheel vormt. De RvT kiest er voor 2024 voor om zijn bezoldiging 15% onder het bezoldigingsmaximum van de WNT vast te stellen. Van 2019 tot 2024 was de bezoldiging vastgesteld op -25%.
De RvT heeft in 2024 de volgende formele besluiten genomen:
"Logische stap voor grootstedelijke school"
Wanneer de leden van de Raad van Toezicht (RvT) terugblikken op 2024 zijn zij onder de indruk van de positie die ROC Midden Nederland (ROC MN) inneemt binnen het (Utrechtse) onderwijs. Zowel qua kwaliteit -waar de inspectie eerder haar bijzondere waardering over uitsprak- als in reputatie en de uitzonderlijke groei in studentenaantallen. De grootstedelijke en daarmee diverse en inclusieve aanpak van ROC MN werpt echt haar vruchten af. Dat ziet niet alleen de RvT, ook de sterk groeiende stad, de regio en werkgevers waarderen die aanpak.
We staan middenin een kanteling waarin praktisch onderwijs steeds belangrijker wordt. De grote tekorten in bouw, techniek en zorg onderschrijven dat. ROC MN heeft er jaren geleden al voor gekozen om een echt grootstedelijk ROC te zijn. Dat betekent dat iedere student welkom is, dat er niet wordt geselecteerd aan de poort en dat het openstaat voor wie zich aandient. Een gewaagde keuze voor een school. Te meer omdat dit leidt tot een stevige aanpak om tussentijdse uitval tegen te gaan.
Maar je ziet dat die brede verantwoorde aanpak juist nu, in economisch en maatschappelijk uitdagende tijden, goed slaagt. Initiatieven van studenten -zoals Loket 1 en de samenwerking met de Voedselbank- maken impact op buurt, wijk, stad en omgeving. Studenten en docenten vormen een community waar er naar elkaar wordt omgezien. In de ogen van de RvT zijn dit voorbeelden van effectief burgerschapsonderwijs. Dat is immers onderwijs dat het eigen actief burgerschap van studenten uitlokt en stimuleert. Zo laat de school aan de omgeving zien waar goed burgerschap over gaat, welke positieve impact studenten kunnen hebben en maakt het de studenten zelf trots en alert op die rol. De diverse en inclusieve aanpak werkt ook op andere vlakken inspirerend. Zo heeft de RvT afgelopen jaren vier nieuwe leden benoemd om een betere representatie te zijn van een inclusieve school. Tenslotte betekent een open toegang en diversiteit in studenten ook dat je veel studenten onderwijs geeft en stimuleert in hun talenten. ROC MN draagt daarmee bij aan de cruciale publieke opdracht op een krappe arbeidsmarkt.
Wat ROC MN ook ziet als opdracht is het opleiden van mensen van alle leeftijden, ook mensen die al aan het werk zijn. En niet alleen ROC MN; bij het schrijven van dit voorwoord (maart 2025) onderzoekt het ministerie van Onderwijs of publieke scholen een wettelijke opdracht krijgen om bij- en omscholing te verzorgen.
Inspelen op onderwijsbehoefte, niet alleen voor 15-jarigen, maar ook voor mensen die verderop zijn in hun loopbaan; dat vraagt een passend aanbod en is een mooie stap voor ROC MN. Maar eigenlijk ook een stap die heel logisch is voor een grootstedelijke school. De RvT juicht deze stap van harte toe en wenst de onderwijsteams van ROC MN veel succes en wijsheid bij het maken van passende onderwijsarrangementen voor alle leeftijden.
Steven de Waal, voorzitter
Het jaar 2024 was een solide jaar voor de medezeggenschap. In goede samenwerking met het College van Bestuur (CvB) heeft de OR negentien instemmings- en adviesaanvragen behandeld. Naast het formele proces heeft de OR ook met de Centrale Studentenraad (CSR) diverse goede overlegmomenten gehad, evenals met de Raad van Toezicht (RvT) en vertegenwoordigers van de diverse vakbonden.
Op intranet plaatsen we geregeld nieuwsberichten, waaronder ieder half jaar een overzicht van de behandelde onderwerpen. Daarnaast mailen we een paar keer per jaar een nieuwsbrief aan alle collega’s. De verslagen van de OR-vergaderingen zijn te lezen op de intranetpagina van de OR.
De volgende collega’s zaten in 2024 in de OR: Karima Abdel Laoui, Nicole van Balgoijen (tot juli 2024) Nordin Boudarra, Gerald van Bronkhorst, Nawal Emrani, Sjoerd Formsma, Roel Jansen (voorzitter), Doret Merckens, Hans Oostenrijk (plaatsvervangend voorzitter), Welmoed Osinga, Moerad el Ouariachi, Nienke de Pree, Johan Schmieman, Johan Sluis, Marleen Stein en Koen Stroo. De OR wordt ondersteund door Ria Groenendaal als ambtelijk secretaris.
Hieronder is te lezen over welke onderwerpen de OR zijn visie en standpunten heeft kunnen delen in 2024.

Medezeggenschap is een vorm van studentparticipatie die binnen ROC Midden Nederland goed is vastgelegd in afspraken en in de praktijk. Door middel van een getrapt medezeggenschapssysteem, ondersteund door rechten op verschillende niveaus van de instelling, wordt inspraak van studenten verankerd in besluitvorming.
De Centrale Studentenraad (CSR) heeft het afgelopen jaar flink geïnvesteerd in het verstevigen van de medezeggenschapsnetwerken binnen de organisatie. Onder andere door verbetering van de communicatie naar de Studentendeelraden (SDR) en klassenvertegenwoordigers (KV) en het verbeteren van de banden met externe contacten voor landelijke en gemeentelijke inspraak van mbo-studenten. Zo zijn de CSR-leden regelmatig aangeschoven bij overleggen van de Studentendeelraden(SDR) en andersom, is het mailbestand van de Studentendeelraden verbeterd en uitgebreid. Tijdens zogenaamde pizzasessies is er ingezet op zowel informele verbinding met studenten als formele informatievoorziening en -uitwisseling. Niet alleen onder studenten, maar ook onder colleges en medewerkers hebben de studenten van de CSR veel duurzame contacten gelegd. Hiermee hebben zij hun impact aanzienlijk vergroot.
Ook de SDR’en hebben flink geïnvesteerd in het verbeteren van hun netwerken door het opzetten en uitbreiden van app-groepen met klassenvertegenwoordigers, het organiseren of bijwonen van klassenvertegenwoordigersoverleggen (KVO) en door het communiceren naar de CSR.
In het jaar 2024 heeft de CSR bovendien veel advies- en instemmingsaanvragen grondig onder handen genomen. Hun impact op de door hen gekozen aandachtspunten vind je deels terug in deze stukken en deels in hun evenementen, onderzoeken en socials. De gekozen aandachtspunten zijn: keuzedelen, evaluatie ongebruikte leermiddelen, mentale gezondheid en medezeggenschap (2023/2024) en schoolkosten, medezeggenschap, inclusie & veiligheid en mentale gezondheid (2024/2025).
Rondom de hoofdlijnenbegroting heeft de CSR het afgelopen jaar bijvoorbeeld ingezet op een veilige, groene leeromgeving met goede werkplekken voor studenten. In het studentstatuut heeft de CSR extra aandacht besteed aan het taalgebruik. En binnen het instroombeleid heeft de CSR ingestemd met een standaard langere aanmeldperiode voor nieuwe studenten. Ook is er met een aantal verzoeken tot starten of stoppen van opleidingen ingestemd en bood de geplande evaluatie van het medezeggenschapsreglement de mogelijkheid om met name de Studentendeelraden beter te faciliteren in het vervullen van hun functie.
Ten slotte zijn er door de verschillende SDR’en activiteiten georganiseerd en inhoudelijke successen behaald. Zo organiseerde de SDR van het Welzijn College in Utrecht (locatie Vondellaan) een grote rozenactie op Valentijnsdag. De SDR van het Creative College in Utrecht heeft een spelletjeskast laten plaatsen voor verbinding tussen studenten en heeft de veiligheid van studenten verbeterd door menstruatieproducten beschikbaar te stellen op de wc’s in plaats van via de recepties. Met kerst heeft de SDR van het Welzijn College Utrecht (locatie Schooneggendreef) een kerstkransjesactie gehouden om alle studenten een fijne kerstvakantie te wensen.
Ook de CSR heeft het afgelopen jaar niet stilgezeten. Zo hebben zij opnieuw een succesvol debattoernooi georganiseerd en hebben zij samen met JOBmbo de landelijke uitreiking van de JOB monitor georganiseerd in het Campus Connect Center in Amersfoort.
De officiële netwerken van studenten zijn slechts één vorm van studentparticipatie. Op onze school zien we ook veel initiatieven en werkwijzen om studenten te betrekken. Zo zetten zowel docenten als medewerkers directe feedback in om hun eigen werkwijze te verbeteren en hun band met studenten te versterken. Denk hierbij aan studentenarenas, informele wandelganggesprekken, studentpresentaties, bijdragen van studenten bij evenementen en open avonden, evenementen door en voor studenten, studentenpanels, lunchgesprekken, vakevaluaties en (korte) enquêtes.
Daarnaast worden veel mooie en betekenisvolle evenementen en projecten georganiseerd waarin het betrekken van studenten centraal staat. Zo reisde in september een delegatie studenten af om bij te dragen aan Prinsjesdag 2024. Studenten van het Beauty College lieten ministers goed voor de dag komen. En studenten van het Veiligheid & Defensie College vertegenwoordigde de provincie in de erehaag.
Vanuit de gemeente Utrecht zijn er studenten van het Sport College Utrecht betrokken bij beleid rondom actuele klimaatvraagstukken in de gemeente via het programma: Speaking Minds. Studenten sloten dit af met een gesprek met de wethouder in de raadszaal van de gemeente Utrecht.
In het afgelopen jaar zijn studenten van de Campus in Amersfoort actief geweest met de invulling van de UNESCO-dagen. Zij hebben daarbij de SDG-doelen als kompas gebruikt en ervoor gekozen om de SDG-doelen rondom duurzaamheid om te zetten naar concrete activiteiten. Dit heeft geleid tot een duurzame modeshow in de kantine van de Campus en een Clothes2Share winkel op de Campus van februari t/m juli, gerealiseerd met sponsoren uit de regio. De winkel was drie dagen per week open en werd bemenst door studenten van de FLEX opleiding, niveau 2.
Onze organisatie streeft naar een positief leerklimaat op alle locaties. We zorgen voor een stimulerende, veilige leeromgeving, zodat iedere student de veiligheid en ruimte voelt om zichzelf te kunnen ontwikkelen. Toch kunnen er situaties ontstaan die leiden tot ontevredenheid. Studenten kunnen dit bespreken met een docent, studentcoach, conciërge of een andere medewerker. Als ze er samen niet uitkomen, kan een student een klacht indienen via het digitale klachtensysteem.
Als een klacht of geschil niet naar tevredenheid wordt opgelost, wordt de klacht of het geschil in behandeling genomen door de Klachtencommissie of de Geschillencommissie. Klachten over ongewenste gedragingen worden neergelegd bij de vertrouwenspersoon. Klachten met betrekking tot de beoordeling van toetsen worden voorgelegd aan de Commissie van Beroep voor de Examens.
Klachten geven informatie over de kwaliteit van ons onderwijs en onze dienstverlening. In 2024 zijn er via het digitale klachtensysteem 228 klachten binnen gekomen. In 2023 waren dit er 132. De stijging wordt vooral veroorzaakt door een toename van het aantal klachten over de afnameomstandigheden tijdens examens en klachten over het afwijzen van aanvragen voor vrijstelling. De afhandeling van klachten wordt vanuit de systematiek van kwaliteitsborging in het regulier proces gemonitord.

De Klachtencommissie heeft in 2024 één klacht behandeld. Deze klacht werd door de Klachtencommissie gegrond verklaard. De Geschillenadviescommissie heeft dit jaar één bezwaarschrift behandeld. Dit bezwaarschrift werd door de geschillenadviescommissie ongegrond verklaard. De Commissie van Beroep voor de Examens heeft dit jaar één bezwaarschrift behandeld. Dit bezwaarschrift werd door de Commissie van Beroep voor de Examens ongegrond verklaard.
In enkele gevallen leggen ouders of studenten een klacht bij de onderwijsinspectie neer. In deze gevallen neemt de onderwijsinspectie contact op met de instelling om het ‘signaal’ onder de aandacht te brengen. De contactinspecteur van de instelling wordt dan geïnformeerd over de afhandeling van de klacht. In 2024 zijn er twee signalen vanuit de inspectie binnengekomen. Deze signalen waren in beide gevallen bekend bij de opleiding en zijn in overleg met de student afgehandeld.
In ons studentenstatuut staat onder disciplinaire maatregelen beschreven welke procedure wij hanteren voor schorsing en verwijdering. De collegedirecteur of rector kan bij wangedrag van de student besluiten over te gaan tot schorsing van maximaal twee schoolweken. De student kan hiertegen bezwaar maken bij de toegankelijke faciliteit. Het CvB kan overgaan tot verwijdering van de student. In artikel 27 van het studentenstatuut wordt beschreven welke regels hiervoor gelden. In 2024 zijn er geen studenten verwijderd. Er hebben wel schorsingen plaatsgevonden. Studenten zijn hier altijd schriftelijk van op de hoogte gesteld.
Studenten kunnen meldingen over ongewenste omgangsvormen doen bij de COG (Contactpersoon Ongewenst Gedrag) van de locatie, of bij de Interne Vertrouwenspersonen (IVP) of bij de Externe Vertrouwenspersoon (EVP). In 2024 zijn in totaal 38 meldingen binnengekomen van studenten bij de COG’s, IVP’s en de EVP over ongewenste omgangsvormen. Mede doordat er beter geregistreerd is, ligt het aantal meldingen in 2024 onder het aantal meldingen van 2023 en is ook lager dan in 2022. In 2024 zijn er alleen meldingen geregistreerd die voldoen aan de norm: (seksuele)intimidatie, radicalisering, agressie en geweld, discriminatie en pesten tussen een medewerker van ROC MN of beroepspraktijkvorming (bpv) en student of studenten onderling. Voorgaande kalenderjaren zijn er ook enkele meldingen geregistreerd die uiteindelijk doorgezet zijn naar schoolmaatschappelijk werk, het MBO Buurtteam, het management en/of een klacht betroffen. Zo voldeden in 2023 5 meldingen van de in totaal 51 meldingen niet aan de norm. Alle 38 meldingen in 2024 zijn via het informele traject opgelost. In de tabel hieronder is het aantal meldingen over de afgelopen drie jaar weergegeven.
| 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Meldingen | 54 | 51 | 38 |
Soms zijn er zaken waar medewerkers graag in vertrouwen over willen praten. Binnen onze organisatie hebben we een Ombudsman (bij ons een Ombudsvrouw genoemd) en een Vertrouwenspersoon. De Ombudsman richt zich voornamelijk op arbeidsrechtelijke vraagstukken, terwijl de vertrouwenspersoon meer ondersteuning kan bieden als het gaat om ongewenst gedrag.
In 2024 hebben 96 medewerkers van de ruim 1700 medewerkers zich bij de ombudsvrouw gemeld; dit is 5,5% van alle medewerkers. In totaal heeft de ombudsvrouw 113 meldingen ontvangen. Een aantal medewerkers heeft meerdere keren gemeld. De 113 meldingen bestaan uit 55 klachten van medewerkers en 58 arbeidsjuridische vragen (informatie en sparren over arbeidsjuridische vraagstukken).
In 2024 zijn er significant minder meldingen bij de ombudsvrouw gedaan dan in 2023 (113 meldingen in 2024 vs. 175 meldingen in 2023; bestaande uit 105 klachten en 70 arbeidsjuridische vragen). De daling van het aantal meldingen in 2024 bestaat dus vooral uit een afname van klachten van medewerkers. Tijdig sparren, informatie of advies inwinnen over (anonieme, hypothetische) arbeidsjuridische kwesties en samen het goede gesprek voeren, kan medewerkers en leidinggevenden helpen arbeidsconflicten of andere werkgerelateerde problemen te voorkomen of te beperken.
Net zoals voorgaande jaren hadden de meeste medewerkers in 2024 behoefte aan een luisterend oor, informatie en advies (55% van alle meldingen). Het aantal vervolg(advies)gesprekken (18,5%) en het aantal bemiddelgesprekken (25,5%) zijn gedaald en zijn weer op het niveau van de jaren 2019-2022. Dit geldt ook voor het aantal doorverwijzingen van de ombudsvrouw naar de externe vertrouwenspersoon (1%).
In 2024 heeft de EVP (Externe Vertrouwenspersoon) 23 meldingen ontvangen (t.o.v. 41 meldingen in 2023). Zie onderstaand overzicht met de meldingen per categorie. Hierbij is het van belang te benoemen dat medewerkers last kunnen hebben van meerdere vormen van ongewenst gedrag, dus dat een melding uit meerdere meldingen kan bestaan. Daarnaast is het belangrijk om te melden dat de meldingen gaan over de beleving van de medewerker, dus hoe de medewerker iets ervaart. De vertrouwenspersoon doet geen onderzoek naar de feitelijke juistheid van de melding.
De adviezen van de EVP worden besproken met en opgepakt door het College van Bestuur.
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Agressie | 0 | 4 | 1 | 0 | 1 |
| Discriminiatie van studenten (door personeel) | 3 | 1 | 1 | 4 | 0 |
| Discriminatie personeel | 6 | 2 | 1 | 1 | 1 |
| Pesten | 4 | 4 | 5 | 11 | 7 |
| Seksuele intimidatie | 3 | 1 | 3 | 2 | 2 |
| Stijl van leidinggeven | 10 | 12 | 16 | 27 | 15 |
| Intimidatie algemeen | 4 | 3 | 3 | 26 | 8 |
| Beschuldigd van integriteitsschending / intimidatie | 1 | 1 | 2 | 1 | 1 |
| Integriteitsfraude / laster | 0 | 0 | 0 | 2 | 4 |
Wij hechten veel waarde aan een open en transparante bedrijfscultuur. Iedereen draagt bij door zelfreflectie, het geven van feedback en het bespreekbaar maken van fouten en dilemma’s. Gezond verstand, respect, vertrouwen en transparantie zijn essentieel. Voor situaties waarin onze integriteit in het geding komt, hebben we een Gedragscode opgesteld. Deze biedt houvast en duidelijkheid bij integriteitsdilemma’s. De gulden regel is: behandel een ander zoals jij zelf behandeld wilt worden. Nieuwe medewerkers volgen twee online-trainingen over de Gedragscode en AVG-awareness via de ROC Academie (zie hoofdstuk Wendbare Organisatie, bij ambitie 7). Leidinggevenden besteden door het jaar heen aandacht aan deze thema’s in werkoverleggen. Op CvB- en RvT-niveau zijn we verbonden aan de Code goed bestuur MBO (zie de paragrafen CvB en RvT in het hoofdstuk Besturing en Bedrijfsvoering). Overtredingen van de Gedragscode worden altijd gesanctioneerd, afhankelijk van de ernst van de overtreding.
Wij hechten veel waarde aan integriteit. Gevaarlijke, immorele of illegale praktijken waarbij het maatschappelijk belang in het geding is -en die onder verantwoordelijkheid van ROC Midden Nederland plaatsvinden- dienen gemeld te worden. Met de regeling ‘Melden van een vermoeden van een Misstand’ borgen we dat medewerkers een vermoeden van een misstand veilig kunnen melden en dat zij tegen benadeling als gevolg van een melding zijn beschermd. In 2024 zijn er geen meldingen binnengekomen bij het meldpunt ‘vermoeden van een misstand’.
Wij gaan voor goed en inclusief onderwijs. Hiervoor hebben we een intern risicobeheersing- en controlesysteem ingericht waarmee regelmatig de kwaliteit van het onderwijs wordt beoordeeld. Ook beoordelen we de inrichting van de organisatie, kwaliteit van het onderwijsprogramma en de examinering.
De doelen die we nastreven met het risicobeheersing- en controlesysteem zijn:

Jaarlijks vindt er bij ons een 'in control scan' plaats volgens een vast format, in 2024 door middel van een market update rapport. Door de bedrijfsvoeringsprocessen in beeld te brengen en de key controls te benoemen, monitoren wij welke acties nodig zijn om het niveau van management control te behouden. Door ontwikkelingen in wet- en regelgeving én de eigen processen is er extra aandacht voor privacy, beveiliging en digitale dossiers. Met de 'in control scan' wordt ook nog aandacht gevraagd voor vastlegging van samenwerkingsovereenkomsten en een aantal bouwstenen binnen ICT (o.a wijzigingsbeheer, informatiebeveiliging, privacy en gebruikersbeheer).
Er werd vastgesteld dat voor de bedrijfsvoeringsprocessen gemiddeld het niveau 'management control' moet worden behaald. Dit niveau wordt bereikt wanneer de managers met stuurinformatie voldoende geïnformeerd zijn om andere leden van de organisatie zodanig te beïnvloeden dat de strategieën van de organisatie op een adequate manier geïmplementeerd worden. En dus dat vooraf gedefinieerde doelen worden gerealiseerd volgens plan (via de PDCA-cyclus). Hierdoor kan het management de processen (zowel financiële als niet-financiële) beter beheersen.
De verwachting is dat de separate benchmarks van privacy, examinering en de NBA statement ICT/Security in de toekomst de ''in control scan'' -gedeeltelijk- zal overnemen.
Aan kwaliteitsborging wordt proactief, systematisch en zelfstandig invulling gegeven door de afdelingsmanager en de collegedirecteur, conform de afgesproken kwaliteitscyclus. Onderwijsteams zijn de spil in het verbeteren van het onderwijs; zij signaleren onder studenten of collega's als er aanpassingen nodig zijn in het onderwijs. Er wordt voortdurend gemonitord en bijgestuurd in onderlinge dialoog (sturing en verantwoording) tussen de afdelingsmanager, het team en de collegedirecteur (de lemniscaat). Het geheel wordt vastgelegd in het afdelings- en collegejaarplan en de evaluaties daarvan. Instrumenten binnen de kwaliteitscyclus zijn o.a. de zelfevaluaties op teamniveau (op basis van het waarderingskader), de interne audits en verschillende kwaliteitsmetingen zoals de JOB-enquête en het alumnionderzoek.
In 2024 zijn tien audits uitgevoerd volgens de vierjaarlijkse auditcyclus. De extra aandachtspunten binnen de audits zijn: passend onderwijzen in de klas en uitval: analyse, interventie, effect. De audits zijn onderdeel van de periodieke verantwoording binnen onze organisatie. In de planning- en controlcyclus vindt tweemaal per jaar een voortgangsgesprek plaats tussen het college van bestuur en de directeuren van de colleges. Hiervoor is een format vastgesteld op basis van het waarderingskader van de inspectie. In het format zijn ook onze eigen strategische pijlers opgenomen. Ter voorbereiding van het voortgangsgesprek spreken de adviseurs kwaliteitsborging met het management om de voortgangsrapportage op te stellen. Omdat voor deze gesprekken hetzelfde format wordt gebruikt, komen dezelfde thema’s op alle niveaus aan bod, wat vorm en inhoud geeft aan de lemniscaat.
In 2024 heeft bij drie opleidingen een SKO (Steekproefsgewijs Kwaliteitsonderzoek) plaatsgevonden. Voor twee van de drie opleidingen heeft het bestuur een herstelopdracht gekregen. Bij één opleiding betreft het een herstelopdracht op de standaard OP1 (onderwijsprogramma) en SKA3 (Evaluatie, verantwoording en dialoog). Bij één andere opleiding betreft het een herstelopdracht op SKA3 (Evaluatie, verantwoording en dialoog). Voor beide herstelopdrachten geldt dat het bestuur op basis van eigen onderzoek de inspectie moet informeren of de opleiding, een jaar na het inspectierapport, aan de standaarden voldoet.
De examenorganisatie wordt op inhoud, beleid, professionalisering en werking getoetst. Naar aanleiding van signalen, verzoeken en landelijke ontwikkelingen, is het beleidskader beroepsgerichte examinering ROC MN in 2024 geactualiseerd, waarin de kaders en de mogelijkheden besproken worden. De 'Expertgroep Examineren' en het ‘Netwerk Examencommissies’ vormden hierbij de schakel voor de input en het vaststellen van het beleid door het CvB.
Ook is in 2024 aandacht besteed aan heldere communicatie en beleid. Examencommissies worden ondersteund en er is kennisdeling (voor examenfunctionarissen) in de onderwijsteams. Meerdere keren per jaar worden er laagdrempelige informatiebijeenkomsten georganiseerd over actuele thema’s en zijn er workshops op studiedagen en in leernetwerken gegeven. De noodzakelijke actualisering van beleid is gebeurd (onder andere vrijstellingen, examenreglement en de OER). Examencommissies hebben zich verantwoord in hun jaarverslagen, die vervolgens met het CvB worden besproken.
Er vonden in 2024 tien audits plaats. Ook hier is examinering, zowel bij de onderwijsteams, MT als bij de examencommissie onderzocht. De bevindingen zijn opgenomen (indien nodig) in de afdelingsplannen van de opleidingen en in de jaarplannen van de examencommissie. De inspectie van het onderwijs heeft afgelopen jaar bij drie opleidingen een kwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Bij deze onderzoeken zijn geen onvoldoendes gegeven op BA1 en BA2.
Landelijke ontwikkelingen, zoals Lerend kwalificeren, mbo-certificaten, LLO en flexibel onderwijs, vragen vertaling naar richtlijnen en ondersteuning aan onze teams. Het is belangrijk dat in onderwijsteams een heldere visie is op de manier van afsluiting van de opleiding die aansluit op het onderwijsconcept. Deze bewustwording heeft in de kennisdeling, communicatie en professionalisering aandacht gehad. Daarnaast zijn er handreikingen opgesteld (o.a. Examineren en AI en mbo-certificaten) hoe wij omgaan met EVC. In het najaar 2024 is er een programmateam Flexibel Onderwijs gestart, waarbij examinering en afsluiting een duidelijke plek hebben gekregen. Er zijn projectleiders aangesteld die onderwijsteams ondersteunen bij de implementatie van de kaders én de mogelijkheden in de examinering (vanuit ons nieuwe beleidskader).
Landelijk is bijgedragen aan de werkbijeenkomsten met examenleveranciers en aan het 'Netwerk Examineren' (i.s.m. Cinop). In deze gremia wordt ook gewerkt aan de digitalisering van de examinering. Wij zijn nauw betrokken bij het landelijk Netwerk Examinering en Digitalisering (NED) en voorloper in de implementatie van de OKE koppeling.
Dit onderdeel van het bestuursverslag is gebaseerd op de jaarrekening 2024. Het dient dan ook gelezen te worden in samenhang met de toelichting op de jaarrekening en de overige in het jaarverslag opgenomen financiële gegevens.
We kennen een aantal financiële kaders, naast het financiële toetsingskader van de Inspectie van OCW. Deze zijn gerelateerd aan onze strategische ambities. De belangrijkste financiële kaders zijn:
Wij gaan voor het succes van onze studenten: succes op school, in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. Bij ons is iedereen welkom. Wij leren onze studenten kennen en zorgen ervoor dat ze snel op de opleiding terechtkomen die bij hen past. We zorgen voor een omgeving waarin studenten zich optimaal kunnen ontwikkelen en we dagen ze uit het maximale uit hun studieperiode te halen.
Vanaf de eerste dag maken studenten kennis met de beroepspraktijk en worden ze uitgedaagd om zich met levensechte praktijkopdrachten voor te bereiden op hun toekomstige werk of een succesvolle doorstroom. De arbeidsmarkt is continu in beweging. Beroepen waar wij nu voor opleiden, zullen verdwijnen. En nieuwe beroepen ontstaan op het snijvlak van disciplines. Daarom werken we aan een flexibel portfolio om aan te kunnen sluiten bij de veranderende arbeidsmarkt. We werken intensief samen met de beroepspraktijk zodat praktijkleren centraal staat en we ook voor werkenden met een ontwikkelvraag een flexibel aanbod kunnen ontwikkelen.
We gaan voor succes van al onze studenten, ook voor studenten die kwetsbaar zijn en een extra steuntje in de rug nodig hebben om een diploma te halen en een passende plek op de arbeidsmarkt te vinden. Voortdurende aandacht voor studentsucces en onderwijskwaliteit vraagt van onze medewerkers om zich blijvend te ontwikkelen. Zij moeten ruimte krijgen om persoonlijk leiderschap en eigenaarschap te ontwikkelen en meer passend onderwijzen vorm en inhoud te geven. Dit vraagt van onze organisatie dat we vitaal en wendbaar zijn en de beste docenten aan ons weten te binden. In de huidige krapte op de arbeidsmarkt is er een grote noodzaak om dit nog verder te verbeteren. Daarin trekken we ook samen op. Met onze partners en het bedrijfsleven uit de regio werken we samen aan toekomstbestendig (en duurzaam) beroepsonderwijs.
Onze financiële kengetallen zijn stabiel. Het streven is om steeds zoveel mogelijk middelen naar het onderwijs te laten vloeien en scherp te zijn op overheadkosten. Bij het uitgeven van onze middelen, stellen we onszelf continu de vragen: doen we de juiste dingen (effectiviteit) en doen we die ook goed (doelmatigheid)? Zo meten we onze inzet van middelen sterk af aan de MBO-benchmark en dat heeft de afgelopen jaren geleid tot verdere aanscherpingen in de bedrijfsvoering, verbetering van de financiële beheersing en de versterking van de reservepositie. Daarnaast blijven we altijd aandacht besteden aan rechtmatigheid omdat we opereren binnen het maatschappelijk speelveld.
De continuïteit van de organisatie is deels afhankelijk van de ontwikkeling van de studentpopulatie. De afgelopen jaren is er een dalende trend te zien in studentpopulatie. Deze trend is recent omgebogen naar een stabiele trend; dit mede door interventies in de afgelopen jaren.
Om toekomstrobuust te zijn, moeten we hierop anticiperen door: de aantrekkelijkheid van ROC Midden Nederland te vergroten; positioneringsverkenningen te doen en de organisatieomvang steeds te relateren aan de studentpopulatie. Dit noemen we "de elasticiteit van de organisatie bewaken". Zo kunnen we op tijd en voldoende reageren zonder (grote) financiële risico's te lopen. Jaarlijks voeren wij een risicoanalyse uit die bestaat uit de verbanden tussen: studentpopulatie-ontwikkeling, FTE, flexibele schil en financieringen.
In 2024 heeft een update plaatsgevonden t.a.v. treasury, investeringen, maximale investeringsruimte, weerstandvermogen en financiering. De bijbehorende ratio's zijn hier onderdeel van. Dit in afstemming met de uitvoeringsnotitie 2024 van het Strategische Huisvestingsplan.
In 2024 is een grote aanzet gemaakt voor de update van frauderisico-analyse; het basisstuk stamt uit 2020 en periodieke evaluatie is onderdeel van een gezonde P&C-cyclus.
Onze investeringen in huisvesting zijn nooit een doel op zich, maar altijd bedoeld om een goede ontmoetingsplek en een adequate leeromgeving te creëren voor onze studenten. Daarnaast is het toekomstige huisvestingsbeleid afhankelijk van de studentengroei en het optimaliseren van het gebruik van het aantal vierkante meters. Ook duurzaamheid speelt een belangrijke rol. In 2024, maar ook in de komende jaren, worden extra middelen ingezet voor flexibel en passend onderwijs en ook voor LLO. Ook wordt er geïnvesteerd in de 'wendbare organisatie' en verdere digitalisering.
In 2024 is er aandacht besteed aan het proces van de meerjarenbegroting 2025 en verder. Dit gebeurde onder andere in het licht van de ontwikkelingen rondom de referentieraming, prijsinflatie en de hernieuwde kwaliteitsagenda, inclusief wijze van funding vanuit het ministerie van OCW.
De conclusie is dat op basis van bovenstaande en de wijze waarop risico- en kwartaalrapportages worden aangeleverd, het College van Bestuur adequaat geïnformeerd wordt en in staat wordt gesteld om eventuele risico’s te mitigeren. Voor nadere informatie over de financiële ratio’s wordt verwezen naar paragraaf 'Meerjarenbegroting en ratio's'. Hierdoor is op verantwoorde wijze ruimte gecreëerd voor toekomstige investeringen in huisvesting en duurzaamheid.
In de allocatie van middelen werken we vanaf 2021 met 'een prijs per student' om de eenvoud van het allocatiemodel verder te bestendigen. We streven ernaar om zoveel mogelijk te sturen op personeelsbudgetten in plaats van op formatieve aantallen. Hierbij koppelen we onze middelen één-op-één aan onze strategische doelstellingen. Daarnaast zetten we in op een zo efficiënt en effectief mogelijke inzet van middelen met een passend exploitatieresultaat en een financieel gezond verantwoorde reservepositie.
| Realisatie (excl. externen) | Realisatie en Prognose (incl. externen) | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal FTE 31-12-2024 (gemiddeld) | 2022 | 2023 | 2024 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
| Personele bezetting van bestuur / management | 24 | 26 | 30 | 26 | 30 | 28 | 28 | 27 | 27 | 27 |
| Personele bezetting van personeel primair proces / docerend personeel | 1048 | 1036 | 1007 | 1.121 | 1087 | 1095 | 1088 | 1069 | 1063 | 1057 |
| Personele bezetting van direct onderwijsondersteunend personeel (mbo) | 202 | 198 | 195 | 227 | 218 | 206 | 205 | 202 | 200 | 199 |
| Personele bezetting van indirect onderwijsondersteunend personeel (mbo) | 198 | 198 | 196 | 217 | 209 | 196 | 194 | 191 | 190 | 189 |
| Totaal van personeelsbezetting | 1472 | 1459 | 1428 | 1591 | 1544 | 1525 | 1515 | 1489 | 1480 | 1472 |
In 2024 waren er gemiddeld 1.428 FTE in dienst, vergeleken met gemiddeld 1.459 FTE in 2023. Geen van onze medewerkers was werkzaam buiten Nederland.
De ontwikkeling van de studentenaantallen in de komende jaren is momenteel nog niet duidelijk. Door vooral krimp in de bevolking voorzien wij in de komende jaren een terugloop van studentenaantallen. Tegelijkertijd zien we de opkomst van LLO. Ook de impact daarvan op onze organisatie is ongewis. Vooralsnog is in de huidige meerjarenbegroting gebruik gemaakt van de referentieraming 2024, waarbij aanvullend rekening is gehouden met een bijstelling vanuit de meest recente cijfers uit het TBG-overzicht (Terugmelding bekostigingsgrondslagen).
Het aantal studenten daalde in het schooljaar 2023-2024. Er wordt vooralsnog verwacht dat het aantal studenten in het schooljaar 2024-2025 en 2025-2026 licht zal stijgen.
Onderstaande tabel betreft de meerjarige studentenaantallen gebaseerd op de referentieraming 2025 MBO-prognosetool.
Voor de geschiedenis van de absolute aantallen, zie het Bestuursverslag Aantal studenten.
| Prognose | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024* | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | |
| BOL | 10.990 | 11.971 | 12.205 | 12.412 | 12.534 | 12.436 |
| BBL | 6.061 | 5.287 | 5.015 | 4.740 | 4.434 | 4.307 |
| Totaal | 17.051 | 17.258 | 17.220 | 17.152 | 16.968 | 16.743 |
| Bron: Dashboard MBO prognose 2025 | ||||||
| 2024 voorlopige cijfers DUO; *excl. extraneus | ||||||
Passende huisvesting is essentieel voor de continuïteit en het succes van ons onderwijs. Daarom werken we met het Strategisch huisvestingsplan 2020-2030 aan een bewust, actief en planmatig huisvestingsbeleid. Dit beleid zorgt ervoor dat onze huisvesting in zowel omvang als kwaliteit, nu en in de toekomst, aansluit bij onze behoeften. We houden rekening met veranderende omstandigheden en spelen hier flexibel op in. In 2024 hebben we deze actuele ontwikkelingen vertaald naar de Uitvoeringsnotitie ’24, waarin de koers en concrete stappen voor dit jaar zijn vastgelegd.
In Amersfoort hebben we in 2024 hard gewerkt aan de in 2023 voorbereide midlife update, upgrade en verduurzaming van eigendomslocatie Disketteweg 10. De upgrade om te voldoen aan de eisen van het flexibel onderwijs en aan de uitstraling die daarbij hoort, is klaar. We hebben op basis van actuele studentontwikkelingen ook het aantal theorielokalen uitgebreid. En het Campus Connect Center is verplaatst van Disketteweg 2-4 naar Disketteweg 10. De aanwezige DOJO is verplaatst van Disketteweg 10 naar Disketteweg 2-4. De midlife update met bijbehorende verduurzaming (o.a. dakisolatie, zonnepanelen, binnenklimaat naar het niveau van Frisse Scholen klasse B) wordt in 2025 gereed gemaakt. Hierbij hoort ook het “inpakken” van de gevels en het vervangen van alle ramen en kozijnen.
In Nieuwegein is locatie Harmonielaan 1, althans het deel dat in gebruik is voor ICT College, voorzien van dubbel glas. De upgrade van locatie Harmonielaan 2 en de midlife update (met verduurzaming) van die locatie zijn inmiddels afgerond. Locatie Dasseweide 3 heeft een upgrade gekregen (entree, kantine, receptie en de buitenzijde), inclusief vloerisolatie, dubbel glas, nieuwe vloeren in leslokalen en led verlichting. Tot slot hebben we op de locatie Newtonbaan 12 een extra leskeuken gerealiseerd.
En in Utrecht zijn we gestart met de grote upgrade en de midlife update van locatie Vondellaan 174. De upgrade zal in 2025 worden afgerond, maar de midlife update zal ook in de jaren daarna nog aandacht vragen. Ook voor de binnentuin van deze locatie zijn plannen uitgewerkt en deels uitgevoerd. De afronding van het geheel vindt eveneens in 2025 plaats. Daarnaast hebben we het buitenterrein bij locatie Brandenburchdreef 20 opnieuw bestraat, waarbij circa twintig extra parkeerplaatsen zijn gerealiseerd. De locatie is ook voorzien van zonnepanelen en de vloer is geïsoleerd.
Mbo voor professionals (MvP) positioneert ons in de opleidingsmarkt voor werkenden en Leven Lang Ontwikkelen. Door de activiteiten van MvP worden docenten, studenten en organisaties verrijkt qua kennis en ervaring. Dit is een maatschappelijke doelstelling van de instelling. De scope van MvP is drieledig:
MvP is in de onderwijsteams ondergebracht bij de colleges. De teamleden worden rechtstreeks aangestuurd door de collegedirecteur. Backoffice MvP zorgt voor alle financiële en procedurele ondersteuning en borging. De kwaliteit van de opleidingen wordt geborgd door de jaarlijkse ISO-certificering (9001-2015) die gericht is op de doelmatigheid van interne processen, in aanvulling op het Inspectietoezicht (onderwijs) en de CEDEO-certificering die gebaseerd is op de tevredenheid van opdrachtgevers.
De vraag van bedrijven naar opleiding stijgt, de krapte op arbeidsmarkt maakt dat de instroom van nieuwe studenten onder druk staat. In samenwerking met bedrijven wordt gewerkt aan uitbreiding van flexibele opleidingsvormen.
Ons meerjarenperspectief is, zoals eerder aangegeven, gebaseerd op een scala aan uitgangspunten. De hoofdingrediënten van het meerjarenperspectief zijn de meerjarige studentenprognose en de meerjarenbegroting van de Rijksoverheid. Hierbij baseren wij ons op het ervaringscijfer dat op basis van het marktaandeel circa 3,5% van de landelijke mbo-bekostiging wordt ontvangen.
Voor ROC MN is onderstaande het budgettaire kader voor de periode tot en met 2029. Voor de berekening van de Rijksbekostiging 2025 zijn de studentenaantallen per 1 oktober 2023 en 1 februari 2024 aangehouden. De omzet 2026 is gebaseerd op de geprognosticeerde aantallen per 1 oktober 2024 en 1 februari 2025 zoals opgegeven door de colleges. Hierbij is sprake van een toename van 1,8% in studentenaantallen. Aangezien de diploma aantallen in 2023, ondanks de daling van studentenaantallen, bijna gelijk bleef aan het jaar 2022, is er in 2025 sprake van een incidenteel hogere 1e geldstroom. Verwachting is dat de diplomabekostiging weer naar een evenwichtige verhouding binnen de lumpsumbekostiging zal bewegen, waardoor er in 2026 een grotere daling wordt verwacht dan je zou verwachten o.b.v. de ontwikkeling van studentenaantallen. Meerjarig zijn de aantallen vanaf teldatum 1 oktober 2025 gelijk gehouden aan de verwachtingen in de MBO prognosetool, welke gebaseerd is op de referentieraming 2024.
| Bedragen x 1.000 euro | Realisatie 2023 | Realisatie 2024 | Begroting 2024* | MJB 2025 | MJB 2026 | MJB 2027 | MJB 2028 | MJB 2029 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Baten | ||||||||
| Rijksbijdragen OCW | 192.424 | 187.070 | 179.357 | 186.237 | 185.947 | 187.133 | 186.257 | 185.391 |
| Overige overheidsbijdragen en Subsidies | 2.839 | 3.767 | 3.066 | 3.655 | 3.255 | 2.862 | 2.658 | 2.556 |
| College-, cursus-,les- en examengelden | 3.405 | 3.438 | 3.966 | 3.118 | 3.118 | 3.118 | 3.118 | 3.118 |
| Baten werk in opdracht van derden | 2.396 | 2.687 | 3.390 | 3.115 | 3.115 | 3.115 | 3.115 | 3.115 |
| Overige baten | 5.249 | 5.405 | 2.216 | 3.246 | 3.177 | 3.177 | 3.177 | 3.177 |
| TOTAAL BATEN | 206.313 | 202.367 | 191.995 | 199.371 | 198.612 | 199.405 | 198.325 | 197.357 |
| LASTEN | ||||||||
| Personele lasten | 145.967 | 152.917 | 147.499 | 154.769 | 154.006 | 151.383 | 150.505 | 149.620 |
| Afschrijvingen | 9.345 | 10.198 | 10.719 | 11.021 | 11.323 | 11.447 | 11.386 | 11.331 |
| Huisvestingslasten | 13.497 | 12.903 | 13.386 | 12.985 | 12.985 | 12.985 | 12.985 | 12.985 |
| Overige instellingslasten | 22.623 | 23.054 | 23.035 | 26.273 | 25.615 | 25.468 | 25.387 | 25.338 |
| TOTAAL LASTEN | 191.432 | 199.072 | 194.639 | 205.048 | 203.929 | 201.283 | 200.263 | 199.274 |
| Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering | 14.881 | 3.295 | -2.644 | -5.678 | -5.317 | -1.878 | -1.938 | -1.917 |
| Saldo financiële bedrijfsvoering | 2701 | 3.426 | 2.644 | 2.678 | 2.317 | 1.878 | 1.938 | 1.917 |
| TOTAAL RESULTAAT | 17.582 | 6.721 | 0 | -3.000 | -3.000 | 0 | 0 | 0 |
| *Begroting 2024 is goedgekeurde begroting door RvT (dec.-2023) |
In de begroting 2025 is een toename van 234 enkelvoudig gewogen studenten (absoluut aantal 250) voor het schooljaar 2024-2025 verwerkt t.o.v. de begroting 2024.
Er is een negatief resultaat van € 3 mln. begroot in 2025. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.
De baten uit de 1e geldstroom (gebaseerd op de peildata 1 oktober 2023 en 1 februari 2024) zullen in 2025 toenemen met ca. € 6,9 mln. ten opzichte van de begroting 2024. Deze toename wordt per saldo veroorzaakt door de volgende factoren:
| Toename Entree-bekostiging; niveau 1 | +1,2 mln. |
| Toename diploma-bekostiging; niveau 2-4 | +3,0 mln. |
| Afname kwaliteitsmiddelen i.v.m. verschuiving extra niveau 2 budget | -6,6 mln. |
| Toename Vavo bijdrage | +1,4 mln. |
| Regionaal investeringsfonds mbo | -0,6 mln. |
| Toename overige subsidies | +0,3 mln. |
| Totaal | +6,9 mln. |
- De studentenaantallen bij de niveaus 2 t/m 4, laten een afname zien in het schooljaar 2023-2024 versus 2022-2023, waardoor het hoeveelheidseffect bij de inputbekostiging uitkomt op € -5,1 mln. in 2025. Hiertegenover staat een prijseffect van € +13,3 mln. a.g.v. de loon- en prijscompensatie, bijstelling van het landelijk budget a.g.v. mutaties in de referentieraming 2024 en in de laatste plaats verschuiving van de extra niveau 2 middelen vanuit de kwaliteitsgelden naar de lumpsum (zie punt 4).
- Bij Entree-opleidingen is sprake van een toename in studentenaantallen waardoor het hoeveelheidseffect uitkomt op € 1,1 mln. in 2025. Daarnaast is sprake van een prijseffect van € 0,2 mln. a.g.v. de loon- en prijscompensatie.
- Ook de diploma-aantallen bij de niveaus 2 t/m 4, laten een toename zien in 2023, waardoor het hoeveelheidseffect bij de outputbekostiging uitkomt op € 0,4 mln. in 2025. Daarnaast is sprake van een prijseffect van € 2,6 mln. in lijn met de effecten bij de inputbekostiging.
- De extra niveau 2 middelen zijn verschoven van de kwaliteitsmiddelen naar de lumpsumbekostiging (€ 6,6 mln.).
- Bij het Vavo Lyceum zien we een stijging van studentenaantallen in het schooljaar 2023-2024, waardoor de omzet toeneemt in 2025. Tevens is er extra omzet opgenomen voor loon- en prijscompensatie. Met betrekking tot het OV reisproduct is in de begroting 2025 rekening gehouden met een bedrag van € 0,8 mln. Hiertegenover zijn ook kosten opgenomen bij de overige instellingslasten.
- Vooralsnog nemen de RIF subsidies per saldo af in de begroting 2025:
De kostenopbouw van de lasten is de procentuele verdeling over de genoemde categorieën van de lasten. Dit komt altijd uit op 100%. De verschillende kostensoorten zullen komende jaren vrij stabiel blijven.
De voorzieningen lopen terug in omvang. Er is de verwachting dat de 'voorziening wachtgeld' daalt doordat hier de komende jaren steeds meer actief op gestuurd zal gaan worden. Voor voorzieningen geldt, dat deze worden aangesproken op het moment dat het risico materieel wordt. De onttrekkingen en dotaties aan de voorzieningen zijn niet structureel begroot. Bij de verantwoording van ieder jaar wordt bekeken of het nodig is de voorziening te doteren. Het volume kan dus per periode variëren. De onttrekkingen betreffen de uitkeringen op basis van de gemaakte afspraken.
| Ratio's | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ratio's | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
| Solvabiliteit 1 | 65% | 69% | 68% | 67% | 67% | 68% | 68% |
| Solvabiliteit 2 | 71% | 74% | 73% | 72% | 72% | 73% | 73% |
| Liquiditeit (current ratio) | 3,1 | 3,5 | 2,6 | 2,5 | 2,6 | 2,7 | 2,7 |
| Weerstandsvermogen | 63% | 67% | 67% | 66% | 65% | 66% | 66% |
| Signaleringswaarden voor mogelijk bovenmatig PEV* | -1% | -3% | -13% | -16% | -17% | -18% | -20% |
| Rentabiliteit | 8,5% | 3,3% | -1,5% | -1,5% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
| Huisvestingsratio | 10% | 10% | 10% | 10% | 11% | 11% | 11% |
| Personele lasten tov totale lasten | 76% | 77% | 75% | 76% | 75% | 75% | 75% |
| *Min=onder matige reserve / plus=boven matige reserve |
| BALANS | Bedragen x 1 miljoen | Realisatie 2023 | Realisatie 2024 | Begroting 2025 | MJB 2026 | MJB 2027 | MJB 2028 | MJB 2029 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||||||||||||||
| VASTE ACTIVA | |||||||||||||||
| Immateriele activa | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | ||||||||
| Materiele activa | 90,9 | 98,7 | 111,6 | 106,2 | 101,0 | 95,7 | 93,7 | ||||||||
| Financiele vaste activa | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | ||||||||
| 90,9 | 98,7 | 111,6 | 106,2 | 101,0 | 95,7 | 93,7 | |||||||||
| VLOTTENDE ACTIVA | |||||||||||||||
| Voorraden | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | ||||||||
| Vorderingen | 7,0 | 6,4 | 7,0 | 7,0 | 7,0 | 7,0 | 7,0 | ||||||||
| Effecten | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | ||||||||
| Liquide middelen | 100,5 | 93,8 | 77,6 | 80,4 | 85,4 | 89,4 | 90,2 | ||||||||
| 107,5 | 100,2 | 84,6 | 87,4 | 92,4 | 96,4 | 97,2 | |||||||||
| TOTAAL ACTIVA | 198,4 | 198,9 | 196,2 | 193,6 | 193,4 | 192,1 | 190,9 | ||||||||
| PASSIVA | Bedragen x miljoen | Realisatie 2023 | Realisatie 2024 | Begroting 2025 | MJB 2026 | MJB 2027 | MJB 2028 | MJB 2029 | |||||||
| EIGEN VERMOGEN | |||||||||||||||
| Algemene reserve | 129,7 | 136,4 | 133,4 | 130,4 | 130,4 | 130,4 | 130,4 | ||||||||
| Bestemmingsreserves | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | ||||||||
| Overige/wettelijke reserves | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | ||||||||
| VOORZIENINGEN | 10,5 | 11,7 | 9,0 | 9,0 | 9,0 | 9,0 | 9,0 | ||||||||
| 140,3 | 148,1 | 142,4 | 139,4 | 139,4 | 139,5 | 139,4 | |||||||||
| SCHULDEN | |||||||||||||||
| Lang vreemd vermogen | 23,8 | 22,4 | 21,2 | 19,9 | 18,7 | 17,3 | 16,2 | ||||||||
| Kort vreemd vermogen | 34,3 | 28,4 | 32,6 | 34,3 | 35,3 | 35,3 | 35,3 | ||||||||
| 58,1 | 50,8 | 53,8 | 54,2 | 54,0 | 52,6 | 51,5 | |||||||||
| TOTAAL PASSIVA | 198,4 | 198,9 | 196,2 | 193,6 | 193,4 | 192,1 | 190,9 | ||||||||
De notitie Helderheid is opgebouwd uit 8 thema’s (waarvan thema 2 apart wordt gerapporteerd). De accountant stelt vast of ROC MN voldoet aan de eisen van alle Helderheidsthema’s. In dit onderzoek is per thema nagegaan of en in welke mate ROC MN zich conformeert aan de eisen van de notitie.
Dit thema betreft het uitbesteden van bekostigd onderwijs aan een andere, al dan niet-bekostigde organisatie tegen betaling voor de geleverde prestaties. Het gaat daarbij om:
In 2024 heeft ROC MN samengewerkt zoals als zodanig in Helderheid omschreven, met de volgende commerciële organisaties:
Op peildatum 1 oktober 2024 zijn er in het schooljaar 24/25 door VO-scholen 554 leerlingen uitbesteed aan het VAVO Lyceum van ROC MN. Deze leerlingen staan nog ingeschreven bij hun VO-school. Op basis van een contract met en tegen een vergoeding door de VO-school, leidt ROC MN deze leerlingen op. Ten opzichte van 1 oktober 2023 is dat een toename van 4 procentpunten.
ROC MN kan studenten vrijstellingen verlenen op basis van eerder behaalde toetsen of examens of op basis van werkervaring of buiten het onderwijs opgedane kennis en vaardigheden. Het vrijstellingenbeleid heeft niet de bedoeling af te wijken van de voor de opleiding geldende onderwijstijd.
Voor de verantwoording zie bijlage Afwijken onderwijstijd.
Het is niet toegestaan dat vanuit de rijksbijdrage (indirect) door de instelling het les- (bij een bol-inschrijving) of wettelijk verplicht cursusgeld (bbl-inschrijving) voor de deelnemer wordt betaald.
ROC MN betaalt geen cursusgeld voor deelnemers. Dit doet het ook niet via het Stichting Van Beuningenfonds (een fonds dat als doelstelling heeft het financieel ondersteunen van deelnemers in aantoonbaar moeilijke omstandigheden, met name daar waar alternatieve vormen van ondersteuning niet mogelijk zijn gebleken). Facturen worden naar de student zelf verstuurd, of naar degene die door de student is gemachtigd.
Bij de in- en uitschrijving van studenten doen zich verschillende situaties voor:
Uitstroom vlak na de peildatum
In ‘Helderheid’ wordt geen exacte definitie gegeven van wat onder dit thema dient te worden verstaan.
Hieronder vermeldt ROC MN hoeveel studenten zijn uitgestroomd in de 3 maanden na de peildatum 1 oktober 2024 onder vermelding van het hoogst behaalde diploma bij ROC MN.
| Diploma hoogste niveau | 1 okt – 1 nov | 1 nov – 1 dec | 1 dec – 1 jan | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 3 | 4 | 9 | 16 |
| 2 | 14 | 36 | 36 | 86 |
| 3 | 19 | 51 | 35 | 105 |
| 4 | 18 | 41 | 40 | 99 |
| Geen | 63 | 110 | 116 | 289 |
| Eindtotaal | 117 | 242 | 236 | 595 |
Gecombineerde trajecten educatie met beroepsonderwijs
De gecombineerde trajecten educatie-beroepsopleiding beogen beide trajecten te versterken. ROC MN hanteert een kostprijsmodel waarmee verantwoord kan worden waar de extra gelden aan worden besteed, terwijl de beroepsopleiding daarnaast aan alle daartoe gestelde vereisten blijft voldoen.
| Gecombineerde trajecten | |
| Gestart in november 2023 | 0 |
| Gestart in januari 2024 | 45 |
| Gestart in april 2024 | 0 |
| Gestart in september 2024 | 130 |
| Totaal | 175 |
Omzwaaien is volgens de definitie van Helderheid: “Het veranderen van opleiding/leerweg tijdens het schooljaar”.
Omzwaai beroepsopleidingen 1 juni 2024 versus 1 oktober 2023.
| Naar een andere Crebo | |
|---|---|
| Gelijk kwalificatieniveau | 285 |
| Hoger kwalificatieniveau | 22 |
| Lager kwalificatieniveau | 65 |
| Onbekend | 3 |
| Eindtotaal | 375 |
| Naar een andere leerweg | |
|---|---|
| Van bbl naar bol-vt en odt | 15 |
| Van bol-vt naar bbl-exn en odt | 42 |
| Eindtotaal | 57 |
In Helderheid wordt maatwerk als volgt omschreven: “Instellingen ontwikkelen maatwerktrajecten waarbij een derde – een bedrijf of een andere organisatie – een bijdrage betaalt voor het op maat snijden van trajecten voor eigen personeel”.
ROC MN heeft in 2024 geen maatwerk i.h.k.v. bekostigd onderwijs verzorgd.
Helderheid geeft aan dat alleen onderwijs dat daadwerkelijk in Nederland wordt verzorgd voor bekostiging in aanmerking komt.
Het onderwijs en de examinering dat door ROC MN wordt verzorgd, vindt volledig plaats in Nederland. Jaarlijks volgt een aantal studenten de beroepspraktijkvorming (stage) in het buitenland onder voorwaarde dat de stageplek is geaccrediteerd voor de betreffende bekostigde opleiding.
Studenten met een andere dan de Nederlandse nationaliteit, mogen worden ingeschreven als zij rechtmatig in Nederland verblijven. ROC MN stelt bij de inschrijving vast dat deze studenten rechtmatig in Nederland verblijven, bijvoorbeeld door middel van een verblijfsvergunning. Dit wordt door de externe accountant getoetst in de bekostigingscontrole 2024.
Met ingang van 2016 hanteert de Inspectie van het Onderwijs nieuwe risico-indicatoren (ratio’s) voor het tijdig kunnen detecteren van financiële risico’s bij onderwijsinstellingen.
Het Ministerie van OCW heeft voor een aantal kengetallen 'signaleringsgrenzen' bepaald: een onder- en een bovengrens met daartussen een bandbreedte waarbinnen een bestuur zich het beste kan bevinden voor een gezonde financiële positie.
Deze signaleringswaarden vormen indicaties van mogelijk verzwakte financiële posities. In het kader van het financieel sturingskader van de EUR worden deze kengetallen periodiek gemonitord.
Voor de beoordeling van de jaarrekeningen over 2024 zijn door de Onderwijsinspectie nieuwe kengetallen en signaleringswaarden gedefinieerd.
In de onderstaande tabel zijn deze ratio’s opgenomen, inclusief de realisatie van ROC Midden Nederland op basis van de cijfers over 2024 en 2023.
| Signaleringswaarde | ||||
|---|---|---|---|---|
| 31-12-2024 | ondergrens | bovengrens | 31-12-2023 | |
| OCW kengetallen bij het financiële toezicht op onderwijsinstellingen | ||||
| Solvabiliteit 2 | 74% | 30% | <60% | 71% |
| Liquiditeit | 3,5 | 0,5 | 1,5 | 3,1 |
| Absolute omvang liquide middelen | € 93,8 | € 2,0 miljoen | € 100,5 | |
| Kengetallen Signaleringsgrenzen binnen ROC MN | ||||
| Solvabiliteit 1 | 69% | 65% | ||
| Weerstandsvermogen | 67% | 63% | ||
| Rentabiliteit | 3,3% | 3 jaar < 0% of 2 jaar < -5 % of 1 jaar < -10% |
8,5% | |
| Huisvestingsratio | 10% | 15% | 10% | |
| Personele lasten tov totale lasten | 77% | 70% | 76% | |
Na verrekening van het resultaat bedraagt het eigen vermogen aan het einde van het verslagjaar € 136,4 miljoen. De solvabiliteit 2 (inclusief voorzieningen) is in 2024 gestegen naar een niveau van 74%. De solvabiliteit 2 ligt ruim boven de door de Inspectie van het Onderwijs gehanteerde ondergrens van 30%. Hiermee heeft ROC Midden Nederland een gezonde solvabiliteit.
De liquiditeit ratio is hoger dan in 2023 en bedraagt aan het eind van 2024 3,5. Op grond van de meerjarenbegroting 2025-2029 is de verwachting dat de liquiditeit de komende jaren boven de normen van de Inspectie van het Onderwijs zal blijven (2025:2,6 en 2029:2,7). Hiermee is ROC Midden Nederland financieel gezond.
Daarnaast is er nog sprake van een beschikbare kredietfaciliteit van € 11 miljoen inzake schatkistbankieren die aan het einde van 2024 volledig onbenut is. ROC Midden Nederland heeft een ruim toereikende liquiditeitspositie.
ROC Midden Nederland beschikt over een gecommitteerde rekening courant faciliteit en afdoende externe financiering waardoor er de komende jaren ruim voldoende liquiditeitsruimte is. ROC Midden Nederland voldoet ruimschoots aan de criteria, met een positie aan liquide middelen van € 93,8 miljoen ultimo 2024 aan de absolute liquiditeit eis van de onderwijsinspectie van minimaal € 2,0 miljoen.
Voor onderwijsinstellingen bestaat de rekenmethode uit drie onderdelen: gebouwen + overige materiële vaste activa + risicobuffer. De signaleringswaarde bovenmatig publiek eigen vermogen is dan (0,5 * aanschafwaarde gebouwen * 1,272) + (boekwaarde resterende materiële vaste activa) + (omvangafhankelijke rekenfactor * totale baten).
De signaleringswaarde gaat over het publieke deel van het eigen vermogen, dus exclusief privaat vermogen. Het publiek eigen vermogen komt boven de signaleringswaarde uit als het feitelijk eigen vermogen (wat is af te lezen van de balans) hoger is dan het normatief eigen vermogen (vermogen dat een onderwijsinstelling redelijkerwijs nodig heeft om bezittingen te financieren en risico’s op te vangen).
Op basis van de gegevens in de jaarrekening 2024 bedraagt de signaleringswaarde (het normatieve eigen vermogen) € 140,9 miljoen. Het eigen vermogen is € 136,4 miljoen waardoor de signaleringswaarde niet wordt overschreden.
| x 1.000 | 2024 |
|---|---|
| Totaal Baten | 206.126 |
| Aanschafwaarde Gebouwen | 173.325 |
| Boekwaarde Overige MVA | 20.469 |
| Publiek EV | 136.424 |
| Privaat EV | 0 |
| Totaal EV | 136.424 |
| (0,5 × (aanschafwaarde gebouwen × 1,272)) | 110.235 |
| + boekwaarde resterende materiële vaste activa | 20.469 |
| + (0,05 * totale baten) | 10.306 |
| =normatief publiek Eigen Vermogen | 141.010 |
| werkelijk publiek Eigen Vermogen | 136.424 |
| Onder (min) /boven (plus)-matige reserve | -4.586 |
| of % | -3,3% |
De overige signaleringsgrenzen (weerstandsvermogen, rentabiliteit en huisvestingsratio) blijven onderdeel uitmaken van de analyses die de inspectie uitvoert. Daarbij geeft de onderwijsinspectie aan dat deze waarden een minder voorspellende waarde hebben en het de sector om die reden vrij staat om over deze waarden te rapporteren in het bestuursverslag. ROC Midden Nederland heeft er vooralsnog voor gekozen deze signaleringswaarden mee te nemen in haar jaarverslag.
Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van het risicomanagement voor de stichting. Het weerstandsvermogen bestaat uit benodigde weerstandscapaciteit als gevolg van het risicoprofiel, afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit, hetgeen daadwerkelijk aanwezig is om de risico’s financieel op te vangen. Aan het einde van het verslagjaar bedraagt het weerstandsvermogen 63%. Het weerstandsvermogen bevindt zich ruim boven de gestelde interne norm. De komende jaren neemt het weerstandsvermogen toe en zal het boven de norm blijven. Op basis van de meerjarenbegroting 2025-2029 is de verwachting dat het weerstandsvermogen licht zal stijgen, 66% aan het einde van 2029.
In 2024 is de rentabiliteit met 3,3% positief. Op basis van de meerjarenbegroting blijft de rentabiliteit binnen de interne norm. Er wordt echter verwacht dat de rentabiliteit negatief zal zijn in de jaren 2025-2026, maar dit blijft binnen de signaleringswaarden. Er zullen extra uitgaven worden gedaan om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Daarnaast zullen er extra uitgaven worden gedaan op het gebied van vastgoed en duurzaamheid.
De huisvestingsratio die ROC Midden Nederland het afgelopen jaar heeft gerealiseerd, blijft ruim onder de signaleringswaarde van 15% van de totale lasten. Met een schommeling tussen de 10% (2024) en 11% (2027-2029) blijft deze onder de signaleringsgrens waarmee we als stichting meerjarig hieraan voldoen. Dit wordt veroorzaakt door inkrimping van de beschikbare capaciteit in de afgelopen jaren en het gebruikmaken van een flexibele schil in de huisvestingsportefeuille. Op basis van de meerjarenbegroting 2025-2029 is de verwachting dat deze ratio zal groeien naar 11% aan het einde van 2029.
Het resultaat van ROC Midden Nederland over verslagjaar 2024 bedraagt € 6,7 miljoen. Dit ten opzichte van een begroot resultaat nihil. Hiermee is het resultaat € 6,7 miljoen hoger dan geraamd.
Het werkelijke (genormaliseerde) resultaat is nagenoeg gelijk aan het begrote resultaat. De € 6,7 miljoen werd gerealiseerd door vooral tijdelijke oorzaken. Dit heeft grotendeels te maken met incidentele posten, anders dan de reguliere bedrijfsvoering.
Een deel van het resultaat, namelijk € 1,7 miljoen, is toe te schrijven aan de baten uit de incidentele OCW-budgetbijstellingen van 2024, specifiek gericht op prijscompensatie van materiële lasten. Daarnaast hebben we een lagere huisvestings- en overige lasten van € 2,0 miljoen. Bovendien hebben we rentebaten van € 3,8 miljoen ontvangen en extra € 0,8 miljoen voorziening geboekt.
Het positieve effect bij het VAVO Lyceum van € 1,0 miljoen is voornamelijk te wijten aan de afrekening over 2023/2024 en het nieuwe tarief voor VO-studenten, evenals het OV-reisproduct voor het schooljaar 2023/2024.
Aangezien in 2024 een deel van de werkagenda niet kon worden ingezet, ontstond er in 2024 een positief resultaat dat is toegevoegd aan het eigen vermogen. Deze middelen gaan we alsnog inzetten. Gelet op het feit dat in het schooljaar 2024-2025 nog diverse activiteiten gestart moeten worden t.b.v. de strategie executie, is ervoor gekozen om de extra inzet een jaar door te schuiven en hier extra ruimte voor vrij te maken in de jaren 2025 en 2026.
ROC Midden Nederland heeft gezonde financiële ratio’s. De geplande investeringsbewegingen resulteren in afnemende ratio’s welke nog steeds zeer robuust zijn en geven uiting aan het investerings- en innovatievermogen dat ROC Midden Nederland van plan is in te zetten.
De bovenmatige eigen vermogensratio bedraagt in 2024 ongeveer -3%, waarmee deze onder de normatieve waarde ligt. Vanaf 2025 zal de ratio verder opbouwen, van -13% naar -20% in 2029 (zie paragraaf Ratio's).
Het genormaliseerde operationeel jaarresultaat over 2024, dus exclusief incidentele posten, bedraagt nihil en laat zich als volgt toelichten:
| Genormaliseerd resultaat 2024 | |
| Exploitatieresultaat 2024 volgens staat van baten en lasten in de jaarrekening | 6.721 |
| Incidenteel | |
| Meevallers/Tegenvallers | |
| Effect aanvullende OCW bekostiging (o.a. N2) | -1.681 |
| Positief saldo lasten/baten exploitatie | -2.384 |
| Effect lagere huisvesting en overige lasten | -2.060 |
| Effect niet gereal. kosten o.a. reisproduct VAVO | -1.000 |
| Hogere rente op banktegoeden | -800 |
| Effect afschrijvingskosten | -521 |
| Effect voorzieningen (wachtgeldverplichting en duurzame inzetbaarheid) | 1.800 |
| Genormaliseerd resultaat excl. incidentele posten | 75 |
| Begroting 2024 | 0 |
| Verklaring Surplus in € 1.000 | |
|---|---|
| Overige | 75 |
| Surplus 2024 | 0 |
Het mbo (incl. diensten) laat een resultaat zien van € 5,7 miljoen positief. Het onderdeel Vavo realiseert een positief resultaat van € 1,0 miljoen. In navolgend overzicht wordt gespecificeerd welke middelen worden aangewend per activiteit (mbo en Vavo).
| Bedragen x € 1.000 | Totaal ROC MN realisatie 2023 | Totaal ROC MN begroting 2024 (RvT) | Totaal ROC MN realisatie 2024 | Mbo incl. diensten | Vavo Lyceum | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| BATEN | ||||||
| Rijksbijdragen OCW | 192.424 | 179.357 | 187.070 | 180.569 | 6.501 | |
| Overige overheidsbijdragen en - subsidies | 2.839 | 3.066 | 3.767 | 519 | 3.248 | |
| Cursus- en examengelden | 3.405 | 3.966 | 3.438 | 3.438 | 0 | |
| Werk in opdracht van derden | 2.396 | 3.390 | 2.687 | 2.687 | 0 | |
| Overige baten | 5.249 | 2.216 | 5.405 | 5.166 | 239 | |
| Totaal baten | 206.313 | 191.995 | 202.367 | 192.379 | 9.988 | |
| LASTEN | ||||||
| Personele lasten | 145.967 | 147.499 | 152.917 | 147.064 | 5.853 | |
| Afschrijvingen | 9.345 | 10.719 | 10.198 | 9.879 | 319 | |
| Huisvestingslasten | 13.497 | 13.386 | 12.903 | 12.437 | 466 | |
| Overige instellingslasten | 22.623 | 23.035 | 23.054 | 22.260 | 794 | |
| Corporate kosten | 0 | 0 | 0 | -1.513 | 1.513 | |
| Totaal lasten | 191.432 | 194.639 | 199.072 | 190.127 | 8.945 | |
| Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering | 14.881 | -2.644 | 3.295 | 2.252 | 1.043 | |
| Saldo financiële bedrijfsvoering | 2.701 | 2.644 | 3.426 | 3.426 | 0 | |
| Saldo buitengewone baten en lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Exploitatieresultaat | 17.582 | 0 | 6.721 | 5.678 | 1.043 |
Het verschil in Begroting RvT 2024 is te verklaren door de wijze waarop de detachering van personeel is geboekt. In begroting RvT 2024 is deze post opgenomen als tegenboeking bij de personeelslasten. Echter, in jaarrekening 2024 is deze post verantwoord onder overige baten, wat de discrepantie tussen de cijfers verklaart.
Het resultaat over het boekjaar bedraagt € 6,7 miljoen tegenover een nihil resultaat. Hierna worden de belangrijkste verschillen per post toegelicht:
De baten zijn circa € 10,3 miljoen euro hoger dan begroot.
| (Bedrag x € mln) | Realisatie | Begroot | Afwijking |
|---|---|---|---|
| Rijksbijdragen OCW | 187,1 | 179,4 | 7,7 |
| Overige overheidsbijdragen en - subsidies | 3,8 | 3,1 | 0,7 |
| College-, cursus-, les- en examengelden | 3,4 | 4,0 | -0,6 |
| Baten werk in opdracht van derden | 2,7 | 3,4 | -0,7 |
| Overige baten | 5,4 | 2,2 | 3,2 |
| Totaal | 202,4 | 192,1 | 10,3 |
Baten:
| (Bedrag x € mln) | Realisatie | Begroot | Afwijking |
|---|---|---|---|
| Personele lasten | 152,9 | 147,5 | 5,4 |
| Afschrijvingen | 10,2 | 10,7 | -0,5 |
| Huisvestingslasten | 12,9 | 13,4 | -0,5 |
| Overige instellingslasten | 23,1 | 23,0 | 0,1 |
| Totaal | 199,1 | 194,6 | 4,5 |
Lasten:
In totaal zijn de personele lasten, zoals verantwoord in de exploitatie, € 4,5 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door de volgende factoren:
| (Bedrag x € mln) | Realisatie | Begroot | Afwijking |
|---|---|---|---|
| Salariskosten incl. werkgeverslasten | 135,2 | 133,4 | 1,8 |
| Inhuur derden | 13,1 | 9,1 | 4,0 |
| Overige personele lasten | 4,3 | 3,4 | 0,9 |
| Uitkeringen | -1,8 | 0,0 | -1,8 |
| Totaal regulier | 150,8 | 145,9 | 4,9 |
| Dotatie/vrijval voorziening | 2,1 | 1,6 | 0,5 |
| Totaal personele lasten | 152,9 | 147,5 | 5,4 |
Stichting ROC Midden Nederland onderkent het belang van een verantwoord en adequaat beheer van haar financiële middelen. Treasury richt zich op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's. Het kader, de doelstellingen, de administratieve organisatie en de interne controle rondom het Treasurybeleid zijn vastgelegd in het 'Treasury statuut Stichting ROC Midden Nederland’.
Het Treasurybeleid van ROC Midden Nederland past binnen de kaders van de regeling van de minister van OCW van 6 juni 2016, nr. WJZ/800938 (6670), houdende regels voor onderwijsinstellingen omtrent het uitzetten van gelden, het aangaan van leningen en het aangaan van verbintenissen voor financiële derivaten. Ten aanzien van het beleggen van de financiële middelen wordt een terughoudend beleid gevoerd. Verder zijn de volgende belangrijke bepalingen van toepassing:
Binnen Treasury worden de volgende activiteiten ingericht: de uitvoering van het beleid in de praktijk, het beheren van de uitstaande beleggingen en leningen, de aangetrokken leningen en de afgesloten derivatenovereenkomsten. In de periodieke treasuryrapportage (per kwartaal) wordt verantwoording afgelegd over de uitvoering van het treasurybeleid en treasurytransacties, zoals opgenomen in het treasurystatuut.
Onder meer op basis van de voorstellen voor de wijzigingen in de portefeuille van beleggingen, verstrekte en ontvangen leningen en analyses van financiële risico’s, adviseert de Treasury commissie het College van Bestuur over de te treffen maatregelen voor financieren, beleggen en belenen en het verloop/beheersen van de financiële risico’s. Er wordt een verslag opgesteld over de gegevens van het voorgaande jaar en er wordt een vergelijking en een aantal ratio's gemaakt die voor een eventuele financiering van belang zijn.
De Treasury commissie heeft het College van Bestuur ondersteund bij het aangaan en beheren van het innen van de nieuwe lening die voldoet aan de vereisten van de meest recente versie van de 'regeling Beleggen, lenen en derivaten OCW'.
Bij het inrichten en benutten van de financieringsarrangementen wordt gestreefd naar:
Het Treasury statuut, dat in 2023 geëvalueerd is, zal in 2027 opnieuw geëvalueerd worden.
Voor de opbouw van de faciliteiten, tijd en rente zie paragraaf 10 Langlopende schulden van de Jaarrekening.
Om weerstand te bieden aan het toenemende aantal cyberdreigingen blijft ROC Midden Nederland de beveiliging van zijn IT-infrastructuur continu verbeteren. Tegelijkertijd streven we er als onderwijsinstelling naar om ons open en laagdrempelige karakter voor studenten en (gast)docenten te behouden, aangezien dit essentieel is voor het realiseren van onze strategische doelstellingen. We zijn ons er echter van bewust dat deze open houding ook door kwaadwillende misbruikt kan worden. Daarom accepteren we dat extra inspanningen nodig zijn om misbruik te detecteren en hier adequaat op te reageren.
ROC Midden Nederland hanteert een risico gebaseerde aanpak volgens het Three Lines Model bij de beveiliging van de IT-infrastructuur. Over de risico’s en de genomen maatregelen wordt rechtstreeks gerapporteerd aan het College van Bestuur. Daarnaast nemen we actief deel aan sector brede initiatieven op het gebied van cybersecurity en kennisuitwisseling. In dit kader heeft ROC Midden Nederland onder andere deelgenomen aan het traject Van Check tot Hack van het Programma Cyberveiligheid mbo.
In het afgelopen jaar hebben we een toename geconstateerd van phishing aanvallen die specifiek gericht zijn op individuele medewerkers (spearphishing). Tot op heden zijn deze aanvallen niet succesvol geweest. Bewustwording bij medewerkers en studenten blijft echter een belangrijk aandachtspunt. Op basis van de security-roadmap zijn in 2024 verdere procesmatige en technologische maatregelen getroffen om de cyberweerbaarheid te verbeteren. De formatie op het gebied van cybersecurity is uitgebreid en de doorontwikkeling van de controle binnen het SURF audit-toetsingskader heeft opnieuw geleid tot een hogere positie in de benchmark. Daarnaast is de beveiliging van de IT-infrastructuur getoetst door middel van pentesten. We voeren bedrijfsbrede risicoanalyses uit op IT-processen en besteden structureel aandacht aan informatiebeveiliging bij onze partners.
We onderscheiden onzekerheden en mogelijke risico’s, gerelateerd aan de strategische pijlers. Deze onzekerheden en kansen kunnen effect hebben op onderwijskundige aspecten, kwaliteitsaspecten, bedrijfsvoering (personeel/organisatie en financieel), compliance risico’s en reputatie.
De externe onzekerheden die we onderkennen, zijn onder andere:
De externe onzekerheden die we onderkennen, zijn onder andere:
De externe onzekerheden die we onderkennen, zijn onder andere:
We weten dat er de komende jaren veel op ons afkomt. Grote uitdagingen en complexe vraagstukken op verschillende niveaus: onze wijken, de regio, het land en de wereld. We voelen de noodzaak om onze organisatie wendbaar te maken en zo in te richten dat wij dé school kunnen zijn en blijven waar de makers van de samenleving worden opgeleid. Onze studenten worden vandaag klaargestoomd voor de uitdagingen van morgen. Blik vooruit, handen uit de mouwen, levensecht aan de slag en midden in de samenleving.
Aangezien we niet alles tegelijk kunnen en wel direct willen starten, is het belangrijk om focus aan te brengen. Er zijn drie thema’s waarvan het CvB en het directieteam gezamenlijk hebben bepaald dat ze prioriteit hebben voor alle teams (colleges en diensten) in schooljaar 2024-2025. Met de drie focusthema’s bouwen we bewust voort op de koers die we met elkaar hebben ingezet. Elk thema wordt vormgegeven in een centraal programma met een ROC MN brede aanpak, met meerdere deelprojecten en een directeur als portefeuillehouder.
Dat zijn de volgende thema’s:
1. Passende Onderwijsarrangementen, iedere student op de juiste plek
Met passende onderwijsarrangementen bieden we onderwijs voor al onze doelgroepen en sluiten we aan bij de verschillende onderwijsbehoeftes van studenten en het werkveld. Dit doen we met ons handelen in de klas en de ondersteuning vanuit supportteams. Daarnaast werken we aan een flexibel curriculum voor onze reguliere studenten en werkenden. We blijven dus investeren op Passend Onderwijzen en Passend Ondersteunen en Flexibel Onderwijs. We zijn er gezamenlijk verantwoordelijk voor dat iedere student bij ons op de juiste plek terecht komt. Hiervoor is het nodig dat studenten en werkenden op verschillende momenten kunnen instromen en soepel kunnen doorstromen en switchen.
2. Leven Lang Ontwikkelen
Als gevolg van demografische ontwikkelingen en structurele arbeidsmarkttekorten verandert de vraag naar opleidingen. Naast diplomatrajecten zien we een toenemende behoefte aan verkorte opleidingen. We zien dat regulier onderwijs en mbo voor professionals meer naar elkaar toe bewegen. Leren en ontwikkelen wordt steeds meer een continu, (kort)cyclisch proces in plaats van een lineaire volgordelijkheid.
Met passende onderwijsarrangementen bieden we onderwijs voor al onze doelgroepen en sluiten we aan bij de verschillende onderwijsbehoeftes van studenten en het werkveld. Ook vanuit het oogpunt van de werkgever is dit noodzakelijk. Immers de ontwikkelvraagstukken gelden niet alleen de toekomstige, maar ook de huidige medewerkers. We continueren de inspanningen op leven lang ontwikkelen. We vragen de onderwijsteams focus te houden op productontwikkeling, professionalisering en omzetgroei. Tegelijkertijd pakken we ROC MN-breed een aantal projecten op zoals positionering & zichtbaarheid, systemen en processen, strategisch ontwikkelpartner, roc-brede marktstrategie en strategische relaties.
3. Basisvaardigheden: Nederlands, rekenen en wereldburgerschap
De basisvaardigheden Nederlands, rekenen en wereldburgerschap vormen een belangrijk onderdeel van elke mbo-opleiding. De basisvaardigheden staan volop in de belangstelling en de eisen voor basisvaardigheden zijn ook steeds in ontwikkeling. Op basis van onze taalbeleidsvisie zorgen we in alle lessen voor een krachtige taalleeromgeving en een taalbewust curriculum. En met onze rekenkoers zorgen we voor een herkenbare en betekenisvolle rekenomgeving en een rekenbewust passend rekenaanbod in ons curriculum. De kwaliteit van ons reken- en taalonderwijs is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ook de ontwikkeling en uitvoering van onze visie op wereldburgerschap in de colleges vraagt om een gezamenlijke teamaanpak. In het beleid wereldburgerschap zijn hiervoor concrete afspraken geformuleerd.
Wij hebben onze accountant geen opdracht gegeven om de werkzaamheden met betrekking tot de controle op de aanwezigheid van de VOG in 2024, zoals beschreven in bijlage IV van het Onderwijsaccountantsprotocol 2024, uit te voeren. Hieronder de tabel waarin we de tijdige aanwezigheid van de VOG's weergeven.
| Nieuwe VOG’s in 2024 | VOG aanwezig op ingangsmoment | VOG te laat aanwezig | VOG niet aanwezig |
|---|---|---|---|
| Nieuwe medewerkers in loondienst | 251 | 54 | <5 |
| Nieuwe personen niet in loondienst met een VOG-verplichting | 161 | 0 | 16 |
Duurzaamheidsverantwoording is een belangrijk onderdeel van onze jaarstukken, omdat duurzaamheid een belangrijk onderdeel is van ons onderwijs en onze bedrijfsvoering. De verantwoording kent drie pilaren: Milieu (Environment), Sociaal (Social) en Bestuur (Governance).
Milieu
Voor wat betreft de milieu pijler van duurzaamheid hebben de leden van de MBO Raad een aantal jaren geleden besloten om zich te richten op de uitstoot van het broeikasgas CO2 (koolstofdioxide). Het gezamenlijke doel is om tot 2030 jaarlijks twee procent minder uit te stoten – waarbij 2017 als basisjaar is gekozen. Om de uitstoot te bepalen, is ervoor gekozen om energieverbruik als bron te hanteren. Wij hebben ons uiteraard bij dat doel aangesloten.
Meten, beheren en verlagen van ons energieverbruik en onze CO2 -uitstoot is onze jaarlijkse opdracht. In 2023 en 2024 hebben we dat een boost gegeven met het project ‘Energie en energielasten’. We hebben het meten en beheren van ons energieverbruik in de organisatie belegd. We meten ons verbruik per locatie dagelijks en weten van elke locatie wat de energiebron is. Zodoende kunnen we de uitstoot nauwkeurig vaststellen. En we boeken resultaten. In 2024 bedroeg onze CO2-uitstoot 1.761.931 kilogram terwijl dat in 2017 nog 2.437.225 kilogram was. Een daling met 675.293 kilogram: 27,5 procent. Op basis van de sectordoelstelling had de besparing in 2024 14 procent moeten zijn. Die doelstelling hebben we op onze locaties dus ruimschoots gehaald. Ook de doelstelling van de MBO Raad voor 2030 is hiermee inmiddels behaald. Dat betekent uiteraard niet dat we stoppen met onze inspanningen. We blijven kiezen voor de duurzame varianten bij verbouwingen en dergelijke.
Daarnaast stimuleren we een duurzamere vorm van dienstreizen. Hiervoor stellen we voor personeel dienstfietsen ter beschikking. En wanneer de dienstreizen over middellange afstand gaan, stellen we elektrische dienstfietsen ter beschikking. Eind 2024 hebben we een veertigtal extra fietsen aangeschaft. Hiervan wordt goed gebruik gemaakt. Daarnaast kunnen personeel en gasten hun elektrische auto opladen op de parkeerplaatsen op onze eigen terreinen. Ze betalen hiervoor de kosten die wij voor onze energietarieven betalen, plus een opslag voor handlingkosten door het bedrijf Blue Current.
Sociaal
Inclusie en Diversiteit
Bij onze onderwijsorganisatie streven we naar een inclusieve en diverse werkomgeving. We bieden trainingen aan voor objectief werven en selecteren om bewustwording van (voor)oordelen te vergroten en gelijke kansen te scheppen. Ons team Recruitment en de ROC Academie nemen deel aan het ambassadeursnetwerk Inclusie en Diversiteit. Daarnaast zorgen we ervoor dat onze wervingsuitingen inclusief zijn, met diverse vacatureteksten en beeldmateriaal.
Medewerkersontwikkeling en -welzijn
We hechten niet alleen veel waarde aan de ontwikkeling en het welzijn van onze studenten, maar ook van onze medewerkers. In 2024 hebben we diverse leergangen en trainingen aangeboden, waaronder een post-HBO gecertificeerd traject voor docenten. Ons actieplan 'Sterk in je Werk' richt zich op vitaliteit, loopbaanontwikkeling, leren en ontwikkelen, en werkorganisatie. De Healthcheck, uitgevoerd door Active Living, heeft medewerkers inzicht gegeven in hun gezondheid en welzijn.
Werkgelegenheid en Arbeidsomstandigheden
Als aantrekkelijke werkgever investeren we in employer branding en recruitmentstrategieën. Onze afdeling Recruitment werkt nauw samen met managers en directeuren om vacatures effectief in te vullen. We bieden een goed carrièreperspectief en ondersteunen nieuwe medewerkers met een introductiedag. Ons verzuimbeleid is gericht op duurzame inzetbaarheid en werkhervatting, met een focus op positieve gezondheid.
Participatie en Betrokkenheid
We betrekken onze medewerkers actief bij de organisatie door middel van medewerkersonderzoeken en participatiebanen. In 2024 werkten 69 kandidaten met een doelgroepregistratie bij ons, wat bijdraagt aan onze inclusieve werkomgeving. We werken samen met andere onderwijsinstellingen en partnerschappen om de kwaliteit van het onderwijs en de begeleiding van docenten te verbeteren.
Bestuur
Zoals ook in het hoofdstuk ‘Meldingen, klachten en vertrouwenszaken’ beschreven, staat bij ons een veilige cultuur voor zowel studenten als medewerkers voorop. Ook hechten wij veel waarde aan integriteit. Gevaarlijke, immorele of illegale praktijken waarbij het maatschappelijk belang in het geding is -en die onder verantwoordelijkheid van ROC Midden Nederland plaatsvinden-, dienen gemeld te worden. Met de regeling ‘Melden van een vermoeden van een Misstand’ borgen we dat medewerkers een vermoeden van een misstand veilig kunnen melden en dat zij tegen benadeling als gevolg van een melding zijn beschermd.
Uiteraard zijn er nog meer voorbeelden van duurzaamheid. Hiervoor verwijzen we naar de rest van het jaarverslag.




Software voor digital-first corporate reporting
Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.